A/N: Ten eerste wil ik een speciale dank uit brengen naar dame. LongLiveTheBloodyQueen.
Een tijdje terug heeft ze me gevraagd of ze een paar tekeningen mocht maken bij mijn verhaal. En wie zou ik zijn als ik dat niet toe zou laten. Tuurlijk heb ik ook meteen gevraagd of ik de tekeningen ook zou mogen hebben, niet wetende dat ik er een erg speciaal zou gaan vinden.
deze tekening heeft dan ook de eer gekregen om mijnprofiel foto te zijn. De andere drie tekeningen heb ik gebruikt als kaft voor mijn Bellatrix verhalen.

Dame LongLiveTheBloodyQueen bedankt voor de tekeningen, ik den zeer vereerd en trots dat ik ze met iedereen mag delen.

"Heer Potter, Ik Augusta Morgana Lubbermans, waarnemend hoofd van het al oude en nobele huis Lubbermans staat en zal beschikbaar zijn tot uw opdrachten gedurende de komende week. Zo is het geschreven zo zal het zijn".

(BTK 3) H 21Het ministerie van toverkunst.

Amalia en Isabella keken verschrikt op toen ze Augusta de magische eed hoorde doen. De eed zelf was niet iets wat hen verbaasde. Nee, het feit dat ze het deed zonder dat Harry hun echt had verteld wat hij ging doen. Tuurlijk wisten ze wel dat Augusta meer inzichten had dan de meeste maar toch. Een eed was niet zomaar iets en zeker geen magische

Harry stond op en knikte naar Augusta. "Ik Heer Potter van het aloude en nobele huis Potter neem u beschikbaarheid in dank aan en zal het waardig en met respect behandelen dit gedurende de komende week. Zo is het geschreven en zo zal het zijn" beantwoorde Harry haar.

Het was ook nu dat Harry hen uit legde wat hij wilde gaan doen. En dat hij het meende werd duidelijk met de woedde die hij in zijn woorden bracht. Maar ook de aura van magie die hij uit straalde.

Isabella was meteen op gestaan en bracht de zelfde eed uit die Augusta daarnet ook had gedaan.

Voor Amalia was het even denken. Het geen wat Harry haar had gevraagd bracht haar zelf ook onder verdenking. En ze wist ook dat hij haar er niet van verdacht. Dit gaf hij aan door haar zelf die taak te geven. En toch was het een van de moeilijkste keuzes die ze kon maken

Amalia stond na enige twijfeling op en gaf ook de eed aan Harry, net zoals Isabella en Augusta dat ook hadden gedaan.

Harry die beide keren de eed had ontvangen gaf zijn eigen eed terug en keek ze even doordringend aan. Vervolgens stond hij op en liep richting de openhaard. Hij gaf Bella en Daphne een kus en verdween.

In het ministerie stapte hij uit de haard en werd op de voet gevolgd door Amalia en Isabella. Recht achter hem verscheen Augusta Lubbermans. Met haar rechte hand kneep ze in zijn schouder en liep naar rechts en gang in die richting de kantine leiden.

Harry knikte en liet zijn magie van woede in kracht toe nemen en ging verder naar de liften.

*#*

Augusta was rechts afgeslagen en liep richting de kantine van het ministerie. Het was haar taak om iedereen terug in de rechtszaal te krijgen. Met een blik door de kantine heen zag ze dat bijna iedereen er nog was.

Dit was een van de dingen die ze had verwacht. De meeste van deze heren zouden hier de hele dag blijven hangen. Het was een soort uitje voor hen die ze vaak tot laat in de avond lieten duurde. Maar vandaag zou wel eens een nachtmerrie kunnen worden voor velen van hen, bedacht ze bij zich zelf. Althans dat was voor een aantal van hen.

Augusta stond bij de ingang en strekte zich in haar volle lengte. Met haar magie duwend in haar uitstralende aura net als Harry liep ze de kantine binnen. "Oke iedereen naar de Wikenweegschaar en wel nu voordat ik jullie er heen vervloek" riep ze luid.

Het was niet vaak dat Augusta zo iets mocht doen en als ze dat dan mocht dan deed ze het ook met volle overgave. En de magische kracht die ze liet zien was er geen een die je zomaar naast je neer legde.

De eerste die ze zag lopen was David Goedleers. Alleen wat haar bij hem opviel was dat hij een wazige blik had. Waarschijnlijk had hij een paar borreltjes te veel op dacht ze. Dat was immers ook een van de redenen dat de meeste hier bleven hangen. Het viel haar ook op heer Abbott en heer Davids er niet waren. Die waren waarschijnlijk al naar hun kantoren gegaan. Iets wat een snel openhaard gesprek zou kunnen verhelpen.

Dan was er nog een persoon die er niet was. Iets in haar vertelde dat ze die niet in zijn huis zou vinden. En ook niet op een willekeurig kantoor in het ministerie. Nee na alle verwachting zou die zich waarschijnlijk wel in het kantoor van Droebel bevinden. En inwendig hoopte ze dat die persoon daar ook was. Het zou het namelijk makkelijker maken voor Harry.

Met een tevreden blik liep Augusta achter iedereen aan richting de Wikenweegschaar. Met een tevredenheid wist ze dat ze het eerste deel van de taak had vol bracht. Tuurlijk wat ze moest doen was niet moeilijk maar wel belangrijk. Nee het geen wat Amalia moest doen was net zo moeilijk als het geen wat Isabella moest doen. Haar taak was simpel vergeleken bij die van hen.

*#*

Amalia liep naast Isabella en schuin achter Harry. Met een kleine blik keek ze schuin naar Isabella en zag dat die net zo gespannen was als zij zelf. Voor haar zag ze Harry lopen met een aura die nu zichtbaarder was dan ooit.

Het was de ware kracht van Harry die ze zagen en voelden. En dat het groot was, was zacht uitgedrukt. Jammer alleen dat Harry die alleen maar liet zien wanneer hij kwaad was. En in dit geval was hij kwaad op de minister en Albus enkel en alleen voor het toelaten van Dementors op het school terrein.

Wat ze zich zelf nog steeds afvroeg was waarom ze alles deed wat Harry vroeg. Tuurlijk ze was niet onder een spreuk of drankje geplaatst. Dat zijn dingen waar op iedereen die in het ministerie werkte zichzelf op moest testen. En toch liep ze achter Harry aan als of hij haar baas was.

Met haar linkerhand kneep ze even in zijn schouder en liep links een gang in richting haar kantoor. In haar kantoor ging ze achter haar bureau zitten en riep het hoofd van de schouwers naar binnen.

Romeo Wolkenveld kwam naar binnen en keek wantrouwend naar het gezicht van Amalia.
"Baas is alles goed met u" vroeg Romeo angstig.

Amalia keek op en schudde van nee.

"Romeo ik wil dat je binnen nu en vijf minuten alle log bestanden van Azkaban en de twaalf grote hier op mijn kantoor brengt" vertelde Amalia tegen Romeo.

"Baas u weet dat u een van de twaalf bent. En u wild dat ik ze hier breng" vroeg Romeo weer.

Amalia knikte en keek naar de klok. "Romeo je staat hier nu al twee minuten, dus je hebt er nog drie" was haar kort antwoord terug.

Romeo knikte en liep meteen het kantoor uit. Vier minuten later was hij terug en legde de mappen op het bureau van Amalia. Amalia pakte ze op en keek ze stuk voor stuk door. Romeo die naast haar stond vroeg waarnaar ze aan het zoeken was. Met een diepe zucht liep ze de zes mappen met een klap op de tafel komen.

Met haar handen in haar, haar en een woede die ze zelden liet zien stond ze op en liep richting een kas. Daar achter een deur haalde ze een fles vuurwhisky tevoorschijn en schonk een glas voor haar en Romeo in. Met een vinger wees ze naar een lege stoel en gaf aan dat Romeo moest gaan zitten.

Romeo die meteen deed wat zijn baas wilde keek afwachten naar Amalia.

"Romeo de taak die ik jou nu ga geven is er een die je thuis moet doen. Ik kan jou niet vertellen hoe belangrijk dit is. Ik heb een taak gekregen van heer potter en die moet jij voor mij vervullen" vertelde Amalia hem.

Romeo keek haar aan en schudde van nee. "Sorry, Amalia ik ga geen taak uitvoeren die u door een kind is opgelegd" vertelde Romeo haar bijna schreeuwend.

Amalia zei eerst niets maar keek hem wel aan. "Romeo jij doet wat ik jou opdraag en dit is een taak dat ik jou opdraag" beet Amalia terug.

Romeo wilde weer van nee schudden maar bedacht zich. "Baas waarom luistert u naar een kind en niet naar de minister" vroeg Romeo haar beschuldigend.

Amalia wist dat het geen dat Romeo haar nu vroeg dat het heel belangrijk was voor Romeo. En ook dat het geen wantrouwen in haar was maar meer een vorm van nieuwsgierigheid. Met een spreuk bracht ze een verdedigingsmuur aan en een anti afluister muur.

Romeo keek even raar op. Het kantoor van zijn baas was altijd al verdedigd tegen afluisteren en gevaar. Maar dat zijn baas dit extra verstevigde met spreuken van haar eigen huis was iets nieuws en het verspelde niet veel goeds.

"Romeo weet jij wel wie het kind is waarvan ik jou een opdracht geef" vroeg ze nu vriendelijk maar doordringend.

Romeo knikte en zij dat het Harry Potter was en dat die verantwoordelijk was voor het kleineren van de minister en de onderminister.

Amalia snoof luid en schudde haar hoofd. "De Minister is zelf verantwoordelijk voor zijn diskrediet. Het is iets wat hij met zijn eigen stomheid heeft gedaan. En hij heeft het niet alleen bij heer Potter gedaan maar ook bij mijn huis" vertelde Amalia hem pinnig.

Romeo keek haar niet begrijpend aan. "Sorry, baas maar ik weet alleen maar dat hij problemen heeft met huis Potter. En dat Harry alles doet wat niet mag, dus ik begrijp echt niet waarom u dan nog een opdracht van hem aan neemt, laat staan dat u überhaupt nog naar hem luistert".

Amalia schudde opnieuw van nee. "Romeo weet je wat de titel is van heer Potter en mijn dochter".

Weer schudde Romeo van nee.

"Nou" zei Amalia venijnig. "mijn nichtje is".

Prinses Suzanne Bonkel van Zweinstein.

Erfgename van.

Het aloude en nobele huis Bonkel
Het aloude en nobele huis Huffelpuf.
Zweinstein.

En Heer Potter is
***

Koning/ prins Harry James Potter van Zweinstein.

Koning van Zweinstein

Heer van het aloude en nobele huis Potter.
Heer van het aloude en nobele huis Griffoendor
Heer van het aloude en nobele huis Prosper
Heer van het aloude en nobele huis Zwadderich
Heer van het aloude en nobele huis Huffelpuf
Heer van het aloude en nobele huis Ravenklauw

Erfgenaam van

Het aloude en nobele huis Anderling

Dat Harry ook de erfgenaam van huis Zwart was hield ze even stil. Sirius was immers nog steeds een voortvluchtige in de ogen van de wet.

En als je, je dan bedenkt dat hij magisch net zo sterk is als Albus en sterker zal worden dan Merlijn ooit is geweest. Dan vraag ik jou wat zou jij doen als heer Potter je een opdracht geeft".

Romeo keek met open mond naar Amalia. Wat hij nu hoorde had Droebel hem nooit verteld. En zo als hij het nu zag begreep hij het ook. "Maar Baas. Als ik zo vrij mag zijn. Hij is en blijft een kind. En toch lijk het me dat u bang bent voor hem" vroeg Romeo wat verlegen en verwonderd.

Amalia lachte en knikte van ja. "Romeo ik ben als de dood voor hem. Ik mag mijn huis aan de zijne koppelen en dat geeft me een bescherming die niemand me ooit heeft kunnen geven. Ja we zijn vrienden en hij zelf zien me als familie. En ja ik ben als de dood voor hem. Niet om wat hij mij zal aan doen maar voor wat hij kan. Ik heb hem dingen zien doen die ik een volwassen tovenaar nog nooit heb zien doen.

Het zijn dingen die hij onbewust doet, en jij weet net zo als ik dat die dingen vaak alleen maar gebeuren wanneer de emotie toe neemt. Pas als hij echt in zijn kracht komt zal hij weten wat hij werkelijk kan en dat is iets wat mij meer angst brengt dan wat dan ook.
Dus als je mij vraagt wat heb ik liever. Dan heb ik liever een Voldermort in een gevecht tegen mij dan een Heer Potter van elf jaar".

Het was Romeo niet ontgaan dat Amalia liever een hij die niet genoemd mag worden voor haar had willen staan dan een elf jarige Potter. "Baas u zei elf jaar maar hij is toch dertien. En u noemde hij die niet genoemd was bij zijn naam" vertelde Romeo haar met een beetje trots.

"Ja, dat ik Voldermort zeg heeft heer Potter mij geleerd. Vrees voor een naam brengt vrees voor de persoon. En ja ik heb een elf jarige Potter gezegd. Toen had ik namelijk nog een kans. Nu lukt het mij, Tops en David goedleers maar amper om van hem te winnen. En daar komt dan bij dat hij zich in houd" vertelde ze eerlijk aan Romeo.

Romeo Wolkenveld luisterde naar alles wat Amalia hem vertelde maar kon het bijna niet geloven. Maar de manier waarom ze het geheim wilde houden gaf hem aan dat ze eerlijk was tegen over hem. "Oke baas maar wat moet ik dan voor u en hem uitzoeken " vroeg Romeo nu.

"Wat ik hier heb zijn de papieren met de twaalf mensen die toegang hebben tot Zweinstein. Een van die mensen ben ik. Ik kan me zelf niet onderzoeken en mag dat ook niet doen. Maar de anderen wel. Omdat ik het eerlijk wil en moet houden vraag ik jou dus om het voor mij te doen.

De rede waarom is namelijk het volgende er zijn net minstens tien dementors Zweinstein binnen gedrongen. En niet alleen op het terrein. Nee, ze waren binnen in het kasteel. En om precies te zijn waren ze binnen in de grote zaal. Ik wil van jou weten wie hen de toegang tot het hek van Zweinstein heeft gegeven. Maar uit deze zes wil ik weten wie hen de opdracht heeft gegeven om de school binnen te gaan" en Amalia wees naar zes van de twaalf mappen. "Het was namelijk tijdens het eten dat ze de grote zaal binnen kwamen".

Nu de rede dat Harry Potter mij deze opdracht heeft gegeven, en dat heeft hij gedaan uit naam Zweinstein, is omdat Perkamentus niet eens op school was toen het gebeurde. En dus terwijl jij dit voor mij gaat uit zoeken. Ga ik het hoogst persoonlijk tegen iedereen in de Wikenweegschaar vertellen. Ik weet namelijk dat bijna iedereen wel iemand op de school heeft zitten. Is het niet als leerling dan wel als eentje vaan een kennis of zelfs een kleinkind. En ik wil dus vragen waarom Droebel heeft toegestaan dat die wezens zich rond en in de school bevinden. En ik hoop alleen dat heer Potter nog iets voor mij over houd want hij is in staat om Droebel en iedereen die zich ook maar een beetje tegen hem verzet te beëindigen hier nu en terplekken".

"U wild zeggen dat Harry nu onderweg is naar de minister. Maar dan moet hij door heel het ministerie heen daar komt hij nooit er zijn er zoveel die hem tegen zullen houden" viel Romeo haar in de reden.

Amalia schudden opnieuw van nee. "Heb je nu echt niet naar mij geluisterd Romeo. David goedleers, Nymphadora tops en ik winnen maar amper van hem. En wij zijn met zijn drieën. En dan houd hij zich in. Ik kan je nu zeggen dat hij zich totaal niet in zou houden. Dus voor iedereen die hem tegen wild houden hoop ik dat ze st. Holisto kunnen betalen. En doe nu je werk" bet ze Romeo toe.

Amalia zelf stond op en liep richting de rechtszaal waar iedereen die lid was van de Wikenweegschaar zich nu bevond.

*#*

Harry voelde de hand van Augusta en wist dat die nu onderweg was om iedereen van de Wikenweegschaar naar de rechtszaal te brengen. Achter hem liepen nu alleen nog Amalia en Isabella. Met grote passen liep hij richting de liften. Zijn magie nam met iedere pas toe. Hoe dichter hij bij het kantoor van Droebel kwam hoe kwader hij werd. Op de tweede verdieping stapte hij uit de lift en liep met een blik vooruit richting het einde van de gang.

Nu voelde hij de hand van Amalia in zijn schouder knijpen. Hij wist dat die zou uit zoeken wie de opdracht had gegeven en ook waarom. Hij zelf had andere plannen en dat ging hij nu doen. Iedereen had eerder die dag gehoord dat Bogrod hem tot zijn koning benoemde. En als koning van Zweinstein liet hij nu ook zien waarom hij dan wel niet de koning was.

Inwendig had hij nooit verwacht dat hij nu alweer in het ministerie zou zijn. De tijd voor hun excuses verliep namelijk pas morgen avond. Maar dit was om zijn huis. Dit ging om Zweinstein en haar leerlingen. En als Droebel niet voor een oplossing zou zorgen dan wist Harry niet zeker of hij de tijdslimiet van morgen avond wel zouden halen.

Harry die nu alleen nog maar Isabella achter zich had, hoopte vurig dat zijn moeder hem rustig kon houden. Het was namelijk zo, dat als hij ooit een moord zou plegen. Dan zou het vandaag nog wel eens de dag zou kunnen zijn dat, dat zou gebeuren.

Met nog maar een paar passen zou hij bij het kantoor van de minister zijn. Buiten de deur zat zijn secretaresse te wachten. Met nog maar een pas of tien riep Harry of de minister in zijn kantoor was.

"Hij zit midden in een bespreking" werd hem terug geroepen door de secretaresse.

"Mooi dus hij is binnen" riep Harry terug.

Met nog 8 stappen te gaan, stond de secretaresse op en ging voor de deur staan.
"U mag hier niet naar binnen zonder een afspraak. De minister is een druk man" riep ze.

Met nog zeven passen deed Harry zijn hand omhoog. De secretaresse zweefde omhoog. Met nog maar zes passen te gaan werd ze van de deur verwijderd en op een stoel gezet, die een meter of wat van de deur af stond.

Isabella die achter hem liep zag dat hij het allemaal zonder toverstok deed. Het was iets wat ze van Narcissa had gehoord maar het zien ervan was nog vele malen indrukwekkende dan het horen.

Met nog vijf passen te gaan hief Harry zijn beide handen omhoog.

Met nog vier passen te gaan bracht hij ze naar beneden en riep "BOMBARDA".

Met nog twee passen te gaan was de deur verdwenen en was iedereen in de kamer te zien.

Met nog een pas te gaan stond Harry al met een been binnen.

Bij binnen komst hield hij stil en keek om hem heen. Voor hem zat Droebel. Links stond nu Lucius en die pad van een vrouw. Rechts stond Albus Perkamentus. Nog voor dat een van hun, hun mond kon openen riep Harry. "De Wikenweegschaar gaat nu in sessie. Als ik jullie was zou ik mezelf daar maar meteen naar toe begeven voor dat ik jullie daar heen breng" in een snauwerige toon.

Droebel zag de ogen van Harry maar voelde zich sterker dan ooit tevoren. Misschien was het omdat hij het niet doorhad. Of omdat hij dacht dat Lucius en Albus hem wel zouden helpen.

"Horen jullie wel wat ik heb gezegd" snauwde Harry opnieuw. Zijn magie vloeide steeds meer en meer uit zijn lichaam. Met twee handen bracht Isabella hem weer een beetje tot rust. Het was ook op dit moment dat Albus dacht dat hij wel wat kon doen.

"Nou Harry mijn jongen. Je kunt toch wel"

dat was alles wat Albus kon zeggen voor hij de punt van de toverstok van Harry onder zijn kin voelde. "Albus, ik weet nu inmiddels wel dat jij nooit respect voor mij zou kunnen tonen. Maar als je me nog een maal mijn jongen noemt dan mag ik hopen dat jou baard mijn spreuken tegen kunnen houden. Maar zoals ik daarnet al zei. Nu naar de Wikenweegschaar of je kunt gaan zoeken naar een andere baan" beet Harry hem toe.

Albus slikte maar hield zijn koelte, en toonde de angst die hij nu voor Harry had niet.

"Nou luster eens hier jij snot jong" gilde de pad tegen Harry. "Wie denk jij wel niet dat jij bent. Je komt hier niet zomaar binnen komen, heb jij dan helemaal geen respect voor de minister of het ministerie. En dan denk je dat wij zomaar gaan luisteren naar iets wat jij zegt". Phhhh "misschien moet jij maar eens wat meer respect hebben voor je meerdere" snauwde ze opnieuw.

Harry keek haar aan en lachte gemeen.

Omber keek terug en dacht dat het niets betekende. Met een lachje van haar zelf riep ze. "Expelliarmus". Tot haar verbazing en die van de anderen kwam er geen stok uit de hand of ook maar uit de zak van Harry.

Harry lachte luid en keek met genot naar de pad.

"Voor iemand die zo hoog is als jij, ben je knap dom" vertelde Harry tegen Omber.

Omber die het hoorde werd meteen rood van woede. "Stupefy" schreeuwde ze

"Protego, Expelliarmus". Riep Harry terug. En de toverstok van omber vloog uit haar hand en in de uitgestrekte hand van Harry.

"Hoe durf je een toverstok van je meerdere te pakken en dan nog wel met duistere magie" schreeuwde Omber weer.

Harry draaide met zijn ogen en wilde wat zeggen maar hield wijselijk zijn mond. Even dacht hij na en wist dat hij iets had weggegeven wat hij niet had moeten doen.
"Stupefy, Stupefy, Stupefy, Stupefy. Amnesia, Amnesia, Amnesia, Amnesia".

Isabella zag wat Harry aan het doen was meer begreep hem niet. "Harry waarom wis je een gedeelte van hun geheugen" vroeg ze.

"Niet een gedeelte mam. Alleen de magie wat ik zonder toverstok heb gedaan. We kunnen een Albus en Droebel niet laten weten dat ik het stokloos kan doen" vertelde hij zijn mam eerlijk.

Isabella keek hem aan en knikte. Met een vinger wees ze naar omber. Harry keek ook en haalde zijn schouders op.

Met wat Toverkracht maakte hij iedereen weer waker en hield zijn toverstok tussen de ogen van Omber. "Ik weet niet wat jij denk, wie jij bent pad. Maar weet je wel wat ik mag doen bij iemand die mij aanvalt" zei Harry fluisterend maar hard genoeg zodat iedereen zijn haat kon horen.

"Jij vuile halfbloed" sneerde Omber terug. Ik ben de onder minister en ik ben een vol bloed en beter dan jou" schreeuwde Omber terug.

Harry stond nu recht op en keek naar Albus. "Ik meende wat ik net heb gezegd Albus. Ik wil dat iedereen nu naar de Wikenweegschaar gaat anders breng ik jullie er hoogstpersoonlijk heen.

Albus die niet wist wat er nu werkelijk was gebeurd wilde koste wat kost dat hij zijn baan op Zweinstein behouden. "Harry mijn jonge".

"Albus dat is nu de tweede keer in een half uur. Als jij me nog een keer Harry of mijn jonge noemt zal ik jou vervloeken naar morgen. Mijn naam is heer Potter voor jou" beet Harry Albus weer toe.

Albus knikte en verliet het kantoor van Droebel en liep als eerste naar de Wikenweegschaar. Albus die werd gevolgd door Droebel en een hevig mopperende Omber keek niet meer om. Het enige wat Albus hoopte was dat hij zijn baan in Zweinstein nog steeds had.

De laatste die het kantoor verliet was een zwaar gespannen Harry. Hij liep met de hand van zijn moeder in de zijne achter een angstige Lucius aan. Lucius was de enige die nu nog wist dat hij stokloze magie kon doen. Maar hij was niet bang dat Lucius dat aan Voldermort zou gaan vertellen als die ooit terug zou komen. Lucius zou dan ook meteen moeten vertellen dat hij had verloren van een jongen van dertien. En die schaamte zou zijn ego niet aan kunnen.

Met de hand van zijn moeder knijpen in die van hem gaf hij een zucht van opluchting. Hij had zich rustig kunnen houden met de hulp van zijn moeder. Maar er waren momenten dat Harry niets liever wilde doen dan hen allemaal in een keer neer te halen. Maar gelukkig voor hem en Isabella was dat niet gebeurd.

*#*

Augusta stond bij de deur van de Wikenweegschaar en keek de gang in. De eerste die ze de hoek om zag komen was Amalia en Romeo. Augusta wist dat Romeo de meest vertrouwde schouwer was van Amalia en het voorspelde veel goeds. Maar ze wist ook dat de schouwers bij opdracht achter Droebel stonden. En in al zijn leugens zouden geloven als hen dat word verteld. Maar met Romeo aan hun kant zouden de schouwers ook gauw hun kant kunnen volgen.

Met haar hand op haar hard zag ze nu ook Albus, Droebel en die pad Omber aan komen lopen. Toen Ze Lucius zag wist ze meteen dat ze gelijk had in de gedacht waar die zou zijn. Maar de kleine glimlach op het gezicht van Isabella vertelde haar genoeg. Harry had zijn kracht laten zien maar had zich ook ingehouden. En dat was al meer dan dat ze verwacht hadden. Met een stap opzij liet ze iedereen door. Tot haar verassing kreeg ze een kus van Harry op haar wang en hoorde.