Hoofdstuk 20


"Dus, wat vind je van mijn plan?"

Ik trommelde met mijn vingers op Geronimo's bureau en keek hem aan.

Hij keek op van het contract dat hij nog steeds aan het lezen was.

"Het klinkt logisch, maar hoe weet je dat het gaat werken?"

Ik fronste mijn wenkbrauwen en hield op met trommelen. Met een vertwijfelde uitdrukking wierp ik een blik op hem.

"Nou, dat weet ik niet. Ik kan het alleen maar hopen dat we genoeg overtuigingskracht hebben zodat ze haar nog een keer kunnen laten komen of haar een puntenverhoging kunnen geven, want ik weet gewoon dat ze beter kan dan zij denken."

Geronimo lachte, liep naar het bureau toe en legde het contract neer.

"Typisch Celsia."

Ik keek hem met een opgetrokken wenkbrauw aan.

"Hoe bedoel je?"

"Die vurigheid had je als kind ook al. Met ieder spelletje dat we speelden, iedere wedstrijd die gehouden werd, moest en zou je winnen, je was er zo op gebrand dat je dat kon. Ik had altijd een beetje het gevoel dat je jezelf moest bewijzen."

Ik keek de kamer rond en dacht goed na over mijn kindertijd. Geronimo kon gelijk hebben. Ik kan me nog goed herinneren hoe erg ik wilde winnen als we weer een spelletjes avond hadden in het weeshuis. De hele avond speelden we in groepjes kinderen allerlei spelletjes. ik probeerde altijd aan zo veel mogelijk spellen mee te doen en probeerde ze ook allemaal te winnen. Won ik niet, dan ging de rest van de avond op de rode bank, die in de woonkamer stond, zitten mokken.

Zachtjes gaf ik Geronimo antwoord.

"Dat kan kloppen."

Ik liet mijn vingers nog eens over het contract heen glijden en voelde het koude en gladde papier onder mijn vingers.

"Ik kijk of ik ze kan bereiken."

Geronimo pakte de telefoon die rechts van hem op zijn bureau stond op en toetste een nummer in.

"Hallo? Ah, hoi Angelenica. Met Geronimo.

Ik was ondertussen de boekenkast aan het bestuderen en keek op toen Geronimo even stil viel.

Met een rood hoofd keek hij naar het schilderij dat een stukje van zijn bureau af hing.

"Ja, die ja. "

Zo te zien schaamde hij zich ergens voor.

Ik gniffelde en ging weer verder met het bestuderen van de boekenkast.

"Uhm, ik wilde even vragen of het misschien mogelijk is om de vergaderruimte zo te gebruiken? "

Ik hoorde een klein hoog stemmetje zachtjes uit de telefoon komen.

"Ja, dat ben ik van plan. Kun je de raad misschien bijeen roepen en zou je daarbij alsjeblieft willen vermelden dat ik gebruik wil maken van regel vier van mijn contract?

Even viel Geronimo weer stil en speelde met een pen die op zijn bureaublad lag.

Hij knikte een paar keer en deed toen zijn mond weer open.

"Bedankt."

Geronimo legde de telefoon weer neer en keek me met glanzende oogjes aan.

"Gelukt," zei hij triomfantelijk.

"Als ik het goed heb vraagt Angelenica, de secretaresse van de algemene raad, nu aan de aparte secretarissen van de raadsleden of ze deel willen nemen aan de vergadering die ik over anderhalf uur gepland heb."

"Dat betekent dus dat we anderhalf uur de tijd hebben om een fatsoenlijke overtuiging in elkaar te zetten," merkte ik op.

"Daar komt het wel op neer," zei Geronimo met een bezorgde blik.

"Geen tijd te verliezen dus."

Ongeduldig stond ik in de lift. Dit was voor het eerst sinds tijden dat ik weer echt zenuwachtig was. De laatste keer dat ik zo nerveus was geweest was toen ik in dezelfde situatie had gezeten. Toen had ik ook voor de raad moeten verschijnen. Alles in mijn lichaam schreeuwde 'nee' toen Geronimo en ik steeds dichter bij de vergaderzaal kwamen. De dikke houten deuren kwamen met een duidelijke snelheid dichterbij. Ik had sterk de neiging om me om te draaien en weg te rennen, maar dat kon ik niet doen. Dat mocht ik niet doen. Ik moest dit doen.

Eenmaal bij de deur aangekomen klopte Geronimo vijf keer op de deur en liet daarna zijn hand verdwijnen in zijn zwarte jasje. Een glimmend pasje kwam tevoorschijn dat er precies zo uitzag als het pasje dat ik eerder zelf nog gebruikt had. Hij herhaalde dezelfde procedure als ik deed en met een klik schoven de deuren langzaam opzij. Ik zag hoe de houten deuren naar links en naar rechts schoven en langzaam werd de vergaderzaal steeds beter zichtbaar. Zo te zien was er niet veel veranderd sinds de laatste keer dat ik er geweest was.

De vloer was nog steeds van wit marmer evenals de tafel die zo groot was dat twee mensen er uitgestrekt op konden liggen. Aan de andere kant van de kamer bevond zich een deur die er net zo uitzag als deze. Aan weerszijden van de deur stonden twee grote fonteinen die in de muur ingebouwd waren. Door de bekken van de twee leeuwen stroomde iets roods. Direct vroeg ik me af wat het zou kunnen zijn. Ze waren toch ook weer niet zo luguber in het Capitool dat ze bloed in hun fonteinen lieten stromen? Ach, met deze mensen wist je het ook maar nooit.

Geronimo loodste me verder de zaal in en koos twee stoelen voor ons uit aan het linker einde van de tafel. Er waren in totaal vijftien stoelen neergezet en je kon dan ook gelijk zien welke voor ons gereserveerd waren.

De stoelen van de raad waren van een glimmend metaal en in de rug van iedere stoel stond het teken van het district waar het desbetreffende raadslid over heerste. De stoelen die voor Geronimo en mij gereserveerd waren waren erg simpel vergeleken met de andere stoelen. Onze stoelen waren simpele houten stoelen die me erg deden denken aan de stoelen die we in de eetzaal van het weeshuis hadden.

Geronimo en ik namen plaats op onze stoelen en wachtten zwijgend op de raadsleden. Na zo'n twee minuten in stilte op de stoel gezeten te hebben ging de deur aan de andere kant van de kamer open. Twee vredebewakers kwamen naar buiten en gingen aan weerszijden van de deur staan. Toen dook er plotseling een hele rij aan mensen op. Ik wist niet in welke volgorde de raadsleden liepen, maar wat ik wel wist was dat er toch veel veranderd was aan de samenstelling van de raad. Ik kon me herinneren dat ik alleen maar mannen tegenover me gehad had, maar nu zaten er ook verschillende vrouwen bij.

Gek genoeg zagen de raadsleden er niet zo belachelijk uit als de rest van de mensen uit het Capitool. Ze zagen er net zo uit als de mensen uit de districten alleen dan veel chiquer. Ze droegen gouden armbanden met de logo's van hun district erin en de vrouwen droegen oorbellen met lange diamanten waarvan een gezin in district 9 zijn hele leven voor zou kunnen leven, misschien dat de generatie daarna er ook nog wel van kon leven.

Zonder iets te zeggen gingen de raadsleden op hun stoelen zitten. Ik voelde weer dezelfde ongemakkelijkheid opkomen die ik toen ook gevoeld had. De situatie was nu wel anders. Eerst had ik in mijn eentje tegenover de hele tafel gezeten en nu leek ik er echt deel van uit te maken. Ook had ik Geronimo bij me, al had ik het gevoel dat ik niet heel erg veel aan hem zou hebben op het moment.

Nadat iedereen was gaan zitten viel het me op dat er een stoel leeg gebleven was.

De stoel aan het hoofd van de tafel was leeg. Waarschijnlijk was het laatste raadslid dan ook nog niet aangekomen. Zijn stoel was ook anders dan de stoelen van de andere raadsleden.

De desbetreffende stoel was van goud en versierd met edelstenen. In de rug van de stoel stond het teken van het Capitool dat ingelegd was met diamanten. De diamanten die de vrouwen in hun oren hadden hangen leken niets vergeleken met de joekels die in de stoel zaten. Ik wist niet of ik de stoel mooi moest vinden of dat ik hem juist moest verafschuwen. De stoel was mooi, dat was zeker, maar toch bleef iets in mij zeggen dat dit eigenlijk niet hoorde. Deze ene stoel zou waarschijnlijk net zo duur zijn als een hele straat huizen in district 9.

Voordat ik verder na kon denken over de stoel vlogen de deuren weer open en kwamen er z vredebewakers aanlopen. Twee bewakers liepen ieder naar een kant van de deur en gingen met hun geweer er zo naast staan alsof ze de deur bewaakten. De andere twee vredebewakers, die eerder al binnengekomen waren, verplaatsten zichzelf naar de andere kant van de kamer om de andere deur te bewaken. De overige twee gingen ieder aan een kant van de tafel staan en namen dezelfde houding aan als de andere bewakers. Nadat de bewakers allemaal stil en in de houding stonden hoorde ik een klikkend geluid uit de gang komen.

De gang bleef leeg totdat ik iets gouds de hoek om zag komen. Het geklik werd steeds luider en ik kwam tot de conclusie dat het hakken waren die op de marmeren vloer tikten. Aan de andere kant van de gang kwam een lange dunne vrouw met een goud mantelpakje onze kant op lopen. Ze droeg knalroze hakken die glinsterden wanneer ze liep. Haar haar was opgestoken zodat je haar dure oorbellen al vanaf hier kon zien. Om haar nek droeg ze een collier die ingelegd was met roze edelstenen die om de zoveel tijd veranderden in een andere tint van hetzelfde kleurspectrum.

Toen de vrouw in de vergaderzaal aangekomen was leek ze het niet eens te merken dat er mensen om haar heen waren. Met een arrogante uitdrukking op haar gezicht liep ze met haar kont waggelend naar de gouden stoel toe. Ze klapte in haar handen en de vier vredesbewakers sloten de deuren waarna twee van hen naar de gouden stoel toe schuifelden.

De een schoof de stoel naar achteren en de andere haalde een paars satijnen kussentjes tevoorschijn en legde die voorzichtig op de stoel neer. De vrouw gaf nog steeds geen reactie en keek door de bewakers heen alsof ze lucht waren.

Ze ging zitten en een vredebewaker schoof haar voorzichtig aan. Ze maakte een wuivend gebaar en de twee snelden zich naar de deur toe om dezelfde houding aan te nemen als de anderen in de kamer.

Toen was het weer doodstil. Voor het eerst liet de vrouw merken dat er mensen in de kamer waren en keek ze de tafel rond.

Ze keek iedereen even snel aan, maar toen ze bij mij aan kwam staarde ze me doordringend aan met haar lichtroze ogen. Om de een of andere manier bezorgde haar blik me de rillingen. Het beviel me niet, de manier waarop ze naar me keek. Ze keek alsof ze een vlek had gevonden in haar lievelingsmantelpakje. Ze zou hem het liefst meteen elimineren.

De vrouw keek me nog even streng aan en liet toen haar blik verder dwalen. Nadat ze iedereen had aangekeken schraapte ze haar keel en met een iel en bekakt stemmetje opende ze de vergadering.

"Ik hoorde dat wij een voorstel hebben gekregen van de heer Geronimo?"

De rest van de raadsleden knikten aandachtig, maar allemaal keken ze haar niet aan.

"Goed, dan kunnen we verder."

De roze dame keek Geronimo minachtend aan en wees naar Geronimo. Geronimo frommelde nog wat aan zijn jasje en stond toen snel op. De vrouw maakte een handgebaar naar hem wat erop leek alsof hij mocht beginnen met praten. Geronimo slikte hoorbaar en nam toen het woord.

"Welkom beste raadsleden en natuurlijk hoofdsraadlid Ailith Crawford. Allereerst wil ik u allen bedanken voor uw komst en-."

Snel onderbrak Ailith hem.

"Kom ter zake Geronimo. Denk je dat wij tijd hebben voor jouw gebazel?"

Geronimo werd rood en schudde hevig nee.

"Oké, oké..," mompelde Geronimo terwijl hij nog eens aan zijn jasje frunnikte.

"Zoals u ziet heb ik iemand met mij meegenomen. Dit is Celsia, mentor van district negen en zij heeft een vraag voor jullie."

Geronimo gebaarde naar mij en ging toen snel zitten. Ik wilde zachtjes op een sarcastische toon Geronimo bedanken, maar toen ik zag dat al alle ogen aan de tafel op mij gericht waren stond ik op en nam ik het woord.

"Hallo, zoals u net al gehoord heeft van mijn compagnon Geronimo heb ik een vraag voor jullie. Tijdens het uitreiken van de scores is er wat misgegaan met mijn vrouwelijke tribuut van dit jaar, Azalea Dahle. Tijdens de televisie uitzending is haar score niet bekend gemaakt en later ben ik erachter gekomen dat zij een extreem lage score heeft gekregen van de spelmakers. Ik vraag me af waarom deze niet bekend gemaakt is en wilde u allen ook vragen of zij een tweede kans mag krijgen of dat zij haar uitvoering opnieuw mag doen. Ik weet dat zij beter kan dan wat ze heeft laten zien en vroeg me daarom dus ook af waarom de score zo laag was."

Ik pauzeerde even om de reacties van de mensen om me heen op te nemen. Gek genoeg gaf niemand echt zijn emoties prijs en bleef het stil in de zaal totdat ik een hoog gelach door de kamer heen hoorde gaan.

Aan het hoofd van de tafel zat Ailith me uit te lachen. Met haar kleine oogjes die veel te erg opgemaakt waren keek ze me priemend aan.

"Dus dit is waar je mijn tijd mee gaat verspillen Geronimo? Ik had beter verwacht van je."

Geronimo werd weer rood en zweeg. Langzaam voelde ik woede opborrelen in mijn lichaam. Dreef deze vrouw nou de spot met me? Waarom gaf ze geen antwoord op mijn vraag? Waarom was Azalea haar score niet bekend gemaakt? Wat een vreselijke vrouw was dit. Nam ze me soms niet serieus? Misschien dat ik haar ook wat serieuzer kon nemen als ze er niet uit zou zien als een geëxplodeerde suikerspin.

Ik klemde mijn kaken op elkaar en keek de vrouw poeslief aan.

"Ik wilde uw toestemming vragen, mevrouw Crawford, om mijn tribuut haar opvoering opnieuw te laten doen."

Ailith keek me minachtend aan.

"Geef me een reden waarom ik een simpel tribuutje zou moeten helpen."

Dit was de druppel. Haar blik, maar vooral haar uitspraak hadden de bom in mij doen barsten. Dit kon ik niet pikken.

"Ten eerste is ze alles behalve een 'simpel tribuutje', maar iemand die haar eigen leven probeert te redden. De kansen waren namelijk niet in haar voordeel."

Met een perfect geëpileerde, opgetrokken wenkbrauw keek Ailith me aan.

"Je kunt zeggen wat je wilt, maar ze blijft een arme sloeber. Ze is hetzelfde als alle anderen."

Ailith maakte een wuivend gebaar naar me en ik zag dat de vredebewakers die bij de deuren stonden in beweging kwamen. Geronimo begon zenuwachtig te lachen en probeerde mijn zin van net goed te praten.

"Vergeef mij voor wat Celsia net zei, ze weet soms niet wat ze doet."

Met een boze gezichtsuitdrukking keek ik Geronimo aan terwijl hij me met een bezorgde blik in zijn ogen aankeek.

Zo te zien had de verontschuldiging van Geronimo niet geholpen, want de bewakers liepen nog steeds op ons af, klaar om ons de ruimte uit te slepen. Ik wist dat ik snel iets moest vinden wilde ik nog wat maken van deze situatie. Op zoek naar inspiratie keek ik snel de kamer rond.

Er kwam niets in me op wat ons op het moment kon redden totdat ik de stoel zag van het raadslid dat de zeggenschap had over district negen.

Op de stoel zat een man met een baardje en een buikje, maar zijn uiterlijk interesseerde me eigenlijk vrij weinig.

Wat me vooral interesseerde was wat er op de rug van zijn stoel stond.

Omdat de man eigenlijk te dik was om aan de tafel te zitten had hij zijn stoel naar rechts gedraaid zodat hij Ailith toch goed aan kon kijken als ze sprak. Daardoor kon ik zien dat er op de rug van de stoel behalve het teken van district 9 ook nog twee gekruiste sikkels stonden. Vliegensvlug schoot me iets te binnen.

De vredebewakers waren ondertussen al aangekomen bij mij en Geronimo en een had mijn arm al vastgepakt. Geronimo werd ruw van zijn stoel getrokken en net zoals ik naar de deur gesleept. Ik moest er nu meekomen. Het was nu of nooit.

"En wat nou als ik u beloof dat deze spelen specialer worden dan anders?"

De vredesbewakers hadden de deuren al opengemaakt en waren klaar om ons naar buiten te smijten toen Ailith wat zei.

"Wat zei je daar?"

Vanbinnen begon ik te lachen, blij dat ik Ailiths aandacht had weten te krijgen.

"Ik vertel het u als deze idioten me loslaten."

Ailith maakte keek de naar de twee vredebewakers en knikte. Zo snel als ze gekomen waren, zo snel stonden ze ook alweer bij de deur, klaar om deze te bewaken.

Ailith vlocht haar vingers ineen en zette haar elle bogen op tafel waardoor ze er nadenkend uitzag.

"Herhaal wat je daarnet zei."

Ik draaide me volledig naar de tafel toe en richtte me tot Ailith. Gek genoeg voelde ik geen angst, maar alleen maar adrenaline. Ik kon dit. Ik kon ervoor zorgen dat Azalea een tweede kans kreeg.

Ik moest ervoor zorgen.

"Wat als ik u beloof dat deze spelen specialer worden dan anders?"

"Hoe wil je dat bereiken?"

"Wat nou als ik u zeg," Ik liep een stukje verder naar rechts terwijl ik mijn handen achter mijn rug ineen sloeg. "Dat Azalea iets kan wat niet veel tributen kunnen?"

Het leek bijna alsof Ailith enige vorm van interesse toonde toen ze antwoord gaf op mijn vraag.

"Wat kan die Azalea dan als ik het vragen mag?"

Ik keek Ailith licht lachend aan.

"Azalea beheerst iets wat niet veel andere tributen beheersen. Heeft u namelijk ooit al eens gehoord van iemand die een sikkel gebruikt tijdens de Hongerspelen?"

Voor het eerst sinds we in de kamer waren kwam er geluid uit de andere raadsleden. Er ontstond een licht geroezemoes toen verschillende raadsleden met elkaar begonnen te overleggen of dat al eens voorgekomen was. Ailith keek me zonder enige emotie aan en stak toen haar hand op. Alsof iedereen op commando doodgeschoten zou worden als ze het niet zouden doen, waren alle raadsleden weer stil.

"Is dat waar, Mablevi?"

Een donkere man met zwarte pijpenkrullen die op de stoel van district 6 zat keek Ailith verbaasd maar ook nadenkend aan en gaf toen met een diepe stem antwoord.

"In alle boeken die ik gelezen heb over de spelen en het gebruik van wapens ben ik het nog nooit tegengekomen. Ook in mijn periode als Spelmaker heb ik nog nooit een tribuut gezien die gebruik maakte van een sikkel."

Ailith kneep haar ogen een beetje dicht toen ze me aankeek.

"En hoe goed is die Azalea dan wel niet als ik vragen mag? Hoe weten we of je geen onzin vertelt? Laat het me zien."

Zo te zien was Ailiths wil wet, want nog voordat ik een antwoord kon geven op haar vraag verdween het schilderij met de districten van Panem erop in de muur. In plaats van het schilderij kwam een mediascherm naar buiten.

Een paar seconden later kregen we het trainingsveld te zien. Op de plek waar normaal messen geworpen werden stond Azalea. Haar golvende blonde haar had ze in een knotje gedaan. Ze droeg een lichtblauw shirt met achterop een grote zwarte negen. In haar beide handen had ze een sikkel waarvan de handvaten van goud gemaakt waren.

Naast haar stond een man die haar zo te zien aanwijzingen stond te geven. De camera zoomde verder in toen Azalea plaats nam op de mat voor haar. Een flink stuk van haar af stonden twee doelen. Ze greep de sikkels nog wat beter vast en sloot toen haar ogen. Ze bracht haar armen in positie en liet toen plots de sikkels met een daverende snelheid door de ruimte vliegen.

Gespannen kruiste ik mijn vingers. Waarom was juist dit het moment geweest dat ik Azalea gemist had? Ik zou nooit meer koffie met appeltaart gaan halen voor Ambrose.

Snel naderden de sikkels hun mikpunten en nog voordat ik pap kon zeggen staken ze al in de doelen.

Vanbinnen maakte ik even snel een vreugdedansje. Gelukkig was dit een goede worp van haar geweest.

Beiden sikkels staken op plekken in de pop die een mens zeker weten om het leven gebracht zouden hebben. De rechter sikkel stak in de borst van de pop terwijl de linker sikkel gevaarlijk in het midden van de buik terecht gekomen was.

Ailith keek zonder iets te zeggen naar het scherm.

Zo te zien was het filmpje afgelopen, want het televisiescherm verdween weer terug in de muur en het schilderij kwam weer tevoorschijn.

De stilte in de ruimte was bijna ondraagbaar. Niemand zei iets en zelfs Ailith maakte bijna geen geluid. Zenuwachtig wiebelde ik met mijn tenen in mijn schoenen. Ze moest het toch goedkeuren? Dat moest toch? Aanvallen met sikkels was een ding, maar om ermee te gooien dat was een techniek die maar weinig mensen beheersten. Ik hoopte dat Ailith dat ook in zou zien.

Ailith keek nog steeds emotieloos naar de plek waar een paar seconden geleden de televisie nog had gehangen. Plotseling haalde ze haar ellebogen van tafel af en wees ze naar Geronimo en mij. Al snel voelde ik twee sterke handen om mijn bovenarmen heen die me snel de ruimte uit begonnen te slepen.

Vanbinnen zwol de woede in me weer aan.

Ze kon toch niet zeggen dat dit geen goede worp geweest was?! Azalea had perfect gegooid en dat was moeilijk te ontkennen. Ik wist dat Azalea niet de beste tribuut was. Ze was zeker ook niet de sterkste of slimste, maar dit was een goede worp geweest en zelfs tributen die er normaal niets van bakken kunnen ook dingen goed doen. En dat was iets dat Ailith niet mocht vergeten.

De vredesbewakers hadden de deuren al open gemaakt en Geronimo en ik werden ruw naar buiten gesleept toen ik een stem vanachter uit de vergaderzaal hoorde komen.

"Allemaal voor?"

Even bleef het doodstil. Ik wist dat dit onze laatste kans geweest was en ik had het verprutst. Azalea zou aan de spelen mee moeten doen met de drie die de spelmakers haar gegeven hadden. Ze zou geen sponsors krijgen en ze zou gelijk al sterven in het bloedbad. Ik had gefaald.

"Azalea krijgt vier punten ophoging."

Alsof ik de loterij gewonnen had draaide ik me om. De vredebewaker slaakte een kreet en probeerde me ruw weer terug te duwen. Achter me zag ik hoe de houten deuren zich langzaam sloten terwijl ik zag hoe Ailith nog wat tegen me zei.

"We zullen zien."

Toen sloten de deuren zich met een luide klap en werden Geronimo en ik door de gang naar de lift vervoerd.

Het was gelukt.

Ze was gered.

Maar een ding zat me nog dwars.

Ze had een score, maar waarom was deze niet bekend gemaakt?


En dat was het weer! :) Sorry voor de late update, er was een beetje chaos hier thuis, maar dat is gelukkig weer allemaal goed gekomen. Ik wil LeviAntonius heel erg bedanken voor zijn bèta en opmerkingen over hoofdstuk 20. Haha ik dacht altijd dat het nu wel goed ging met schrijven, maar zo te zien moet er nog veel gebeuren ;) Ik heb het volgende hoofdstuk al bijna klaar dus het zal ongeveer een weekje duren voordat het helemaal af is en door de bèta heen is. Ik kijk uit naar het volgende hoofdstuk en ik hoop jullie ook!

Veel lieve groetjes,

XxwhitechocolatexX