This is war

Met een wat norse uitdrukking op mijn gezicht baande ik me een weg door de mensenmassa op school. De gangen waren gevuld met druk pratende, soms zelfs gillende, meisjes. Een aantal van hen droeg een rood papier met zich mee. Anderen zwaaiden het boven hun hoofd driftig heen en weer, en degene die nog geen papier hadden bemachtigd lazen nieuwsgierig over de schouders van anderen mee. Ik had ook een rood papier. Het mijn zat ergens onder in mijn tas weggestopt. Waarschijnlijk al verkreukeld, misschien zelfs al gescheurd. Het was niet zo dat het me niet interesseerde wat het papier verkondigde. Nee, ik vond het heel leuk, een kerstbal. Maar momenteel stond mijn hoofd er absoluut niet naar. Ik was de laatste tijd moe – wat vreemd was voor iemand als ik – liep hele dagen rond met hoofdpijn en werd vrijwel iedere morgen wakker met gezwollen, rood omrande ogen. Het was lastig te verbergen, maar Alice zei er nooit iets over en ik lette extra op mijn gedachten als Edward in de buurt was – wat me ook wel aardig lukte. Met een diepe zucht nam ik plaats aan de nu nog lege tafel waar we altijd zaten. Het duurde niet lang voor Alice kwam aangehuppeld. Ook zij droeg een rood papier met haar mee, wat ze vrolijk onder mijn neus schoof toen ze naast me zat.

'Leuk, vind je niet?' kirde ze.

Ik probeerde vrolijk te klinken. 'Ja, best wel.'

'Eindelijk weer eens een gelegenheid om te winkelen.'

Ik lachte. De meeste meisjes zaten nu in de stress, aangezien het wel zo leuk was als je met een jongen kwam. Alice had natuurlijk Jasper al.

'Je gaat toch zeker wel mee?' riep ze uit.

'Tuurlijk,' knikte ik. Altijd leuk om te winkelen.

'Weet je al met wie je gaat?'

Nogal ongeïnteresseerd haalde ik mijn schouders op. 'Nog niet over na gedacht,' gaf ik toe.

'Ik weet het al wel,' zei Alice met een grote glimlach.

'Goh, wonderbaarlijk,' zei ik sarcastisch.

'Wat is er hier wonderbaarlijk?' vroeg Edward nieuwsgierig terwijl hij naast me ging zitten.

Alice keek hem even grijnzend aan.

'Oh, dat.' Ook hij grijnsde nu.

Ik fronste mijn wenkbrauwen. 'Mis ik iets?'

Beide glimlachten nu poeslief naar me. 'Nee hoor.'

Ik was te moe om er verder op in te gaan. Het zal wel, schoot er door mijn hoofd. Edward wierp even een blik op me. Hij had dat natuurlijk gehoord.

'Lauren?' Edward keek me vragend aan. Zijn grijns was nog niet verdwenen.

'Edward?' deed ik hem op zo'n zelfde toontje na.

'Jij bent toch ook laat uit?'

Shit, ja. Ik moest nog drie hele uren. Hoe afschuwelijk.

Edward had zijn antwoord al gekregen. 'Ik namelijk ook. Rijd je met mij mee terug?'

'Graag,' zuchtte ik, met die drie uur in mijn hoofd.

'Mooi.' Edward glimlachte voldaan.

Ik vroeg me af hoe hij zo enorm vrolijk kon zijn, terwijl ook hij nog drie uur moest.

'Daar heb ik zo mijn reden voor, Lauren.'

Opgelucht ademde ik diep in toen ik eindelijk buiten was. Ik nam niet eens de moeite om mijn jas dicht te doen en snelwandelde meteen naar de Volvo, die verderop geparkeerd stond. Hangend tegen de achterklep wachtte ik op Edward. Het duurde niet lang voor ik een bekende opmerkte, al was het niet Edward. Met zelfverzekerde passen kwam hij op me af. Bella probeerde hem tegen te houden door aan zijn linkerarm te trekken, maar het had geen effect. Jacob hield voor mijn neus halt en Bella bleef wat verscholen achter hem staan.

'Lauren, is het niet?' Hij spuwde mijn naam uit alsof het ongedierte was.

'Klopt,' antwoordde ik kortaf. Onze ogen lieten elkaar niet los.

'Ik ben-'

'Jacob, weet ik al.'

Jacob mompelde wat tegen zichzelf. 'Vast gehoord van je bloedzuiger vriendjes.' Hij trok zijn neus op.

'Is er iets?' Ik trok mijn wenkbrauw op.

'Je stinkt net zo erg als de rest.'

'Goed om te weten. Jammer dat het jou niet op afstand houd.'

Jacob gromde zachtjes en ontving een por in zijn zij van Bella.

Het enige wat ik deed was grijnzen. 'Anders nog iets?' vroeg ik, ook al was ik totaal niet geïnteresseerd in wat hij te zeggen had.

'Ik hou jou en je vriendjes in de gaten. Als er ook maar iets met Bella gebeurd dan-'

Ik duwde me van de auto af en Jacob duwde Bella iets verder achter zich. Ik lachte. 'Jacob, Jacob, Jacob. Wij bloedzuigers willen helemaal niks meer te maken hebben met Bella, voor haar eigen veiligheid. Dus doe alsjeblieft niet zo kinderachtig – alsof wij een gevaar vormen voor haar.'

'Jullie vormen een gevaar voor iedereen. Ook voor haar.'

'Zorg jij dan maar goed voor haar. Bij jullie honden is ze vast heel veilig,' zei ik spottend. Ik gaf toe, niet erg slim om tegen een opvliegend persoon te zeggen, maar de verleiding was gewoon te groot.

Het gegrom dat Jacob produceerde was enorm, maar schrok me niet af. Het gegrom van Edward – die uit het niets voor me sprong – daar in tegen, zorgde voor kippenvel.

Bella klampte zich angstig vast aan Jacobs arm. Ik rolde met mijn ogen en duwde Edward aan de kant.

'Wat doe je?' vroeg ik.

'Wat deed jij?' siste hij.

'Hondje pesten.' Ik grijnsde triomfantelijk. 'Mag ik alsjeblieft? School was ontzettend saai.'

Edward keek me streng aan.

'En hij begon,' voegde ik er vlug aan toe.

Ik hoorde hoe Edward zachtjes kreunde. 'Het spelletje is afgelopen. Vort, de auto in jij.'

Ik zag wel hoe hij stiekem glimlachte. Braaf ging ik de auto in en hield Jacob via de achteruitkijkspiegel in de gaten. Edward zei iets tegen hem, maar liplezen was in spiegelbeeld een stuk lastiger. Jammer. Desalniettemin had dit mijn dag opgevrolijkt.