Hierna komt er waarschijnlijk een tweede deel dat verder gaat met Samantha haar avonturen. De titel zal waarschijnlijk 'Ontmoeting van elkaar handen' heten uit gebrek van inspiratie voor een betere titel. ;;
Hoofdstuk 14:
Ze bleef dus haar uiterste best doen om uit te blinken in kruidenkunde en om niet verzeilt te geraken in Lumina haar gekke, impulsieve plannen. Professor Sneep was helemaal niet blij geweest dat de roosharige ravenklauwer in het midden van de nacht in zijn kamer was verschenen en hem bedreigd had tot met de dood. Professor Perkamentus had een lange discussie met de jonge vrouw gehad en haar proberen overtuigen dat Samantha helemaal niet gek was geworden. Samantha betwijfelde of Lumina er ook maar één woord van geloofd want iedere les bleef haar vriendin professor Sneep in het oog houden. Bibi natuurlijk vond dit uiterst amusant en probeerde zelfs niet om Lumina tegen te houden. Het verbaasde Samantha dan ook niet dat ook zij naar professor Perkamentus zijn kantoor werd geroepen sinds zij de reden was waarom Lumina de man bleef aanvallen en wandelde naar het kantoor die ze al een paar keer eerder had gezien. Ze vond het altijd leuk om naar de oude man te gaan sinds hij altijd nieuw snoep aanbood. Ze zei het paswoord dat haar was gezegd geweest en de trap die naar zijn kantoor leidde gleed tevoorschijn. Ze ging naar boven en klopte op de grote deur aan. Er volgende een antwoord en ze ging het kantoor binnen. De man zat achter zijn bureau en keek haar met glinsterende ogen aan. Het leek alsof dat zijn enige expressie was, dacht Samantha en ging gaan zitten. "U weet waarschijnlijk niet waarom u hier bent," zei hij en glimlachte geruststellend. "Heeft het iets met Lumina te maken?" vroeg ze. De man schudde zijn hoofd en plotseling voelde ze zich een heel stuk minder op haar gemak. "Het is voor iets anders?" bracht ze stil uit. Toen viel haar te binnen wat professor stronk twee weken geleden had gezegd. "OH!" Professor Perkamentus glimlachte en bood een schaal met pastelkleurige snoepjes aan. Samantha nam er één aan. "Het heeft te maken met professor Stronk en dat ik in de leer wil gaan bij haar."
"Inderdaad," zei hij en keek plotseling een stuk serieuzer. "Ik wil graag je redenen weten sinds ik twijfel dat je dit alleen voor jezelf doet." Zijn blik verzwakte echter weer, maar Samantha wist niet wat ze hieruit moest aflezen. Ze kon het niet verhelpen van te blozen en beet op haar lip. De man had uiteraard gelijk dat ze dit niet alleen voor zichzelf deed. Ze wist ook dat ze geen saaie bureau job wilde doen in het ministerie waar ze ook nog eens in de gaten zou gehouden worden door haar moeder. Ze zou geen minuut rust vinden en zich uiterst miserabel voelen als ze daar zou werken. Hier zou ze vrijer zijn, ze zou iets doen waar ze wel interesse voor had. Bibi zou hier blijven en uiteraard was hij er ook. Ze schrok wakker uit haar gedachten wanneer ze zijn blik op haar voelde, blijkbaar nog steeds aan het wachten op aan antwoord van haar. "Ik doe dit inderdaad niet alleen voor mijzelf," gaf ze eerlijk toe, "maar ik weet wel zeker dat ik dit wil doen in plaats van die bureau job op het ministerie." De man leek te begrijpen wat ze bedoelde want hij knikte en leek al een stuk meer gerustgesteld.
"Je snapt toch dat ik dit moest weten? Ik moet zeker kunnen zijn dat je niet in het midden van je opleiding opheeft omdat je het voor iemand anders deed en niet voor jezelf." Samantha vroeg zich af hoeveel de man afwist en had het gevoel dat hij leek te weten wie die persoon was voor wie ze bereid was op zweinstein te blijven, in de hoop dat hij haar zou opmerken. "Ik begrijp het," bracht ze uit. Ze nam opnieuw wat snoepgoed aan dat de man haar aanbood.
"Goed," zei de man. "Nu dat opgeklaard is kan ik met het papierwerk beginnen die hierbij gepaard gaat en u meedelen dat u in leer kunt gaan bij professor Stronk. Dat zegende als uw examens tenminste vlot verlopen, maar daar twijfel ik niet aan. Veel succes met de komende examens." De oude man boog zich over een stuk perkament en begon met een helleboel dingen neer te schrijven. Samantha stond op en verliet het kantoor met een vreemd gevoel in haar. Ze kon hun maar beter niet teleurstellen, dacht ze toen ze de trappen afging. Ze zou help moeten vragen aan een professional. Inderdaad, ze zou Bibi om hulp vragen bij het studeren.
Natuurlijk had Bibi geen moment willen wachten met het plannen van hun studie en had Samantha direct meegesleurd naar de bibliotheek. Terwijl Lumina haar boeken als hoofdkussen gebruikte stampte Bibi de vele informatie in Samantha 's hoofd. "Moeten we dit zelfs leren?" vroeg Samantha toen ze aan een deel kwamen van het boek waarvan ze helemaal niets herkende. "Hmmm," zei Bibi afwezig terwijl ze nakeek of ze het onderwerp wel hadden gezien en na vijf minuten tot de conclusie kwamen dat ze het helemaal niet moesten kennen. Lumina liet een luid gesnurk horen en mompelde onverstaanbare dingen in haar slaap. "Zo wil ik ook wel leren" zei Samantha mistroostig en liet een geeuw horen. "Je vroeg om hulp aan de Bibi, dan krijg je hulp van de Bibi. Klaag wat minder en vat dat hoofdstuk samen sinds je nota's daarvan schandalig slecht zijn," zei Bibi die pagina's aanduidde en haar dreigend aankeek. "Als je wilt slagen zul je heel wat moeite moeten doen." Samantha liet een zucht horen en ging verder met het hoofdstuk samenvatten. Dit was helemaal niet hoe ze het in gedachten had gehad, maar ze had het gevoel dat ze bijleerde en daar kwam het op neer. Alle laatste jaar zaten zuchtend over hun boeken gebogen terwijl de leraren toekeken en mensen die teveel praatten een berisping gaven. Ze was opgelucht geweest dat professor Perkamentus haar een kans wilde geven, alleen wist ze nog niet hoe ze dit haar moeder zou uitleggen die had verwacht dat haar dochter een bureau job zou aannemen. Hoe langer ze het schrijven van die brief zou uitstellen, hoe erger de reactie zou zijn. Toch weerhield iets haar ervan om te schrijven. Ze werd echter uit haar gedachten gehaald toen Malfidus tussen haar en Bibi ging zitten.
"Draco ik wil niet met je praten," siste Bibi onder haar adem. Samantha wiens aandacht nu helemaal niet meer bij het schrijven van een brief zat, laat staan studeren, deed haar uiterste best om zo wel over te komen. "Het spijt me," zei de blonde jongeman nerveus en bijna onhoorbaar. "Ik kan waarschijnlijk mijn moeder overtuigen om af te wijken van dat uit huwelijksplan, maar mijn vader zal er alleszins niet mee blij zijn." Ze hoorde Bibi snuiven en zag een wenkbrauw naar omhoog gaan. "Je vader kan je geen vlieg meer kwaad doen sinds het ministerie iedere handeling van hem volgt en hij niet eens tien meter van bij zijn huis kan gaan vooraleer hij omsingeld is door schouwers." Zei ze niet onder de indruk van Malfidus zijn excuus. "Je zorgt ervoor dat je niet wordt uitgehuwelijkt met Patsy." Dat was overduidelijk het einde van de conversatie want Bibi besteedde haar aandacht terug aan het boek dat voor haar lag en Draco gleed van de bank af en liep de zaal uit. Samantha wierp Bibi een vragende blik toe, maar ging verder met haar schema toen ze Bibi's blik zag. Misschien kon ze beter er niets over vragen, dacht ze, maar kon de bezorgdheid niet van zich af zetten.
De weken die daarop volgden ging al hun energie naar studeren dat gepaard ging met paniekaanvallen, huilbuien of woedeaanvallen. Samantha was dan ook blij toen al de examens eenmaal voorbij waren en ze hun tijd buiten doorbrachten op het grasveld. Ze had ook al een aantal afspraken gehad met professor Stronk om meer informatie te krijgen over de opleiding die ze zou volgen. Het enige negatieve was het nogal kwade antwoord van haar moeder geweest op haar brief. Toen ze de brulbrief had gekregen was al het kleur in haar gelaat verdwenen en had ze geprobeerd met het ding naar buiten te lopen in de hoop dat niet iedereen het hoefde te horen. Ze was net voorbij de kerkers toen het ding zichzelf opende en gilde voor de hele school. "Het is een schande dat je leerkracht wilt worden met een job op het ministerie had je nog hogerop kunnen geraken! Kom het niet uithuilen wanneer je met het weinige geld dat je gaat verdienen niet rond komt! Ik help je niet meer!" Wat het niet beter had gemaakt was dat professor Perkamentus en Anderling een aantal meter verder van haar hadden gestaan toen het gebeurde. Nadat de brief zichzelf had verscheurd, had ze een lange tijd, zo had het toch aangevoelt, roerloos blijven staan. Marcel had haar een schouderklopje gegeven, terwijl Bibi en Lumina voorstelden om haar moeder te vermoorden (wat ze geweigerd heeft natuurlijk).
Er had zich ook een vergadering plaats gevonden waar er werd vermeld dat Samantha en Bibi in leer zouden gaan en dan de plaats over nemen van professor Stronk en Anderling. Een aantal leerkrachten hadden dit geweigerd en vonden dat ze te jong waren. Hierop had professor Anderling gewezen dat ze helemaal geen probleem hebben gehad toen Fleur voor defensie tegen de zwarte kunsten had gesolliciteerd. Algauw hadden ze hun mond gehouden. "Maar waarom gaat u weg Minerva?" vroeg een professor die Samantha niet kende. "Oh ik ga niet weg. Ik ben het nieuwe schoolhoofd," had de vrouw er nonchalant op geantwoord. "Het lijkt me een goed idee om me eindelijk terug te trekken in mijn tweede verblijf voor een beetje rust," vermelde de oude man terloops en glimlachte. "Zuurtje?" Daarmee was de vergadering afgesloten geweest en was er beslist dat Bibi en zij zouden blijven. Wat haar was opgevallen was dat Sneep helemaal niet aanwezig was geweest. "Ik zie zijn blik al voor me wanneer hij te horen krijgt dat we hier blijven," had Bibi grijnzend gezegd. Nu al dit alles voorbij was, waren ze aan het einde van het jaar.
Hier zat ze dan, voor de spiegel terwijl ze haar haren borstelde en nerveus wachtte op Lumina en Bibi. Vanavond was het eindfeest en ze zouden eindelijk weten of ze geslaagd waren of niet. op de één of andere manier kon Samantha het nerveuze gevoel niet van zich afzetten. Ze had een goed gevoel gehad bij haar examens en kruidenkunde was het gene wat het gemakkelijkste was gegaan. Wat dan ook het belangrijk is sinds ze een hoog cijfer nodig had om in leer te kunnen gaan.
Iemand klopte aan en ze legde de borstel neer. "Ja?" vroeg ze en Mandy stak haar hoofd tussen de opening. "Je vriendin staat buiten aan het portret te wachten. Ze doen nogal lastig sinds ze niet worden binnen gelaten." Samantha trok een wenkbrauw op. "Wat bedoel je juist met lastig?" Haar vraag werd dan ook beantwoord toen ze het luidde geschreeuw hoorde van Lumina. "SAM WAAR BLIJF JE?" Met een zucht stond ze op en ging naar beneden waar een hoop zevende jaar 's humeurig naar haar keken. Ze ging naar buiten waar Lumina nog altijd stond te roepen en kuchte luid. "Ein-de-lijk," zei Lumina en trok haar mee aan haar pols. "Waarom de haast?" vroeg ze verbaasd. "Bibi wilt zeker zijn dat zij het is die tegen de neus zegt dat jullie in leer gaan en dus ook hier les gaan geven en blijven," antwoordde Lumina en duwde een koppel aan de kant. "Ik wil ook als eerst bij de hapjes zijn en Zambini zijn jaarboek signeren." Samantha liet een zucht horen en liet zich meevoeren door haar vriendin die zich gillend een weg baande door het kasteel. Eindelijk bij de grote zaal aangekomen werd de greep rond haar pols zwakker en kon ze eindelijk haar pols wegtrekken. Geïrriteerd wreef ze over de rode plek waar Lumina haar had vastgegrepen. "Daar is ze!" Samantha sloeg Lumina 's hand weg en volgde haar vriendin die in een snelle pas naar Bibi stapte. De blondine stond bij professor Anderling, Perkamentus en Sneep te praten. Nieuwsgierig ging Samantha erbij staan. "Oh, nu weet ik weer wat ik je al laatst wilde zeggen, voor je mijn onderbrak en ik het vergat, Severus," zei Perkamentus, "ik stap op en Minerva neemt mijn plaats in." Samantha kon niet geloven dat de man het zo terloops vermelde en staarde met open mond naar professor Perkamentus die in zijn zak vol snoepgoed rommelde, blijkbaar op zoek naar een specifiek iets. "Albus... zei u net dat u opstapt?" vroeg professor Sneep verbaasd. "Waarom weet ik hier niets van?"
"U was niet aanwezig op de vergadering vorige week en was 'ongelofelijk' druk bezig deze week met verbeteren, dat ik je niet wilde storen," antwoordde Perkamentus en stopte een paarskleurig snoepje in zijn mond. "Wil ik weten wat er nog meer is besproken?" vroeg Severus knarsetandend. Hij was overduidelijk kwaad dat hij niet op de hoogte was gebracht. Op de een of andere manier begreep Samantha hem wel, maar waren die vergaderingen dan niet verplicht? "Ik en Samantha gaan in leer en geven hier volgend jaar les," zei Bibi en glimlachte. Het bleef een lange tijd stil vooraleer hij leek verwerkt te hebben wat er was gezegd. "Wat?" zei hij ongelofelijk stil en wierp professor Perkamentus een kwade blik toe. Samantha begreep niet waarom, maar beide excuseerden zich en op een afstand zag je professor Perkamentus en Sneep discussiëren. Uiteindelijk excuseerde professor Anderling zich ook en bleven Bibi, Lumina en Samantha alleen achter. "Hij was niet zo blij," bracht Samantha uit en keek naar Bibi. "Ik had verwacht dat hij meer geschokt ging zijn dan kwaad. Ik wordt alweer teleurgesteld!" Ze maakte een dramatisch gebaar en keek toen de zaal rond. Haar blik bleef rusten op de tafel waar een lange rij boeken lag. "Dus dat zijn de jaarboeken?" vroeg Samantha en keek verveeld naar de meisjes die hun boeken doorbladerden en af en toe hysterisch gekrijs lieten horen. "Ik kan niet geloven dat hij mijn boek heeft getekend!" zei een meisje uit Ravenklauw schril en giechelde hevig met haar vriendinnen. "Uiterst interessant," zei Lumina spottend en worstelde zich door het groepje heen naar haar eigen boek. "Oh doodsbedreigingen!" zei ze opgewekt en grijnsde trots. Bibi bladerde met tegenzin het hare door. "LUM! Kijk de foto van toen wij nog in het team zaten!" zei ze plots enthousiast. Samantha herinnerde zich die wedstrijd nog. Waarschijnlijk behoorde dat toe tot één van de negatieve ervaringen die ze had meegemaakt en een van de negatieve dingen die ze het liefst nooit meer moest herbeleven. Degene die had besloten hun in het team te steken had geweten dat er gewonden zouden vallen. Het duo praatte enthousiast verder over de wedstrijd terwijl Samantha haar eigen jaarboek zocht. Er stond niets speciaals in geschreven tenzij de paar berichten waar mensen haar complimenten gaven om haar zwerkbal prestaties. Ze legde het boek weer neer en zocht waar Lumina en Bibi waren gebleven, maar vond ze niet. Geïrriteerd met zichzelf blies ze de zoektocht af en besloot ze op de zaal gewoon rond te lopen. Ze zou toch ooit tegen het duo opbotsen, dacht ze.
"Hoi," zei een stem naast haar die afkomstig bleek te zijn van Marcel Lubbermans. Ze glimlachte. "Ook nerveus?" Natuurlijk was ze nerveus. Hij wist niet hoe belangrijk dit wel was voor haar. Haar toekomst hing hier van af. "Heel nerveus," antwoordde ze hem en kreeg een kleine glimlach van hem toegeworpen. "Ik kijk ontzettend uit naar het moment wanneer ik eindelijk kan vertrekken. Ik heb al een aantal plantkundigen gecontacteerd waarbij ik een tijd zou kunnen blijven! Het lijkt me ontzettend boeiend en leerzaam om planten te zien die we hier helemaal niet hebben." Zei Marcel enthousiast en ging maar verder en verder over hoe boeiend het zou zijn, maar Samantha verstond er maar de helft van. Professor Perkamentus en Sneep leken hun discussie te beëindigen en het leek erop dat Severus Sneep helemaal niet blij was met de beslissing die was genomen.
Hij was razend dat de oude man hem dit alles nu pas meedeelde. Hij had een ontzettend verkeerd moment uitgekozen, het soort moment waar hij verplicht was aanwezig te blijven sinds het een eindfeest was, maar dat kon hem niets schelen. Hij stond net op het punt om de zaal uit te vluchten, maar werd tegen gehouden door Albus met de mededeling. "Severus, we gaan zo de diploma's uitreiken. Je kunt niet weg gaan." Hij haalde diep adem en sloot zijn ogen terwijl hij zichzelf probeerde te beheersen. Het was ontzettend moeilijk.
"Je weet wel je momenten uit te kiezen om zoiets belangrijks te melden, is het niet?" Albus glimlachte naar hem. Waarom kon hij nooit kwaad blijven op de man? Hij had dit zich zo vaak afgevraagd. "Ik zou bijna denken dat je me gaat missen," zei Perkamentus met die twinkelde, geamuseerde ogen van hem. "Het stelt me gerust dat je nu tenminste leeftijdsgenoten gaat hebben in de staf." Hij fronste zijn voorhoofd en dacht toen terug aan wat Clear had gezegd. "Leeftijdsgenoten?" vroeg hij spottend.
"Ja, inderdaad leeftijdsgenoten. Mensen die niet meer dan vijftig jaar ouder zijn dan jou." Antwoordde Albus hem. "Ik weet ook dat je nu ontzettend overdrijft in je reactie en het niet zo erg vind zoals je nu doet alsof het is." Maar nog voor hij Albus een spottende opmerking over dat laatste kon toewerpen, was de man verdwenen in het menigte dat begon toe te stromen. Gefrustreerd begaf hij zich naar de tafel die beladen was met eten en drinken en schonk zichzelf iets te drinken uit. De oude man kwam echt weg met alles, dacht hij geïrriteerd en liet zijn ongenoegen overduidelijk blijken. Hij hoopte dat hij vanavond niet te veel van leerlingen gelukswensen moest toewensen, maar toen hij Draco op zich af zag komen, verdween het kleine beetje hoop dat hij nog had. "Draco," begroette hij ijzig.
"Clear vertelde mij net dat zij en haar roodharige vriendin hier blijven," zei de jongeman nors. "Waarom zo nors? Jij bent niet degene die iedere dag met ze opgescheept gaat zitten," zei hij bits terug en nam een slok van zijn drankje. Hij vond het walgelijk smaken. Teveel suiker. Typisch iets voor Albus.
Hij hoorde de jongeman naast hem spottend lachen. "Dat is het juist," zei hij stil, bijna onhoorbaar. Severus keek Draco verbaasd aan en dacht dat hij het verkeerd had gehoord. "En ik denk dat je het helemaal niet erg vind dat Middi blijft," deelde de jongeman mee. Hij verloor de grip op zijn glas. Het breken van het glas was niet eens hoorbaar in het menigte, maar voor hem leek dat wel. Hij zwaaide met zijn toverstok en de scherven vormden weer een glas. De grijns op de Draco 's gezicht ontging hem niet. Hij vernauwde zijn ogen en wilde iets spottend terug kaatsen, maar kreeg de kans er niet toe. Albus verscheen op het kleine podium en vroeg de afdelingshoofden bij hem. Dus wierp hij Draco een zure blik toe en beende naar het podium. Hij nam plaats tussen Albus Perkamentus en Ponoma Stronk op het kleine podium. De helft van de speech drong niet eens tot hem door, zijn aandacht ging naar het roodharige meisje dat naast Lubbermans stond. Een vlaag van jaloezie ging over hem heen. Wat zocht ze bij hem? Hij dacht terug aan de keer dat hij haar had aangetroffen met Tirion en hoopte dat hij haar vanavond niet op dezelfde manier aantrof met Lubbermans.
"Melissa Gonissen," riep Albus af. Een leerling van Ravenklauw kwam naar voren. Verveeld keek hij toe hoe iedere student die geslaagd was nerveus naar voren kwam en breed grijnzend hun diploma aannam. Ieder zou zijn eigen weg uitgaan vanwaar men dacht dat die de beste zou zijn. Toen Middi naar voren kwam, vroeg hij zich zelf af waarom zij dacht dat hier blijven, de beste beslissing was. Haar moeder werkte op het ministerie, ze had gemakkelijk zo een plaats daar kunnen krijgen en meer verdienen door daar te werken dan hier. Ook zou ze niet iedere dag in contact komen met breinloze tieners. Om eerlijk te zijn voelde hij zich onwennig in haar bijzijn. Vaak in haar bijzijn had hij gedachten die hij niet hoorde te hebben. Ze waren ongepast, zeker toen ze nog een student van hem was. Maar nu is ze geen student meer. Op één of andere manier maakt dat het nog meer onwennig. Al vond hij haar gezelschap niet irritant of ondraaglijk. De heks kreeg felicitaties toegewenst van iedereen en uiteindelijk ontmoeten haar ogen de zijne. Ze schonk hem een kleine, verlegen glimlach terwijl ze lichtjes bloosde. Hij feliciteerde amper studenten en zou dit keer geen uitzondering maken, zeker niet met de blik van Albus op hem gericht nadat hij nog geen kwartier geleden die ongepaste opmerking had gemaakt. Het ergerde hem dat de man gelijk was. Hij was niet kwaad omdat Middi hier les kwam geven. Hij was kwaad omdat de man hem dit nu pas vertelde, wetende dat Severus deze vakantie had besloten een groot deel ervan door te brengen op Zweinstein en daarom bijna iedere dag met haar in contact zou komen.
Middi opende haar mond om iets te zeggen, maar na een tijd sloot ze hem weer. Het was duidelijk dat ook zij zich onwennig voelde. Dat had hij wel vaker bij studenten, maar de meeste maakten zich dan ook zo snel mogelijk uit de voeten. Zij probeerde hem echter iets te zeggen. "Ik hoop dat u het niet erg gaat vinden om met mij samen te werken volgend jaar, in plaats van met professor Stronk." bracht ze uiteindelijk uit. Ponoma die naast hem stond, sloeg hem bemoedigend op de rug en lachte. Hij wist echt niet wat hij daarop terug moest zeggen, dus knikte hij nors. Hij vroeg zich af wat er door haar heen ging en wende zijn blik van haar rug af wanneer de roodharige jonge vrouw haar vriendinnen vergezelde. De volgende leerling was al op het podium verschenen, maar hij was weer verzonken in zijn eigen gedachten. Deze zomer zou uiterst interessant worden besloot hij in zichzelf en een kleine glimlach verscheen op zijn gezicht. "Ik heb veel van u geleerd," zei de leerling voor hem, een jongen vanuit Huffelpuf die gezakt was voor toverdranken en daardoor nooit in zijn gevorderde groep was geraakt. Hij snoof en negeerde de uitgestoken hand. "Dat betwijfel ik," zei hij spottend terug. De oren van de jongen werden rood en hij liep zo snel mogelijk het podium af. Ponoma liet een zucht horen. "Ik sprak de waarheid voor het geval dat je dat niet wist. De jongen was een ramp." Zei hij tegen de korte vrouw naast hem die hem beschuldigend aankeek. "Ik hoop dat zij evenveel zelfbeheersing heeft als ik. Het is soms moeilijk om jou niet te vervloeken," mompelde de vrouw onder haar adem, maar duidelijk genoeg voor hem om het te horen. Een grijns verscheen op zijn gezicht. "Bedankt voor het compliment," zei hij. "Het is helemaal geen compliment!" beet de vrouw hem toe, maar er was toch een glimlach te zien en ze schudde haar hoofd.
Ze had gehoopt dat hij iets terug zou zeggen, maar dat gebeurde helemaal niet. Ze voelde hulploos. Ze had helemaal geen idee hoe de man over haar dacht. Ze wist niet of hij haar haatte of ook, maar een beetje mocht. Ze haatte het feit dat ze zoveel zelfmelijden had en besloot de gedachte van zich af te zetten. Ze begaf zich naar de tafel waar de punch stond en schonk zichzelf wat punch in. Bibi was uiteindelijk weer verdwenen met Draco en Lumina was Zambini gaan lastig vallen. Ze glimlachte toen ze Lumina de jongen de dansvloer optrok. Ze vroeg zich af of ze nu medelijden met hem moest hebben, maar kon de lach van haar gezicht niet verbergen toen Lumina hem gebruikte om Tom te vloeren. "Waarom dans jij niet?" vroeg Marcel die plots naast haar verscheen. Samantha draaide zich naar hem toe en keek verveeld. "Geen zin," mompelde ze. De jongen lachte. "Ik wilde vragen of je interesse hebt om te corresponderen. Als ik eenmaal Europa aan het doortrekken ben." Samantha nam een slok van haar punch en luisterde aandacht naar de jongen zijn voorstel. Waarom niet? Hij kwam waarschijnlijk interessante dingen tegen, zoals hij voor de uitreiking tegen haar had gezegd, en zijzelf was vrijwel nooit op reis gegaan met haar moeder. Ze leefde zowat op de verhalen van andere die hadden rond gereisd, maar op een dag zou ook zij dat doen. "Oké," antwoordde ze en glimlachte. "Dat is dan geregeld." Zei hij opgewekt. Hij nam afscheid van haar met de belofte dat hij vlug zou schrijven en liep de dansvloer op waar hij danste met iemand die ze zelf niet goed kende.
Ze bleef een lange tijd verveeld de zaal ronddwalen. Morgen zou iedereen vertrekken en daardoor de school verlaten zijn. Het viel haar nu pas te binnen dat ze geen idee had waar ze zou slapen. In haar afdelingshuis of zouden ze een kamer apart krijgen? Ze moest toegeven dat ze er naar uitkeek om hier te werken, ook al wist ze dat ze er waarschijnlijk anders zou over denken na een aantal maand. Het zou vreemd zijn les te geven aan de jaren onder haar sinds ze sommige van die mensen kende. Ze liep terug naar de tafel om haar punch bij te vullen. "Heb jij Draco gezien?!" vroeg Patsy, al klonk het meer als een bevel. Ze keek neer op Samantha met een ongelofelijke air over haarzelf. "Waarom zou ik hem gezien moeten hebben?" vroeg Samantha nors. Patsy klakte met haar tong en leek meer en meer geïrriteerd te geraken. "Sinds jou vriendin zoveel tijd met heb doorbrengt." Geërgerd draaide Samantha met haar ogen. "En daarom moet ik weten waar Malfidus is?" vroeg Samantha spottend. "Het is duidelijk dat het feit dat je ze niet vind er op wijst dat ze niet gevonden willen worden en jij je neus niet in hun zaken moet steken." Geërgerd draaide Samantha met haar ogen en wilde van het afschuwelijke wicht weglopen, maar die had al Samantha 's pols beet gegrepen. Patsy had een koude blik in haar ogen en keek woedend naar Samantha, die poogde haar pols los te trekken uit het andere meisje haar greep. "Laat me los," siste ze. "Waar zijn ze!" Samantha schudde haar hoofd. "Dat weet ik niet!" Ze trok haar arm los en viel achterover. "Wat is hier aan de hand!?" Severus Sneep torende boven Samantha uit en liet zijn blik glijden naar Patsy, die lijkbleek zag. "Niets ernstigs professor," zei Patsy. "Een misverstand." Severus Sneep geloofde overduidelijk niet dat het om een misverstand ging, sinds hij zijn wenkbrauw optrok en Patsy intens aankeek. "Als ik nu kan gaan," zei ze verveeld. Professor Sneep knikte en Patsy verdween in het menigte. Het was pas toen dat hij leek op te merken dat Samantha nog altijd op de grond zat. Hij zwaaide met zijn toverstok en het bekertje met de punch die op de grond was gevallen verdween.
"Ga je daar de hele avond blijven zitten jufvrouw Middi?" vroeg hij en leek geïrriteerd. Samantha snoof en keek zuur naar haar professor of was het nu ex-professor of Severus? Ze besloot dat ze zijn naam niet kon gebruiken sinds hij haar daarvoor niet de toestemming had gegeven en het overduidelijk was dat hij haar nog zag als een student van hem. "Het uitzicht is geweldig vanaf hier," zei ze spottend en hoorde hem snuiven, maar hij stak toch zijn hand uit. Wantrouwig keek ze hem aan, maar nam uiteindelijk zijn hand aan. Deels door het feit dat hij haar een vernietigende blik toewierp, toen ze een lange tijd twijfelde. Hij hielp haar recht op en gaf haar een bekertje met nieuwe punch aan. Ze was niet langer kwaad op hem, maar wel nog geïrriteerd over het feit dat hij Patsy leek te hebben geloofd. Ze nam een slok van de punch die hij haar had aangeboden en keek nors voor zich uit. "Waarover ging die discussie nu echt over?" vroeg hij. "Ze vond Malfidus niet en wilde weten waar hij en Bibi waren," antwoordde ze hem. "Ik neem aan dat jij haar dat niet wilde zeggen en ze daarom kwaad werd." Zei de bleke man naast haar, zijn ogen op het menigte dat aan het dansen was gericht. "Inderdaad," bracht ze uit. "Het feit dat ik ook niet weet waar ze zijn, heeft er ook iets mee te maken."
"Ik betwijfel dat iemand dat duo vanavond nog zal vinden," zei hij. Samantha draaide zich om en keek de man aan. Het was duidelijk dat hij er meer van afwist, maar natuurlijk zou hij niets loslaten. "Als ik jou was zou ik nog genieten van de laatste momenten van vrijheid." Zijzelf trok een wenkbrauw op, natuurlijk minder indrukwekkend dan als hij dat deed of Bibi. "Severus, wat goed dat je al met haar opschiet," zei Perkamentus enthousiast en sloeg zijn arm over professor Sneep zijn schouder. Waarschijnlijk voor ondersteuning sinds het duidelijk was dat de man wat meer dan alleen punch had gedronken. De man sloeg professor Sneep bemoedigend op de schouder en liep toen naar de andere kant van de zaal waar hij iemand anders lastig viel. Er was een onwennige stilte gevallen tussen hun beide. Samantha had geen idee wat ze moest zeggen en besloot zich te concentreren op het uitdrinken van haar punch. "Nog een goede avond jufvrouw Middi," zei hij uiteindelijk, waarschijnlijk ook omdat professor Anderling en Stronk hun beide had aangestaard, wat redelijk eng was. "Samantha," zei ze en zag hem spottend een wenkbrauw op trekken. Toen draaide hij zijn rug naar haar toe en beende weg. Ze zag hem verdwijnen door de deur van de grote zaal en liet haar blik vallen op de tafel met hun jaarboeken. Ze zocht de hare op die nog altijd op dezelfde plaats lag waar ze hem had achtergelaten en bladerde erdoor tot ze op een pagina kwam met een puntig gekrabbel dat ze herkende als zijn geschrift. 'Ik betwijfel dat ik het erg zou vinden om samen te werken zolang je er voor zorgt dat de planten, kruiden, enz. bruikbaar zijn in mijn dranken. Ook de gedachte dat het Lubbermans had kunnen zijn in plaats van jou, maakt het een stuk beter, dat het uiteindelijk jij is met wie ik moet samen werken. S.S.' Ze glimlachte en deed het boek weer dicht, terwijl ze zich afvroeg of ze dit als een compliment moest opvatten. Deze zomer zou uiterst interessant worden, besloot ze met nog steeds die dwaze glimlach op haar gezicht.
FIN.
