Ode aan het echt.
De zon die zakt,
De lichten doven,
Jij slaapt op de bank,
en ik slaap boven.
We hebben gevochten,
zoals dat gaat,
en als je weer zo'n toon aan slaat,
dan sta je op straat!
Ik weet dat je me haat,
het maakt me niets uit,
als je, je weer zo gedraagt,
sneuveld er een ruit.
Want dan gooi ik met borden,
en ander servies,
dit moet wel ruzie worden,
anders wordt het toch niets.
