Nu of nooit

Met grote stappen haastte Grindelwald zich door de gang. Het was er koud, en hij rilde over zijn hele lichaam. Hij liep nog een heel wat verder, maar er leek geen einde te komen aan de gang. Nergens was er ook maar één onderbreking voor een deur of raam. En toch bleef Grindelwald maar doorstappen, tot hij even bleef stilstaan. De vlammetjes op de kaarsen die gang verlichtten, begonnen wild te dansen, wat vreemd was want er was geen enkele luchtstroom voelbaar. Grindelwald keek om zich heen en zag hoe langzaam alles rond hem heen begon te tollen. De gang verdween en hij stond nu in een kleine woonkamer. Het was een stuk warmer want de haard brandde nog zachtjes. In de kamer waren sporen terug te vinden van een gevecht dat nog niet zo lang geleden had plaatsgevonden. Grindelwald kende de kamer maar al te goed, wat er zo'n zesenveertig has plaatsgevonden stond in zijn geheugen gegrift, en waar hij heel zeker van was, was dat de drie deuren waar hij tegenover stond er de vorige keer niet waren.
Op elke deur stond een klein symbool gegrift, op de eerste een cirkel, op de middelste een verticale streep en op de laatste een driehoek.
De deur met de cirkel opende en een klein meisje kwam de kamer binnen. Ze had een glazige blik en staarde doelloos voor zich uit, ze was nog maar een schim van wat ze vroeger was. Grindelwald herkende haar en kreeg angst voor wat er zou volgen. Nu opende de deur met de driehoek zich, eerst leek het of er niets was aan de andere kant. Maar in het duister leek zich iets te bewegen.
Iets wat nog zwarter was dan zwart. En langzaam kwam het de kamer binnen.
De Dood.
De vijand die hij al zo lang probeerde te ontvluchtten.
Hij richtte zijn blik nu op de middelste deur, en Grindelwald wist wie hij daar nu zou aantreffen. Langzaam ging de deurklink naar beneden en hij zette zich schrap.
"Grindelwald!"

Grindelwald schrok op uit zijn nachtmerrie en zag hoe Rastaban zijn kantoor was binnengestormd.
" Ik wil dat je me nu-" riep Rastaban nog tot hij doorhad dat hij erg ongelegen kwam.
"Excuseer me," zei hij direct, "Ik wist niet dat u aan het slapen was."
"Het is niets."
Grindelwald twijfelde of hij iets moest zeggen over dat hij de laatste tijd maar meer en meer werd geplaagd door nachtmerries uit het verleden. Hij besloot maar om het beter niet te doen.
"Wat wilde je zeggen?" vroeg hij uiteindelijk.
"Ik wil die man van het Verzet nu hebben. Zijn arrest is mijn verdienste, en ik wil hem graag zelf ondervragen. Waar is hij?" vroeg Rastaban.
Grindelwald hoorde de verscholen woede achter Rastabans woorden. Hij had Rastabans trots gekrenkt.

"Alles op zijn tijd, Rastaban," zei hij sussend, "Ik houd me nu nog even met hem bezig maar zodra ik klaar ben, is hij helemaal van jou."
Bij het horen van die laatste woorden verscheen er een klein glimlachje op Rastabans gezicht.

Tom had het gevoel dat hij werd bekeken, alleen was hij er zeker van dat niemand in zijn cel zat. In zijn cel was er amper plaats genoeg voor één persoon, en hij werd omringd door vier kille granieten muren zonder een deur of raam. Hij had dus geen flauw idee of het buiten nu dag of nacht was. De tijd was hij dus al lang uit het oog verloren. Zat hij hier nu al een week vast? Twee weken, een maand? In al die tijd had hij niemand gesproken, slechts af en toe kreeg hij wat te eten. Meestal bestond zijn maaltijd uit een stuk brood en water, dat volgens hem via magie de cel werd binnengebracht. Hij had die hele periode geen enkel teken van leven gemerkt. Tot vandaag, nu was hij er zeker van dat iemand hem in de gaten hield.
"Dag Tom."
Een diepe mannenstem galmde door de cel. Hij had de stem nog nooit eerder gehoord, maar het was wel perfect Engels. Het geluid leek van boven hem te komen.
"Ben jij dat, Grindelwald?"
"Misschien, misschien niet. Heb je al genoten van je verblijf hier?"
Tom had geen zin om over koetjes en kalfjes te babbelen. Hij wilde weten wat ze met hem van plan waren.
"Wat wil je van me?"
"Aah… Direct naar de kern van de zaak, zo heb ik ze graag. Jij bent hier om ons te helpen."
"Nooit!"
"Niet te snel oordelen. Ik wil namen, van je medeleden en je opdrachtgever. Ik wil weten waarom jullie hier zijn en wat jullie hier van plan zijn."
"Ik weet van niets…"
De stem lachte.
"Ik heb tijd Tom. Veel tijd. En je zal hier nog breken, wees gerust. Ik spreek uit ervaring. Welkom in Normengard!"

Jonathan bleef nog een hele tijd weg. Ze vernomen pas iets van hem in het verloop van de tweede dag na Peters thuiskomst. Vermoeid maar voldaan was hij het huis binnengekomen met goed nieuws. Hij had twee Centaurenkuddes kunnen overtuigen om elk een afvaardiging te zenden. Ze hadden nog geen tijd gehad om hem over hun eigen opdrachten in te lichten, want Jonathan had zich direct terug getrokken om zich wat op te frissen en te wassen. Pas nadat hij terugkwam, hoorde hij hoe het de anderen was vergaan. Op het nieuws dat de Reuzen hielpen reageerde hij enthousiast en op de weigering van de Kobolden, die ze bewust als laatste hadden achtergehouden, reageerde hij wat teleurgesteld. De Kobolden hadden hun rangen flink kunnen uitbreiden.

Nu hij terug was, was er geen reden meer om een vergadering uit te stellen. Tegen de avond kwamen Boris en Arman naar het huisje. Ook zij feliciteerden Jonathan met zijn succes.
Ze zaten allen aan tafel, en om Jonathans succes te vieren, hadden ze een fles Oude Klare's Jonge Borrel boven gehaald. De sfeer was losjes, wat een verademing was. Het deed goed om nog eens te lachen.
"Maar Peter, wat is nu jouw plan?" vroeg Jonathan terwijl hij voorzichtig van zijn glas nipte.
"Het originele plan is Tom bevrijden uit Normengard. Maar ik zat zo te denken, als we toch Normengard een bezoekje brengen, waarom vallen we Grindelwald niet direct aan?"
Meteen waren alle blikken op Peter gericht.
"Haha," begon Boris te lachen, "Jij hebt vast al teveel Oude Klare's Jonge Borrel binnen!"
Jonathan en Arthur lachten nerveus mee, maar Emma bleef Peter aankijken.
Hun ogen ontmoetten elkaar. Haar gezicht betrok en zachtjes begon ze nee te schudden.
"Oh nee, hij meent het echt…"
De mannen stopten met lachen, en keken terug naar Peter.
"Hij zal niet verwachten dat hij in zijn eigen vesting word belaagd. In aantal zijn we in de minderheid, maar dat hoeft niets te betekenen als we alles zorgvuldig plannen."
"Ben je nu helemaal gek geworden?" vroeg Emma.
"Nee, maar geef toe. Als we Tom bevrijden, wat dan? Dan is het enkel afwachten tot er iemand anders wordt opgepakt."
"Daar heb je een punt," zei Jonathan.
"Dus als we nu Grindelwald meteen aanpakken..."
"Ik weet het niet," zei Boris twijfelend terwijl hij zijn glas Oude Klare's Jonge Borrel in een teug leegdronk, "We moeten Grindelvald niet onderschatten. Vie veet vat hij allemaal al veet over ons?"
"Laat ons vanavond deze mogelijkheid eens bekijken. Als het te gevaarlijk lijkt, dan blazen we het af. Is dat goed voor jullie?" probeerde Arthur te bemiddelen.
"Dus puur hypothetisch?" vroeg Jonathan.
Arthur knikte.
"Goed dan."
"Voor mij ook," viel Boris Jonathan bij.
"En jij schat?" vroeg Arthur aan Emma die naast hem zat.
"Ik kan nog niets tegen jullie beginnen, dus ga jullie gang. Zolang jullie maar weten dat ik dit idee waanzin vindt!"
Peter was blij dat ze toch al bereid waren om er over te praten, als hij nu nog enkele goede redenen naar voren zou kunnen brengen, kon hij ze misschien wel overtuigen om zijn plan uit te voeren.

"Boris, is er een manier om binnen te geraken?"
"Als die er was, zou ik dat al lang hebben geprobeerd. Laat me jullie het even uitleggen. Is er inkt en papier?"
"Een momentje," zei Arthur. "Raffel!"
Ze hoorden hoe de Huiself uit de kamer van zijn broer kwam aangehold.
"U heeft geroepen, meneer."
"Breng Boris wat inkt en perkament."
"Ja, meneer."
Raffel verdween even, en stond een paar tellen later terug met het gevraagde materiaal.
"Bedankt," zei Boris toen hij het aanpakte.
Hij tekende een vierkant in het midden van het blad.
"Stel dat dit Normengard is," hij tekende een grote cirkel met als middelpunt het vierkant. "Die hele cirkel is wat Grindelvald heeft laten vrijmaken. Rond Normengard bevind zich een grote open vlakte, alles vat daar ooit stond is met de grond gelijk gemaakt. De kleinste beweging is dus zichtbaar vanuit zijn vesting, ve kunnen ons nergens verschuilen. Hij ziet ons dus al van ver afkomen en kan alles in gereedheid brengen. Als vij de muren benaderen zullen zij al om hulp hebben gevraagd. En om een maandenlange belegering uit te voeren-"
"-zijn we in de minderheid," vulde Peter aan.
Boris knikte.
"En als we nu op een andere manier proberen binnen te geraken?" opperde Jonathan.
"Het is onmogelijk om te Verschijnselen of te Verdwijnselen in Normengard. De enige manier die er is om binnen te geraken, is als gevangene."
"Oh nee," mompelde Emma, "Jullie gaan jezelf niet gevangen laten nemen. We moeten niet nog meer levens in gevaar brengen. Dat zouden Marcel en Tom niet gewild hebben."
"Marcel is dood en Tom is niet hier. Als we niets doen, zal Tom straks Marcel volgen," antwoordde Peter bits.
Een stilte viel over het gezelschap na Peters harde woorden. De gezelligheid die er daarnet nog heerste had de kamer verlaten en plaatsgemaakt voor bittere ernst.
"Nu is het moment om toe te slaan, we hebben nu gelijkgezinden gevonden die met ons willen meevechten. Als we nog langer wachten, kan Grindelwald in tussentijd nog sterker worden. Het is nu of nooit."