Brieven POV Em
Ik zit aan de tafel van Zwadderich, Patty praat opgewekt over van alles en nog wat, ik en Draco proberen haar te negeren. "We hebben zo toverdranken" deelt Draco mee, om een einde aan het gebrabbel van Patty te maken. "Heb jij dat verslag gemaakt?" vraagt ik hem. Hij grijnst en zegt "ik hoef zo'n verslag nooit te maken, ik ben zijn lievelingetje!". "Dat zullen we nog wel zien" zeg ik en ik sta op omdat de les zo begint.
Draco loopt naar ons gebruikelijke tafeltje, Benno en Patty volgen hem. Ik loop naar Severus en vraag fluisterend "waarom hoeft Draco nooit een verslag te maken?". Severus kijkt me verbaasd aan en zegt "moet hij wel". "Moet hij niet" breng ik er tegen in, waarna ik naar onze tafel loop. Severus wil de les net beginnen als de deur open gaat, professor Anderling loopt ons lokaal in. "Wil juffrouw Prins met mij meekomen?' vraagt ze, ik snap niet waarom, maar ik sta toch op. "Waarom?" vraagt mijn neef. "Gaat niemand iets aan, ze moet naar Perkamentus" zegt ze en ze loopt het lokaal uit, ik volg haar.
Ze klopt op de deur van het kantoor van het school hoofd, "Binnen" zegt die. We gaan naar binnen, ik kijk het kantoor rond. Voor het raam zit een uil, ik herken de uil, het is de uil van mijn meester. "Juffrouw Prins, kun u mij uitleggen waarom deze uil zijn aan jou geadresseerde brief niet aan mij wil geven?" vraagt hij, ik knik. "Omdat het een brief voor mij is" zeg ik. "Zou u de brief willen pakken?" ik knik en loop naar de uil. Ik neem de brief en loop terug naar waar ik net stond, ik het midden van het kantoor. "Zou ik de brief mogen lezen?" vraagt Perkamentus, ik schudt mijn hoofd. "Dan mag u nu gaan" zegt hij, ik verlaat zijn kantoor.
Die avond zit ik op mijn bed met de brief in mijn handen, ik denk na of ik hem wel openmaken moet. Ik besluit dat wel te doen en ik pak de brief eruit, vouw hem open, en begin te lezen. :
Beste Emelie,
Je moet nu naar het bos, het is belangrijk.
Ik kan niet zeggen waarom, voor als iemand ondanks mijn goedgetrainde uil de brief in handen krijgt.
Neem gedroogde dille mee, dat is nodig.
Neem ook je cape mee, vraag niet waarom.
Zorg dat niemand te weten komt wat je gaat doen, als er wel iemand achter komt, gebruik je staf.
Ik wacht op je op de open plek, op de stam.
Kom snel,
M.
Snel pak ik mijn cape en de dille, en ik ga op weg naar het bos.
Ik kom op de open plek, ik zie mijn meester al zitten op de stam. "Sorry dat het zo lang duurde meester" zeg ik. "Geeft niet, heb je de dille?" vraagt hij, ik knik en overhandig hem de dille. Hij strooit het rond, zodat we in een cirkel van dille staan. "Waarvoor is de dille nodig?" vraag ik. Meester kijkt me aan en zegt "zodat we kunnen verdwijnselen". Hij pakt mijn hand, en we zijn vertrokken.
