Hoofdstuk 20.

Hermelien lag al de hele nacht te woelen in haar bed. Het feest was nog volop aan de gang, en ze kon de slaap niet vatten. Dat kwam niet door de muziek en het lawaai van de feestgangers die steeds meer dronken leken te worden naarmate de tijd vorderde, maar eerder door het feit dat ze aan het piekeren was. Ze moest steeds terugdenken aan de dans met Malfidus. Hermelien durfde het bijna niet toe te geven, maar ze had zich zo goed gevoeld bij hem, toen hij haar zo vasthield. Toen ze haar hoofd tegen zijn schouders had gelegd en hij door haar haren streek. Maar het was Malfidus! Die ongelooflijke pestkop die haar leven op school zuur probeerde te maken en die haar nog maar een maand geleden zo verschrikkelijk behandelde! Hoe kon ze nu zo'n dingen voelen?

Ze overtuigde zichzelf er uiteindelijk van dat ze zich maar wat had ingebeeld. Het had haar gewoon sterk doen denken aan Ron, zoals hij toen met haar had gedanst in hun woonkamer. Ja, dat was het. Ze dacht aan Ron, helemaal niet aan Malfidus. En voor Malfidus gold waarschijnlijk hetzelfde, hij moet aan Astoria hebben gedacht, anders zou hij nooit door haar haren hebben gestreken.

Rond half vier werd Hermelien opgeschrikt door lawaai buiten. Even leek ze zich niet meer te herinneren wat er aan de hand was. Slaapdronken stond ze op en liep ze naar het raam. Ze ging op haar vensterbank zitten en schoof voorzichtig de gordijnen aan de kant. Natuurlijk, het waren de laatste feestgangers die vertrokken. De muziek was stilgevallen, maar ze hoorde wel nog hoe een paar mensen door de gangen liepen om naar huis te gaan. Ze zag hoe Malfidus afscheid nam van zijn laatste gasten en hoe deze wankelend de oprit afliepen. Malfidus riep hen nog iets achterna, waarna de mensen op de oprit moesten lachen. Hij schudde lachend zijn hoofd en wilde terug naar binnen gaan. Voordat hij echter uit het gezichtsveld van Hermelien verdween, keek hij omhoog. Hij leek precies te kijken naar het raam waaraan ze zat, snel trok ze zich terug. Haar hart bonkte snel. Zou hij haar gezien hebben? Maar het was donker, dan zou hij wel erg goede ogen moeten hebben. Ze durfde toch niet opnieuw te kijken. Ze kroop terug in haar bed en staarde naar het plafond, terwijl ze luisterde naar de gedempte geluiden van de kelners die al wat aan het opruimen waren. Uiteindelijk werd het helemaal stil in huis.

Het was nu vijf uur en Hermelien besefte dat ze toch niet meer kon slapen. Met een grote zucht gooide ze haar dekbed aan de kant, rekte ze zich uit en stond daarna op. Ze trok haar kamerjas aan en sloop stilletjes de trap af naar de bibliotheek. Daar kon ze zich vast nog wel goed bezighouden tot het tijd was en de rest van het huishouden ook zou opstaan. Ze was bijna het hoekje om gegaan naar de gang van de bibliotheek toen ze opeens stemmen hoorde uit een slaapkamer verder op de gang. Hermelien wierp nieuwsgierig een blik om de hoek. De deur van de gastenkamer tegenover de bibliotheek stond een beetje open, het licht stroomde de donkere gang op. Ze kon er niet zomaar langsgaan zonder dat ze zou worden opgemerkt. Ze bleef staan en overwoog even wat ze moest doen. Toen hoorde ze de naam van Malfidus vallen en besefte ze dat het Lucius en Narcissa waren die zachtjes aan het praten waren. Ze waren als enige van de familie en vrienden blijven overnachten, want zoals Hermelien zich nog goed herinnerde – omdat de hele gebeurtenis in de badkamer verschillende keren opnieuw had afgespeeld in haar hoofd – zouden ze de volgende dag Scorpius meenemen naar hun thuis.

"Ja, het was echt een goed feest geweest," hoorde ze Narcissa zeggen.

"En, wat belangrijker is, Draco heeft veel tijd met Patty doorgebracht," zei de stem van Lucius. Hij deed niet eens de moeite om te fluisteren. Waarschijnlijk hadden ze niet door dat de deur nog openstond.

"Ja, mijn liefste, je plan heeft goed gewerkt. Ik geloof dat we over een halfjaar een nieuw feest kunnen organiseren. Maar toch denk ik dat er betere kandidaten op het feest aanwezig waren," antwoordde Narcissa.

Hermelien spitste haar oren, waar hadden ze het toch over? Hoe konden ze het nu over Malfidus hebben, terwijl hij slechts een paar kamers verder rustig aan het slapen was?

"Ach, maar juffrouw Park is anders ook een heel goede partij hoor," zei Lucius, terwijl hij zachtjes lachte. "Ik heb gehoord dat zij veel geld zal erven."

Hermelien stapte van afschuw naar achteren, maar kwam daarbij terecht op een wel erg hard krakende plank. Ze keek verschrikt naar de openstaande deur, deinsde terug het hoekje om en leunde tegen de muur. De deur van de gastenkamer ging helemaal open, het postuur van Lucius kwam in de straal licht staan.

"Is daar iemand?" vroeg hij met een harde stem.

Hermeliens hart ging tekeer, ze durfde bijna niet te ademhalen uit schrik dat hij dat dan zou horen. Had hij gezien dat zij stond te luistervinken? Ze wachtte een paar tellen en luisterde ingespannen. Ze hoorde zijn voetstappen over de krakende planken naar haar toekomen, hij was bijna de hoek om en zou haar elk moment ontdekken toen hij bleef stilstaan.

"Hmm, ik heb me waarschijnlijk iets ingebeeld," hoorde ze hem zeggen, waarna hij terugliep en de deur achter zich dicht deed. Opgelucht ademde Hermelien een paar keer in en uit en slaagde er zo in te kalmeren. Ze keek om de hoek en zag dat het licht was verdwenen. Ze dacht er niet meer aan wat ze in de eerste plaats was komen doen, maar ze liep zo snel als ze kon zonder lawaai te maken, terug de trap op naar haar slaapkamer. De adrenaline stroomde door haar lichaam en ze was pas helemaal gerust toen ze terug in haar slaapkamer was en de deur achter zich had gesloten.

Ze kroop in haar bed terwijl de gedachten door haar hoofd maalden. Dus daarom hadden ze zo'n groot feest willen geven! Daarom waren er zoveel knappe vrouwen uitgenodigd! Zijn vader had wel voor afleiding voor zijn zoon gezorgd, maar niet vanwege de reden dat Hermelien eerst had gedacht. Zijn ouders wilden dat Malfidus zo snel mogelijk met iemand ging hertrouwen! En daarom waren ook de Goedleersen niet op het feest. Maar toen besefte ze dat ze waarschijnlijk nog niet eens waren uitgenodigd.

Hermelien walgde van het hele idee. Wat dachten ze wel? Dat hun zoon stond te springen voor een nieuwe vrouw? Hij had nog maar een halfjaar geleden afscheid moeten nemen van Astoria!

Wie weet hoelang ze al met dit idee aan het rondlopen waren, misschien wel al een week na de begrafenis. Hermelien bedacht zich dat ze het moest gaan vertellen aan Malfidus. Maar wat zou hij dan zeggen? Hij had er vandaag uiteindelijk wel gelukkig uitgezien, na nog eens zo'n lange tijd. En daarnaast zou ze dan moeten toegeven dat ze in het midden van de nacht op was geweest en zijn vader en moeder had staan afluisteren.

Met een schok herinnerde ze zich opeens wat Narcissa nog had gezegd. Dat Malfidus het wel heel goed had kunnen vinden met Patty Park. Misschien zou hun plannetje slagen, en zou Malfidus met haar trouwen! Hermelien werd misselijk. Patty, hier, in dit huis leven? Dat zou ze niet aankunnen! Dan zou ze direct haar koffers pakken. Maar toen dacht ze aan Scorpius. Ze kon hem niet achterlaten, niet bij die tang…

Blijkbaar was Hermelien er toch nog in geslaagd om in slaap te vallen, want toen ze wakker werd, stroomde het zonlicht volop de slaapkamer in. Het was één uur s 'middags – ze had zich vreselijk verslapen. Met nog kleine oogjes liep ze naar de bijkeuken. Daar zat mevrouw Jansen, die er ook niet al te best uitzag. Ze was pas naar haar bed gegaan toen alle kelners waren vertrokken, om na drie uur alweer op te staan om alles in orde te maken voor het vertrek van Lucius, Narcissa en Scorpius. Zij hadden blijkbaar geen nood aan veel slaap – om negen uur hadden ze al aan de tafel in de eetkamer gezeten.

"Oh, maar je had mij gewoon moeten wakker maken hoor, om je te helpen," zei Hermelien schuldbewust. Blijkbaar was zij de enige die zolang had geslapen.

"Ach nee, het is niet erg hoor. Ik had alles onder controle," zei mevrouw Jansen terwijl ze een geeuw onderdrukte.

"Ja, maar toch. Weet je wat, ga jij anders maar terug jouw bed in, dan zal ik er wel op letten dat alles nog goed wordt opgeruimd," zei Hermelien vastberaden. Ze had al lang gezien dat mevrouw Jansen nog wel wat slaap kon gebruiken. Ze had dan ook de hele week zo hard gewerkt, het was het minste wat Hermelien voor haar kon doen.

Mevrouw Jansen liet het zich geen tweede keer zeggen. Ze stond op en glimlachte zwakjes. "Bedankt, Hermelien," zei ze voordat ze terug naar haar slaapkamer strompelde.

Eigenlijk was er niet meer veel om op te letten – blijkbaar was het grootste deel in de voormiddag al opgeruimd. Enkel de vloer van de balzaal moest nog worden gepoetst, maar daar waren de huiselfen nu mee bezig. Ze zouden dat vast tot een goed einde brengen en ze vond het vervelend om daar de hele tijd bij te moeten staan. Dan voelde ze zich net als een strenge opzichter die ervan overtuigd was dat alles zou mislopen. Daarom besloot ze om kort een wandeling in de tuin te gaan maken, het was dan ook zo'n mooi weer.

Terwijl ze de tuin in zijn volle glorie bewonderde, vroeg Hermelien zich af wat ze nu eigenlijk moest gaan doen. Nu Scorpius een week weg was, wist ze niet goed wat er van haar werd verwacht. Niemand had haar iets gezegd of ze zelf vakantie mocht nemen of niet. Na een tijdje kwam ze bij het grote grasveld achter aan het domein, waar Hermelien en Scorpius destijds naar de sterren hadden zitten kijken en waar ze in de nacht van het alarm terecht was gekomen en een schaduw had zien bewegen. Ze keek nog eens naar het lage muurtje in de verte, en de bossen die daarachter lagen. Nu was er niks dreigends te zien. Het was zelfs erg aanlokkelijk om gewoon op het gras te gaan liggen en naar de voorbijdrijvende wolken te staren. Ze keek even om zich heen, er was niemand in de buurt te zien. Ze liep een beetje verder, zocht een comfortabel stukje gras uit en ging er languit op liggen. Ze lag daar te mijmeren over Ron – en stiekem ook over de dans met Malfidus – en keek naar de vreemde vormen van de wolken. De zon scheen warm op haar. Ze voelde zich erg behaaglijk en sloot haar ogen. Ze verloor de tijd uit het oog en het duurde niet lang voordat ze was vergeten dat ze eigenlijk op de huiselfen had moeten letten. Minstens een halfuur was verstreken toen ze opeens werd opgeschrikt door Malfidus' lijzige stem die van vlak bij haar leek te komen.

"Zijn we aan het genieten?" vroeg hij. Ze had hem helemaal niet horen aankomen. Ze opende geschrokken haar ogen, zag tegen de zon in Malfidus op haar neerkijken en wilde gegeneerd recht krabbelen.

"Nee, nee, blijf maar liggen hoor," zei Malfidus, terwijl hij zelf ook op de grond ging zitten. Hermelien zette zich toch recht, ze wilde niet dat Malfidus nog op haar kon neerkijken. Ze bedacht zich dat dit de eerste keer was dat ze hem zag sinds hun dans in de badkamer. Ze voelde hoe haar wangen rood werden, maar ze kon er niks aan doen.

"Ik bedacht me," begon Malfidus te zeggen, terwijl hij met zijn ogen samengeknepen tegen de zon naar Hermelien keek. "Dat jij misschien wel eens wat vakantie nodig had."

"Oh?" antwoordde ze alleen maar.

"Ja, nu Scorpius weg is, en ik morgen ook weer vertrek, gaat hier eigenlijk niks te beleven zijn," zei hij, hij wendde zijn blik van haar af en keek naar een punt in de verte. "En daarom heb ik dus besloten dat jij en Helena drie weken vakantie krijgen."

"Drie weken?" vroeg Hermelien verbaasd. "Maar Scorpius blijft toch maar een week bij jouw ouders?"

"Ja, dat was eerst zo beslist, maar deze morgen – toen jij nog in bed lag – ," dit was de eerste steek, "en iedereen eigenlijk al hard aan het werken was - ," dat was de tweede steek, "ben ik met mijn ouders overeengekomen dat Scorpius nog wat langer bij hen kon logeren. Daar was hij zo te zien wel erg blij om."

"Oh, wel – , bedankt," zei Hermelien, terwijl ze zich een beetje schaamde over het feit dat zij als enige zo laat was opgestaan.

"Zie het meer als een bedankje van mijn kant. Je weet wel, voor het organiseren van het feest. Ik kan me indenken dat dat veel tijd in beslag heeft genomen. En dan ook nog samen met de lessen van Scorpius… Je kan het volgens mij wel gebruiken."

"Ja, het was de afgelopen week wel erg druk geweest," beaamde Hermelien. Aan haar stem was duidelijk te merken dat ze het eigenlijk nog altijd niet vond kunnen dat Lucius en Narcissa al het werk op hen, en dan vooral mevrouw Jansen, hadden afgeschoven. Malfidus trok kort een wenkbrauw op, maar hij zei er niks meer over. Hij ging nu echter languit op het gras liggen, legde zijn handen onder zijn hoofd en sloot zijn ogen. "Ah, zalig!" zei hij tevreden.

Hermelien zat nog steeds naast hem, en kon het niet laten om steelse blikken op hem te werpen. Hij zag er nu zo ontspannen uit, ze had hem nog nooit zo gezien. Een lok blonde haar was voor zijn ogen gevallen en Hermelien kreeg opeens de neiging om die uit zijn gezicht te vegen. Ze had haar hand al uitgestrekt naar zijn gezicht, toen ze besefte wat ze eigenlijk aan het doen was. Snel trok ze haar hand terug, en stond beschaamd op terwijl ze mompelde dat ze maar eens moest gaan kijken of de huiselfen al klaar waren met het poetsen van de zaal.

Malfidus gaf geen antwoord en Hermelien begon naar het huis te lopen. Ze was al zo'n tien stappen van hem verwijderd, tot hij opeens nog zei: "Moet je mij eigenlijk niet nog iets zeggen?"

Hermelien draaide zich verbaasd om. Malfidus zat terug recht en keek haar aan.

"Wat zou ik dan moeten zeggen?" vroeg ze, terwijl ze terugliep naar Malfidus die langzaam opstond.

"Wel, het is tenslotte gisteren mijn verjaardag geweest," zei hij, met een kleine grijns. "Verdient dat dan geen felicitatie?"

"Proficiat met jouw verjaardag," zei Hermelien dan maar, waarna ze zich na een paar seconden weer omdraaide en verder wilde lopen.

"Is dat alles?" vroeg Malfidus plagerig. "Van Helena heb ik wel twee dikke kussen gekregen!"

Dat meen je niet, dacht Hermelien bij zichzelf. Moet ik hem nu ook nog gaan kussen?

"Oké dan," zuchtte ze, terwijl ze Malfidus' hand vastpakte en hem vluchtig twee kussen op zijn wang gaf. Ze liet echter snel los en liep weer weg, voordat hij nog iets kon zeggen.

Ze draaide zich weer pas om toen ze aan de rand van het veld stond. Malfidus stond nog steeds op dezelfde plaats, in gedachten verzonken. Hermelien vond dat hij er erg eenzaam uitzag en dacht terug aan hoe hij de avond ervoor een korte periode eruit had gezien in de badkamer, net voordat ze erin had toegestemd om met hem te dansen. Toen was hij ook al zo neerslachtig geweest. Ze besefte dat hij – hoewel hij zijn best deed om het te verbergen – nog enorm veel verdriet had. Het schoot door haar hoofd dat hij nog lang niet klaar was voor een mogelijk huwelijk, wat zijn ouders ook allemaal aan plannetjes verzonnen. Hermelien beet even op haar lip, ze kreeg een vreemde opwelling in zich om naar hem toe te rennen en hem in haar armen te nemen.

Ach, Hermelien, stel je niet zo aan, zei ze tegen zichzelf, voor ze zich omdraaide en verder naar het huis ging.