Ieder zuchtje wind, elk mierenvoetstapje. Ik zou als het ware in een drukke concertzaal nog een speld kunnen horen vallen…

Maar blij met mijn geweldige gehoor? Zeker niet. Ik ging overeind zitten en verbaasde me erover hoe soepel dat ging. Toen ik om me heen keek, zag ik dat ik precies was waar ik… Hoe lang was het geleden? Hoe lang duurde mijn… transformatie in een vampier…

Het was overweldigend. Ik kon details zien die ik anders nooit had kunnen zien, ik zag dingen die me anders nooit waren opgevallen. Ik rook ook allerlei geuren. Onbekende geuren, die ik nog geen plaats kon geven.

Zo voorzichtig mogelijk liep ik in mijn nachtjapon naar de grote spiegel. Het meisje dat ik daar zag, dat kon ik niet zijn. Het was een totaal ander iemand, met slechts vegen van mij over zich heen. Mijn halflange donkerblonde haar, mijn 1 meter 66… Maar haar gelaatstrekken waren zo verfijnd, ze was zo bleek, met paarse wallen onder haar ogen… En haar irissen, die voorheen grijsblauw waren geweest, waren nu rood. Bloedrood.

Opeens vlogen er scherven om me heen. Ik had de spiegel stukgeslagen, maar de scherven kwamen mijn harde huid niet door.

Voorzichtig, om mijn peperdure Italiaanse couture niet te verscheuren met mijn nieuwe brute kracht, kleedde ik me aan. Ik wilde hier gelijk weg. Aro mocht me niet zo zien. Bij die gedachte schoot me iets te binnen.

Ik probeerde van alles uit. Ik probeerde het raam te versplinteren door eraan te denken, mijn haarborstel te martelen door ernaar te kijken, en de gedachten van het bureau te lezen door het aan te raken.

Toen me eindelijk realiseerde dat mijn experimenten geen zin hadden, bedacht ik me nog wat. Ik pakte een stuk van de spiegel van de grond en bekeek mijn tanden. Die waren weliswaar een stuk witter, maar ik was blij geen lange hoektanden te zien.

Ik liep de kamer uit, maar kwam er toen achter dat ze het andere eind van de gang hadden afgesloten, zodat ik gedwongen werd door de troonzaal te gaan.

Zou het niet leuk zijn een spectaculaire entree te maken? Op vampiersnelheid over de tronen heen springen, een driedubbele salto en dan weer goed terecht te komen? Als ik snel weg wilde, kon ik die salto's er beter uit laten. En wat zou het een drama zijn, als dat mis ging.

Toch maar proberen. Ik maakte me klaar, nam een aanloopje, en rende toen op mijn aller hardst op de tronen af, sprong net op tijd, vloog pijlsnel door de lucht in een geweldige, uit ninjafilms nageaapte kungfu pose, zodat ik de grote deur open kon rammen.

Helaas werd ik uit mijn heldhaftige moment gesleurd toen er vijf vampiers van de Wacht met z'n allen tegelijk op me sprongen en me op de grond drukten. Niet eerlijk.

"Heb je het al naar je zin met je nieuwe… leven?" Vroeg Aro achter me.

"Je had je al voorbereid, zie ik…" Zei ik droog, denkend aan de hoop vampiers waaronder ik lag.

"Ja," Zuchte hij. "Ik heb de gave van Alice Cullen niet nodig om te weten dat je zoiets zou proberen."

"Wie heeft het gedaan?"

"Dat weten wij niet. Opeens begon je te gillen en we wisten dat het begonnen was. De dader heeft geen sporen achter gelaten, maar misschien kan jij ons vertellen wie het was…?"

"Nee." Zei ik kort.

"Dan zul je het me laten zien."

Hij stond op uit zijn troon, liep naar het hoopje vampiers, raakte kort mijn voorhoofd aan en keek bedenkelijk.

"Verlosser? Gouden ogen? Dat is niet iemand van ons. Het was een… 'vegetariër'…"

Hij richtte zich op Alec, die ook bovenop me lag.

"Stuur de Cullens een uitnodiging voor een feest, hier, in Volterra. Als het goed is zijn ze nog in Italië… Dan zullen we het eens zien…"

Fijn, dacht ik. Weer een onschuldige in gevaar gebracht.

"En Lisette, jij geluksvogel, vandaag komt Heidi terug."

"Laat ik nou toevallig geen mensenbloed drinken." Snauwde ik.

Aro slaakte weer één van zijn kenmerkende, dramatische zuchten.

"Geen enkele jonge vampier weerstaat de eerste dorst voor bloed."

"Moet jij eens opletten."

Aro snoof alleen.

"Jane, lieveling, wil jij op Lisette letten? Gebruik je geweldige gave maar als ze zich misdraagt."

"Met alle plezier, meester." Ze keek naar me met een klein lachje waar ik gelijk al een hekel aan had.

De vampiers die me op de grond drukten lieten me los en ik ging chagrijnig op een stenen bankje zitten dat tegen de muur aan stond.

Ik staarde voor me uit.


Wat was de volgende stap? Nu ik een monster was, een verdoemde, zou ik alleen maar in de buurt van mensen hoeven te komen om mezelf te verliezen en ze te doden. Welke doelen zou ik voor mezelf kunnen stellen? De Volturi uitroeien? Mezelf doden? Een manier zoeken om op een goede… Nee, geen goede. Een manier zoeken om op een niet zo slechte manier te leven? Ik kon praktisch nergens naartoe. Ik zat voor eeuwig vast in het lichaam van een 15-jarige. Ik kon niet het vliegtuig nemen, ik kon niet autorijden, ik kon alleen rennen, maar dat zou te lang duren, dan zouden ze met een heel leger achter me aan komen. Misschien zou ik wat aan mijn gave hebben? Het leek me heel typisch als ik de gave had om bloemetjes te laten groeien. Wauw. Dát zou nog eens handig zijn.


Alec kwam weer binnen.

"Meester, ik heb de Cullens uw uitnodiging gestuurd, ze zijn hier binnen het uur."

"Prachtig. Dan zullen we eens zien wie..."

Aro was van plan om de familie Cullen uit te nodigen om ze uit te horen, en als het nodig was hun herinneringen te lezen. Dat kon ik al raden. Ik wist niet of ik ze nou moest beschermen of, als mijn 'veranderaar' een Cullen was, hem of haar doden.

Toen Felice binnenkwam, werd ik gek. Mijn keel begon vreselijk te branden en haar bloed rook zo lekker… Ik stond op en gelijk werd ik weer door een paar vampiers op de grond gedrukt. Kwaad probeerde ik ze weg te duwen. Hoe durfden ze?! Zenuwachtig keek Felice mijn kant uit. Ze had een pakketje in haar hand en gaf het aan Aro. Ze boog diep en liep toen weer weg. Ik ontspande me en werd weer losgelaten.

"Lisette, ik heb een cadeautje voor je!"

Normaal zou ik dol zijn op cadeautjes. In deze situatie, niet dus.

Aro wenkte me en ik liep langzaam op hem af. Hij gaf me een zwart doosje.

Even bleef ik aarzelend naar het verdachte pakketje kijken. Wat zou erin zitten? Mijn eerste flesje mensenbloed?

"Vooruit! Maak open…"

Ik haalde de deksel van het doosje. Er lag een ketting in, met een soort wapen in de vorm van een 'V'. Ik herkende dat teken uit duizenden. Het was op veel van de wandkleden hier geborduurd en elk lid van de Volturi had er één om zijn nek hangen, de kleur hing af van hun rang. Deze was van zilver.

"Lisette," Zei Roberts stem in mijn hoofd. "Je weet wat dit betekent. Hij ziet mogelijkheden in je, hij wil je bij zijn persoonlijke Wacht."

"Wat moet ik doen?" Dacht ik terug.

"Je hebt geen keuze, vrees ik. Maar bescherm de Cullens. Dat doen ze ook voor jou. Wie je heeft veranderd heeft je bevrijd uit je lijden, het is nu tijd om wat terug te doen voor zijn of haar familie. Je moet wel. Ze hebben al te vaak problemen gehad!"

Ik boog mijn hoofd en deed de ketting met het wapen om mijn nek. Aro glimlachte, maar ik voelde me er niet lekker bij. Ik was nu lid van de groep die in mijn ogen de slechteriken waren.


"Welkom, ik zal het kort houden." Zei Aro toen de deuren gesloten waren. Niet alle leden van Carlisle's coven waren er.

"Waar zijn Edward, Bella en hun dochter?"

"Jagen." Zei Carlisle gespannen. "Waarom heb je ons hier laten komen?"

"Zoals jullie ongetwijfeld gemerkt hebben, is er iets veranderd…" Zijn ogen schoten kort naar mij.

"Ik zou dolgraag willen weten wie van jullie dit op zijn geweten heeft?"

"Sinds wanneer is een mens veranderen een misdaad?"

"Sinds het meisje van ons is en iemand met jullie… leefstijl hier naar binnen is geslopen om het meisje onsterfelijk te maken zonder mijn toestemming. Je zou het kunnen zien als het beschadigen van mijn bezit en ons opschepen met een gevaarlijke, rebelse jonge vampier."

Dat is nog eens een compliment.

"Voor zover ik weet heeft niemand van mijn familie dit op zijn geweten. Trouwens, ik dacht dat je toch al van plan was het meisje te veranderen?"

"Nou, ze was er zeker nog niet klaar voor… Maar ik wil graag zeker weten dat ik jullie hier voor niets heb laten komen, dus…"

Aro stak zijn hand uit. Een knappe, blonde vrouw liep vrijwel meteen naar voren en pakte hem vast.

"Ik heb het zeker niet gedaan, Aro." Zei ze.

De enorme kleerkast van een vent die haar hand vast had gehouden, volgde haar voorbeeld. Ik vond het onzin. Ik stond op.

"Aro. Wat wil je hier mee bereiken? Dit is volkomen zinloos!"

"Ik heb liever dat je me aanspreekt met 'Meester' en 'U'."

Ik sloeg geen acht op zijn verbetering.

"Ik vroeg wat."

"Je zit net een paar uur bij mijn Wacht, en je keert je nu al tegen je meester?"

Ik keek hem kwaad aan.

"Je hebt nu toch wat je wil? Ik ben… veranderd, zit bij je Wacht… Er is geen enkele reden voor deze actie van je. Of ben je gewoon kwaad dat iemand anders het heeft gedurfd aan me te zitten? Het heeft gedurfd binnen te dringen in dit… in dit HOL, zonder dat jij of je groupies er erg in hadden? Dat is gewoon pure frustratie! Je hebt het recht niet om-…"

"DAT RECHT HEEFT HIJ WEL!" Schreeuwde Caius. "ALS LID VAN DE WACHT MOET JIJ MAAR EENS RESPECT LEREN TE TONEN EN HET EENS TE ZIJN MET JE MEESTERS!"

"Dit verbaasd me niets," Zei Carlisle. "Ze is nog jong, dit is nog allemaal nieuw voor haar. Laat haar er toch eerst aan wennen…"

"Ook jij hebt het recht niet om te zeggen wat wij moeten doen of laten." Zei Marcus.

Ik zette een stap naar voren. De jonge vampiervrouw met het zwarte haar, die me aan een elfje deed denken, leek ergens van te schrikken en keek mij verrast aan. Aro, die dat had gemerkt, liep op haar af en hield zijn hand op.

"Alice, zou jij zo vriendelijk willen zijn om mij je onschuld te bewijzen?" Vroeg Aro beleefd.

Alice Cullen, wat had ik gehoord over Alice Cullen…? Ze keek me smekend aan, alsof ik kon verhelpen dat hij haar aanraakte.

Opeens ging de deur open. De Cullen met het bronskleurige haar kwam binnenlopen.

"Dat kan je ook." Zei hij tegen mij, alsof hij mijn gedachten had gelezen.

"Wat." Ik keek hem geschokt aan.

"Inderdaad Edward," Zei Aro. "Wát kan ze ook?"

Zo, dat was er weer één, hopelijk maakt hij die van gisteren goed.

xx