Hallo allemaal, ik was Buffy (the vampire slayer) aan het kijken toen ik me ineens realiseerde dat het al een aardige tijd geleden is dat ik heb upgedate(Is dat een woord?) Anyway, in deze aflevering (2.17 'Passion') verteld Angel aan het begin en aan het eind iets over 'passion' zoals hij het noemt, ik heb besloten dat te gebruiken voor dit chappie (Dat zijn de bold/italic) stukjes.
Nog even bedankjes aan mijn reviewers:
Enelaya: Ik ben blij dat je tevreden bent, ik hoop dat ik het dit hoofdstukje niet weer overdreven heb.
Pirate-girly: Euhm... Mag ik die vlaggetjes hebben??? Wiehoo! Me wuvs Draco! Hum-hum anyway, hier is het volgende hoofdstuk.
Delacoure-fleur: #bloos, bloos# euhm... dankje!
Veel plezier met lezen!!!
Hartstocht
Hartstocht. Het is in ons allen aanwezig.
Met mijn handen voor mijn gezicht plofte ik neer op het bedHet was iets meer dan een week geleden dat Draco... Malfidus mij gedumpt had, naar de buitenkant hield ik mijn gezicht strak. Alsof het me niets kon schelen, maar van binnen. Van binnen werd ik verscheurd, voerde ik een constant voortdurend gevecht. Een gevecht tegen mijn liefde, verdriet en woedde.
Sluimerend, op de loer.
Meestal lukte het me mezelf onder controle te houden, rustig te blijven en normaal te doen. Zolang ik maar bezig bleef. Maar op de momenten dat ik alleen was viel het aan, raakte het me dieper en harder dan daarvoor. Het breekt me, verscheurt me en neemt me over.
Vanochtend betrapte ik mezelf erop dat ik had geslaapwandeld, ik slaapwandel nooit. Maar toen ik wakker werd lag er midden in de slaapzaal een schrift, mijn schrift. Op elke bladzijde stonden hartjes en de letters DM, woedend had ik alle blaadjes eruit gerukt en daarna in de prullenbak verbrand. Het voelde alsof mijn leven niet meer van mij was, maar van mijn hartstocht.
Ongewenst en ongevraagd roert het zich, opent zijn muil en huilt het.
"Julie?" Snel schoot mijn hoofd omhoog naar de deuropening. Hermelien's gezicht verscheen in de deuropening: "Ah, daar ben je. Kom je? We hebben toverdranken."
Ik knikte, pakte mijn tas en liep achter haar aan. Terwijl we de trap afliepen voelde ik dat ze mij een zijdelingse blik toewierp. Dat deden ze de hele tijd, aangezien ik er niet over wou praten vroegen ze niet meer. Maar de bezorgde blikken bleven.
Ik herinnerde me nog vorige week woensdag tijdens de lunch, het was net 3 dagen uit. Will had Ginny en Hermelien op de gang horen praten over mij en Malfidus. Hij was de grote zaal binnengestormd en had na vijf minuten tegen hem geschreeuwd te hebben Malfidus een blauw oog en een bloedlip geslagen. Zelf hield hij er een gezwollen wang en een week lang strafwerk op na. Later ging ik met hem praten, ik verzorgde zijn wond en vroeg hem zich er alsjeblieft over heen te zetten. Eerst sprak hij me tegen maar na een blik op mijn gezicht knikte hij. Het was zo'n schat.
"Hè Weedle, wat heb je Draco betaald zodat hij met je uit zou gaan?!"
Ik zuchtte Patty Park, alweer. Kon dat kind nou nooit haar waffel houden? Ik pakte mijn toverstok en wou net een monddicht bezwering op haar uitspreken toen Hermelien me aanstootte en gebaarde naar het eind van de gang. Sneep! Snel stopte ik mijn toverstok weg. Voordat Zweinsteins grootste vleermuis me zou zien en ik wéér strafwerk zou krijgen.
Stil liepen we het lokaal in en ik ging achteraan in het lokaal zitten, tussen Hermelien en Ron. Toverdranken was een van mijn beste vakken, daarom kon Sneep me volgens mij wel schieten. Daarom merkte hij elk klein foutje aan zodat hij me altijd nog een B of een A kon geven en Malfidus zijn lievelingetje kon blijven.
Deze les had ik echter geen enkele zin om ook maar iets te doen, Hermelien die mijn partner was gedroeg zich als de allergrootste schat ooit en deed in haar eentje onze toverdrank zonder mij ook maar een kleine berisping te geven. Ik zou haar er later wel voor bedanken.
Weer zuchtte ik en droomde weg terwijl ik naar de lichte rook uit de ketel keek, het deed me denken aan de haarkleur van een bepaalde jongen.
Hartstocht spreekt ons toe. Het leidt ons. Hartstocht beheerst ons en wij gehoorzamen. Wat moeten we anders?
"AAAAH!" Ik sprong achteruit, midden op de tenen van meneer de chagrijn die iets in mijn oor had gesist. Snel deed ik een stap naar voren: "Het spijt me meneer!"
Maar het leed was al geleden en ik was de pineut. Op dat moment ging de bel.
Het lokaal liep leeg en toen iedereen weg was siste hij woedend: "Dat word nablijven juffrouw Weedle."
Ik slikte en hij ging verder: "Kom vanavond om vijf uur naar de lerarenkamer, daar zal u uw straf horen. En trek maar oude kleren aan." Ik knikte, pakte mijn tas en verliet het lokaal zo snel als ik kon.
De rest van de dag was ik er niet bij maar gelukkig wist ik nog meer nablijven te ontwijken met behulp van mijn allerliefste vrienden.
Toen om vier uur eindelijk de bel ging die het eind van de schooldag aankondigde rende ik naar boven om me om te kleden, daarna rende ik weer snel naar beneden naar de lerarenkamer. Om vijf voor vijf kwam ik hijgend tot stilstand voor de deur van de lerarenkamer. Toen ik weer normaal ademde klopte ik op de deur en deed hem open. De lerarenkamer was leeg op professor Anderling na: "Hallo professor."
Ze keek op van het boek dat ze aan het lezen was: "Oh, hallo juffrouw Weedle."
Toen deed ze een bladwijzer tussen het boek, sloeg hem dicht en legde hem weg. "Proffesor Sneep had een afspraak vanavond waar hij niet onderuit kwam. Dus heeft professor Perkamentus voorgesteld dat ik voor je zou zorgen, aangezien ik ook een leerling heb die moet nablijven." Aan haar gezicht kon je zien dat ze het niet vrijwillig had gedaan. "Maar we moeten nog even wachten op mijn leerling, oké?"
Ik knikte en ze zei: "Ga zitten, hij is waarschijnlijk toch te laat."
Een beetje onwennig ging ik zitten en keek uit het raam, ik zag Hagrid buiten rondlopen. Met muil op zij hielen. Ik mocht Hagrid graag, vrijdag hadden Harry, Ron en Hermelien me mee op bezoek genomen. Hij was erg aardig, alleen kon hij absoluut niet koken. Bijna had ik mijn tanden gebroken op een krentenbol. Gelukkig had ik niet te enthousiast gebeten.
Toen de staande klok in de lerarenkamer vijf uur begon te slaan klonk er een klop op de deur. Professor Anderling stond op: "Ah, daar zul je hem hebben."
Ze liep naar de deur en deed hem open, wat ze zei hoorde ik niets van. Mijn hoofd werd leeg, maag draaide om, mond werd droog en mijn hart scheurde in duizend stukjes en zakte naar mijn schoenen. Want achter de deur die net open ging stond Draco... Euhm Malfidus bedoel ik. Ik kon niet geloven dat ik nou net met HEM strafwerk moest maken. Dit kon niet waar zijn!
Soms is de pijn ondraaglijk.
Ineens liep professor Anderling om D.. Malfidus heen. Zonder ook maar een woord te verstaan van wat ze zei liep ik achter haar aan. In het voorbijlopen gaf ik hem een ijskoude blik... Oh my god, had ik dat nou goed gezien? Zag ik pijn in zijn ogen?
JULIE LOOP! Hij heeft je gedumpt, niet meer aan denken! Ik rechtte mijn schouders, tilde mijn kin op en liep achter Anderling aan.
Twee verdiepingen hoger stopte ze, bij een lokaal. Ze opende de deur en gebaarde ons naar binnen te gaan en te gaan zitten. Gedwee ging ik in een tafeltje tegen het bureau aan zitten, Malfidus zat twee stoelen achter me. Ik voelde hem gewoon zitten, oh hoe graag wou ik opstaan en hem zoenen, of hem gewoon een keer flink in zijn gezicht slaan. Maar dat kon niet, ik was de sterkere en ik hoef dat niet te doen. Hield ik mezelf voor.
Anderling legde een stuk perkament en een ganzenveer voor ons neer: "Jullie gaan strafregels schrijven; honderd keer: 'Ik moet beter opletten tijdens de lessen.' Begrepen?" Daarna ging ze weer in het boek, dat ze had meegenomen uit de lerarenkamer, zitten lezen.
Ik knikte en begon te schrijven, maar na drie keer kon ik me al niet meer concentreren. Ik voelde Malfidus' ogen als lasers in mijn rug en of ik het wilde of niet, ik kreeg er rillingen van.
Dus staarde ik glazig voor me uit terwijl ik mijn best deed stil te blijven zitten. Om me bezig te houden begon ik maar wat op de binnenkant van mijn hand te krabbelen met de pen. Toen ik even later keek zag ik dat er runen opstonden. Ik herkende ze alle vier: verandering, kennis, verrassing en mysterie. In stilte vroeg ik me af hoe ik die zo precies had kunnen tekenen.
Mijn gedachten werden verstoord door professor Anderling die opstond: "Juffrouw Weedle en meneer Malfidus, ik moet even weg. Ik neem aan dat ik erop kan vertrouwen dat jullie je gedragen, zo niet..." Toen draaide ze zich om en liet de dreiging in de lucht hangen.
Pas toen de deur achter haar dicht sloeg besefte ik het, nu zat ik alleen met Malfidus in een lokaal. Ik was verdoemd, iemand daarboven haatte me... Ik wou dat ik hem nooit lief had gehad. Ik wou dat... Dat... Dat ik hem nooit had gekent!
Als we zonder hartstocht konden, zouden we misschien rust vinden. Maar dan zouden we van binnen hol zijn. Lege vertrekken, donker en bedompt.
"Juul?" Zie je wel, daar begon het al.
Ik zuchtte: "Nee."
"Juul, alsjeblieft?"
"Nee."
Ik hoorde hoe zijn stoel naar achter schoof en ging zelf ook staan, vastbesloten om wat hij dan ook wou gaan doen de kop in te drukken.
"Juul?"
Nu werd ik het zat, schijt aan de sterkste zijn! Ik draaide me om en viel uit.: "Nee! Geen Juul, of Julie, en geen alsjeblieft. Jij hebt het uitgemaakt, overleef de consequenties!"
Ik zag het verdriet in zijn ogen, maar het kon me niets schelen. Het was zijn eigen stomme fout! Ademen werd moeilijker.
"Juul, luister nou naar me..." Hij stak zijn hand naar me uit.
Met geen idee wat ik wou doen pakte ik zijn hand vast met mijn 'runenhand' en verstrengelde onze vingers: "Ik zal je eens wat laten zien" verluisterde ik.
"Your vision's blurred by someone dark,
Even if you wanted you couldn't see the spark.
Let you be me and me be you,
So you can finally see the truth.
May this help you to find the light,
That you can see what's wrong and right!"
Mijn ketting gloeide en hierna volgde er een flits die me achteruit blies, ik voelde hoe mijn hoofd de muur raakte en daarna werd alles zwart.
Zonder hartstocht... zouden we pas echt dood zijn.
Dit was het dan, ik hoop dat jullie het mooi vonden... #zucht# dit was weer een snotter chappie hè?
