APPENDIX

Zoals ik jullie in mijn vorige Author's Note beloofd had, is hier in afwachting van de sequel nog één laatste update. Ik kreeg dit idee een tijdje geleden, toen het publiceren van 'De keuze' stilaan op zijn einde begon te lopen. De Garage en de capitooldaklozen hebben een vrij belangrijke rol gespeeld in het verhaal. Daarom leek het mij leuk om jullie uit te leggen waar dit hele idee nu eigenlijk vandaan komt.

Het antwoord is heel eenvoudig: ik werk zelf als vrijwilliger in de Garage. Of beter gezegd, ik ben vrijwilliger bij Poverello, een Belgische vzw voor minderbedeelden waar ik de Garage volledig op heb gebaseerd. Ik weet niet of Poverello erg bekend is in Nederland, maar de meeste Belgische lezers zullen er zeker al over gehoord hebben. Zelf werk in ik de afdeling van Leuven (omdat ik zelf vlak bij die stad woon).

Op het internet heb ik een artikel over de Leuvense afdeling van Poverello gevonden. Het artikel geeft een vrij goede algemene indruk van hoe het er bij ons op een normale werkdag aan toe gaat. Hieronder vinden jullie de volledige tekst. Het artikel heb ik gevonden op de website www . stampmedia . be en werd gepubliceerd op 18 april 2012. Eerst wou ik hier gewoon een link plaatsen, maar Fanfiction doet soms raar met internetlinks en het artikel is minder dan duizend woorden lang. Dus heb ik de tekst hier rechtstreeks neergezet.


'Bij Poverello word ik aanvaard zoals ik ben'

Terwijl je onlangs misschien nog van een uitgebreid paasdiner genoot, moesten heel wat Belgen het met minder stellen. Zes dagen op zeven kunnen zij terecht in een van de vijftien Belgische afdelingen van Poverello.

Dagelijks kunnen zo'n zeventig mensen terecht bij Poverello Leuven voor een warme maaltijd, een tas koffie en gezelschap. Door financiële tegenslagen, kansarmoede, alcoholisme, medische problemen of discriminatie kwamen de meesten in de armoede terecht. Voor een drankje of een kom soep betalen ze slechts 20 cent, voor een volwaardige warme maaltijd een euro. Mensen die echt geen geld hebben, krijgen alles gratis. "Natuurlijk zitten er ook profiteurs tussen, maar we geven liever een beetje aan een profiteur dan het risico te lopen dat we mensen uitsluiten die het echt nodig hebben."

Uiteenlopende gasten

Een garage in een Leuvens rijhuis leidt naar een refter waar een viertal gasten zit te ontbijten. Vanaf 10.00 uur kunnen ze er terecht voor een kopje koffie of een drankje. Caroline, een ietwat verlegen meisje dat nog niet zo lang geleden afstudeerde, staat achter de bar. "Al twee jaar lang kom ik elke zaterdag helpen", zegt ze razendsnel, terwijl ze haar ogen op de koffiepot gericht houdt. "De mensen van de zaterdagploeg ken ik ondertussen heel goed."

De meest uiteenlopende figuren passeren de toog: een fluitende vijftiger, een stoere twintiger, een vrouw achteraan de zestig met een porseleinen pop,… Steeds meer gasten zitten in groepjes verspreid over de tien tafels. Ze lachen, praten, vertellen mopjes en lezen de krant. Een jonge moeder met een vriendelijk gezicht en frisse bruine krullen bestelt twee kopjes koffie aan de bar. Al gauw vallen haar ogen op de grote mand met paaseieren en aarzelend vraagt ze: "Zou ik er zo eentje mogen?" "Ja, natuurlijk, die geven we mee bij de koffie." Met een brede glimlach laat ze de eitjes in haar jaszak glijden en knipoogt: "Die verstop ik morgen in de tuin!"

Gezellig samenzijn

Een halfuur voor etenstijd zit een groep mannen al klaar rond de tafel. De geur van gekookte aardappelen komt uit de keuken. "Ik kom hier al zestien jaar elke dag", zegt Freddy, een zestiger met zwartgrijs haar. "Meestal zitten we in hetzelfde groepje en aan dezelfde tafel. Dit is bijvoorbeeld al zestien jaar mijn vaste plaats." Tafelgenoot Willy, een zestiger met gladgestreken haar, bril en snorretje, vult aan: "Voor mij is Poverello een plek waar ik samen met anderen kan eten en gezellig aan tafel kan zitten. Voor één euro kan ik thuis bovendien geen gezonde warme maaltijd klaarmaken." François apprecieert vooral de steun die hij van zijn tafelgenoten krijgt: "Ik weet dat ik altijd op hen kan rekenen."

De laatste jaren vinden almaar meer mensen de weg naar Poverello en blijven er regelmatig komen. Aan het einde van de maand is het bovendien steeds drukker, aangezien dan bij velen het geld op is. Voor veel mensen blijft de drempel echter bijzonder hoog om voor het eerst binnen te wandelen, zegt Tim. "Ik leerde het kennen via vrienden, dus voor mij was het niet zo'n grote stap. Maar voor mensen die alleen komen, is dat vaak wel zo. Veel mensen horen over Poverello via het OCMW."

Naast warme maaltijden biedt Poverello af en toe daguitstappen aan naar Blankenberge, Banneux of Lourdes als bezinningsmoment voor de mensen. Maar ook in Leuven plant de organisatie regelmatig een activiteit. Zo gingen ze onlangs nog allemaal samen supporteren voor OHL (Oud-Heverlee Leuven). Met Kerstmis en Nieuwjaar blijven de gasten ook niet in de kou staan. "Met kerst kunnen we genieten van een uitgebreid feestmaal en krijgen we allemaal een cadeautje mee naar huis. Op Nieuwjaar mogen we zelfs in het Novotel gaan eten."

In de keuken

In de keuken is een zevental vrijwilligers nog steeds druk in de weer. Liesbeth werkt hier al drie jaar: "Met mijn rugproblemen kon ik niet langer gaan werken, maar ik ben nog veel te jong om niets meer te doen. Daarom help ik hier", zegt ze vrolijk terwijl ze grote stukken vlees in kleine blokjes snijdt. Ontstaan er ook vriendschappen tussen vrijwilligers en gasten? "Niet echt, vriendschap is iets heel intiems. Maar de mensen herkennen me wel. Sommigen zijn best aanhankelijk."

Het eten krijgt de organisatie voornamelijk cadeau van grootwarenhuizen, maar ook voormalig stadskok Jeroen Meus schenkt de overschotten uit zijn restaurant. Suzy, de gepensioneerde dame die het team coördineert, toont de overvolle koelkast. "Sinds de crisis krijgen we veel meer eten van de groothandel. Zoveel dat we het soms zelfs niet allemaal uitgedeeld krijgen. Dat is best frustrerend. Zeker als je beseft dat veel andere grootwarenhuizen hun overschotten gewoon weggooien. Afschuwelijk vind ik dat in een wereld waar zoveel mensen honger lijden."

'Gelukkig zijn met de kleine dingen'

Rond half twee zijn de meeste gasten alweer naar huis. Voor velen van hen betekent dit zoveel meer dan een goedkope warme maaltijd. Het is een plek waar ze samen kunnen zijn met anderen, waar ze een sociaal vangnet kunnen uitbouwen en waar ze aanvaard worden voor wie ze zijn. Lief en leed vertrouwen ze elkaar toe: depressies, medische problemen, maar ook de mooie dingen in het leven. Hoewel de meesten van hen het niet makkelijk hebben, hangt er een vreugdevolle en gezellige sfeer.

Ook de vrijwilligers steken heel wat op uit hun engagement. "Je hebt echt niet zoveel nodig om gelukkig te kunnen zijn. Dat beseffen wij maar al te goed als we naar de gasten kijken", klinkt het eensgezind. "Het geluk zit 'm in de kleine dingen en die leer je hier des te meer appreciëren."

Enkele namen in dit artikel werden door de redactie veranderd.

Copyright 2012 – Koekje bij de koffie – Lien Santermans


Nu jullie het artikel gelezen hebben, kan ik verder met mijn toelichting.

Zoals jullie zien, zijn er dus heel wat gelijkenissen met de Garage (het algemene idee achter beide organisaties is in ieder geval hetzelfde). Natuurlijk zijn er ook een paar belangrijke verschillen. Bij het bedenken van de Garage moest ik namelijk enkele zaken aanpassen, om het hele idee te laten werken in het Hongerspelen-universum. Tussen de Garage en Poverello Leuven zijn er drie grote verschillen.

Ten eerste zijn de bezoekers van de Garage allemaal 'echte' daklozen, die effectief op straat leven en 's nachts ook op straat slapen. In Poverello Leuven komen echter vooral mensen die een laag inkomen hebben en/of eenzaam zijn, maar die wel nog een vast adres hebben. De reden daarvoor is dat er in Leuven - denk ik - gewoon weinig echte daklozen rondlopen. In mijn verhaal heb ik er bewust voor gekozen om de klanten van de Garage effectief op straat te laten leven. 'Gewone' minderbedeelden vond ik om één of andere reden niet zo goed in het rijke Capitool passen, vandaar dat ik voor echte zwervers heb gekozen. Ik zie het Capitool namelijk als een stad van extremen (ook wat de verschillen tussen arm en rijk betreft).

Maar als vrijwilliger van Poverello Leuven heb ik dus zelf weinig of geen ervaring met het echte daklozenmilieu. Eén of twee keren heb ik gezien hoe we iemand een deken meegaven om 's nachts buiten te slapen, maar in onze afdeling komt het dus zelden voor. Moest ik in Poverello Brussel werken, dan zou dat anders zijn: voor zo ver ik begrepen heb, leven de bezoekers van die afdeling vaak wel degelijk op straat. Als schrijver van 'De keuze' had ik dus eigenlijk beter in Brussel gewerkt… Ik ben nog steeds tevreden over mijn beslissing om in 'De keuze' over echte daklozen te schrijven, al vond ik mijn eigen (zeer) beperkte ervaring met die groep mensen wel het 'moeilijkste' bij het schrijven over de Garage. Ik hoop dan ook dat er in mijn verhaal geen grote fouten of clichés over dit onderwerp beland zijn.

Een tweede verschil tussen de Garage en de Leuvense afdeling van Poverello is het eten. In Poverello Leuven (en andere afdelingen) wordt er elke dag een volledige warme maaltijd aangeboden, inclusief soep. In de Garage koken ze ook af en toe, maar niet in zulke grote hoeveelheden en ook niet elke dag. De reden daarvoor is dat ik dit eigenlijk niet zo goed vond passen in het Capitool. In de boeken wordt er sterk benadrukt hoeveel voedsel ze daar hebben, en dat het voor de inwoners van het Capitool nooit een probleem is om aan eten te komen. Dit geldt dus ook voor de bezoekers van de Garage, die grotendeels van 'dumpster diving' leven: in onze eigen wereld wordt er al heel wat voedsel in de vuilbak gegooid, ik kan mij gemakkelijk voorstellen dat dit in het Capitool nog veel vaker gebeurt. Daarom heb ik er voor gekozen om mij in de fanfictie iets minder te focussen op het restaurant-gedeelte (hoewel ik het niet helemaal heb weggelaten, want in Poverello is het juist heel erg belangrijk. En ik wilde de Garage echt op Poverello baseren.)

Het derde - en laatste - belangrijke verschil vind ik persoonlijk eigenlijk het grootste verschil: de manier waarop de rest van de samenleving tegen de organisatie aan kijkt. In België is er heel veel respect en waardering voor de organisatie Poverello, in het Capitool zit de Garage bij wijze van spreken op het randje van de illegaliteit. Ook dit heb ik met opzet zo gedaan.

Ik werk nu al ruim drie jaar in de Leuvense afdeling van Poverello, en ik verbaas me nog regelmatig over de waardering en de steun die we van buitenaf krijgen. Als ik zeg dat ik vrijwilliger ben bij Poverello, dan wordt er altijd heel positief gereageerd. Als ik in de media iets over Poverello hoor of lees, is dat ook vrijwel altijd in positieve zin. Veel mensen hebben dus echt waardering voor het werk van armenorganisaties zoals Poverello. Zoals er in het internetartikel geschreven staat, krijgen we enorm veel voedsel gratis en voor niets aangeleverd (meestal overschotten van warenhuizen of feesten). Onze maaltijden bestaan voor het overgrote deel uit zulke schenkingen (al kopen we soms aanvullende ingrediënten om een bepaald gerecht te kunnen maken). Daarnaast zijn er ook heel wat mensen die ons hun oude kleren komen brengen, zodat we ook die aan onze klanten kunnen weggeven of aan een lage prijs verkopen. Een ander goed voorbeeld is ons jaarlijkse kerstfeest: we krijgen gratis een grote zaal ter beschikking, en een groot deel van het feestdiner wordt door een traiteur geschonken.

Het verschil met de situatie in het Capitool had eigenlijk niet groter kunnen zijn: ik heb gekozen voor een verhaal waarin de Garage totaal geen respect krijgt van de rest van het Capitool, en waar veel mensen er gewoon op neerkijken. Aludra is er zelf dan ook 'toevallig' beland, door het executie-incident in de Transfer, want in haar sociale milieu (de rijke bovenlaag van het Capitool) is het echt heel erg ongebruikelijk om zoiets te doen. Omdat een organisatie zoals de Garage eigenlijk niet echt 'gewenst is' in het Capitool, moet alles dus min of meer in het geheim gebeuren: de garageboxen die zoveel mogelijk aan de rand van de stad liggen, de veiligheidsmaatregel om regelmatig van box te wisselen, het feit dat de eigenaars ervan niet weten waarvoor hun huurders (Dennis, Alcyone en Talitha) ze precies gebruiken, Aludra die haar vrijwilligerswerk voor iedereen geheim houdt, etc. Strikt wettelijk gezien is het niet verboden wat ze doen, maar populair is het zeer zeker niet. De Garage heeft het als organisatie dan ook vele malen moeilijker dan Poverello: van onze lokalen (grote refter, professionele keuken, aparte opslagruimte met diepvriezers) en van onze schenkingen kunnen zij alleen maar dromen. Iets zoals ons kerstfeest is al helemaal onmogelijk. Misschien moeten jullie hoofdstuk negen nog eens bekijken, want daar heb ik dit nadrukkelijk aan bod laten komen. Tussen de Garage en Poverello zijn er volgens mij nog altijd meer gelijkenissen dan verschillen, maar hier heb ik het contrast met opzet zo groot mogelijk gemaakt.

Ook dat was een bewuste keuze van mij als schrijver. Het hele idee van 'een wereld waar de rijken zich hoog boven de armen verheven voelen, en waar een tiener uit een rijk gezin tegen de wil van zijn/haar ouders in stiekem de armen gaat helpen' , had ik al heel lang in mijn hoofd zitten. Ik zag dit al jaren als een mogelijk uitgangspunt voor een verhaal, zelfs nog voordat ik de Hongerspelentrilogie leerde kennen. Toen ik na het lezen van de boeken besloot om mijn aan een fanfic te wagen, is dit idee al snel teruggekomen, omdat het perfect in het HG-universum bleek te passen.

Voor mij was het ook logisch om dit in het Capitool te doen. Ik heb zo mijn eigen ideeën over het Capitool, ideeën die ook verder gegroeid zijn terwijl ik mijn verhaal schreef. Het was voor mij al vrij snel duidelijk dat het Capitool een erg 'harde' maatschappij moet zijn: men heeft er geen enkel probleem mee om 24 kinderen live op tv de dood in te jagen, de districten worden uitgebuit, en het Capitool durft zelfs zijn eigen inwoners wreed te behandelen. (vb. wat er met Cinna, Lavinia, Pollux, Portia en Peeta's voorbereidingsteam gebeurd is - van die laatsten heb ik trouwens nooit begrepen hoe ze schuldig kunnen zijn aan Peeta's bevrijding door de rebellen, waarom zijn ze dan vermoord?) Wanneer Finnick in 'Spotgaai' de geheimen van zijn klanten openbaar maakt, kan je eigenlijk ook aanvoelen dat er in het Capitool vanalles niet pluis is.

Ook het feit dat ze allemaal zo veel bezig zijn met kleren en make-up was voor mij een teken aan de wand. Een harde, prestatiegerichte maatschappij is doorgaans ook een maatschappij waar mensen beoordeeld worden op hun uiterlijk, en waar men veel belang hecht aan geld en bezit. En hoewel Suzanne Collins ons niet zo heel veel verteld heeft over het leven in het Capitool zelf, bevatten haar boeken toch een paar concrete aanwijzingen dat het om een vrij 'harde' samenleving moet gaan. Eén van de beste voorbeelden staat in hoofdstuk 24 van 'Spotgaai': De mensen die in de luxe appartementen in de binnenstad wonen, doen helemaal niets om inwoners van de geëvacueerde wijken te helpen. In plaats daarvan draaien ze hun deur op slot en doen ze alsof ze niet thuis zijn …

Daarom heb ik er in mijn fanfictieverhalen voor gekozen om het Capitool neer te zetten als een extreem voorbeeld van zo'n 'harde' samenleving. De materiële welvaart is er zeer hoog en op het eerste zicht lijkt alles in orde te zijn. Maar wie verder kijkt, zal zien dat ze daar eigenlijk op een soort van sociaal kerkhof zitten … in mijn sequel meer daarover.

Dit is trouwens ook de reden waarom ik als schrijver geen enkel probleem had met een executie in de Transfer. Ik herinner me dat sommige lezers dit raar vonden, maar voor mij was het juist heel logisch. Het past in mijn beeld van het Capitool als een harde samenleving waar iemand die niet aan de verwachtingen voldoet al snel niet meer meetelt. Zelf vind ik het ook niet echt in strijd met de originele boeken. In district 11 is er tijdens de Zegetoer ook iemand op een openbare plaats doodgeschoten. Het verschil tussen de districten en het Capitool is dat er in 11 een heleboel mensen moesten toekijken, terwijl er in de Transfer geen toeschouwers waren (dat dachten de vredebewakers althans …)

Natuurlijk is zo'n brutale executie een nogal 'extreme' gebeurtenis, maar de moord op 23 kinderen live op tv uitzenden - en het dan ook nog eens als entertainment presenteren - is minstens even extreem. (Tussen haakjes: Suzanne Collins heeft het fenomeen reality-tv tot in het extreme doorgetrokken, en op net dezelfde manier heb ik het idee van een harde samenleving doorgetrokken.)

Een aantal onder jullie zal nu waarschijnlijk vragen: "Waarom hebben we in de drie originele boeken dan niets van dit alles gemerkt, terwijl Azmidiske87 beweert dat haar verhalen niet als AU bedoeld zijn?" Het antwoord is dat de boeken volledig vanuit het standpunt van de districten geschreven zijn. Katniss en alle andere echte hoofdpersonages zijn allemaal districtsinwoners. In mijn verhalen willen Snow en zijn regering dat de districten denken dat het Capitool superrijk en perfect - en dus ook onaantastbaar - is. Vanuit Katniss' POV zal je er dus inderdaad zo goed als niets van merken. Het Capitool verbergt zijn interne problemen om bij de districten niet als 'zwak' over te komen, wat ook nodig is als je ze wil onderdrukken. Maar eigenlijk heeft Finnick dat in hoofdstuk 16 allemaal heel mooi uitgelegd. In mijn derde verhaal kom ik er waarschijnlijk ook nog verder op terug.

Hoe 'hard' een samenleving ook is, volgens mij zullen er altijd een paar mensen zijn die proberen om daar tegenin te gaan (in mijn geval de vrijwilligers van de Garage, en ook Aludra zelf). Dat is ook iets dat ik in mijn verhaal wilde steken. Ik heb trouwens ook nooit geloofd dat de capitoolinwoners van de Spelen genieten omdat ze als sadisten geboren zijn. Volgens mij zijn ze gewoon in een heel verkeerde samenleving opgegroeid.

Ik zal trouwens nooit beweren dat mijn interpretatie van het Capitool de enige juiste is! Misschien had Suzanne Collins wel iets totaal anders in gedachten toen ze haar boeken schreef, en zit ik er helemaal naast. Dit is gewoon mijn eigen, persoonlijke interpretatie. Op het internet heb ik ook totaal andere interpretaties van het Capitool gevonden, die evengoed juist kunnen zijn.

Nu weten jullie dus waar de hele verhaallijn rond de Garage vandaan komt, en hoe ik het Capitool in het algemeen zie. Ik hoop dat jullie dit aanvullende hoofdstuk interessant vonden (ikzelf vind het in ieder geval meestal wel leuk om te weten waar een schrijver zijn of haar ideeën vandaan haalt). Ik hoop ook dat jullie dit nawoord een nuttige toevoeging vonden, want de Garage was toch wel een erg belangrijk onderdeel van dit verhaal (dat geldt ook voor de sequel en een eventueel derde verhaal). Ik kan jullie trouwens ook eerlijk zeggen dat ik deze verhaallijn nooit, maar dan ook echt nooit had kunnen schrijven - of zelfs maar verzinnen - als ik geen vrijwilliger bij Poverello Leuven zou zijn. Heel waarschijnlijk zou ik niet eens op het idee gekomen zijn, laat staan dat ik het op een realistische manier had kunnen uitwerken. Dus moet ik Poverello eigenlijk bedanken, omdat ik zonder deze organisatie nooit deze fanfic tot een goed einde had kunnen brengen.

En ik moet ook jullie - de lezers van mijn verhaal - bedanken. Ten eerste omdat jullie tot en met het twintigste hoofdstuk zijn blijven volgen, en jullie reviews mij zeker geholpen hebben. Ten tweede omdat mijn hele verhaallijn rond de Garage zo positief ontvangen is (positiever dan ik verwachtte), en dat terwijl 'armoede in het Capitool' toch niet het meest voor de hand liggende thema is. Dus allemaal: heel erg bedankt!

Tot slot wil ik nog vermelden dat ik op mijn Tumblr-pagina een reeks foto's van Poverello Leuven geplaatst heb. Wie geïnteresseerd is, kan die bekijken door naar mijn profiel op fanfiction te gaan. daar staat immers de link naar mijn Tumblr.

Ik ben inmiddels al volop bezig aan de sequel 'Spionne'. Het eerste hoofdstuk daarvan zal online verschijnen in het weekend van 5 en 6 april (tenzij er echt iets misloopt). Tot dan!

Azmidiske87