(BTK 2) H 14 Albus doet nogmaals een poging
Het was nog maar net negen uur in de avond toen Harry en Daphne de leerlingen kamer in kwamen gelopen. Hermelien, Suzanne en Marcel zaten al op hen te wachten. Met een beweging wuifde Marcel dat ze bij hen moesten komen zitten. Halve wegen de leerlingen kamer stond Ron Wemel op en liep recht op hen af.
"Potter" sneerde hij.
Harry die hem even rustig aan keek wist niet echt wat hij moest doen. Wel gaf hij hem een blik van nu even niet Ron, iets wat natuurlijk niet zou helpen
Daphne die al iets was doorgelopen wilde Harry mee trekken naar hun vrienden. Even twijfelde Harry maar liet zich toen toch door Daphne mee trekken.
Ron echter was iets anders van plan. Hij greep de Arm van Harry en draaide hem met een ruk om. Harry verstijfde en keek nu ziedend naar Ron. Ron die eerst even slikte vermande zich meteen.
"Ik heb het wel gezien Potter. Jij hebt die Kasper Krauwel versteend, net zoals jij dat met die kat van Filder hebt gedaan. Jij was er ook nu weer bij he. Jij bent de erfgenaam van Zwadderich. Jij bent net zo een duistere tovenaar als hij die niet genoemd mag worden".
Harry Hoorde Ron tegen hem tekeergaan en wist niet wat of hij moest zeggen. Ze hadden het hier al eens eerder overgehad. Hij kon zijn erfgenaam zijn. Het was meer dan 1000 jaar terug. Toch was het Daphne die het had weggewuifd. Die had tegen Harry gezegd dat Bogrod het wel had verteld als dat zo was. En dat was ook zo. Bogrod de kobold had hem alleen maar verteld dat hij de erfgenaam van Goderic Griffoendor was. En niet die van Zwadderich. Langzaam keek Harry de leerlingen kamer rond. Bijna alle leerlingen in die kamer geloofde RON. Het was iets dat op ieders gezicht was af te lezen.
Het was of het nu pas tot Harry doordrong. Iedereen zat hem met arendsogen aan te kijken. Er was een kilte die Harry niet prettig vond. Met nog een vernietigende blik naar Ron liep Harry verder. Ron lachte duivels naar hem en begon inwendig te gniffelen. Harry die het niet meer leuk vond keek zijn vrienden aan. Marcel en Suzanne hadden hun blik op de tafel gericht. Hermelien probeerde naar buiten te kijken. Alleen Daphne keek hem aan. Het was doodstil aan de tafel. Net zoals in de rest van de leerlingen kamer. Het portret zwaaide open en Fred en George kwamen binnen. Even keken ze om zich heen.
"Harry kon jij" vertelde Fred.
"Niet even op ons wachten" ging George verder.
"Voor dat jij weer" zei Fred weer.
"Iemand versteende" riep George als laatste.
Harry en Daphne keken de beide broers vragend aan. Fred en George echter kwamen lachend op hun af.
"Harry wij geloven het niet" vertelde George hen.
"Maar als het wel zo was dan winnen wij makkelijk onze Zwerkbal wedstrijden" voegde Fred daaraan toe. En lachend liepen de beide broers naar boven op weg naar hun slaapzaal. Harry liet opnieuw zijn blik langs zijn vrienden gaan.
"Jullie geloven het wel of niet" vroeg hij verbaast.
"Jullie geloven echt dat ik dat gedaan heb". Even keek hij opnieuw zijn vrienden langs. Allemaal zaten ze met een afwijkende blik naar een andere kant te kijken. Alleen Daphne keek hem verbaasd aan.
"Ik geloof dit niet, ik.. ik dacht dat jullie mijn vrienden waren" stamelde Harry. Met beginnende tranen liep hij naar zijn slaapzaal op weg naar zijn hemelbed. Op de slaapzaal ging hij op bed zitten. Ron zat al op zijn eigen bed en lachte naar hem.
"Ik zei het toch, Geef het maar toe Potter jij bent het. Jij hebt het gedaan en iedereen haat jou". Lachend deed Ron de gordijnen van zijn hemelbed dicht. Harry zat vragend op zijn bed. Waarom was dit gebeurd. Waarom altijd bij hem. Harry had niet door dat in de hoek van de kamer er opnieuw een schijnsel van licht was.
In de leerlingen kamer net na dat Harry naar boven was gegaan.
Daphne keek hoe Harry verdrietig en kwaad naar boven liep. Haar blik was even naar de grond gericht en keek toen naar haar drie vrienden. Langzaam schudden ze haar hoofd en keek hen doordringend aan. Hermelien die nu ook naar haar keek wilde wat zeggen. Echter Daphne stopte haar voor ze wat kon zeggen. Ze zuchtte diep en wilde weglopen.
"Maar het kan toch" hoorde ze Suzanne zeggen. Daphne draaide zich om en keek haar vurig aan. Ze zag hoe Marcel en Hermelien er knikkend mee instemde. Even keek ze hen aan en plantte haar beide handen plat op de tafel.
"HOE KUNNEN JULLIE DAT NOU DENKEN" schreeuwde ze hen toe.
"Jullie weten allemaal hoe hij is. Hij zou alles geven voor ieder van jullie. Heeft hij jou niet geholpen toen jij huilend door de trein liep Hermelien". Hermelien keek haar aan en stamelde iets van Bella. Daphne echter keek haar meteen door dringender aan.
"Nee, Het was niet Bella. Het was Harry die haar aantikte dat ze het moest doen. Het was Harry die jou en Bella en ook mij verdedigde toen Draco voor de deur stond". Daphne keek nu naar Marcel.
"En jij, hoe kun je. Huis Lubbermans staat altijd achter huis Potter. Mijn Hoela zul je bedoelen. Was het niet Harry en Bella die jou redde van jou eerste vliegles. Was het niet Harry die jou redde ven de Cruciatusvloek in de nachtmerrie van Bella. Was het niet Harry die jullie een opdracht gaf zo dat hij mij kon helpen. En daarmee ook gelijk mij kon redde van Zwadderich". Daphne liep nu heen en weer voor de tafel langs. "En Merlijn mag weten hoe lang het nog zou duren voor hij zich opoffert voor jouw Suzanne. Nee wacht dat heeft hij al gedaan". Nu was het Suzanne die haar vragend aan keek.
"Het is nog maar een paar maanden geleden dat Harry opnieuw Voldermort heeft gestopt. Dat heeft hij ook al gedaan toen hij nog maar een jaar oud was. En op zijn elfde weer. Ik ken de verhalen van mijn vader. Hij doden voor plezier weet je nog wel Suzanne. Als Harry hem nu niet weer gestopt had. Dan hadden we weer die ellende gehad".
Nu draaide Daphne zich om naar de rest van de leerlingen die nog in de kamer zaten. Er was een jongen van het vijfde jaar die riep.
"We hebben Albus Perkamentus hier". Dat was de verkeerde opmerking. Daphne die al behoorlijk kwaad was, was nu woedend. Ze liep op de jongen af en keek hem recht in de ogen.
"We hebben nu Albus Perkamentus". Riep ze hem kattig toe.
"Ja, waar was hij toen Harry een jaar oud was. Waar was hij vorig jaar toen hij het opnieuw tegen Voldermort op nam op deze school. Waar was hij toen krinkel de trol naar binnen liet, en waar was hij toen Harry hem opnieuw versloeg. Nou waar was jouw Albus Flapdrol". Ze spuwde de naam bijna uit toen ze hem dat vertelde. Met grote passen liep Daphne de trap op en ging richting de jongens slaapzaal. Ze gooide de deur open en hoorde Ron wat zegen. Meteen hief ze haar toverstok.
"Een woord Ronald Wemel en ik vervloek je naar volgende week".
Zachtjes deed ze de gordijnen open van het hemelbed van Harry. Ze wist niet zeker of hij sliep of dat hij deed als of. Maar het maakte haar ook eigenlijk niet uit. Ze veranderde haar kleren in een nachthemd en kroop langzaam bij hem onder de dekens. Met beide armen hield ze hem vast en kuste hem op zijn hoofd.
"Ik geloof jou wel Harry" fluisterde ze hem zacht toe. Door het gesnik dat ze van hem hoorde. Wist ze dat hij nog wakker was. In stilte bleef ze bij hem zitten en hield hem alleen vast. Ze wist niet hoelang ze daar had gezeten. Maar dat het lang was kwam ze achter toen Bella voor zijn bed stond.
"Zo ik ben er een nacht niet en jullie slapen meteen samen" vroeg ze lachend. Daphne schrok en wilde zich verontschuldigen. Bella echter wilde daar niets van weten. Wel wilde ze weten waarom ze bij hem was gekropen. Daphne keek haar nu vragend aan. Net als Harry die dat ook deed. Het was toch allebei het zelfde dachten ze.
Bella lachte op nieuw en zei dat het niet het zelfde was en legde het uit.
"Daphne dat jij hier bij Harry licht, vind ik best. Je weet dat hij ons beide moet kiezen anders krijgt hij mij ook niet. Als jij het stiekem zou doen dan had jij dat al in het eerste jaar gedaan. Dus er is een andere reden geweest waarom jij hier bent gaan liggen. En het is juist die rede die ik wil weten". Bella kroop nu ook bij Harry onder de dekens en keek hen beide aan. Eerst vertelde Bella dat ze helemaal genezen was, en liet haar beide handen zien. En ook dat ze een vreselijke nacht had gehad. Omdat het terug groeien van haar boten enorm veel pijn had gedaan.
Nu was het de beurt aan Harry en Daphne. Daphne was net te laat om Bella bij haar gewaad te pakken. Ze kon samen met Harry nog net zien hoe Bella de deur uit stormde. Daphne die even naar Harry keek zei.
"Ik denk dat we haar maar beter achterna kunnen gaan". Harry knikte en trok gauw zijn gewaad over zijn pyjama aan. Daphne deed meteen het zelfde als Harry.
Terwijl ze beide de grote zaal in rende zagen ze Bella bij hun vrienden staan. Deze keer was het Bella die tegen hen tekeer ging. De blikken die hun vrienden hadden waren niet echt plezierig. Toen Harry en Daphne bij hen stonde pakte Bella de andere arm van Harry. Marcel stond op en ging recht voor Harry staan.
"Het spijt mij broeder. Ik had beter moeten weten en jou moeten geloven. Hermelien en Suzanne stemden daar ook mee in".
"Dat is al veel beter" vertelde Bella en trok Daphne en Harry meteen mee naar buiten.
"Vertel me eens Daphne wat licht lekkerder je hoofd op de schouder van Harry of op zijn borst kast". Daphne giechelde en vertelde
"Zijn borstkas". Nu was het Bella die moest lachen.
"ik vind zijn schouder lekkerder".
"Dames ik ben er ook nog hoor" riep Harry met een rood hoofd. Harry kreeg van beide nog een kus op zijn wang waardoor hij nog meer kleurde.
De rest van de week was het rustig en de lessen verliepen normaal. Alleen die van sneep waren nog steeds verschrikkelijk. Harry was meestal het mikpunt voor hem, maar de laatste paar weken ging hij ook meer op Bella in. Het was ook vaak dat Bella het op nam voor Harry of anders om. Daphne was meestal de genen die een goeddoordacht antwoord gaf. Dit was weer iets dat erg irritant werd gevonden door de leraren. Alleen Minerva scheen dat goed te vinden.
Tijdens het middag eten in de grote zaal kwam plots Albus Perkamentus achter Harry staan.
"Harry mijn jonge, kun jij straks even bij mij langskomen in mijn kantoor". Harry draaide zich om en keek in de ogen van Albus.
"Wat wild je dat ik kom doen Albus" reageerde Harry. Albus Perkamentus keek meteen weer nors toen hij het hoorde.
"Ik vroeg of je bij mij langs wou komen. En Harry het is hoofd meester of professor". Dit was het antwoord dat Harry had verwacht. Even dacht hij weer na en voelde de hand van Daphne. Ze kneep hem zachtjes om hem rustig te houden. Bella die aan de andere kant van de tafel zat keek haar goedkeurend aan. Harry zuchtte even en gaf toen zijn antwoord.
"Oke Albus dan heb ik het goed gehoord. En ja Albus ik zal er zijn". Harry draaide zich weer naar zijn eten en keek naar Bella. Bella hield echter de hoofd meester in de gaten. Albus was nog niet weggelopen. Met een klein kuchje vroeg hij nog een keer om aandacht. Harry draaide zich weer om en vertelde meteen.
"Oja Albus, het is Meneer of heer Potter/ Prosper of Griffoendor voor jou". Harry die niet op een antwoord wachtte draaide zich weer terug naar Bella. Albus kon het niet helpen maar in een moment van zwakte pakte hij zijn toverstaf.
Het was natuurlijk de vraag of hij echt een spreuk zou willen afvuren maar hij deed het niet. Eigenlijk was er iets anders wat hem tegen hield. Harry die niet door had dat Albus zijn toverstok had getrokken. Keek ook niet om naar Albus. Hij keek naar de andere kant van de tafel. Daar was weer dat schijnsel van licht. En weer kwam het recht op Harry af. Albus had het licht ook gezien en draaide zich dan ook meteen om. Het schijnsel ging weer recht door Harry heen. Weer voelde Harry die warme van een Dame. Tien minuten later stonden de vrienden op en liepen de zaal uit. Marcel, Suzanne en Hermelien hadden ze zich weer bij hen gevoegd. Het was weer een hechte groep. Dat konden ze niet van de rest van de school zeggen. Bijna heel de school negeerde het groepje of was bang voor hen.
Die middag liep Harry samen met Daphne en Bella richting het kantoor van Perkamentus. Ze hadden besloten om Harry niet alleen te laten gaan. Bella had het gevoel gehad dat er iets ging gebeuren, waardoor Harry zijn emoties niet meer onder controle zou kunnen hebben. Bella wist niet hoever ze er naast had kunnen zitten.
Met een joviaal gebaar mochten ze binnen komen. Harry werd naar een stoel gewezen en Perkamentus vroeg vriendelijk of Bella en Daphne hen alleen wilde laten. Daphne wilde opstaan en het kantoor verlaten. Maar Bella pakte haar arm en gebaarde dat ze moest blijven.
"Sorry professor maar wij blijven bij Harry als u dat niet erg vind". Vertelde Bella hem in een net zo vriendelijke toon. Albus Perkamentus begon meteen zijn toon te veranderen.
"Ik zou graag alleen zijn met Harry. Daarbij zijn jullie eigenlijk niet gewenst". Vertelde hij nu direct tegen Bella. Bella keek hem bedenkelijk aan. Harry bleef alleen maar stil zitten. Bella die even naar Harry keek wist dat hij zich aan het inhouden was. Dat was dus een goed teken. Maar het gaf haar ook meteen de ruimte om door te gaan.
"Professor zoals u weet blijven wij bij Harry. Of we laten eerst professor Anderling hier heen komen. Ik kan u verzekeren dat zij hier graag bij zou willen zijn". Nu was het de beurt aan Perkamentus om dit even op een rijtje te zetten. Hij wist dat hij Minerva hier niets over had gezegd. En het fijt dat ze er niet bij was vertelde hem genoeg. Zo wist hij dat ze hier nog helemaal niets van af wist. Het kwam waarschijnlijk door het fijt dat ze werk had met de Wikenweegschaar. Daar hoorde hij zelf ook bij te zijn. Echter hij had een smoes verteld zodat hij op school kon blijven. Dus hij had ook de kans om alleen met Harry te praten. Niemand behalve Severus wist dat Perkamentus een Legilimens was. (Dat was zijn eigen gedachtegang daarover althans). Hij kon de gedachten lezen van de mensen die hij voor zich had.
Even ging hij met zijn handen gevouwen onder zijn kin naar de drie leerlingen voor hem zitten kijken. Wie zou de eerste zijn bij wie hij de gedachten zou gaan lezen.
Zijn eerste keus was Harry. Met een stille spreuk ging hij de gedachten van Harry binnen.
Albus bevond zich in een grauwe straat. Voor hem was een groot zwart gat en achter hem alleen maar huizen. Het leek alsof de straat oneindig lang was. Alles was doods vond hij. Het eerste wat in hem opkwam was dat Harry les had gehad in Occlumentie. Dit was een verdedigingsmuur voor hem. Bij een van de huizen met nr4 ging hij naar binnen. Daar was een gang met alleen maar trappen en deuren daaronder. In de kamer naast hem stond een dikke man met een riem te zwaaien. Volgens Perkamentus was het een amusant verhaal wat hij vertelde. Ook al kon hij de man zelf niet verstaan. Even wilde Perkamentus verder lopen maar bedacht zich snel. Hij kon de drie leerlingen niet te lang op een antwoord laten wachten.
Perkamentus knipperde even met zijn ogen en zei.
"Oke het is goed, blijven jullie hier ook maar even zitten". Even keek hij weer naar Harry.
"Harry" vroeg Perkamentus.
"Ik wilde vragen wat of jij met de kerst vakantie gaat doen". Het was een vraag die Harry niet had verwacht. Even was hij daardoor ook door uit het veld geslagen. Maar hij herpakte zich snel genoeg.
"Albus ik ga naar mijn kasteel en dat doe ik samen met mijn oma". Vertelde Harry hem op een vriendelijke toon. Dit was het antwoord waar Albus Perkamentus op had gewacht. Nu had hij een manier om Harry weer naar zijn hand te zetten, en ook om hem weer voor zichzelf te winnen.
"Ah, maar Harry je weet dat jou oma hier bijna iedere dag op school moet wezen". Harry knikte instemmend en luisterde naar waar of het heen ging.
"Dus als ze hier is ben jij alleen en dat is nalatigheid, of ook wel verwaarlozing".
Harry hoorde de woorden van Perkamentus en voelde ook meteen de twee handen van Bella en Daphne. Hij wist niet of ze het door hadden. Maar de woede die al bij hem opborrelde, ebde meteen weer een beetje weg. De gedachten alleen al, dat Albus zijn oma van verwaarlozing kon beschuldigen. Met alle kracht die hij in zich had vroeg hij vriendelijk.
"Albus ten eerste gaat het jouw niet echt aan hoe mijn oma mijn opvoed. En ten tweede denk ik dat van verwaarlozing geen spraken is. Aangezien dat jij daar zelf alles van weet". Deze opmerking was tegen het verkeerde been van Albus. Hij herpakte zich maar ging wat geïrriteerd verder.
"Harry, Het zit zo, een verzorger moet altijd zorgen dat er een volwassenen is om jou te kunnen helpen. En aangezien jou oma hier is en jij dan niet is dat een vorm van verwaarlozing". Opnieuw moest Harry alle moet die hij had bij elkaar rapen om rustig te blijven. Het was nu al de tweede keer dat hij zijn oma van verwaarlozing beschuldigde.
"Albus het is nu de tweede keer dat u mijn oma van verwaarlozing beschuldigd". Even hield Harry stil zodat Perkamentus het op zich in kon laten werken. En ging toen meteen weer verder.
"Dus ik weet niet waarom ik u dit nu ga vertellen. Het zijn namelijk niet uw zaken. Maar als mijn oma hier op school is, dan heb altijd nog Arabella bij mij. Zoals u weet heeft ze een huisje op mijn Prosper landgoed. En daar mag ik altijd komen".
Dit was het geen dat Albus even was vergeten. Het was natuurlijk waar dat Arabella bij Harry woonde. En dat deed de verwaarlozing 's argument van Perkamentus meteen ten gronde. En er was niet veel tegen in te brengen omdat te ontkennen. De irritatie die Albus al voelde werd langzaam groter. Hij moest snel iets verzinnen. In een wanhoopsdaad ging hij over tot de aanval op Arabella.
"Harry je moet begrijpen dat Arabella een snul is en jou niet zou kunnen helpen als er gevaar dreigt". Nu had Perkamentus het gedaan. Harry zat hem verbaast aan te kijken maar reageerde niet.
Nee, het was Bella die meteen op stond en haar vinger in het gezicht van Perkamentus duwde.
"Wie denkt u wel niet dat u bent Professor. Mijn moeder heeft meer voor Harry en mij gedaan dan u". Albus trok zich direct terug zijn stoel in en keek Bella aan. Bella echter was nog niet klaar met haar tirade en ging nog even verder.
"We weten allemaal wat er met Harry is gebeurd. En ook dat mijn moeder het heel vaak tegen u heeft verteld. Maar nee de grote Perkamentus is te goed. Hij is te goed om naar een snul te luisteren. Als u nu wel eens had geluisterd dan had Harry niet zoveel ellende gehad. Dan was het mijn moeder de snul die hem gered had. Het is mijn Moeder die meer voor hem heeft gedaan dan welke tovenaar of heks dan ook in deze wereld".
"Dat is meer dan genoeg Jonge dame" riep Albus fel. Met pure woede keek hij in de ogen van Bella. Hij deed zijn spreuk en ging meteen haar gedachten binnen.
Albus bevond zich in een kamer. Hij wist niet waar hij was maar hij keek langzaam rond. Er waren hier heel veel deuren om uit te kiezen. Achter de eerste deur bevond zich een muur. Net als bij de tweede deur. Hij wist dat dit wel iemand was die Occlumentie beheerste. Maar deze Bella was nog zo jong. Hij had dit ooit maar een keer eerder mee gemaakt. Dat was toen bij Bellatrix. Maar gelukkig wist hij dat Bella nooit haar dochter kon zijn. En ook niet van Adromeda want die had tops. Nee dit was weer zo een speciaal geval van een natuur talent. Langzaam liep hij door tot dat hij de stem van Bella hoorde.
"Wat doet u in mijn hoofd. Ik heb u niet uitgenodigd en wil graag dat u weg gaat".
Albus Perkamentus negeerde de reactie van Bella en liep naar de volgende deur. Ook bij deze deur trof hij opnieuw een muur aan. Opnieuw was daar de stem van Bella. Al was hij deze keer doordringender en met iets meer haat.
"IK HEB U VRIENDELIK GEVRAAGT OM WEG TE GAAN. U HEBT HET NIET GEDAAN DUS IK GA U DAAR NU WEG HALEN".
Albus gniffelde een beetje. Hij was niet van plan om weg te gaan. En vroeg zich een beetje af wat of ze zou kunnen doen om hem weg te krijgen. Albus liep rustig door en keek nog eens rustig om zich heem. Achter hem hoorde hij een bekende stem.
"ALBUS, Bella heeft jou gevraagd om weg te gaan uit haar hoofd" Albus schrok en keek om. Achter hem stond Harry al met zijn toverstok in de aanslag. Albus zelf had geen toverstok bij hem en was dus zwakker. De keuze die hij moest maken lag voor de hand en hij hief de spreuk dan ook meteen op.
Albus die weer in zijn kamer zat keek even versuft om. Bella zat met haar ogen open maar staarde in het niets, en Harry zat nog met zijn ogen dicht. Daphne echter had haar stok op Perkamentus gericht. Ze waarschuwde hem meteen dat hij ook geen ideeën moest hebben. Harry die net uit zijn trans ontwaakte lachte naar Bella. Zijn blik verharde echter toen hij naar Albus keek. Ook Harry hief zijn stok. Bella keek even naar Harry en liep richting de deur.
"Albus" zei Harry.
"Jij hebt het recht niet omdat bij Bella te doen, en ik verzeker je dat mijn vertegenwoordiger van mijn huis hier van zal horen". Albus Perkamentus werd met de minuut kwader.
"Nou luister jij eens goed Harry. Ik wil dat jij terug gaat naar jouw tante, dat is veel beter voor jou. En als jij dat niet doet zal ik er zelf wel voor zorgen. Ik doe dit niet graag maar ik waarschuw jou. Ik ALBUS PERKAMENTUS, ik zal jou leren. Dat verzeker ik jou, zowaar ik hier sta". Harry die even uit het veld was geslagen, wilde wat terug zeggen. Helaas voor hem zwaaide Albus met zijn hand. Nog voor ze het wisten wat er was gebeurd stonden ze buiten. Bella die het eerste bij kwam van de schrik trok Harry en Daphne mee richting het kantoor van Minerva.
