HOOFDSTUK 14: BUITEN BEREIK

Ik wil net mijn mond opendoen wanneer achter Amalthea's rug Doran verschijnt. Hij neemt me bij de hand en trekt me mee naar buiten voordat ik de kans krijg om te protesteren.

"Je moet ons even helpen," zegt hij. "We hebben een probleem."

Doran brengt me rechtstreeks naar de hovercraft met het staartnummer H913. Daar staan minstens dertig rebellen in een kring bij elkaar. Pas zodra ik dichtbij genoeg ben om over de achterste rijen heen te kunnen kijken, zie ik dat ze zich verzameld hebben rondom een vrouw van middelbare leeftijd. Ze draagt kleren die zo versleten zijn dat zelfs de mensen van Kivo's dorp ze zouden weggooien. Dit zijn echt niet meer dan lompen. Ook al weet ik zeker dat ze gisterenavond inderdaad nog niet bij ons was, toch heb ik het rare gevoel dat ik haar ergens van ken. Doran duwt met zijn vlakke hand tegen mijn rug als teken dat ik moet doorlopen. Ik probeer me tussen de mensen door te wringen en ga per ongeluk half op iemands voet staan.

"Oei sorry," verontschuldig ik me snel, "Ik had je niet gezie-"

De onbekende vrouw draait zich met een ruk om en staart een paar tellen lang recht in mijn ogen.

"Zij was het," zegt ze met besliste stem terwijl ze naar mij wijst. "Zij heeft me gered toen die vredebewaker mij aanviel."

Pas dan snap ik waarom Doran me kwam halen. Dit moet de zwerfster van bij het Zuidstation zijn. Omdat ze daarnet als verstekeling gevonden werd, denken de anderen nu waarschijnlijk dat ze spioneert voor de regering. Misschien heeft ze daarnet al geprobeerd om uit te leggen wat er in werkelijkheid gebeurd is en geloofde niemand haar. Ik ben de enige die haar verhaal kan bevestigen. Maar hoe is ze erin geslaagd om vannacht aan boord van deze hovercraft te geraken?

"Wat heeft dit te betekenen?" hoor ik Andromeda achter mijn rug vragen. Blijkbaar hebben een paar van onze soldaten haar al verwittigd. Als leidster van deze missie moet ze dan natuurlijk meteen optreden.

"Bij het herschikken van de lading in hovercraft H913 hebben we deze vrouw hier gevonden," antwoordt één van de rebellen uit district 5. "Verborgen achter een stapel kisten tegen de zijwand van de vrachtruimte. En nu lijkt het erop dat die twee er meer over weten."

Ik kan zo aan Andromeda's gezicht zien dat ze dit maar een bizarre uitleg vindt. Zwijgend kijkt ze van mij naar de dakloze vrouw naar Doran.

"Kom eens even mee, jullie drieën," beveelt ze uiteindelijk.

De rest van de groep gaat opzij om ons door te laten en we volgen Andromeda naar het toestel dat ons gisterenochtend in district 10 kwam ophalen. Zenuwachtig haak ik mijn vingers in elkaar. Ik heb geen spijt van wat ik tijdens de overval gedaan heb. Maar zou ik er nu toch nog problemen mee krijgen?

Andromeda brengt ons naar de keuken van de hovercraft. Ze sluit de deur en gaat dan tegenover ons aan tafel zitten.

"Ik ben nu nog niet van plan om me kwaad te maken," begint ze, "want ik weet niet eens wat er eigenlijk gebeurd is. Maar ik wil wel een zinnige verklaring horen."

We hebben geen andere keuze dan alles eerlijk aan Andromeda op te biechten. Dus vertel ik haar waarom ik als wachtpost op eigen houtje een vredebewaker in de schouder stak, en hoe ik hem definitief uitschakelde door mijn valstrik te gebruiken. De dakloze vrouw - die Shaula blijkt te heten - vult haar deel van het verhaal aan. Tot een paar dagen geleden sliep ze altijd op straat in de hoofdstad van district 6. Maar omdat daar nu ook gevochten wordt, besloot ze voorlopig bij het Zuidstation te overnachten. Ze vreesde het ergste toen die bewaker haar bedreigde en werd zelf ook compleet verrast door mijn plotse aanval.

"Het was te donker om veel te kunnen zien," vertelt Shaula terwijl ze naar mij kijkt. "Ik ben jullie nog gevolgd tot aan de rand van het bos naast de toegangsweg. Verder dan dat durfde ik niet. Pas toen ik jou luidop hoorde spreken, wist ik dat ik door een jong meisje gered was."

"Waarom wilde je niet dichterbij komen?" vraagt Andromeda.

"Het was laf van mij, maar ik ben direct daarna hard weggelopen," geeft Shaula eerlijk toe. "Ik dacht dat zij de situatie min of meer onder controle had, en ik was zelf nog altijd doodsbang voor die vredebewaker. Als zwerver in district 6 blijf je best zo ver mogelijk bij hen vandaan. Ze vallen ons altijd lastig."

"Dat is in het Capitool ook zo," antwoordt Doran opeens zonder dat iemand hem naar zijn mening gevraagd heeft. Alsof het iets is wat spontaan in hem opkwam. "Ik zal je daar later wel meer over vertellen," voegt hij er haastig aan toe wanneer hij Shaula's verbaasde blik ziet.

"Dit is niet het juiste moment om het te bespreken," zegt Andromeda op een gebiedende toon. Heel even valt er een ongemakkelijke stilte terwijl ik nerveus mijn benen over elkaar sla. Doran heeft eigenlijk zijn mond voorbij gepraat en dat weten we alle drie.

"Ga verder," vraagt Andromeda uiteindelijk aan Shaula. "Ik wil de rest van het verhaal horen."

Samen luisteren we aandachtig naar wat onze verstekeling te vertellen heeft. Shaula besefte heel goed dat ze diep in de problemen zat nu ze bij een gevecht met een regeringssoldaat betrokken was geweest. Hij en zijn collega's zouden zeker wraak willen nemen. Niemand valt ongestraft een vredebewaker aan en een dakloze vrouw al helemaal niet. Het maakt weinig verschil dat ik degene ben die hem verwond heeft, Shaula zou ervoor moeten boeten. Nergens in 6 zou ze nog veilig zijn. Maar net als alle andere districtsinwoners zat ze natuurlijk gevangen binnen de grenshekken. Pas toen wij aan onze treinroof begonnen, wist ze wat haar te doen stond.

"Ineens hoorde ik overal geschreeuw en geweerschoten, dus ik heb me snel verstopt in één van de gebouwen vlak naast het perron," zegt Shaula. "Van daaruit zag ik hoe jullie de trein aanvielen. Een uur of vijf eerder was ik toevallig nog in de hoofdstad geweest om wat eten bij elkaar te zoeken. Daar had ik horen vertellen dat er 's nachts een belangrijk medicijnentransport naar het Capitool zou rijden, en iedereen weet intussen dat veel rebellenziekenhuizen bijna door hun voorraden heen zitten."

"Je kon dus snel raden wat wij van plan waren," concludeert Andromeda.

"Eigenlijk wel, en het was mijn enige kans om uit district 6 te ontsnappen."

Daarna beschrijft Shaula hoe ze vanuit haar schuilplaats kon zien dat de grenspoort open stond. Ze begreep dat de rebellen waarschijnlijk langs daar zouden vluchten om ergens in de wildernis weer bij elkaar te komen. Dus besloot ze om zich ongemerkt bij ons aan te sluiten. Ze nam een zak vol medicijnen meer die uit één van de wagons was gevallen zodat ze ook op een treinrover zou lijken en volgde de andere rebellen toen het bevel om terug te trekken werd gegeven. Gelukkig voor haar viel dat in de chaos van onze vlucht helemaal niet op. Shaula droeg uiteraard geen vredebewakersuniform, en de meeste rebellen hadden elkaar vierentwintig uur eerder nog nooit gezien.

"Toen ik bij jullie basiskamp kwam, heb ik mijn zak snel bovenop een stapel kisten gegooid en ben ik in het laadruim van de dichtstbijzijnde hovercraft gaan zitten," vertelt Shaula. "Niemand lette op mij, jullie waren allemaal veel te druk bezig. Al kon ik pas na het opstijgen echt geloven dat ik ontsnapt was."

"Je wist toch dat onze mensen je vroeg of laat zouden vinden?" vraagt Andromeda.

"Natuurlijk wel, maar alles was beter dan in district 6 te blijven. Mijn leven zou daar geen cent meer waard zijn. En als ik ergens veilig ben voor de soldaten van Snow, dan is het bij de rebellen," laat Shaula er aarzelend op volgen.

Gelukkig lijkt Andromeda het daarmee eens te zijn. Ik zie haar zelfs bevestigend knikken. Maar eigenlijk weten we allemaal dat Shaula gelijk heeft. Ze moest absoluut buiten bereik van het regeringsleger zien te komen. Andromeda is zelf ooit vredebewaker geweest, en ook Doran en ik hebben al meer dan genoeg ervaring met de manier waarop daklozen in het Capitool behandeld worden. We kunnen haar dus moeilijk verwijten dat ze meteen na mijn impulsieve aanval hard is weggerend. Zeker als je bedenkt dat ze zelf ongewapend was en enkele ogenblikken daarvoor nog bedreigd werd met één van de ergste dingen die je een vrouw kan aandoen.

"Goed," zegt Andromeda uiteindelijk. "Er is mij nu veel duidelijk geworden. Maar er zijn toch nog een paar dingen die ik wil weten. We hadden alle wachtposten een zendknopje meegegeven voor het geval er iets onverwachts zou gebeuren," zegt ze terwijl ze zich tot mij richt. "Waarom heb je dat niet gebruikt?"

"Ik ben het gewoon vergeten," geef ik eerlijk toe. "Alles ging zo snel dat ik er niet meer aan gedacht heb. En toen ik naar het perron wou gaan om uit district 6 weg te lopen, merkte ik dat ik mijn zendknopje kwijt was. Misschien is het uit mijn broekzak gevallen toen ik die bewaker neerstak."

"Ik heb inderdaad gezien dat de zak van jouw broek gescheurd was," bevestigt Andromeda. "Probeer er bij een volgende missie toch op te letten dat je het zendertje goed bijhoudt, en dat je het ook echt gebruikt als dat nodig is."

"Zal ik zeker doen," beloof ik. Eigenlijk ben ik opgelucht dat ik hier zonder al te veel ruzie vanaf kom. Het was dom van mij om te vergeten dat ik het knopje moest indrukken toen ik die vredebewaker zag patrouilleren, maar waarschijnlijk zou Andromeda veel bozer zijn als ik echt een rechtstreeks bevel van haar of Lyme had genegeerd.

"Dan is er nog iets. Je vertelde mij dat je er bewust voor koos om die vredebewaker niet te doden. Wat heb je precies tegen hem gezegd?"

"Ik eh-"

"Wacht even," onderbreekt Andromeda mij meteen. "Ik denk dat ik iets beters weet. Ik ben zo terug."

Ze verdwijnt naar de gang en Doran maakt van de gelegenheid gebruik om voor Shaula en mij een glas water in te schenken. We hebben allebei dorst gekregen van het vele praten. Ik begin me af te vragen waar Andromeda blijft - ze is al ruim vijf minuten weg - wanneer ze de keuken binnenkomt met een projector onder haar arm. Ze zet het toestel neer op tafel en haalt het blad met instructies voor de vaatwasser weg dat tegenover ons aan de muur hangt.

"Het regisseursteam heeft de camerabeelden van gisteren al uitgebreid geanalyseerd," zegt ze. "Ik heb hen net gevraagd of ze misschien ook jou en Shaula gefilmd hadden, en zij zeggen van wel. We zullen nu samen naar die opnames kijken. Dan weet ik direct of jullie echt de waarheid vertellen."

Andromeda start de projector en meteen verschijnt er op de muur een beeld van de plek waar ik de wacht moest houden. Gelukkig zijn mobiele camera's zo ontworpen dat je er ook nachtopnames mee kan maken. De rebellen in hovercraft A306 - die ongetwijfeld goed in de gaten hielden waar er iets interessants gebeurde - zijn er blijkbaar in geslaagd om het hele incident van begin tot einde te filmen. We zien hoe Shaula rustig ligt te slapen totdat ze door de bewaker gewekt en bedreigd wordt. Het volgende moment kom ik aanrennen met mijn mes in de hand. Het is wel even schrikken wanneer ik de beelden van mezelf zie. Mijn vettige haren volledig in de war, geen spoor van make-up, mijn gezicht vertrokken van woede. Ik lijk wel een andere persoon.

De camera's hebben ons helemaal tot in het bos gevolgd, waar ik mijn vijand in de strik liet lopen. Zelfs het gesprek tussen mij en de vredebewaker is volledig opgenomen. Je kan letterlijk elk woord verstaan, ondanks al het lawaai van de treinroof in de achtergrond en het motorgeronk van de hovercrafts die overvliegen. We bekijken de hele film tot het moment waarop ik wegren en tussen de gebouwen van het Zuidstation verdwijn. Dan schakelt Andromeda de projector weer uit. We hebben nu wel genoeg gezien.

"Daar zit uitstekend propagandamateriaal bij, denk ik," zegt Andromeda met een tevreden ondertoon in haar stem. "Volgens mij kunnen ze hier in district 13 een prima spotje van maken. President Coin en haar team zullen later wel beslissen of ze deze beelden ook echt willen gebruiken. Het bombardement op 13 is nu nog bezig, maar die aanval kan niet eeuwig blijven duren."

Ik blijf zwijgend zitten terwijl Andromeda de projector opzijzet en het papier met instructies weer aan de muur hangt. Eigenlijk voel ik me toch niet helemaal op mijn gemak bij het idee dat de rebellen dit incident misschien als propo zullen uitzenden. Want zo kan het vroeg of laat ook in het Capitool op tv komen. Ik weet nu al wat mijn ouders zullen denken. Vooral mijn vader dan. Zijn dochter is niet alleen een landverraadster die met zwervers samen heult, ze steekt nu ook al vredebewakers neer. Het maakt weinig uit dat ik hem alleen maar in de schouder geraakt heb - een verwonding die niet fataal is. Voor mijn vader zal ik nu wel helemaal de schande van de familie zijn. Zeker als je ziet hoe verwilderd ik er bijloop in dat filmpje.

"Dit bewijst in ieder geval dat jullie mij de waarheid verteld hebben, en ik zal straks zelf bij Lyme verslag uitbrengen," zegt Andromeda. "Maar toch heb ik nog één belangrijke vraag voor jou, Aludra. Ik kon in de film duidelijk zien dat je het pistool van de vredebewaker meenam toen je wegrende. Waar is dat pistool nu gebleven?"

Ai. Daar had ik niet op gerekend. Het was de afspraak dat we na de overval alle eventueel buitgemaakte wapens bij onze commandanten - Andromeda en Lyme - zouden inleveren. Maar dat heb ik niet gedaan. Het pistool van de vredebewaker ligt nog steeds waar ik het in het bos buiten district 6 heb weggegooid, omdat ik bang was dat er nog meer mensen mee vermoord zouden worden. Al betwijfel ik sterk of Andromeda met die uitleg tevreden zal zijn. Maar dan antwoordt Doran onverwachts in mijn plaats.

"Aludra heeft dat pistool gisterennacht aan mij doorgegeven toen we klaar waren met het verzorgen van de gewonden," zegt hij. "Daarna heb ik het zelf in het wapendepot van de hovercraft gelegd."

Gelukkig lukt het me nog net op tijd om mijn verbazing te verbergen. Waarom wil Doran speciaal voor mij zo'n flagrante leugen vertellen? Hier kan hij grote problemen mee krijgen als het ooit uitkomt. Heel even vrees ik dat Andromeda niet in zijn smoes zal trappen, maar tot mijn opluchting heb ik het mis.

"Je had het beter rechtstreeks naar Lyme of naar mij gebracht," antwoordt ze. "Al maakt het deze keer eigenlijk niet zo veel verschil. We moeten hoe dan ook alle wapens nog eens natellen. Sommige rebellen zijn de hunne kwijtgeraakt bij de overval, maar we hebben ook heel wat geweren en pistolen van de vredebewakers afgepakt."

In gedachten haal ik opgelucht adem. Als zelfs Andromeda niet precies weet hoeveel wapens er op dit moment in het depot liggen, dan is de kans klein dat Dorans leugen ontdekt zal worden. Slim gezien van hem. Toch blijf ik me afvragen waarom hij dit gedaan heeft. Zou hij mij nog altijd willen beschermen?

"Jullie mogen nu wel gaan," zegt Andromeda. "Ik weet wat ik wilde weten en jullie kunnen beter helpen met het overladen van de medicijnen. Dat werk zou ten laatste over een uurtje klaar moeten zijn als we op schema willen blijven. Ik zal zelf even meekomen om aan iedereen te zeggen dat Shaula geen spionne van de regering is."

Pas nu dringt het tot me door hoe lang we hier eigenlijk al zitten. Door het raam van de keuken kan ik zien dat de zon al in het westen staat. Amalthea en de anderen zullen zich intussen wel afvragen waarom ons gesprek zo lang duurt. Gelukkig zal Andromeda dat zo meteen zelf aan de rest van de groep uitleggen. We schuiven de stoelen weer onder tafel om de keuken netjes achter te laten en gaan dan samen op weg naar buiten.

Terwijl we met zijn vieren door de gangen van de hovercraft wandelen, vraag ik me af waar ik vorige nacht de moed vandaan gehaald heb om een gewapende vredebewaker aan te vallen met niets anders dan een mes in de hand. Heel anders dan die ene keer in de Transfer, vlak nadat Annie Cresta haar Spelen had gewonnen. Maar toen was ik zelf nog een kind van amper twaalf jaar. Intussen heb ik de verborgen armoede van het Capitool gezien, ben ik erachter gekomen wat de Hongerspelen echt zijn en heb ik maandenlang voor een ondergrondse rebellenbeweging gewerkt. Dus eigenlijk is het niet eens zo vreemd dat ik toen gewoon achter die vuilnisbakken bleef zitten terwijl ik nu wel in staat was om terug te vechten. En misschien is dit niet de laatste keer dat ik zoiets zal moeten doen. Want ook al was onze treinroof een succes, deze oorlog is nog lang niet voorbij.


Die avond eten we allemaal samen buiten onder een heldere hemel. De maan en de koplampen van de hovercrafts verlichten de open plek terwijl het bos op de hellingen in de schaduw blijft. Sommige rebellen hebben zelfs een klein vuurtje gemaakt om water op te warmen en thee te drinken. Er groeien hier genoeg verse kruiden die daarvoor gebruikt kunnen worden.

De meeste mensen zitten in groepjes met elkaar te praten, want voorlopig zullen we elkaar niet meer zien. Deze nacht nog vertrekken we allemaal terug naar ons eigen district met een heleboel medicijnen aan boord. Daarstraks ben ik uit nieuwsgierigheid zelf eens gaan kijken in de laadruimtes van de hovercrafts die naar 4, 7 en 11 zullen vliegen. Pas toen drong het echt volledig tot me door hoe groot onze buit eigenlijk is. Ik had nooit gedacht dat één trein zoveel medisch materiaal kon vervoeren.

Stiekem vind ik het jammer dat Amalthea niet meegaat naar district 10. Blijkbaar hadden Plutarch en Fulvia al een ander onderduikadres voor haar geregeld. Al wil Amalthea om veiligheidsredenen liever geheim houden waar dat precies is. Maar Shaula blijft wel bij ons. Lyme en Andromeda waren het er over eens dat we haar in geen geval terug naar 6 mogen sturen. Want dan kunnen we haar net zo goed rechtstreeks uitleveren aan de vredebewakers van president Snow. Toen Doran en ik een uur of vier geleden - vlak na ons gesprek met Andromeda - aan Shaula vertelden dat wij allebei rebellenverplegers zijn en dat we onze patiënten na het bombardement in district 8 over verschillende noodhospitalen verspreid hebben, kwam ze met een interessant voorstel. Ze zal zich in de stad bij het centrale verzamelpunt voor nieuwe gewonden aanmelden om mee te helpen. Niet als verpleegster, want Shaula heeft echt een hekel aan injectiespuiten. Ze gruwelt al bij de gedachte dat ze zo'n scherpe naald in iemands arm moet duwen. Maar ze wil heel graag de ziekenzaal schoonmaken en voor iedereen koken. De kans is vrij groot dat Milo en de hoofdarts daarmee zullen instemmen. Ook al heeft de eigenaar van de kalkoenkwekerij vrijwillig één van zijn gebouwen aan ons afgestaan, we moeten het hospitaal nog altijd zelf draaiende houden. Elk extra paar handen is dus zeker welkom. Misschien kan Shaula dan ook in de personeelszaal slapen in plaats van op straat, want ze heeft geweigerd om met ons mee te gaan naar de familie Morrison. Andrew en Noria vangen nu al twee vluchtelingen op en Shaula vindt dat we meer dan genoeg voor haar gedaan hebben.

"Nog eens bedankt voor alles," herhaalt ze terwijl ze samen met mij en Doran op een omgevallen boomstronk aan de rand van het bos gaat zitten. Doran heeft met opzet een rustiger plekje uitgekozen om te eten. Als we onze stemmen dempen, zal de rest van de groep ons niet kunnen horen. En Doran weet dat hij nog iets uit te leggen heeft.

"Wat bedoelde jij eigenlijk met jouw opmerking over het Capitool?" vraagt Shaula al snel. "Andromeda heeft mij later uitdrukkelijk gezegd dat het een geheim is waar ik alleen met jou of Aludra over mocht spreken. Toen snapte ik er eerlijk gezegd helemaal niets meer van."

"Dat komt omdat ik me daarstraks versproken had," zegt Doran terwijl hij met zijn hand een teken doet om nog stiller te praten. "Ik bedoelde dat er in het Capitool ook daklozen zijn. Maar de inwoners van de districten mogen dat voorlopig nog niet weten."

Samen met mij vertelt hij aan een verbaasde Shaula dat er zelfs in onze rijke geboortestad mensen op straat moeten slapen. Ook al zijn het er niet zo veel. En hoewel zwervers bij ons nooit echt honger lijden omdat de vuilbakken vol met eetbare overschotten zitten, hebben ze toch geen gemakkelijk leven. Want iedereen heeft een hekel aan hen. De vredebewakers nog het meest van al.

"Ik ben zelf jarenlang dakloos geweest, en in al die tijd heb ik maar vier mensen ontmoet die ons echt willen helpen," zegt Doran. "Aludra is één van hen. De namen van de andere drie zal ik nu niet noemen. Maar met zijn vieren hebben ze er voor gezorgd dat zwervers zoals ik toch een soort van eigen plek kregen waar we met rust gelaten werden."

Daarna legt Doran uit wat de Garage precies is. Hij vertelt dat we drie boxen huurde op verschillende parkeerterreinen en zegt er ook bij dat we ons werk in het geheim deden omdat we wisten dat de overheid er absoluut niet blij mee zou zijn. Iets dat helaas bewezen werd toen de vredebewakers één van onze boxen ontdekten en zonder pardon verzegelden.

"Gelukkig is de persoon die de box huurde na ondervraging gewoon weer vrijgelaten," zegt Doran. "Maar die garage zijn we natuurlijk kwijt. Al mogen we blij zijn dat ze onze andere twee boxen niet gevonden hebben."

"Wacht even," onderbreek ik snel. "We hadden inderdaad drie garages, maar in het filmpje van Kivo heb ik gezegd dat het er gewoon één was. Fulvia vond dat veiliger."

"Welk filmpje bedoel je?" vraagt Shaula.

"District 13 wil een reeks propo's over de dode tributen maken, en ik mocht het spotje van Kivo Morrison inspreken. Hij was vorig jaar de jongenstribuut uit 10." Dat laatste voeg ik er aan toe omdat Kivo eigenlijk geen belangrijke deelnemer was. Waarschijnlijk kunnen veel mensen zich zijn naam amper herinneren. Nu zit er natuurlijk niets anders op dan aan Shaula uit te leggen waarom de rebellen mij hebben uitgekozen voor een opdracht als deze. Dus vertel ik het haar. Het is een lang verhaal, al merk ik dat Shaula's aandacht geen moment verslapt. Ze zit zelfs heel geïnteresseerd te luisteren.

"Ik vroeg mij al af waarom iemand als jij rebel wil worden," geeft ze eerlijk toe nadat ik eindelijk ben uitgesproken. "Maar ik snap nog altijd niet goed waarom niemand mij ooit iets verteld heeft over Capitooldaklozen. Ik was er altijd van overtuigd dat jullie allemaal stinkend rijk waren."

"Het is ook de bedoeling dat districtsinwoners zo denken," zegt Doran. "Maar dat zullen we je straks in de hovercraft wel verder uitleggen," voegt hij er aan toe terwijl hij zijn lege bord bovenop dat van mij zet. Bijna iedereen is intussen klaar met eten. Het wordt nu echt wel tijd om te vertrekken. Lyme klimt op een groot rotsblok dat aan de rand van het bos ligt en roept met luide stem dat iedereen zich bij zijn eigen hovercraft moet verzamelen.

De meeste mensen beginnen gehoorzaam hun spullen te pakken. Doran en ik haasten ons nog snel naar Amalthea om afscheid te nemen, want het is duidelijk dat Andromeda en Lyme liever niet te veel tijd willen verliezen. We wensen haar het beste toe op haar nieuwe onderduikadres en bedanken haar voor wat ze tijdens de overval heeft gedaan. Zonder hulp vanuit de stuurcabine zou het voor onze soldaten ongetwijfeld een stuk moeilijker geweest zijn om de trein tot staan te brengen.

"Het was mijn plicht als rebel," zegt Amalthea, "en ik ben blij dat ik jullie allebei nog eens gezien heb. Ik had het helemaal niet verwacht."

"Goed dat je mij de weg gewezen hebt en in het kamp een dokter wou waarschuwen," voeg ik er snel aan toe. "Dat zal ik niet vergeten."

We geven elkaar nog een laatste keer de hand. Ik zie hoe Amalthea's zilveren halssnoer glinstert in het maanlicht en bedenk me dat haar kettinkje ons inderdaad geluk gebracht heeft. Dan ga ik samen met Doran naar hovercraft F104. Andromeda staat al ongeduldig op ons te wachten, want iedereen is al aan boord. Achter mijn rug hoor ik het lawaai van de eerste toestellen die opstijgen. We stappen snel in en de bemanning sluit de deuren. Even later voel ik hoe ook wij de lucht in gaan om terug naar district 10 te vliegen. Volgens Andromeda zal deze reis een hele nacht duren. De bewoonde wereld ligt hier een flink eind vandaan.

We zitten net op onze stoelen in de passagiersruimte wanneer Ashley binnenkomt. Ze zoekt een verpleger die Darvo wil helpen met eten. Even later vertrekt Doran met haar richting ziekenboeg. Pas dan herinner ik me dat we Shaula beloofd hadden om te vertellen hoe het komt dat zij nog nooit iets over capitooldaklozen gehoord heeft. Nu heb ik daar mooi de tijd voor.

Eerst weet ik niet goed waar ik moet beginnen. Vorige zomer ben ik samen met Finnick tot de conclusie gekomen dat de regering het bestaan van zwervers met opzet verbergt om iedereen in de districten te laten geloven dat het Capitool zich perfect georganiseerd heeft. Wat meteen ook de reden is waarom het Centrum voor daklozen strikt verboden terrein is. Zeker tijdens het Hongerspelenseizoen. Als de districtsinwoners op hun tv daklozen zien, dan zouden ze de superioriteit van het Capitool weleens in twijfel kunnen gaan trekken. Uiteindelijk besluit ik om het gewoon op die manier aan Shaula uit te leggen. Ook al moet ik dan opbiechten dat ik Finnick als verjaardagscadeau gevraagd heb. Gelukkig lijk Shaula mij te geloven wanneer ik haar vertel dat ik toen nog geen echte rebel was, maar iemand die dacht dat Finnick zijn bezoekjes uit vrije wil deed.

"Daarom heb ik me nooit echt bij het rebellenleger van 6 durven aansluiten," geeft Shaula eerlijk toe zodra ik uitgesproken ben. "Ik zou de regering van Snow natuurlijk ook graag zien verdwijnen. Maar ik dacht altijd dat een opstand toch geen echte kans maakt omdat het Capitool gewoon veel te rijk en te machtig is."

"Precies wat de president wil dat je denkt," bevestig ik.

"Maar als wij het nu weten, waarom vertellen we het dan niet gewoon aan alle anderen?"

"Dat is voorlopig te gevaarlijk," antwoord ik. "District 10 is nog altijd niet van de rebellen en er lopen daar nu nog veel te veel vredebewakers rond. Moesten die horen dat de mensen in 10 over capitooldaklozen beginnen te praten, dan gaan ze waarschijnlijk proberen om uit te zoeken wie dat gerucht verspreid heeft."

"En zou zouden ze Doran en jou toch nog kunnen vinden," snapt Shaula.

"Daar zijn wij ook bang voor," antwoord ik. "In het propagandaspotje van Kivo vertel ik één en ander over de zwervers, dus het zal pas uitgezonden worden nadat de rebellen district 10 definitief veroverd hebben. Vanaf dan kunnen de vredebewakers mij daar toch niet meer komen arresteren."

"Heeft het eigenlijk nog veel zin om zo'n filmpje op tv te tonen wanneer de rebellen het district al controleren?" vraagt Shaula.

"Volgens mij zeker wel. Na de val van 10 zullen we er de eerste paar weken toch op moeten letten dat de regering het district niet probeert te herveroveren. En dan is het misschien goed dat de mensen nog eens opnieuw zien waarvoor ze gevochten hebben. Zo heeft Fulvia Cardew het een paar uur voor de filmopnames in 13 tenminste aan mij uitgelegd."

"Helemaal mee eens," hoor ik Andromeda achter mijn rug zeggen. Vlak na het opstijgen was ze naar het vrachtruim gegaan om alle wapens in het depot te tellen. Gelukkig lijkt het erop dat ze inderdaad niets verdachts gemerkt heeft.

"De kans is trouwens groot dat president Coin de beste 'In onze herinnering'-propo's in heel Panem zal laten uitzenden," voegt ze er aan toe. "Ze zijn bedoeld om alle districten te verenigen. En misschien haalt het filmpje over Kivo die selectie wel, want ik krijg de indruk dat je er nogal wat moeite in hebt gestoken."

Natuurlijk is dat zo, mompel ik stilletjes tegen mezelf. Denken jullie soms dat ik half werk lever? Maar het zou arrogant zijn om zoiets luidop te zeggen. Dus houd ik gewoon mijn mond.

Andromeda dimt de lichten van de passagiersruimte en zegt dat we best zo snel mogelijk kunnen gaan slapen. Morgen moeten we goed uitgerust zijn, want we weten eigenlijk niet echt wat ons in district 10 te wachten staat. Zelfs Andromeda kan onmogelijk zeggen hoe de situatie daar op dit moment precies is. De weinige nieuwsberichten op tv geven alleen informatie over het bombardement op district 13. En ook met 10 zelf kunnen we voorlopig geen contact leggen om naar een stand van zaken te vragen. We zullen dus voorzichtig moeten zijn.

Ik klap de rugleuning van mijn stoel naar beneden en kruip onder het deken dat de bemanning heeft klaargelegd. Na een paar minuten hoor ik de deur van de passagiersruimte zachtjes opengaan. Ik gluur tussen mijn wimpers door en zie hoe Alex en Doran allebei hun eigen slaapplaats opzoeken. Misschien zijn ze daarstraks nog even bij Darvo gebleven om hem verder te verzorgen. Maar Ashley heeft gezegd dat hij nu buiten levensgevaar is, herhaal ik tegen mezelf voordat ik in slaap val.


Het felle zonlicht dat door de ramen van de passagiersruimte schijnt, maakt me wakker. Volgens de klok aan de muur is het al na twaalf uur 's middags. Dan zouden we nu terug in district 10 moeten zijn, denk ik terwijl ik snel mijn vingers door mijn haren haal om de ergste klitten te ontwarren. De motoren van de hovercraft draaien niet, dus het toestel is in ieder geval geland. Ik slenter tot bij één van de ramen en kijk naar buiten. We staan ergens midden in de velden. In de verte zie ik een kudde koeien grazen. Maar hier aan boord blijft alles stil. Waar is iedereen eigenlijk?

Ik draai me om wanneer ik achter mijn rug de deur van de passagiersruimte hoor opengaan. Doran komt naar binnen, gevolgd door Alex. Zij zijn vast al een hele tijd uit bed. Hopelijk vinden ze het niet erg dat ik nu pas wakker ben.

"We hebben jou gewoon laten slapen, want je zag er gisteren erg moe uit," zegt Doran. "En voorlopig kan je toch niet veel doen. Andromeda zegt dat we moeten wachten totdat onze verkenners terugkomen."

Daarna leggen Alex en Doran me uit dat we vanochtend ergens helemaal in het zuiden van het district geland zijn. Het dichtstbijzijnde dorp ligt ruim twee kilometer verderop. Zodra de hovercraft aan de grond stond, heeft Andromeda een terreinwagen uit het ruim laten rijden en twee bemanningsleden naar de hoofdstad van district 10 gestuurd. Per auto doe je daar hooguit drie kwartier over. Zij moeten ter plekke proberen in te schatten hoe hevig er op dit moment gevochten wordt, en of het veilig is om met onze hovercraft rechtstreeks naar het meldpunt voor nieuwe patiënten te vliegen.

"Andromeda weet niet goed wanneer ze terug zullen zijn," zegt Alex. "Wij kunnen nu alleen maar afwachten."

Daarmee weet ik voorlopig voldoende. Hopelijk brengen die verkenners ons straks geen al te slecht nieuws. Om de tijd te doden, beginnen we een gesprek over de treinroof. Pas nu hoor ik voor het eerst wat Doran tijdens de overval heeft gedaan. Hij was wachtpost nummer drie en zat dus op bijna vijfhonderd meter tegenover mij, aan de andere kant van de sporen. Daar moest hij de tweede toegangsweg naar het Zuidstation in de gaten houden.

"Eerst bleef alles rustig. Maar nog geen minuut nadat ik de rebellen hoorde aanvallen, kwam er een hele afdeling vredebewakers voorbij gerend," vertelt Doran. "Ik heb mijn zendknopje meteen ingedrukt. Al viel er tegen zo'n overmacht natuurlijk weinig te beginnen. Blijkbaar is het regeringsleger dus langs de westelijke toegangsweg gekomen, want wachtpost nummer twee zegt dat hij niets gezien heeft."

Dat zou weleens kunnen kloppen. Onze tweede wachter zat - net als ikzelf - ook aan de oostkant van het station. Maar dan wel op ruime afstand van de plek waar ik me moest verbergen. Met uitzondering van de man die Shaula bedreigde, zijn daar inderdaad geen vredebewakers gepasseerd. Die waren allemaal aan het vechten bij het perron.

"Toen Lyme en Andromeda het signaal gaven om terug te trekken, heb ik zo snel mogelijk geprobeerd om tot bij de poort te geraken," gaat Doran verder. "Eigenlijk was ik bang dat ik niet op tijd terug in het basiskamp zou zijn. Maar gelukkig zag een groepje rebellen uit district 9 dat ik kreupel liep en hebben ze er voor gezorgd dat ik met één van onze terreinwagens meekon. Ze dachten dat ik gewond was. Ik heb hen pas gisteren tijdens het sorteren kunnen vertellen dat mijn voet al jaren niet in orde is."

Alex wil net een antwoord geven wanneer we het geluid van een naderende auto horen. Ik kijk door het raam naar buiten en zie hoe de terreinwagen vlak bij onze hovercraft stopt. De twee mannen die vanochtend op verkenning gingen, stappen onmiddellijk uit en beginnen een druk gesprek met Andromeda. Aan hun gebaren te zien hebben ze duidelijk iets belangrijks te melden. Jammer genoeg is het glas van het raam zo dik dat we er geen woord van kunnen verstaan. Samen met Alex en Doran haast ik me naar buiten.

"… en er was heel veel volk op straat om het te vieren," zegt één van hen tegen Andromeda terwijl we ons bij het groepje voegen. "Ze hebben overal spandoeken en tekeningen van spotgaaien omhoog gehangen. Ook aan de gevel van het Gerechtsgebouw. We zagen zelfs hoe mensen zomaar in het openbaar capitoolvlaggen en foto's van Snow aan het verbranden waren. En de twee rebellensoldaten die we als eerste spraken, hadden een paar vredebewakerslaarzen en een kapotte helm bij zich. Hun persoonlijke trofeeën, zeiden ze."

Ik kijk naar de verbaasde blik in de ogen van Doran en de ongelovige vreugde op het gezicht van Alex. Zelf kan ik mijn oren haast niet geloven. Geen van ons had verwacht dat dit nu al zou gebeuren. Maar we weten allemaal dat de woorden van onze verkenners slechts één ding kunnen betekenen.

"We zijn zo snel mogelijk naar de kalkoenkwekerij gereden om met de hoofdarts te praten," zegt de andere man. "Milo was daar toevallig ook, en hij heeft bevestigd dat district 10 nu definitief van ons is. De laatste vredebewakers zijn vannacht over de grens gezet."

Een paar seconden lang blijft iedereen stil. Dit is een verhaal waar we wel even van moeten bekomen. Toen de hovercraft ons eergisterenochtend in Kivo's dorp kwam ophalen, werd er hier nog volop gevochten. Ik had nooit gedacht dat Milo en zijn rebellen op zo'n korte tijd het regeringsleger zouden kunnen verslaan. Maar ze hebben het dus toch voor elkaar gekregen. De inwoners van district 10 zijn vrij. Nu de rest van Panem nog.

Alex rent meteen naar binnen om Ashley en de andere bemanningsleden het goede nieuws te melden. Zelf geef ik Andromeda en de verkenners zwijgend een hand, want ik weet eigenlijk helemaal niet wat ik moet zeggen. We hebben allemaal wekenlang naar dit moment uitgekeken. En nu het eindelijk zover is, merk ik dat ik toch vooral opgelucht ben. De oorlog in district 10 is voorbij. Pas nu weten we echt zeker dat onze noodhospitalen niet meer aangevallen zullen worden. En ik zal voor het eerst sinds mijn vlucht uit het Capitool vrij over straat kunnen lopen zonder dat ik bang moet zijn om door spionnen van de regering herkend te worden. Ik wist dat ik in het afgelegen dorpje van de familie Morrison al bij al redelijk buiten hun bereik was. Maar de angst om toch nog gearresteerd te worden, is eigenlijk nooit helemaal weggegaan. Tot vandaag.

Andromeda vraagt aan onze twee verkenners om de terreinwagen weer in het laadruim van de hovercraft te parkeren. Ze wil zo snel mogelijk vertrekken, want er is geen enkele reden om nog langer te wachten. We weten nu dat we zonder gevaar bij het meldpunt voor nieuwe patiënten kunnen landen. En na de laatste hevige gevechten om het district te veroveren zijn er ongetwijfeld een heleboel nieuwe gewonden bijgekomen. Die zullen onze medicijnen goed kunnen gebruiken. Zodra iedereen aan boord is, stijgt de hovercraft op en zetten we koers naar onze bestemming.

Wanneer we over de hoofdstad vliegen, ga ik bij het raam staan om naar beneden te kijken. Zelfs vanaf deze hoogte kan je de mensenmassa in de straten duidelijk zien. En zoals de verkenners al verteld hadden, zijn er overal spotgaaien. Haastig geschilderde tekeningen op de muren. Zelfgemaakte vlaggen die uit de ramen van de huizen hangen. Maar het meest spectaculair vind ik toch de reusachtige afbeelding midden op het oefenplein van de Centrale Vredebewakerskazerne. De rebellen hebben benzine of iets dergelijks over de grond uitgegoten en hun tekening aangestoken, zodat we nu vanuit de lucht een brandende spotgaaienspeld zien. Het bekendste symbool van de revolutie. Andromeda neemt een kleine handcamera en gebaart dat ik even opzij moet gaan. Dit beeld zal het zeker goed doen in onze propo's.

Enkele minuten later landt de hovercraft op het grasveld achter de kalkoenkwekerij. Nog voordat we goed en wel aan de grond staan, komen er al een paar verplegers aanrennen die willen meehelpen met uitladen. Blijkbaar heeft het nieuws van de treinroof snel de ronde gedaan in alle districten, want ze feliciteren ons en vragen onmiddellijk hoeveel medicijnen we meebrengen.

"Meer dan jullie ooit in voorraad hebben gehad," antwoordt Ashley. En dat is waarschijnlijk niet eens zo ver naast de waarheid. Ik herinner me nog goed genoeg hoe zuinig we moesten zijn op injectienaalden en ander verzorgingsmateriaal. Maar nu kunnen we zeker enkele weken verder, denk ik terwijl ik samen met de anderen naar de als noodhospitaal ingerichte schuur wandel. Gelukkig hebben de vredebewakers nooit ontdekt dat we van daaruit alle patiënten naar verschillende opvangadressen gespreid over district 10 stuurden. Hoe dan ook bleven de gewonden hier zelden langer dan een paar uur.

Binnen worden we als helden onthaald. Iedereen wil met ons praten, en we krijgen een heleboel vragen over de treinroof. Maar Andromeda wil zo snel mogelijk de hoofdarts spreken. Na even zoeken vinden we hem ergens achteraan in het gebouw, samen met Milo. Ze zijn net druk aan het discussiëren over wat er allemaal moet gebeuren nu de rebellen het district in handen hebben.

"Ik vrees dat er ziektes zullen uitbreken als we niets doen," zegt de hoofdarts. "De riolen van de stad waren al in slechte staat, en tijdens de oorlog zijn ze nog zwaarder beschadigd geraakt."

"Daar heb ik al met mijn rebellengroep over vergaderd," antwoordt Milo. "Zodra we weer contact kunnen leggen met 13, wil ik aan onderbevelhebber Boggs vragen dat hij materiaal naar hier laat sturen om de ergste schade aan de riolen tijdelijk te herstellen. Hun leger beschikt trouwens ook over kleine mobiele waterzuiveringsinstallaties voor noodsituaties. Het kost hooguit een halve dag om die ter plekke operationeel te maken. En wat de voedselbevoorrading betreft, ik wil ten laatste tegen begin volgende week ongeveer één derde van de volledige veestapel laten slachten. Zo hebben we voorlopig genoeg eten voor alle inwoners van 10 en kunnen we zelfs vlees sturen naar de andere veroverde districten. Vier en elf zijn nu ook in handen van de rebellen. Dus misschien willen zij wel een deel ruilen tegen vis en groenten. De stallen die dan bij ons leeg komen te staan, kunnen dienen als tijdelijke noodwoningen voor mensen die nu zonder huis zitten. We moeten zo snel mogelijk met de heropbouw van het district beginnen als we volgende winter niet in moeilijkheden willen geraken. Deze voormiddag heb ik een groep op pad gestuurd om de schade in de stad op te meten en aan de mensen te zeggen dat ze bij ingestorte huizen alle nog bruikbare stenen opzij moeten leggen. Zo zal er later minder bouwmateriaal nodig zijn."

Met een mengeling van verbazing en bewondering luister ik naar Milo's zakelijke uitleg. Het is duidelijk dat hij hier grondig over nagedacht heeft, alsof hij nog voor het begin van de echte opstand al een plan had klaarliggen om district 10 na de oorlog weer op te bouwen. Een teken dat hij zijn taak als rebellenleider serieus neemt. En blijkbaar is 4 intussen ook al veroverd. Dat wist ik nog niet - tijdens en na onze overval hebben we bijna geen nieuws uit de rest van Panem gehoord - maar het betekent zeker een stap vooruit in deze oorlog. District 4 is één van onze voedselproducenten. Net op dat moment zie ik een gewonde soldaat naar mij wenken. Ik kniel snel neer naast het versleten stuk dekzeil waar hij samen met drie anderen op ligt.

"Jij deed toch mee aan die treinroof?" vraagt hij.

"Ja," bevestig ik. "We zijn vanochtend teruggekomen."

"Is het jullie gelukt?"

"We hebben een heleboel medicijnen meegebracht. Iedereen uit onze groep leeft nog, maar Darvo is wel zwaargewond aan zijn rechterarm," antwoord ik eerlijk. "Wij weten pas sinds daarstraks dat district 10 veroverd is. Hoe hebben jullie dat zo snel voor elkaar gekregen?"

"Dankzij wat meeval en een list van Milo," zegt de gewonde soldaat. In het kort vertelt hij me het hele verhaal. Amper een paar uur na ons vertrek naar district 6 hebben de rebellen hier een essentiële doorbraak geforceerd met de verovering van de Centrale Vredebewakerskazerne. Milo is er op gevaar van eigen leven in geslaagd om samen met vijf van zijn trouwste mannen het hoofdgebouw binnen te dringen. Ze hebben de wachtposten op een heel handige manier om de tuin geleid. Eén persoon uit Milo's groepje is nu dood - hij dekte de aftocht toen ze door een patrouille betrapt werden - maar de anderen hebben na enkele hevige schermutselingen in de gangen dan toch de kamer bereikt waar men de automatische poort van de kazerne bedient. Normaal gezien kunnen de vredebewakers op die manier de toegang afsluiten zonder het gebouw te verlaten. Milo en zijn vrienden hebben natuurlijk meteen de deuren wijd opengezet voor de andere rebellen.

Na de inname van de kazerne ging alles verrassend snel. De vredebewakers waren hier hun sterkste bolwerk kwijt, en ook Milo besefte dat het bombardement op district 13 eigenlijk een onverwachte meevaller was. Alle ogen van de regering zouden daarop gericht zijn. Dus beval hij zijn soldaten om vol in de aanval te gaan. Die gehoorzaamden onmiddellijk, want iedereen wist dat dit weleens onze beste kans kon zijn om 10 te bevrijden. Ongeveer 24 uur later hadden de rebellen alle belangrijke strategische punten in het district bezet. De plaatselijke commandant van het regeringsleger zag geen andere keuze meer dan zich over te geven. Gisterenavond ondertekende hij zelf de officiële capitulatieverklaring en daarna is hij samen met zijn vredebewakers vertrokken. Milo en de andere rebellen hebben de laatste achterblijvers zelf op de trein gezet om er zeker van te zijn dat ze allemaal weg waren.

"Heeft Snow al bekend gemaakt dat district 10 nu definitief van ons is?" vraag ik.

"Ja, deze ochtend heel vroeg is er op tv een nooduitzending geweest. Jij zal toen nog wel in de hovercraft gezeten hebben. Maar de president gaf eerlijk toe dat 10 verloren is voor het Capitool."

Ik sta net op het punt om te antwoorden wanneer Doran zijn hand op mijn schouder legt.

"Shaula en ik hebben net even met de hoofdarts gepraat," zegt hij. "Ze kunnen hier zeker nog iemand gebruiken die wil koken en schoonmaken. De andere verplegers zullen een plek voor haar vrijhouden in de slaapzaal."

"Moeten wij dan ook hier blijven?" wil ik weten. Ik kan me goed voorstellen dat er nu meer dan genoeg werk voor ons zal zijn.

"Nee, de hoofdarts wil dat we teruggaan naar het dorp van Kivo's ouders. Hij heeft daarstraks nog drie patiënten naar ginder laten brengen en Darvo komt ook met ons mee. De bemanning van de hovercraft zal ons ter plekke afzetten voordat ze weer naar 13 vliegen, dus we vertrekken pas als zij hier klaar zijn. Milo zegt dat jij en ik intussen wel even de stad in mogen."

"Kunnen we niet beter meehelpen met het verzorgen van de gewonden?" vraag ik.

"Dat heb ik zelf ook voorgesteld. Maar Milo en de hoofdarts vinden dat wij na die treinroof een paar uur rust verdienen," legt Doran uit.

Ik kijk snel om me heen. Er lopen acht verplegers rond in de ziekenzaal en ik zie niemand die echt dringend hulp nodig heeft. Misschien is dit inderdaad een goed moment om wat ontspanning te nemen. En eigenlijk wil ik zelf ook wel graag de stad in. Ik ben er nog nooit geweest, behalve die ene keer dat Doran en ik ons gingen inschrijven voor de spoedcursus verpleegkunde. Tot nu toe moest ik me altijd verstoppen voor de vredebewakers van dit district. Maar die tijd is gelukkig voorbij.

Doran en ik spreken af met de hovercraftbemanning dat we ten laatste over drie uren terug zullen zijn. Daarna gaan we samen naar buiten. Ik neem me voor om goed op de straatnamen te letten, ook al ben ik niet echt bang om te verdwalen. De meeste inwoners van 10 weten intussen wel waar het centrale meldpunt voor nieuwe gewonden nu gevestigd is. Gelukkig heeft iedereen heel erg zijn best gedaan om dat geheim te houden voor het regeringsleger. We kunnen dus altijd de juiste weg vragen.

De kalkoenkwekerij ligt eigenlijk net buiten de stad, maar we hoeven niet ver te stappen voordat we bij de eerste huizen komen. We zijn nu in een gewone woonwijk. Toch is het zelfs hier erg druk in de straten. Overal staan groepjes mensen opgewonden met elkaar te praten en op verschillende plaatsen zie ik oude doeken uit de ramen hangen waar haastig het spotgaaienlogo op geschilderd is. Doran en ik blijven rechtdoor wandelen totdat we bij het derde kruispunt zijn. Bijna onbewust houd ik mijn pas in en ik voel dat ook hij aarzelt. Zonder iets tegen elkaar te zeggen slaan we rechtsaf. Als we hier verder gaan, dan komen we uit bij de plek waar vroeger het schoolgebouw stond. Maar geen van beiden willen we de zwartgeblakerde puinhopen van ons oude ziekenhuis met eigen ogen zien. De tv-beelden waren al erg genoeg.

Eigenlijk wel leuk dat alle wegen hier een naam krijgen die naar veeteelt verwijst, denk ik bij mezelf terwijl Doran en ik door de Slachthuisstraat lopen. Net zoals je in 6 de Alexander Flemingstraat had. Zou dat in de andere districten ook de gewoonte zijn? Waarschijnlijk wel. Wanneer we het huis met nummer 10 passeren - de plek waar we ons moesten aanmelden voor de cursus verpleegkunde - weet ik dat we bijna in het midden van de stad zitten. Een twintigtal meter verder komen we bij een groot kruispunt van vijf wegen. Er staan zelfs verkeerslichten, ook al branden die niet. Maar ik heb aan één blik genoeg om te beseffen dat ze al vele jaren buiten dienst zijn.

Doran en ik steken het kruispunt over en nemen de weg die in het verlengde van de Slachthuisstraat ligt. Nu wandelen we het zuidelijke gedeelte van de stad binnen. Hier is het langst en het hevigst gevochten, en dat kan je goed merken ook. Daarstraks heb ik al heel wat beschadigde gebouwen gezien. Maar in deze buurt lijkt het wel alsof geen enkele constructie nog ongehavend overeind staat. Overal zijn de ramen gebarsten of gebroken en een eind verderop is een hele rij huizen zelfs volledig ingestort. Vier mannen zijn tussen de puinhopen aan het zoeken naar bakstenen, dakpannen en andere bouwmaterialen die nog gebruikt kunnen worden. Net zoals Milo had voorgesteld.

De straat zelf is er al niet veel beter aan toe. Het wegdek - dat vroeger zo te zien met een grindlaag bedekt was - zit vol gaten en op sommige plaatsen lijkt de grond wel omgewoeld. Doran en ik letten goed op waar we onze voeten zetten, want we komen de ene plas na de andere tegen. In de lucht hangt de typische rioolgeur die ik nog herken van mijn ondergrondse tochten door de Capitooltunnels. Een eind verderop wordt de volledige breedte van de weg ingenomen door een diepe poel gevuld met vies, stinkend water. We moeten ons echt tegen de muren van de huizen drukken om erlangs te geraken. De hoofdarts heeft gelijk als hij bang is voor een nieuwe epidemie. Die mobiele zuiveringsstations zullen zeker geen overbodige luxe zijn.

Eigenlijk is het een mirakel dat de mensen hier ondanks alles toch in de stemming zijn om feest te vieren. Er is heel wat volk op de been en overal zie ik groepjes die druk staan te praten en te lachen. Alsof ze helemaal geen zorgen hebben. Op een bepaald moment passeren we zelfs iemand die met een ijzeren rooster en een stapel stenen een soort van barbecue in elkaar heeft geknutseld. Minstens twintig mensen schuiven aan voor één van de worsten die gratis uitgedeeld worden. Achter mijn rug hoor ik twee jongens vrolijk tegen elkaar zeggen dat het Capitool de vleesproductie nu toch niet meer controleert, en dat de inwoners van 10 vanaf vandaag alles zelf kunnen opeten.

Doran en ik blijven even staan om naar de gesprekken te luisteren. Wij hebben de slotgevechten gemist, dus we zijn eigenlijk wel benieuwd naar de verhalen die nu de ronde doen. Een groep rebellensoldaten vertelt uitgebreid hoe ze de deuren van het gerechtsgebouw hebben ingebeukt waarna ze alle vredebewakers naar buiten joegen. Iemand anders toont een stuk marmer dat afkomstig zou zijn van een standbeeld van president Snow dat gisterenavond werd neergehaald. Ik spits onwillekeurig mijn oren wanneer ik de naam Augustinus hoor. Die familie is eigenaar van de Nationale Manege.

"Ze zijn gevlucht als ratten," grinnikt de man links van mij triomfantelijk. "Iedereen haat hen omdat ze vriendjes waren met het Capitool en dat wisten ze zelf goed genoeg. Volgens mij hadden ze nog geluk dat een paar vredebewakers hen snel met een auto kwamen ophalen. Ze kregen geeneens de kans om bagage mee te nemen."

"En waar werden ze heen gebracht?"

"Weet ik veel. Naar het Capitool, denk ik. Dat is vast de enige plaats waar ze nog welkom zijn."

Ik draai me om en wandel weg, want hier wil ik niet naar blijven luisteren. Dit verhaal haalt te veel herinneringen aan mijn eigen ontvoering naar boven. Ik kon tenminste nog mijn rugzak bij me houden. Maar blijkbaar bezit de familie Augustinus nu echt helemaal niets meer, behalve de kleren die ze gisterenavond droegen. Stiekem heb ik nu toch vooral medelijden met hen. Ook al zou het heel dom zijn om dat luidop te zeggen. Goed, ze werkten actief mee aan de Hongerspelen door paarden voor de openingsceremonie te leveren en ze waren zowat de enige mensen in 10 die er voor hun plezier naar keken. Maar zelf was ik vroeger toch ook een fan?

Opeens voel ik een vlaag van twijfel opkomen. Plutarch heeft ons ooit gezegd dat de rebellen het Capitool pas kunnen binnenvallen zodra ze alle districten in handen hebben. Wat zal er gebeuren als het zover is? Zal er in mijn geboortestad dan ook zo veel materiële schade zijn als hier? Ik ben er vrij zeker van dat de rebellen enkel op de troepen van het vredebewakersleger zullen schieten. Maar hoeveel gewone mensen zullen er 'per ongeluk' gedood worden? Al besef ik tegelijk ook heel goed dat de oorlog verliezen voor ons simpelweg geen optie meer is. Na de Donkere Dagen hebben de capitoolregering en district 13 een geheim pact gesloten. Iets wat president Snow deze keer nooit zal willen doen. Als hij wint, dan is de kans groot dat hij niet rust voordat hij alle spionnen en rebellen te pakken heeft. Misschien bedenkt hij dan voor ons wel een straf die nog veel erger is dan de Hongerspelen …

Mijn gedachten worden ruw onderbroken wanneer ik achter mijn rug plotseling luide muziek hoor. Uit een zijstraat komen acht jongemannen gemarcheerd die samen een soort van fanfare vormen. Ik moet echt moeite doen om niet onmiddellijk naar mijn oren te grijpen, want deze kakofonie van klanken is gewoonweg verschrikkelijk. Het duurt minstens vijf seconden voordat ik het nationale volkslied herken. Heel even kijken Doran en ik elkaar verbaasd aan. Dan proesten we het allebei uit van het lachen. Hun instrumenten zijn al van bedenkelijke kwaliteit, maar deze groep doet dan ook nog eens zijn uiterste best om de melodie zo vals mogelijk en totaal uit de maat te spelen. In het ziekenhuis heb ik een paar keer gehoord hoe gewonde rebellensoldaten tegen elkaar aangebrande grappen over Snow vertelden. Maar deze tenenkrullende versie van het volkslied vind ik toch echt de origineelste manier om de president en zijn kliek belachelijk te maken.

Zodra de laatste noten wegsterven, krijgen de muzikanten prompt een daverend applaus. Ik doe zelf ook mee, want wat mij betreft hebben ze het verdiend. Als rebellen hebben we vandaag inderdaad iets te vieren. En een regering die het grootste deel van zijn inwoners onderdrukt, kinderen naar een dodelijke arena stuurt en er zelfs in het rijke Capitool niet in slaagt om een goed sociaal systeem uit te bouwen, mag van mij gerust voor schut gezet worden.


En dat was alweer het veertiende hoofdstuk! De vorige keer ben ik met een kleine cliffhanger geëindigd, maar de verstekeling aan boord was dus geen spion van de regering (integendeel zelfs). Mij leek het interessant om ook Shaula's kant van het verhaal aan bod te laten komen. Vonden jullie dat een goede keuze?

Ook al gaat het grootste deel van dit hoofdstuk over de nasleep van de overval, het laatste gedeelte is erg belangrijk! Eindelijk zijn de rebellen erin geslaagd om district 10 te veroveren. Voor Aludra kwam dit nieuws als een grote verrassing. Hadden jullie als lezers het nu al verwacht?

Het idee met het vals gespeelde volkslied is gebaseerd op een echt gebeurd voorval. Ergens begin 2015 heeft president Poetin een officieel bezoek gebracht aan Egypte. Een militair orkest heeft toen het Russische volkslied gespeeld, maar dat moet toch echt wel één van de slechtste uitvoeringen ooit zijn geweest! Het klonk zo vals dat sommige mensen zich afvragen of men Poetin niet één of andere ingewikkelde poets wou bakken. Omdat links naar andere websites niet altijd even goed werken op Fanfiction, zal ik gewoon de titel en auteur van twee YouTube-filmpjes geven:

Hier een mooie versie van het Russische volkslied, zodat jullie kunnen vergelijken.

Titel: Russian Anthem (Instrumental)

Geplaatst door: AlexanderSiasi

En dit is de pijnlijke poging van de Egyptenaren.

Titel: Putin's visit to Egypt. Unsuccessful Russian national anthem.10.02.2015

Geplaatst door: World News

Tot slot nog een kleine mededeling: Ik ben met vakantie vanaf maandag 25 juli tot en met maandag 1 augustus, en zal tijdens die week helemaal geen internettoegang hebben. Ik kan dus ook tijdelijk niet reageren op reviews of PM-berichten. Maar laat dat jullie niet tegenhouden om te reageren op mijn verhaal. Zoals gewoonlijk ben ik erg benieuwd naar jullie mening over dit hoofdstuk! Wanneer ik terug thuis ben, zal ik met veel plezier jullie reacties lezen ;-)