Hoofdstuk 14

Potter pakte zijn mantel en gebaarde naar me dat ik stil moest staan. Hij ging naast me staan en deed de mantel om ons heen.

"Wat doe je?!" siste ik.

"Een onzichtbaarheidmantel," zei hij en trok me tegen de muur. Even later hoorde we voetstappen en zagen een lichtje. Uiteindelijk zagen we Sneep, maar hij liep gewoon door. Ik was helemaal vergeten van Sneep's nachtelijke ronde door het kasteel, dat was echt dom van mij!

Toen hij na een tijdje weg was en Potter nog op zijn kaart had gekeken, deed potter de mantel af.

"Wow, dat was op het nippertje! Ik was helemaal vergeten over Sneep's nachtelijke ronde door het kasteel," zei ik zuchtend en Potter knikte.

"Het lijkt me beter dat we allebei maar weer terug gaan naar onze eigen LL-kamer, waar wilde je eigenlijk heen?" vroeg hij en ik haalde mijn schouders op.

"Ik weet niet, ik was wat aan het dralen. En jij?"

"Ik was op weg naar buiten, ik ga wel eens vaker naar buiten." Ik knikte.

"Nou, dan ga ik maar weer. Bedankt dat je me redde van de onaangename straffen van Sneep."

"Ik moet jou ook bedanken, jij zag hem toch?" Ik haalde mijn schouders op en allebei gingen we een andere kant op. Ik smolt weer samen met de schaduw en liep zo terug naar de LL-kamer.

Niemand was meer op. Nou, niemand was meer waker dan… laten we het zo zeggen. Patty was op de schoot van Lucas in slaap gevallen, die ook sliep, en Draco zat op een stoel er tegenover te slapen. Ik schoof een stoel voor het klein smeulende haardje dat er nog was en krulde me erin op. Ik bleef de hele tijd staren naar het smeulende as, net zolang tot mijn oogleden zwaar werden en ik ook in slaap viel in de LL-kamer.

Ik werd wakker gemaakt door iemand die zacht tegen me aan het praten was. Slaperig opende ik mijn ogen om te kijken wie mijn rust verstoorde en knipperde even een paar keer met mijn ogen toen ik zag wie het was. Ik zag het glimlachende gezicht van Nick voor dat van mij.

"Nick!" zei ik gelijk klaarwakker en omhelsde hem stevig zodat hij bijna voorover viel tegen mij aan.

"Ho ho, rustig aan. Ik ben ook maar een mens," zei hij lachend.

"Sorry…" zei ik beschaamd en liet hem los. "Waarom ben je er al? De trein komt toch pas morgen aan?"

"Ja, maar mijn moeder had gevraagd aan Perkamentus of ik eerder kon komen, dus ik ben met brandstof gegaan," zei hij en ik glimlachte.

"Is Jack ook mee?"

"Ja, hij is even naar de slaapzaal. Maar waarom lag jij hier te slapen? En hoe gaat het nu met je? Heb ik veel gemist hier?"

"Ho ho, één vraag tegelijk graag! Het gaat wel goed met me; ik was hier gisteravond gaan zitten en ben in slaap gevallen; en ja, je hebt heel veel gemist!" zei ik en op dat moment kwam Jack ook naar beneden. Ik vertelde alles wat er was gebeurd, echt alles. Ook hoe ik me voelde en over dat van gister, behalve dat van de kaart. Nick en Jack hadden de hele tijd geluisterd en geen geluid gemaakt.

"Ow, dat is nou niet echt heel erg slim van je, hé meisie," zei Jack toen ik klaar was en ik zuchtte mistroostend.

"Ik weet het, ik kon het ook niet helpen."

"Hmm… ik kan me heel goed voorstellen hoe jij je voelt. Maar hoe wist je nou dat Sneep er gisteravond aan kwam?" zei Nick.

"Hij doet altijd een nachtelijke ronde en ik hoorde hem."

"Je hebt geluk. Maar zeg eens, ben je nog van plan het goed te maken met 'Romeo'?" vroeg Jack en ik dacht na.

"Natuurlijk wil ik dat, alleen ik durf het niet! Ik kan het niet. Niet na alles wat ik heb gedaan, ik heb het helemaal verpest."

"Je moet je trots even opzij zetten. Je hebt genoeg moed en kracht om het te doen. Je kan het wel, daar ben ik zeker van," zei Nick.

"Ik ook, ik weet zeker dat je het kunt," zei Jack. Ik zuchtte en liet mijn schouders hangen.

"Ik ga eerst maar eens een douche nemen en me opfrissen. Dan zie ik wel verder," zei ik en ze knikten. Ik liep naar boven en ging douchen.

Na de douche maakte ik me op en deed een stel leuke kleren aan. Patty was nergens te bekennen, maar dat boeide me even niet.

Toen ik weer beneden kwam stonden Jack en Nick op me te wachten.

"Weten jullie waar de rest is?"

"Ze zijn al naar Zweinsveld," zei Jack.

"Huh? Nu al? Hoe laat is het dan?"

"Al half één."

"Wow, kom… laten we even wat gaan eten en dan ook richting Zweinsveld gaan," zei ik en ze knikten.

Met een leeg gevoel in mijn maag at ik het ijsje op dat we hadden gekocht. We zaten op een terrasje met een ijsje in ons hand en waren aan het praten over koetjes en kalfjes.

"Weet je…" begon ik opeens en Nick en Jack keken me aan. Maar verder dan dat kwam ik niet.

"Wat weten wij?" vroeg Jack maar ik regeerde niet. Mijn blik was op een jonge man gevallen, aan de overkant van het plein. Hij had bruine krullen en vreemde ogen.

Ik staarde hem aan, hij keek ook naar mij. Ik had het gevoel dat ik hem kende, maar toch wist ik niet wie het was. Mijn gedachtes verdwenen en ik bleef de jongen aan kijken.

Opeens flitste het gesprek van mijn meester en mij door mijn hoofd.

"Dus eigenlijk heet ik niet Mel Hanley, maar Mel Stan?"
"Ja eigenlijk wel, maar was je er nooit achter gekomen. Er waren foto's van jou en Marcus, maar nooit foto's van hem en Marcus toen hij nog klein was."

"Ik wil niet aan hem herinnerd worden! Hij zei dat hij me weg zou halen en dat deed hij niet!"
"Waarom denk je?"
"Weet ik niet! Daarom, hij is zijn belofte niet na gekomen! Hij heeft mijn vertrouwen in hem geschonden, ik kan hem niet meer vertrouwen."

"Hij wilde het wel doen, hij was het altijd al van plan. Ik hem wijs gemaakt dat hij het niet moest doen."
"Waarom?! Het heeft mijn hele jeugd verpest! U zei altijd dat ik hem maar moest vergeten, dat hij niet terug kwam. Waarom heeft u hem tegen gehouden?!"
"Het was het beste, je beseft het nog niet, maar dat komt nog. Zolang je bij hen bleef, werd je leven. Als je weg was gegaan, had Voldemort je vermoord.
Je wilt me niet geloven, dat hoeft ook niet, maar denk er over na. Je moet het hem vergeven, als je hem ooit nog eens ziet en daar ben ik zeker van."
"Hoe weet u dat nou, ik heb hem nooit meer gezien. Hij was net van school toen ik erop ging. Ik heb hem al 12 jaar niet meer gezien, hoe moet ik hem herkennen?!"
"Hij herkent jou, vertrouw daar maar op. Je moet nu gaan, je vrienden willen gaan slapen en als je nieuwe vriendin erachter komt dat je niet in je bed ligt dan gaat ze vragen stellen."

Ik wist wie het was. Dit kon niet! Het kon gewoon niet! Nare gevoelens gingen door mijn buik, maar ik kon mijn blik niet afwenden! Hij blijkbaar ook niet.

Ik wilde naar hem toe rennen en hem omhelzen, maar ik wilde ook naar hem toe rennen en hem verrot schelden en ik wilde ook weg rennen! Wat moest ik doen?!

Hij verzette geen stap, hij bleef me alleen maar aanstaren. En ik staarde terug.

Ik besloot om te blijven zitten en net zolang te wachten tot hij weg zou gaan. Maar dat deed hij niet. Opeens kwam er een hand voor mijn gezicht en ik zag hem niet meer.

"Hallo… Mel? Ben je thuis?" vroeg Jack en zwaaide dus met zijn hand voor mijn gezicht. Ik schrok op en keek verwijtend naar Jack.

"Ja, natuurlijk is er iemand thuis!" zei ik geïrriteerd.

"Nee, je was niet met je gedachten bij ons. Je was aan het staren naar die winkelruit," zei Nick en wees naar de winkel tegenover ons. Hij was weg.

"Ik staarde helemaal niet naar een winkelruit."

"Naar de muur dan, ook goed," zei Jack en ik keek hem verbaasd aan.

"Ik keek ook niet naar de muur. Ik keek naar die jongen die daar stond!" zei verontwaardigd.

"Jongen?!" vroeg Nick verbaasd.

"Ja, er stond een jongen daar. Nou ja, jongen. Hij was denk ik 24 jaar ofzo. Hij keek me de hele tijd aan en ik kende hem ergens van… maar ik weet niet waarvan."

"Mel, voel jij je wel goed?" vroeg Jack en legde zijn hand tegen mijn voorhoofd. Verwoed duwde ik de hand weg.

"Natuurlijk voel ik me goed!"

"Mel, er was helemaal niemand daar. Weet je zeker dat je niet hallucineert? Geen nakomende bijwerkingen van je hersenschudding?"

"Wat zit je nou te zeiken! Ik zag hem toch met mijn eigen ogen!" Hadden zij hem dan niet gezien? Vreemde ogen, bruine krullen? Was ik gek geworden? Wat was dit?!

"Mel… er was echt niemand," zei Nick en keek er ernstig bij.

"Echt wel!! Ik heb hem toch met mijn eigen ogen gezien! Hij bleef naar me kijken! Hij had een aantrekkingskracht!!" riep ik hysterisch en zwaaide verwoed met mijn armen.

"Mel rustig! Laten we hier maar over ophouden," zei Nick daarna sussend. Wie was het toch?

We gingen terug naar Zweinstein en ik had verder de hele weg niets gezegd. In alle winkelruiten waar ik in keek, zag ik hem. Het leek wel alsof hij achter alle ramen liep! Ik werd er gek van, maar durfde er niet meer over te beginnen met Jack en Nick. Nick begreep me toch altijd wel, maar zelfs hij verklaarde me hiermee tot gestoord. Ik kon het dus aan niemand vertellen! Patty zou me gelijk uitlachen, Draco kon ik sowieso niets zeggen, Lucas zou me eng vinden en Jack en Nick zouden me naar de ziekenzaal brengen!

Met een zucht liep ik verder. Ik keek de hele tijd om me heen, ik dacht echt dat ik compleet gestoord werd door dat figuur! Ik bekeek hem goed ik de winkelramen, maar lette toen niet meer op de weg. Ik botste tegen verschillende mensen op. Opeens botste ik tegen iets hards aan en viel op de grond.

"Auw!!!" riep ik hard terwijl ik met mijn hand over mijn voorhoofd veegde, geen bloed. Ik keek op waar ik tegen aan was gelopen, het was een lantaarnpaal!!

"Mel wat doe jij nou?!" riep Jack verbaasd uit. "Je loopt zomaar tegen een lantaarnpaal op!! Hoe doe je dat?" Ik keek hem grommend aan. "Het is ook nog wel een behoorlijke dikke grote, dus die kan je niet over het hoofd gezien hebben!!" ging hij verder.

"Jack! Stop!! Ik keek niet waar ik liep ja!" zei ik. Eerst was ik blij dat ze terug waren, maar nou vroeg ik me af waarom ze nog niet even een dagje thuis waren gebleven.

"Er is echt wat met je aan de hand, Mel. Weet je zeker dat je geen last hebt van die hersenschudding?" vroeg Nick. Ik voelde woede opborrelen en er begonnen tranen achter mijn ogen te prikken. Konden ze me niet even met rust laten? Moesten ze me weer voor schut zetten? Waarom geloofden ze me niet? Dachten ze dat ik compleet gestoord was of zo?

"Laat me nou toch een met rust! Als jullie me de hele tijd voor schut zetten, waarom hangen jullie dan niet gelijk een poster op met alle blunders die ik heb gemaakt?!!" riep ik kwaad uit. Ik stond snel op en rende weg. Konden ze me dan nooit geloven?

"Mel! Wacht!" riep Nick me nog na maar ik rende stug door. Half struikelend kwam ik bij de koetsen aan. Als ik instapte dan zouden ze bij me komen zitten, maar er lag wel meer dan een halve meter sneeuw op de weg terug naar Zweinstein! Ik overwoog de keuzes tegen elkaar op, zelf lopen won. Ik rende naar de diepe sneeuw en liep er zo snel als ik kon doorheen. Het ging moeizaam en sloom.

"Mel! Ben je gek geworden? Je gaat doodvriezen daar zo!" Wat kon Nick overdrijven zeg! Dacht ik en liep stug door. Ik zakte minstens tot halverwege mijn bovenbeen in de sneeuw en het was niet makkelijk om mijn benen erdoor voort te bewegen.

"Mel! Doe niet zo! Wat is er in godsnaam met je aan de hand?! Zeg dan wat!" riep Jack en zo te horen raakte hij geïrriteerd. Net goed!

"Mel! We bedoelden het helemaal niet zo! Kom nou terug! Als je zo terug gaat dan duurt het uren voordat je terug bent. Doe nou niet zo dom en ga met een koetsje." Hier, daar ging hij weer! 'Doe nou niet zo dom!' Doe zelf nou niet zo achterlijk gestoord man! Dacht ik kwaad. De tranen brandden vreselijk achter mijn ogen, maar ze mochten er niet langs. Ik was niet zielig, ik was niet laf, ik was niet gek en al helemaal niet dom en ziek! Ik wilde gewoon niet meer met hen praten! Nooit meer! Misschien moest ik andere vrienden zoeken. Misschien totaal andere vrienden, vrienden die me wel begrepen. Maar geen enkele zwadderaar zou me begrijpen, ik moest iemand hebben die ook rare dingen mee maakte! Nee, niemand maakte dingen mee zoals ik ze had meegemaakt. Ik wilde weten of Nick en Jack me volgde of in een koetsje zaten, maar ik zou niet achterom kijken. Dan dachten ze misschien dat ik terug wilde.

"Mel, kom er nou gewoon bij in. Het heeft geen zin om zo te blijven doen," zei opeens een stem naast me en ik schrok op. Ik hoefde niet meer achterom te kijken, ze reden in een koets naast me. "Het is ijskoud, je tenen vriezen straks dood."

"ACH ROT TOCH OP!! HEB JE NIET DOOR DAT IK HELEMAAL NIET BIJ JULLIE IN HET KOETSJE WIL ZITTEN?!!! LAAT ME NOU TOCH GEWOON EENS MET RUST MAN!!" schreeuwde ik buiten mijn zinnen uit. Ik kon me niet meer inhouden en maaide met mijn hand door de lucht. Ik trof, maar daar was ik niet blij mee. Ik had Nick op zijn wang geslagen en hij zag er geschrokken uit. Terwijl ik mijn uitbarsting ophief en even naar ze keek kon ik de tranen niet meer binnen houden. Er rolde een traan over mijn wangen en voor ze er nog meer konden zien draaide ik me om en liep verwoed een andere kant op, weg van hen.

"Mel…" hoorde ik Jack nog zwak zeggen maar verder kwam hij niet. De koets zou niet stoppen en uitstappen kon niet. Ze zouden dus verder moeten zonder mij. Ongeveer honderd meter verwijderd van de koets draaide ik me om naar de koets en keek ze boos na met schokkerige schouders. Mijn tenen waren ijsklompjes, in ieder geval, ik voelde ze niet echt meer. Mijn broek was eerst nog nat maar nu was het al aan het bevriezen. Ik trok mijn mantel dichter om me heen. Het begon ook nog eens te sneeuwen, had ik weer! Ik voelde hoe mijn tranen bevroren. Het was minstens –10ºC en ik stond een beetje stil daar in de sneeuw, die tot halverwege mijn bovenbenen kwamen.

Ik was nu al een halfuur door de sneeuw aan het ploeteren en ik was helemaal bevroren. Mijn haar was in plaats van rood, wit. Mijn mantel ook en mijn handen waren blauw, evenals mijn lippen. Mijn sjaal was bevroren en gaf geen warmte meer en het sneeuwde en waaide hard. Waarom was ik zo dom geweest? Iedereen was nu al ik het kasteel, er kwamen geen koetsen meer langs waar ik bij in kon klimmen. Als ik zo door ging had ik het gevoel dat ik het kasteel niet eens zou halen! Dat zou niet zo mooi zijn. Ik pakte met moeite mijn toverstok en probeerde me een spreuk te herinneren die me niet meer bevroren maakte. Helaas kon ik niet bedenken en gebruikte maar een hete lucht spreuk om me een beetje te verwarmen. Dit deed echter super pijn en stopte er gelijk mee.

Na nog een half uur ploeteren zag ik het kasteel. Eindelijk!! Ik rustte even wat om het laatste stukje nog door te gaan en bleef dus even staan.

Het was ongeveer half zeven en dus al donker. Iedereen was waarschijnlijk al aan het eten. Ik was ondertussen erg gaan nadenken. Over Potter, over Draco, Nick, Jack, Patty, mijn Meester en hem. Ik wist niet meer of ik nou wel redelijk was geweest tegen Nick en Jack. En of Draco me nog steeds leuk vond en wat Patty wel niet allemaal zou zeggen als ze me nu zag. Ze zou helemaal uit haar dak gaan als ze hoort wat ik allemaal deed! Ik begon ook steeds meer na te denken over mijn Meester, wie was hij? Waarom hielp hij mij? Was ik de enige die hem meester noemde? En misschien had hij ook wel wat met mijn Meester… Potter was een apart geval. Ik wist niet meer hoe ik tegen hem moest doen. Hij was tenslotte verre familie, had me gered van Sneep zijn straffen, deed nooit wat terug als ik hem pestte. Hoe moest ik hem nu nog aankijken? En als het straks allemaal weer goed was met mijn vrienden en ze hem uitschelden, hoe moest ik dan doen?

De sneeuw zakte en ik kwam weer op het 'droge' land aan. Vermoeid slofte ik door de poort en liep stil terug naar de LL-kamer van Zwadderich. Niemand mocht me zien. Met mijn capuchon op en in de schaduw liep ik door de kerkers en glipte de LL-kamer in. Met een zucht plofte ik neer op bed en viel bijna gelijk in slaap, de pijn niet te hoeven voelen.

----------------

Heey mensen!!

Heel erg bedankt voor jullie reacties!

Het is lang geleden, dat weet ik! Het spijt me heel erg maar ik heb het zo druk :

Ik hoop dat dit stuk het weer goed maakt!

Kusjes Noeks!!