Hoofdstuk 13
Met een schok kwam ik overeind. Mijn ogen stonden wijd open en het zweet droop van mijn voorhoofd. Een misselijkmakend gevoeld maakte zich meester van mij en warm speeksel kroop in mijn mond. Rillingen kropen over mijn rug zonder dat ik wist wat er was gebeurd.
Het was vier uur 's ochtends, heel vroeg dus. Ik kroop snel uit mijn bed toen ik een kostaanval op voelde komen en ik was nog maar net op tijd bij de wc.
Er was iets mis. Ik wist het zeker en het lag niet aan mij. Het was een waarschuwing, een roeping!
Wanhopig rende ik terug naar mijn kamer en kleedde me zo snel ik kon aan. Ik pakte mijn gympen en op blote voeten rende ik weg.
Zo stil ik kon stormde ik de trap af, ik mocht niemand wakker maken. Ik pakte mijn dunne jackje en liep naar de deur, maar bleef plots staan toen ik me bedacht.
Ik sloop terug naar de woonkamer en liep naar een van de honden, Beer.
"Beer, stil en kom mee, we moeten even ergens heen," zei ik zacht en gehoorzaam liep Beer met mij mee.
Buiten deed ik mijn schoenen aan en keek nog even naar het raam van mijn slaapkamer. Ik meende iemand voor het raam te zien staan, maar gaf er niet veel aandacht aan en verdwijnselde met Beer.
Ik kwam op een plek uit die ik maar al te goed kende, het was het verboden bos van Zweinstein. Waarom bracht hij me hier heen?
Langzaam liep ik de rechterkant op en kwam uit bij een van de vele meertjes in het bos. Ik zag iets op de grond liggen, maar van veraf kon ik niet goed zien wat het was. Het was donker en licht grommend liep Beer naast me, dicht naast me zodat hij me beschermde.
Ik begon te rennen en een vreselijk voorgevoel bekroop me. Hij kon niet… hij mocht niet… had hij…? Vragen kwamen in me op en ik wilde niet dat ze beantwoord werden, maar dat werden ze toch.
Tranen sprongen in mijn ogen toen ik dichterbij kwam en de paarse mantel zag. Een paar meter van hem af stopte ik en sloeg ik mijn handen voor mijn mond, ik begon te snikken. Na een paar seconden liep ik naar mijn Meester toe en knielde naast hem neer.
"Nee, waarom? Waarom nu, op het moment dat ik u het meest nodig heb? Ik kan niet zonder uw hulp, hoe moet ik het anders vinden? Waarom heeft u de regels overtreden?" Ik snikte luid en keek naar het dode lichaam. Hij kon alleen dood als hij zich niet aan de regels hield en zelfs in de ergste gevallen, hield hij zich toch aan de regels! Dit moest echt iets vreselijks zijn waar hij de toekomst voor wilde veranderen en daarvoor dood wilde gaan.
Beer gromde en snuffelde aan zijn hoofd dat verborgen lag achter een klein maskertje.
"Af Beer, dit is niet iets waar jij aan moet komen," zei ik streng en keek naar het masker.
Huilend rende ik de gangen door en de trappen op en af. Waarom moest hij me zo kwetsen? Uiteindelijk kwam ik in de donkere zaal met de blauwe fakkels en viel daar op mijn knieën neer.
"Waarom deed hij dit? Waarom moest hij mij zo kwetsen?" riep ik uit en snikte hartverscheurend. "Kon u me niet vertellen dat dit me zou gebeuren? U wist het! U wist het en u deed niets!" riep ik en zocht iets om mee te gooien.
Ik trok mijn halsketting af en gooide het hard weg, de duisternis in waar ik het tegen de muur kapot hoorde springen. Meteen kreeg ik er spijt van en begon nog erger te huilen.
"Meisje toch," zei hij terwijl hij aan kwam lopen. Hij knielde bij mij neer en nam mij in zijn armen. Ik snikte nu alleen nog en drukte mijn gezicht weg in zijn paarse mantel.
"Ik heb je gewaarschuwd, met alles wat ik kon doen."
"Waarom zei je het niet gewoon?"
"Omdat ik dan die regels overtreed en dan zul je helemaal niemand meer hebben die voor je zorgt, dat wil je toch niet?"
"Waarom dan niet? Gaat u dan dood?" vroeg ik sceptisch en ik hoorde hem zachtjes lachen.
"Als het moment daar is zul je het begrijpen, ik ben ook maar een dienaar van de grote heerser hier op aarde en ik ben er om dat aan jou door te geven. Alles om je heen probeert je iets duidelijk te maken, onthoud dat goed. Ik zal je altijd helpen en waarschuwen, maar niet met woorden."
"Ik snap nog steeds niet waarom u me niet gewoon had kunnen vertellen wat me te wachten stond zodat ik me nu niet zo vreselijk verscheurd zou voelen."
"Zoals je weet, kan ik in de toekomst kijken en als het geen wereld ramp zou zijn, zou ik het de mensheid zelf laten oplossen. Pas als het een wereldramp zal zijn, zal ik ingrijpen, maar daarna zul je mij nooit meer zien. En onthoud, dit gaat gebeuren, alles wat ik je leer en je zeg moet je onthouden voor als je het eens nodig zal hebben en dat heb je."
"Waar heeft u het echt over, u doet alsof ik twintig ben en alles begrijp, maar ik ben pas 13 hoor." Meester moest lachen en ik grinnikte mee, daarna gaf hij mij een zakdoek en ik nam hem dankbaar aan.
Hij was altijd als een vader voor me geweest, een goede vader. Ik zou hem missen, meer dan ik wilde en nog eens liepen de tranen over mijn gezicht.
"Wanneer gaat u me eindelijk eens uw gezicht laten zien?" vroeg ik nieuwsgierig.
"Wanneer de tijd daar is," zei hij en ik hoorde dat hij glimlachte.
"Dat zegt u altijd, maar zo een tijd is er nooit geweest."
"Geloof me, het duurt niet zo lang meer."
"En hoe lang is niet zo lang?"
"Een paar jaar maar."
"Een paar jaar? En dat noemt u niet zo lang meer?"
"Voor de tijd dat ik al leef, is dat niet zo lang."
"Maar ik leef nog niet zo lang, dus voor mij is het wel lang!"
"Het gaat snel voorbij, dat beloof ik. Je zult er eerder achter komen dan je wilt."
Ik wist nog steeds niet wie hij was. Misschien bedoelde hij dit moment wel, misschien wilde hij dat ik nu eindelijk zijn identiteit te weten kwam, misschien moest ik met mijn eigen handen zijn ogenmasker afzetten, nu hij dood was.
"Hoe weet u dat toch allemaal? Ik bedoel, kunt u ruiken of er hier iemand is geweest ofzo?" vroeg ik verbaasd toen hij onze prooi op het spoor was.
"Laat je intuïtie je leiden en praat met de natuur, de bomen."
"Wat?"
"De bomen, sluit je ogen en luister naar de wind die de bladeren laat ritselen. Je ontdekt een bepaald patroon en als je het vaak genoeg doet leer je vanzelf die taal begrijpen."
Vanaf die dag ben ik elke dag naar het bos gegaan om de taal van de natuur te leren begrijpen en het had geholpen.
Ik sloot mij ogen en ontspande me. Ik vergat alles even om mij heen en luisterde rustig naar wat de natuur mij te zeggen had.
Toen ik mijn ogen weer open deed stond mijn besluit vast, ik zou er nu achter komen wie hij was.
Toen ik zijn mantel een stukje opzij schoof zag ik een brief in zijn mantel zitten. Ik haalde het eruit en keek erop, er stond met sierlijke letters 'leerling' op. Moest ik eerst de brief lezen, want hij was duidelijk aan mij gericht, of eerst zijn identiteit?
Met vlugge vingers maarte ik de brief open en begon hem te lezen, wat vervolgens niet lukte.
Het was een onleesbare taal en stomverbaasd keek ik ernaar, dacht hij echt dat ik dit zou kunnen lezen? Ik draaide de envelop om en er stond in kleine lettertjes iets op.
Ik zie jou als jij mij ziet,
Ik ben hetzelfde als jij bent,
Ik doe wat jij doet,
Ik zie wat jij ziet,
Ik ken jou beter dan iemand anders,
Ik begrijp je beter dan iemand anders,
Ik ben je beste vriend,
Ik ben het beste te vertrouwen
Wie ben ik?
Ik keek ernaar, een raadsel. Geërgerd zuchtte ik, ik was nu niet in de stemming een raadsel op te lossen! Hoe zou hij in hemelsnaam kunnen denken dat ik mij nu kon concentreren terwijl hij net was overleden!
Ik stopte de brief in mijn zak en keek naar hem. Na wat moed verzamelt te hebben deed ik het masker af.
Tot mijn grote teleurstelling was het een gezicht dat me niet bekend voorkwam.
Hij had bruin haar en was een jaar of vijftig, iets wat ik me niet had voorgesteld. Ik zuchtte en streelde even over het voorhoofd van de man, hij was altijd al als een vader voor me geweest.
Beer stond op en begon onrustig heen en weer te lopen en te grommen. Ik keek naar Beer en concludeerde dat hij merkte dat er iemand aan kwam, maar dat zou vast wel een dier zijn. Met een diepe zucht deed ik de mantel helemaal over mijn meester heen voor ik hem nog eens had gecontroleerd op aanwijzingen.
Ik stond op en liep een eindje weg, niemand hoefde hem hier te zien.
"Incendio," zei ik zacht en met een grote vlam vloog het lichaam in brand, na een paar tellen was er alleen nog maar een hoopje as over en ik slikte de tranen weg.
"Vaarwel, meester," zei ik. Ik draaide me om en liep het boos weer in, Beer nog steeds behoedzaam naast me.
Toen ik een honderd meter het bos weer was ingelopen hoorde ik een luide kreet van iemand die zeer gefrustreerd was. Ik schrok, er was dus wel iemand. Mijn hand gleed naar Beer toe en toen ik hem vast had hoorde ik voetstappen. Geschrokken keek ik om, ik moest me snel concentreren.
"Hé! Wacht!" riep een persoon, maar met een plopje was ik weg en kwam ik op het Grimboudplein terug.
Vermoeid zat ik aan de tafel, ik was maar een uurtje weg geweest. Het was nu dus vijf uur 's ochtends en ik was alweer bekaf.
Ik zuchtte, ik voel de me leeg van binnen, alsof er iets miste. Dat deed het ook, ik had net de man verbrand die ik eigenlijk als mijn vader beschouwde.
Ik stond op en zette koffie, daarna schonk ik mijn beker vol en dronk het op, schonk nog eens mijn beker vol en dronk het weer op. Na zeven bekers was de kan leeg en voelde ik me eindelijk wat minder moe. Normaal zou ik na zeven bekers koffie door het huis aan het springen zijn van energie, maar vandaag was niet normaal.
Ik haalde de envelop tevoorschijn en keek naar het gedichtje. Ik had waarschijnlijk het gedichtje nodig voor de tekst die op de brief stond.
Echt, wat stond er in hemelsnaam op? Welke taal was dat in hemelsnaam? Hoe dacht mijn meester dat ik dit kon ontcijferen?
Ik draaide de envelop weer om en keek naar het gedicht.
Ik zie jou als jij mij ziet,
Ik ben hetzelfde als jij bent,
Ik doe wat jij doet,
Ik zie wat jij ziet,
Ik ken jou beter dan iemand anders,
Ik begrijp je beter dan iemand anders,
Ik ben je beste vriend,
Ik ben het beste te vertrouwen
Wie ben ik?
"Van wie is dat?" vroeg opeens een stem en ik schoot overeind van de schrik. Geschrokken keek ik om en zag Draco staan.
"Draco, wil je me nooit meer zo laten schrikken!" zei ik nog steeds zwaar ademend.
"Wil jij voortaan een berichtje achterlaten als je midden in de nacht verdwijnt?"
"Huh? Wat bedoel je?"
"Je weet precies wat ik bedoel, Mel," zei hij scherp en zette opnieuw koffie. Hij had zich al aangekleed en al en stond met zijn rug naar me toe. "Waar ging je heen?"
"Doet er niet toe," zei ik en zuchtte.
"Dat doet er wel toe! Jij sluipt midden in de nacht weg zonder ook maar iets achter te laten! En dan ontken je het nog ook! Ik zag je en ik heb het recht om te mogen weten waar je heen ging."
"Draco! Waarom maak je er zo een probleem van?"
"Omdat ik niet wil dat je me ergens van buitensluit, je doet de laatste tijd zo vreemd! Ik weet echt wat er aan de hand is!"
"Draco, je denkt toch niet dat ik-"
"Nou, ik weet niet meer wat ik denk! Ik weet niet wat ik van jou moet denken!" zei hij met nadruk op jou.
"Draco doe niet zo belachelijk! Je weet toch dat jij de enige voor mij bent?"
"Dat heb je meerdere malen gezegd, maar niet alles wat jij zegt is waar en het zou een hoop verklaren." Dacht hij echt dat ik vreemd ging?
"Schat, ik zou nooit vreemd gaan! Je weet dat ik zielsveel van je hou, maar soms heb ik het gewoon even moeilijk met dingen om me heen en, je begrijpt het toch niet, het is een veel te lang verhaal en niemand weet ervan!"
"Hier, je hebt zoveel geheimen voor me, vertel me waar je heen ging en vertel me wat je allemaal doet, want dit gaat zo niet verder. Ik voel me gewoon niet fijn met het idee dat je geheimen voor me hebt."
"Het is een heel lang verhaal! En je, ik, ik weet niet of ik mag vertellen!"
"Mag? Van wie? Hier gaan we weer! Ik bedoel, je gaat met iemand om in het geheim!"
"Ja, nou ja, ging!"
"Wie?"
"Ik- ik- oké, ik vertel je alles, maar je moet beloven dat dit niet uitlekt en ik denk dat ik kan uitvinden waar Hét zich bevind."
"Ik luister," zei Draco en stond met zijn armen over elkaar tegen het aanrecht aangeleund.
"Toen ik net op school kwam had ik geen vrienden en niemand wilde wat met me te maken hebben, ik ging 's nachts altijd naar het bos en op een dag gebeurde er iets. Ik zag een dode eenhoorn liggen en een zwart gedaante zat erover gebogen. De lucht veranderde en ik kreeg nog amper adem. Het wezen kreeg me in de gaten, kwam op mij af en ik dacht dat ik dood ging, maar op dat moment kwam er een paarse straal tussen mij en het wezen en een persoon kwam naar ons toe. Hij verdreef het wezen en redde daarmee mijn leven. Ik was nieuwsgierig en wilde meer van hem af weten, hij zei dat we elkaar nog wel eens zouden zien.
Hij had gelijk. Een paar dagen later vond ik een geheime gang en die leidde me naar hem toe. Hij vroeg of ik nog steeds wilde leren hoe hij dat deed en ik antwoordde ja. Zo werd hij mijn meester en ik zijn leerling.
Hij heeft me vreselijk veel geleerd en me geholpen, hij werd meer dan alleen mijn meester, hij verving de plaats van mijn vader," zei ik zachtjes en legde toen de envelop op tafel waar met sierlijke letters 'leerling' op stond.
"Dean was ook zijn leerling, vandaar dat Dean wel uit dit huis kon verdwijnselen. Dean heeft zijn macht misbruikt!" Een gevoel van woede kwam op, maar ik onderdrukte het.
"Meester was een dienaar van het hogere en kon daardoor in de toekomst kijken, maar als hij zich met grote zaken ging bemoeien werd dat zijn einde. Niemand was zo sterk als hij, maar hij was neutraal en hielp niemand. Dat betekende ook dat hij alleen dood kon gaan door ouderdom óf door zich met grote zaken te bemoeien." Ik zweeg en keek even naar buiten, het was al licht.
"Vannacht had ik een vreselijke droom en ik ben er wakker door geworden. Ik had een vreselijk gevoel en wist meteen dat er iets vreselijks was gebeurd. Ik ben weg gegaan en heb Beer meegenomen. Door mijn gevoel ben ik naar het Verboden Bos gegaan en daar vond ik wat ik zocht." Ik stopte en probeerde de tranen, die achter mijn netvlies brandde, binnen te houden. Ik ademde diep in en uit, maar het hielp niet.
"Mijn meester lag dood op de grond en dit was wat hij had achtergelaten. Ik heb zijn masker af gedaan en gekeken wie hij was, zijn ware identiteit, maar-" Ik stopte en de tranen gleden weer over mijn wangen. Ik snikte en veegde bruut mijn tranen weg. Het lege gevoel in mij kwam weer naar boven en ik bedekte even mijn ogen met mijn handpalmen.
"Ik ken hem niet! Ik weet niet hoe hij heet, wie hijs is, ik weet helemaal niets van hem! De enige persoon die zich om mij bekommerde zoals een vader hoort te doen over zijn kind, is nu dood zonder dat ik hem kende!" zei ik schel en snikte.
Draco stond me enigszins geschrokken aan te staren en keek daarna naar de brief. Ik veegde de tranen weer bruut weg en haalde diep adem, ik mocht niet meer huilen! Ik moest me concentreren op zijn aanwijzing!
Toen ik weer enigszins gekalmeerd was werd ik opeens vreselijk misselijk. Ik begon te kokhalzen en rende snel weg naar de wc, ik was nog maar net op tijd.
"Mel, wat is er? Gaat alles goed?" hoorde ik Draco nog bezorgd roepen.
