Hoofdstuk 22

"Ik zal snel zijn, je moet kiezen," zei hij met de nadruk op kiezen. Ik wachtte even om te kijken of hij verder ging, maar dat deed hij niet.

"Kiezen tussen wat?" vroeg ik aarzelend.

"Of je, je aansluit bij Voldemort of niet."

"Waarom? Ik bedoel, we zijn toch neutraal?" vroeg ik verbaasd, ik was nogal overvallen door de vraag.

"Ja, dat zijn we nog wel. Maar dat kunnen we niet blijven."

"Maar waarom dan niet? Ik snap het niet."

"Het gevecht komt dichterbij. Het is te riskant om neutraal te blijven, dan krijgen we te maken met allebei de partijen. Het is van groot belang voor je toekomst, Mel. Je moet een keuze maken. Als je je bij hem aansluit, wordt er verwacht dat je en van deze dagen contact met hem opneemt. Zo niet, wacht dan af en kijk wat de toekomst je brengt. Als je het niet doet, moet je je ook voorbereiden op wat er gaat gebeuren, hij zal je komen opzoeken en misschien krijg je wel een confrontatie met hem. Ik kan het allemaal niet zeggen."

"Maar, blijf ik u zien? Blijft u mijn meester? Ondanks alles?"

"Ligt eraan hoe de toekomst zich uitpakt. Maar voor nu, ik wil dat je hierover gaat nadenken en mij je antwoord laat weten."

"Als het goed is weet u die al."

"Nee," ik knipperde een paar keer met mijn ogen. Hoe kon hij dat nou niet weten? "Deze toekomst heeft twee wegen."

"Maar hoe," ik maakte mijn zin niet af. Ik was te verbaasd om ook maar iets te doen.

"Maak je keuze, slaap er wat nachten over. Kom daarna naar mij toe," zei hij. Ik knikte langzaam en traag liep ik weg, terug naar de gangen van Zweinstein.

Een keuze maken. Wat hield dat in? Moest ik het teken laten zetten? Nee, nooit! Maar dan zat ik automatisch bij de andere kant. Draco had zijn keuze al gemaakt, kijk wat er is gebeurd! Maar van hem werd verwacht dat hij zich aansloot, van mij niet.

Draco! Hij was terug! Hij was ontslagen uit de ziekenzaal!

Langzaam maar zeker kreeg ik weer een glimlach op mijn gezicht en ik begon te rennen naar de leerlingenkamer.

Snel ging ik de trap af en kwam uit in de leerlingenkamer. Ik hoorde alleen wat vage geluiden uit de leerlingenkamer komen. Ik keek naar binnen. Het was erg rustig, er waren nog maar twee mensen.

Toen ik naar die mensen keek barstte ik in lachen uit. Draco stond me met een hulpeloos gezicht aan te kijken terwijl Patty hem hartelijk omhelsde en alsmaar zei dat ze blij was dat hij niet dood was en dat ze ook zo blij was dat hij weer met hen kon eten en dat hij beter was en nog meer dingen.

"Help me!" zei hij geluidloos en het enige wat ik kon doen wat lachend naar hem blijven kijken.

"Patty, ik denk dat hij nou wel weet dat je het fijn vindt dat hij weer beter is. Straks moet hij misschien weer naar de ziekenzaal, maar dan niet vanwege zaken, maar vanwege adem tekort," zei ik op zo'n vriendelijke en rustig mogelijke toon. Patty keek om.

"Denk je?" Ik knikte en ze liet hem los uit haar greep. "Oké dan," zei ze en glimlachte naar Draco. "Ik denk dat ik dan maar eeuhm… even naar eeuhm… buiten ga!" zei Patty snel een smoes verzinnend om weg te gaan.

"Ik wil deze euh… speciale… speciale gelegenheid natuurlijk niet storen! Jullie… tja hoe moet ik dat zeggen… verdienen wel even de tijd met z'n tweetjes. Nou eeuh… doe maar wat je wilt, ik ben weg!" zei ze en weg was ze. Ik keek haar met opgetrokken wenkbrauwen na, haalde mijn schouders op en wendde me tot Draco.

Grijnzend keek ik hem aan, wat hij deed was alleen maar glimlachen. Het was een tijdje stil, beide even niet in staat iets te zeggen.

"Zo, dus jij bent eindelijk van de ziekenzaal af," zei ik. Het was meer een conclusie dan een vraag.

"Ja, dat ben ik. Anders zou ik hier nu niet staan en zou ik jou hier nu geen zoen geven," zei hij en trok me dichterbij.

Genietend van het moment waarop hij zijn lippen op de mijne plantte, verdwenen mijn zorgen over wat mijn meester had gezegd. Wie kon er nou aan kiezen denken als Draco ontslagen was van de ziekenzaal? Ik niet dus.

Draco:

Na dat ik eindelijk weg mocht van de ziekenzaal werd ik als eerst plat geknuffeld door Patty. Gelukkig redde Mel me van dat mens, ze was wel aardig hoor.

Na de volgende zoenscène met Mel, kreeg ik te horen dat ik me na het eten bij onze dreuzelvriend moest meldden. Dat was nou echt het laatste waar ik zin in had, naar Perkamentus.

Ik had mijn eten op en stond op om op weg naar Perkamentus te gaan.

"Waar ga je heen, Draco?" vroeg Patty, een beetje ongelegen!

"Naar onze dreuzelvriend."

"Naar Perkie! Wat gezellig! Doe hem de groeten," zei Patty vrolijk en een voor een keken ik, Mel, Lucas, Jack en Nick haar aan.

"Patty, wat heb je gedronken?" vroeg Jack met een vaag gezicht.

"Ik? Ik heb niets gedronken."

"Echt wel, je zei net Perkie en je zei ook dat Draco hem de groeten moest doen," ging Mel verder.

"Owja? Ow, daar weet ik niets van," zei ze en nu keken we als het kon, nog vreemder.

"Misschien moet je straks maar even langs de ziekenzaal, volgens mij ben je een beetje in de war. De stress van de examens stijgt iets te ver omhoog," zei ik en draaide me om en liep weg.

Patty was echt een beetje gestoord geworden. Waardoor kwam dat? Ach, wat kon het mij ook schelen? Niets, precies.

Ik liep snel door de gangen, op weg naar het kantoor van Perkamentus. Ik wilde er zo snel mogelijk zijn zodat ik eerder weg kon, hoe eerder, hoe beter.

Ik stond stil voor de waterspuwer, wat was het wachtwoord ook al weer?

"Owja, hangoren," zei ik en de stenen waterspuwer bewoog omhoog en snel ging ik op de trap staan die me automatisch naar boven bracht.

Ik begon me af te vragen waarom ik naar Perkamentus moest komen. Waarschijnlijk voor het geval van ruim een week geleden. Ik was echter niet van plan om ook maar iets los te laten over het voorval met Jeweetwel.

Ik klopte zacht op de deur.

"Binnen," hoorde ik iemand zeggen en ik duwde de deur open. Ik zag Perkamentus achter zijn bureau zitten en hij keek me met twinkelende ogen aan, ik haatte die blik in zijn ogen, altijd zo vrolijk!

"Ah, jongheer Malfidus! Ga zitten," zei hij en wees naar een stoel die voor zijn bureau stond. Ongemakkelijk ging ik zitten. Een naar voorgevoel bekroop me.

"Waarom wilde u me spreken, professor?" vroeg ik.

"Ik wil dat je me vertelt wat er is gebeurd, hoe het is gebeurd en waarom het is gebeurd."

Ik wist het. Ik wist dat hij dit ging vragen, maar ik gaf geen antwoord. Fragmenten schoten voorbij.

"Waar is Draco?" vroeg Mel terwijl ze om zich heen keek.

"Ik weet het niet, hij is vast weg gegaan. Misschien moest hij wat dingen regelen" zei Patty.

"Maar dat zou hij gezegd hebben," zei Mel. Ik was toen de hoek om gegaan om me de rest van de avond niet meer te vertonen.

"Draco? Zeg eens iets," zei Perkamentus, maar ik keek nog steeds strak voor me uit het raam. Niet van plan om maar iets te zeggen. Ik was het zogenaamd vergeten, wat ik helemaal niet was.

De hele avond sloot ik me op, voorbereidend op de avond. Wat ik zou gaan zeggen, wat me te wachten stond. Ik had mijn keuze niet lang geleden gemaakt. Toen ik hoorde over Mels moeder had ik een besluit genomen. Het kon en zal mijn leven kosten, tenzij er een wonder gebeurde, maar het was het waard. Ik ging liever dood dat een slaaf zonder eigen leven en vrienden te zijn.

De dood zelf was het probleem niet, alleen de manier waarop en hoe ik dood ging. Voldemort zou niet bepaald blij zijn met mijn keuze.

"Draco, zou je antwoord kunnen geven?" vroeg Perkamentus met een zucht maar nog steeds reageerde ik niet.

Die gil. Nu wist ik zeker dat ze er waren. Langzaam en vermoeid klom ik uit mijn schuilplaats. Ik was bang voor wat er ging komen, maar dat liet ik niet zien. Mijn ogen stonden koud en ik had maar één doel: hem vertellen wat ik wilde.

Absoluut niet snel liep ik naar de rand van het bos, daar bleef ik vijf seconden staan en liep het bos in.

Het was pikdonker, ik kon niets zien. Gelukkig had ik mijn stok en kon die zorgen voor wat licht. De zenuwen stroomden door mijn lichaam, het was echt niet normaal! Ik was nog nooit zo bang en zenuwachtig geweest. Ik kreeg de hele tijd rillingen door me heen en mijn nekharen gingen overeind staan.

Eindelijk kwam ik bij de plek. De open plek die heel dicht begroeid was aan de zijkant. Niemand zou me hier vinden, ik wist zeker dat ik verloren was. Maar toch was er geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om rechtsomkeert te maken.

Ik duwde de planten opzij en trof aan wat ik had verwacht. Eer kring mensen in zwarte gewaden en een masker, hier zit mijn vader bij, dacht ik bedroefd.

Mijn vader

Ik had hem altijd gezien als mijn voorbeeld; de man in wiens voetstappen ik zou treden; de man die mij opvoedde tot een echte Malfidus; de man die zeer bedroefd zou zijn na wat ik te zeggen had; de man die gestraft zou worden voor mijn keuze; de man die eigenlijk een moordenaar was…

Ik slikte een prop weg, daar mocht ik niet aan denken. Ik moest nu aan mijn eigen toekomst denken en niet die van mijn vader. Ergens hoopte ik dat hij niet al te bedroefd zou zijn, dat mijn moeder hem ervan kon overtuigen dat dit was wat ik wilde. Ook al was mijn moeder een raar mens af en toe, ze hield van haar gezin.

"Draco, als je wilt dat wij je helpen moet je ons vertellen wat er is gebeurd. Anders kunnen wij je niet helpen," zei Perkamentus met een zucht, maar nog steeds reageerde ik niet. Ik hoorde hem niet eens! Ik zat vast in mijn geheugen.

Ik haalde diep adem en schoof de takken verder opzij, ik stapte de open weide in. Alle dooddoeners keken naar mij, ze volgde iedere pas, iedere beweging, iedere ademhaling.

Ik voelde me niet op mijn gemak toen ik de kring binnen liep. Er stond een lange man met een bleke huid en bloedrode ogen; Voldemort.

Ik huiverde bij het zien van de man, van hem. Hij zag er afschuwelijk eng uit en angstaanjagend niet te vergeten.

"Jongheer Malfidus, Draco Lucius Claudius Malfidus, zoon van Lucius Claudius Malfidus. Je bent gekomen om mij, ons, jouw keuze te vertellen.

Ik en vele andere hopen uiteraard dat je ons kunt verblijden met een nieuwkomer.

Sluit jij jezelf bij ons aan? Dat zou uiteraard de goede en beste keuze zijn, wat is je antwoordt?" Voldemorts stem was ijzig, hoog, koud en kil. Mijn nekharen gingen opnieuw overeind staan bij elk woord wat hij uitsprak.

Ik keek de groep rond. Ik was bang, erg bang, maar dat kon je op geen enkele mogelijkheid ontdekken. Één iemand zou kunnen weten hoe ik me voelde, de enige persoon die mijn hart deed kloppen, het ook kon voelen, die ene persoon waar ik dit voor deed en die ene persoon zou mij hoogstwaarschijnlijk nooit meer levend zien hierna.

Weer kreeg ik en brok in mijn keel. Ik had geen afscheid kunnen nemen, ze wist niet waar ik was, ze was vast hartstikke ongerust en ik kon haar nooit meer zeggen dat het me speet. Dat het me speet van alle slechte dingen die ik tegen haar gezegd of gedaan had.

Ik keek weer naar de man recht voor me, hij grijnsde gemeen. Mijn blik werd strak en vermande me.

"Nee," zei ik zacht maar duidelijk. De grijns van Voldemort verdween en zijn ogen gingen van kil naar nog killer.

"Wat?!" siste hij en weer kreeg ik kippenvel.

"Mijn antwoord is nee. Ik sluit me niet bij je aan." Er ging een hevige schok door de groep.

"Verrader, hier zal je voor boeten! Crucio!" siste hij en mijn ogen werden groot.

Opeens schoot er een helse pijn door mij heen. Mijn ogen sperde zich wijd open en mijn pupillen werden groot. Het leek wel alsof mijn botten stukje voor stukje werden verbrijzeld, versplinterd, terwijl ik verbrand werd.

De pijn was onnatuurlijk erg. Vreselijk. Afschuwelijk.

Ik knalde tegen de grond en begon hevig te stuiptrekken terwijl ik gilde. Ik gilde vol pijn, vol verdriet, een dodende gil.

Het duurde eeuwen, het stopte maar niet, het wilde niet stoppen. De pijn, de pijn van versplinterde botten en verbrandde huid, mijn stembanden gilde zich kapot en mijn hart die overuren moest maken met een stekende pijn. Eeuwen, vele eeuwen lang, leek het.

Toen stopte het. De pijn van verbrijzelde botten en verbrandde huid was verdwenen, maar ik hield er een andere pijn aan over.

Ik hijgde zwaar en moeizaam, mijn hart bonkte in mijn keel en mijn hoofd deed verschrikkelijk pijn. Bij elke ademhaling verkrampte ik van de pijn, omdat mijn borstkast daardoor bewoog. Ik hoorde een stem, ergens vaag en ver weg.

Hij zei dat ik me nog kon bedenken en dat hij terug kwam om mijn antwoord nog eens aan te horen.

Even dacht ik dat ik gered was, maar toen het tot me doordrong dat ze terug kwamen wist ik dat ik het nog eens moest doormaken.

Ik hoorde voetstappen en ik opende mijn ogen. Er viel iemand naast mij neer, het was Mel. Ik was zo blij haar te zien, maar ik kon niets doen. Het enige wat ik deed was trillen.

"Draco! Wat is er gebeurd?!" vroeg ze. Haar stem trilde en haar ogen sloegen doodsangst uit. Ze begon me allemaal vragen te stellen die me voorbij gingen. Ze huilde, er rolde een traan over haar wangen die op mijn hand terecht kwam.

"Ssshhht…. Mel," begon ik. Het deed zo'n pijn om te praten, maar ik moest haar waarschuwen. Voor haar had ik het over, voor haar had ik dit gedaan.

Ze stopte met vragen stellen.

"Je moet hier weg. Ze komen terug," zei ik met de grootste moeite, maar ze schudde haar hoofd.

"Nee! Ik laat jou niet alleen achter," zei ze beslist. Ik weet niet meer hoe ik haar verder had kunnen overtuigen dat ze terug moest gaan. Wat ik nog wel weet is dat ze beloofde terug te komen met hulp. Daarna gaf ze me een kus, een zachte, liefdevolle, verdrietvolle, eerlijke en waarheidvolle kus. Ik genoot van het moment waarop zij haar lippen op de mijne drukte en de tranen van haar mijn wangen en lippen deden glimmem. Het duurde veel te kort, maar ik wist dat ze weg moest, hulp halen.

Nadat ze vertrokken was kwam Voldemort weer en vertelde ik hem opnieuw dat mijn antwoord nee was. En opnieuw schoot de helse pijn weer door mij heen, alleen deze keer veel langer, net zolang tot ik in een zwart gat belandde. Een zwart gat waar ik niets zag, hoorde, voelde of rook. Helemaal niets.

"Draco!" zei een bezorgde stem en ik keek geschrokken voor me. Ik keek recht in de twee bezorgde ogen van Perkamentus. Ik zweette en voelde me klam. Het leek alsof ik net uit een sauna was gestapt en de frisse lucht tegemoet kwam.

Het was duidelijk dat ik helemaal in mijn herinnering was opgegaan en de buitenwereld was vergeten.

"Draco? Hoe voel je je?" vroeg Perkamentus nu met een rustige stem en ik keek hem hoofdschuddend aan. Ik kon niets uitbrengen, dat wilde ik ook niet.

"Ik neem aan dat je het niet wilt vertellen, ik wil alleen dat je, je mouw even opstroopt en daarna kan je gaan."

Ik keek hem verbaasd en verontwaardigd aan, ik moest mijn mouw opstropen? Dacht hij dat ik gek was?

"Ik weet dat het jouw zaken zijn, maar het is van groot belang en ik zou het graag zo vriendelijk mogelijk afhandelen."

Vriendelijk, was dwingen vriendelijk? Ik keek hem bedachtzaam aan, hij knikte, maar toch wist ik dat hij niet verwachtte dat ik het zou doen.

Langzaam begon ik mijn mouw op te stropen en zag dat Perkamentus met enige verbazing toe keek. Toen mijn mouw helemaal was opgestroopt was, was er niets te zien. Als Perkamentus verbaasd was, liet hij het niet merken.

Snel deed ik mijn mouw weer omlaag, stond op en verliet zo snel mogelijk het kantoor.

Mel:

Waar bleef hij nou? Hij was al sinds het avondeten weg en het was nu een paar minuten voor negen! Het duurde toch geen drie uur zo'n bezoekje aan 'Perkie' zoals Patty hem noemde. Ze was echt in een vreemde bui vanavond. Ze zei nooit dingen als "doe de groeten aan Perkie" en het dan ook nog weten.

De zevende jaars mochten dan wel tot tien uur door de gangen lopen, maar dat verklaarde nog niet waarom Draco nog steeds weg was!

In al die jaren dat ik op Zweinstein zat, had niemand van Zwadderich het langer dan een uur bij 'Perkie' uitgehouden, Draco zou het record breken!

Dit was belachelijk, ik draai door.

"Ik ga even een wandelingetje maken" zei ik tegen Patty en ze knikte. Ik stond op en liep de kerkergangen in. Na een paar gangen doorgelopen te hebben kwam ik uit de kerkers en begon te dralen door de gangen boven de grond.

Soms had je van die dagen dat je het liefst door een zo stil mogelijke ruimte/omgeving wilde lopen, gewoon om je gedachten te ordenen en op rust te komen. Maar het kasteel was dan niet de beste keus.

Ik keek om me heen, niemand, mooi. Ik draaide een kandelaar, die aan de muur hing, een kwartslag en een stukje muur ging open als een deur. Snel glipte ik door de opening en duwde de muur weer dicht. Hij kon ook anders dicht maar daar had ik nu geen zin in. Dit was een van de verborgen gangen die ergens heen leidde. Deze deur leidde regelrecht naar de zijkant van het kasteel buiten.

Ik snoof de heerlijke geur van het bos op en ging liggen in het gras. Ik sloot mijn ogen en begon een liedje te neuriën, dat uitliep tot zacht zingen.

De stille geluiden om mij heen, een zacht avondbriesje en een heldere lucht maakte mijn avond, waarop Draco niet verscheen, weer goed.

Na een tijdje liep ik terug naar binnen en liep richting de trappen die naar de kerkers leidde. Het was half tien en de enige mensen die ik mogelijk tegen kon komen waren leraren en zevende jaars.

Ik had verwacht niemand tegen te komen, maar ik kwam wel iemand tegen. Voor mij liep een jongen met warrig haar en een bril. Zijn schouders en hoofd hingen naar beneden en hij zag er absoluut slecht en oververmoeid uit.

"Potter?" zei ik aarzelend en de jongen keek op. Ik schrok van zijn uitstraling. Hij had wallen en zijn ogen stonden dof. Wat was er met hem aan de hand? Ik liep naar hem toe.

"Wat is er?" vroeg ik en je kon wat bezorgdheid in mijn stem horen.

"Niets," zei hij en wilde weg lopen, maar ik hield hem tegen.

"Wel, je ziet er vreselijk uit; je negeert alles en iedereen, zelfs je beste vrienden; je cijfers zijn omlaag gegaan en je zwerft laat door de gangen. Er is wat aan de hand, ik ben niet dom hoor."

"Kijk, je hebt gelijk. Er is inderdaad iets, maar dat is niets waarbij jij je mee hoeft te bemoeien. Dit is iets tussen mij en-" hij stokte in zijn zin en keek me duister aan. "Een moordenaar," siste hij, draaide zich om en liep weg.

"Vrienden zijn er om je te steunen en te helpen, niet om genegeerd en afgekat te worden, Potter! Denk daar maar eens aan!" riep ik hem achterna. Die jongen had echt serieus een probleem.

Toen ik aankwam in de leerlingenkamer zat Draco daar op de bank.

"Draco! Ik heb op je gewacht! Je was wel drie uur bij die dreuzelvriend!" zei ik en ging bij hem op schoot zitten, met mijn gezicht naar hem toe.

"Sorry, hij wilde het hebben over die avond en zo. Heeft het echt drie uur geduurd? Dat is lang!" zei hij verbaasd.

"Ja, dat is zeker lang. Nu is bijna een hele avond naar de knoppen."

"Bijna, maar ik kan het nog goed maken, nietwaar?"

"Ja, kan… denk ik," zei ik twijfelend en deed alsof ik diep nadacht.

Draco trok me aar zich toe, pakte mijn kin tussen duim en wijsvinger en zoende me teder. Tijdens het zoentje glimlachte ik en sloeg mijn armen rond zijn nek. Het zoentje ging over naar een zoen en telkens had ik weer het gevoel dat het de eerste keer was.

Aangezien het vrijdag was hadden we het laat gemaakt. Ik weet niet meer wat ik allemaal had gedaan, maar wat ik wel weet was dat ik de volgende ochtend wakker werd in Draco's bed en met bonkende koppijn.

Ik schrok wel toen ik wakker werd en de eerste vraag die in me opkwam was of ik wel iets aan had! Gelukkig had ik mijn lingerie aan, de volgende vraag was moeilijker:

Wat had ik allemaal uitgespookt?!