HOOFDSTUK 21: EEN OORLOG ZONDER EINDE

"Fijn dat je uiteindelijk toch meedoet," zegt Nathan terwijl we samen door de velden van district 10 rijden. "Milo denkt dat er zeker genoeg mensen zijn die naar jullie verhaal willen luisteren."

"Ik hoop het," antwoord ik aarzelend nadat ik mijn handen wat steviger rondom zijn middel heb gelegd. We moeten nu een steile helling afdalen en dit is de eerste keer in mijn leven dat ik op de rug van een paard zit. Nathan is me vanochtend vroeg al komen halen. Het duurt nog wel even voordat we de hoofdstad zullen bereiken, ook al kunnen we deze keer de weg inkorten door een paar zandpaadjes te volgen die voor een huifkar onberijdbaar zijn. Gelukkig hoefde ik vandaag geen bagage mee te nemen. Niet dat het veel verschil zou maken. In het Capitool had ik een hele kamer vol persoonlijke spullen, maar hier past mijn hele bezit in één rugzak.

"Volgens mij is zo'n groepsgesprek best een goed idee," gaat Nathan verder. "Misschien snappen de mensen dan pas echt dat het leven in het Capitool niet helemaal is zoals wij altijd dachten."

Ik mompel instemmend, want dit is precies het argument dat Vale en Iris gebruikt hebben om me te overtuigen. Eerst was ik bang dat ik het Capitool juist negatiever zou voorstellen door te vertellen hoe daklozen er gewoonlijk behandeld worden. Maar toen vroeg Vale of dat eigenlijk niet vooral de schuld van de regering was, die alleen slechte berichten over zwervers in de krant laat zetten. Als ik uitleg wat de vrijwilligers in de Garage deden, kan ik volgens hem en Iris misschien bewijzen dat niet elke inwoner van het Capitool gemeen is. Hoewel ik zelf nog steeds betwijfel of het straks inderdaad zo zal gaan.

"Denk je dat ze echt naar mij en Doran willen luisteren?" vraag ik nog eens aan Nathan terwijl ik probeer om niet te onzeker te klinken.

"Ze weten dat jullie rebellenverplegers zijn," antwoordt Nathan. "Iedereen kent wel iemand die tijdens deze oorlog in het ziekenhuis heeft gelegen. En ze hebben ook jouw propo over Kivo gezien. Milo zegt trouwens dat het heel belangrijk is om het Capitool en de districten wat dichter bij elkaar te brengen. Na de opstand zullen we toch een manier moeten vinden om samen te leven. Het verhaal van jou en Doran kan daar zeker bij helpen, en we hebben nu echt wel alle hulp nodig."

"Hoe bedoel je?" wil ik weten. Om één of andere reden voel ik dat Nathan iets voor me verzwijgt.

"In districten 5 en 7 zijn er mensen die volhouden dat alle oorspronkelijke inwoners van het Capitool na de oorlog zonder uitzondering geëxecuteerd moeten worden," geeft Nathan met tegenzin toe. "Als straf voor wat ze de districten hebben aangedaan. Milo en Andromeda willen absoluut vermijden dat het echt zover komt, want anders blijft er later helemaal niemand meer over."

Ik schrik zo erg dat ik een paar seconden lang geen woord kan uitbrengen. Alle capitoolinwoners? Dat zou voor vrijwel iedereen die ik ken een doodvonnis betekenen. Zelfs al krijgen de leden van Plutarchs verzetsgroep gratie, dan nog zullen er een heleboel onschuldige mensen sterven. Merope en Sirrah. Rana. Talitha. Dennis en Alcyone … Hoe kan dat een oplossing zijn? Dan doe je toch precies hetzelfde als onze regering die een massa tributen de dood ingejaagd heeft voor misdaden van 75 jaar geleden? Blijkbaar heeft Nathan gevoeld hoe mijn spieren verstrakken, want hij probeert me gerust te stellen zonder leugens te vertellen.

"Het is natuurlijk geen officieel bevel," zegt hij. "En dat zal het volgens mij ook nooit worden, want zo'n plan is compleet waanzinnig. Lyme, Milo en twee andere rebellenleiders hebben trouwens al duidelijk gemaakt dat ze het hele idee afkeuren. Volgens Milo zit Panem Zonder Capitool erachter."

"Die hebben nu al genoeg kinderen vermoord," reageer ik boos.

"Dat vind ik ook," zegt Nathan. "Maar zij denken dus dat het beter is om alle bewoners van het Capitool de doodstraf te geven. Nu proberen ze om iedereen daarvan te overtuigen."

We komen bij het smalle beekje aan de voet van de helling en Nathan houdt even halt zodat zijn paard kan drinken. Dan stuurt hij het dier naar rechts om het oneffen terrein vol stenen dat voor ons ligt te vermijden.

"Zit jij nog goed zo?" vraagt hij wanneer we verder rijden over een breed karrenspoor. Blijkbaar wil hij zelf liever niet meer over de PZC praten.

"Ja hoor," bevestig ik. "Zolang je maar niet gaat galopperen, want dan val ik er zeker af."

"Dat was ik hoe dan ook niet van plan," lacht Nathan. "We zijn ruim op tijd vertrokken en het zou te vermoeiend zijn voor Warande om de hele weg naar de stad te rennen met twee mensen op haar rug."

Vreemd genoeg had ik nog nooit eerder nagedacht over de vraag hoe Nathans paard heet. Ik vind het wel een mooie naam, ook al is dit de eerste keer dat ik hem hoor. Maar Nathan legt uit dat 'warande' gewoon een heel oud woord is om een soort van jachtterrein mee aan te duiden. Niemand gebruikt die term nog. En juist daarom leek het hem wel een geschikte naam voor zijn merrie.

"Vroeger had ik een ander paard, maar dat is vijf jaar geleden van ouderdom gestorven," vertelt Nathan. "Ik heb altijd veel van paarden gehouden en rijd er al mee sinds ik kind was. Daarom eet ik eigenlijk liever geen paardenvlees als ik het kan vermijden. Maar in ons district heb je vaak weinig keuze."

"Dat zal nu wel veranderen," antwoord ik snel. Ook al weet ik zeker dat Nathans opmerking niet persoonlijk bedoeld was, zijn woorden herinneren me er voor de zoveelste keer aan dat de mensen hier jarenlang door de capitoolregering werden uitgehongerd. Daarstraks - toen we het dorp van Kivo net achter ons hadden gelaten - zei Nathan nog dat hij vroeger alle inwoners van het Capitool haatte, tot hij Doran en mij leerde kennen. Wij hebben voor hem bewezen dat niet iedereen uit die rijke stad even slecht is. Hopelijk kan ons verhaal over de Garage hetzelfde aan andere mensen duidelijk maken.

De zon is al over zijn hoogste punt heen wanneer we bij de eerste huizen komen. Nathan rijdt de Melkerijstraat in, een grote weg die van oost naar west dwars doorheen de stad loopt. De straat is niet verhard, maar hier en daar zie ik houten paaltjes met verfmarkeringen die op regelmatige afstanden van elkaar in de grond geslagen zijn. Volgens Nathan dienen ze om aan te geven hoe de voorlopige noodriolering precies gelegd moet worden. De Melkerijstraat is een belangrijke verbindingsweg en komt dus als eerste aan de beurt. Doran en zijn ploeg zijn nu volop bezig met de graafwerken.

"Als we hier gewoon rechtdoor rijden, komen we hen vanzelf tegen," zegt Nathan. En inderdaad, ongeveer driehonderd meter verder moeten we stoppen voor een dik touw dat over de volledige breedte van de weg is gespannen. Daarachter zie ik een groep rebellensoldaten die druk aan het werk zijn. Een aantal mannen staat op de bodem van de twee meter diepe gracht die ze in de lengterichting van de straat hebben uitgegraven. Met spades scheppen ze nog meer aarde opzij. Andere soldaten laden de losse grond over in kruiwagens en storten alles een eindje verderop uit in een houten transportkar. Er zullen zeker en vast een paar stevige trekpaarden nodig zijn om hem straks weg te rijden. Ik kijk nog eens goed naar de twee mannen die een groot vel papier bestuderen dat over een tafel uitgespreid ligt en begin te wuiven. Maar Doran heeft me nog niet gezien.

Nathan zwaait zijn been over de rug van ons paard en springt op de grond. "Ik breng Warande naar haar stal, want we kunnen hier toch niet verder," zegt hij. "Ga jij alvast naar Doran."

Hij wacht even tot ik zelf ook afgestegen ben en leidt zijn paard dan bij de teugels een smalle zijstraat in. Ik kruip onder het touw door en wandel zo dicht mogelijk langs de huizen om niemand voor de voeten te lopen. Doran heeft me vroeger vaak genoeg verteld dat je op een bouwwerf altijd voorzichtig moet zijn.

Ik ben al bijna bij de tafel wanneer ze mijn voetstappen horen. Doran is duidelijk blij om me terug te zien en stelt me snel voor aan zijn collega, hoewel die me nog herkent van Kivo's propo. Dan wijst hij naar de bouwschetsen.

"Kijk, we hebben al in een groot deel van deze straat de gracht uitgegraven. De wanden worden bekleed met een soort kunststof zeil dat 13 zal leveren en de bovenkant dekken we af met metalen platen die uit district 3 komen. Daar strooien we dan voorlopig een laag aarde van ongeveer twintig centimeter dik overheen. Het is de bedoeling dat deze greppel later rechtstreeks aansluit op de gracht die vanuit de Slachthuisstraat zal komen, maar die moeten we nog volledig uitgraven. Milo hoopt dat onze noodriolering over een paar jaar vervangen kan worden door echte tunnels."

"Wat doen jullie met de grond die overblijft?" vraag ik terwijl ik nog eens naar de transportkar kijk.

"Die gebruiken we om de oude riolering dicht te gooien," legt Doran uit. "Misschien kunnen we nog een paar tunnels herstellen, maar de meeste zijn gewoon veel te zwaar beschadigd."

Ik richt mijn blik weer op het plan dat voor mij op tafel ligt. Zo te zien zullen alle grote straten in deze stad hun eigen tijdelijke rioolgracht krijgen. Maar daar zal nog heel wat werk voor nodig zijn. Zeker als je bedenkt dat alles zonder hulp van machines gebeurt.

"Over drie kwartier stoppen we ermee voor vandaag," gaat Doran verder. "Milo zegt dat jij en ik dan meteen naar de Slachthuisstraat nummer tien mogen gaan voor de bijeenkomst."

Uit nieuwsgierigheid wandel ik even over de werf terwijl Doran en zijn collega zich weer over het plan buigen. Eén van de arbeiders houdt me tegen - blijkbaar heeft ook hij me herkend - en hij vertelt dat de werken onder leiding van Doran al goed zijn opgeschoten.

"Eerst moest ik er echt aan wennen om bevelen te krijgen van iemand met een capitoolaccent," geeft hij eerlijk toe. "Maar intussen weten we wel dat hij er eigenlijk veel meer van kent dan wij."

"Doran heeft jaren in de bouwsector gewerkt," antwoord ik. "Totdat hij door een ongeval kreupel werd."

De man voor me duwt zijn volgeladen kruiwagen weg en ik merk dat mijn gedachten afdwalen naar de gesprekken die we vroeger in de Garage hadden. Doran vertelde me dat hij ontslagen werd omdat de firma waarvoor hij werkte geen personeelslid met een mank been kon gebruiken. Maar waarom dachten ze er dan geen moment aan om hem gewoon een aangepaste functie te geven? Dat is weer typisch het Capitool. Kijken naar wat iemand niet meer kan in plaats van uit te zoeken waar hij wel nog goed in is. Net als bij Kivo. Ik schrik pas op uit mijn gepieker wanneer ik de rebellensoldaat die nu toevallig achter mijn rug staat iets tegen zijn buur hoor fluisteren.

"Kijk, nu loopt ze daar helemaal niets te doen. Maar als je uit zo'n rijke familie komt, dan weet je vast niet eens hoe je een schop moet vasthouden."

Mijn eerste reflex is me omdraaien en die man een vinnig antwoord geven. Maar ik besef onmiddellijk dat ik de situatie daarmee alleen erger zou maken. Ik heb al een andere oplossing. Denkt hij dat een meisje als ik bang is om haar handen vuil te maken? Dan zullen we even het tegendeel bewijzen.

Ik raap de spade op die naast me op de grond ligt en begin een kruiwagen vol te scheppen met losse aarde die net uit de gracht is gehaald. Daarna duw ik mijn lading naar de transportkar. Onderweg moet ik twee keer stoppen, want zand blijkt veel meer te wegen dan ik dacht. Gelukkig staat er bij de wagen al iemand klaar om de kruiwagen over te nemen. De arbeiders hebben twee brede metalen platen tussen de rand van de kar en de begane grond gelegd, maar ik weet dat het me nooit zal lukken om zo'n zware last die steile helling op te duwen. Daarna rijd ik mijn lege kruiwagen terug naar de greppel. Deze keer let ik erop dat ik hem niet helemaal tot aan de rand vol schep. Ik vertik het mezelf nog eens belachelijk te maken.

Mijn armen doen pijn en het zweet staat in mijn handpalmen wanneer Doran eindelijk zegt dat we genoeg gewerkt hebben voor vandaag. Ook al ben ik maar half zo sterk als de anderen, het is me toch gelukt om het afgelopen half uur vijf kruiwagens te vullen en weg te slepen. Dat is bijna één per vijf minuten. Lang niet slecht voor iemand die geen fysiek zwaar werk gewend is. En aan de goedkeurende blikken van een paar andere rebellen kan ik zien dat zij er ook zo over denken.

De arbeiders beginnen snel hun materiaal op te ruimen en leggen een plastieken zeil over de uitgegraven gracht zodat ze morgen niet met hun voeten in het water moeten staan als het straks zou regenen. Doran controleert een laatste keer het touw dat over de straat gespannen is. Hij plaatst nog een extra waarschuwingsbord dat reflecteert zodra er licht van een zaklamp of fakkel op schijnt, want het is niet de bedoeling dat er vannacht iemand in die put valt. Daarna gaan hij en ik op weg naar het huis waar Milo onze bijeenkomst laat doorgaan.

We volgen de Melkerijstraat tot bij het grote kruispunt met de Slachthuisstraat. Hier ben ik al eens eerder geweest, toen we na de treinroof terugkwamen in 10 en iedereen de bevrijding van het district aan het vieren was. De kapotte verkeerslichten herinner ik me nog. Maar het grote scherm dat tegen een blinde muur aan de overkant van het plein hangt, is nieuw.

"Er lagen twee televisieschermen in de kelders van het Gerechtsgebouw. De regering gebruikte ze elk jaar om de Hongerspelen uit te zenden," vertelt Doran. "Milo heeft één ervan op het Boeteplein laten zetten en het andere hier, omdat dit kruispunt ook een plek is waar veel mensen samenkomen."

Blijkbaar is de elektriciteit weer eens uitgevallen, want op dit moment is het beeld gewoon zwart. Of misschien zetten de rebellen deze tv enkel aan wanneer er echt iets interessants te zien is. Doran wandelt de Slachthuisstraat in en ik volg hem tot bij huis nummer 10. Milo doet zelf de voordeur open wanneer we aankloppen. Hij brengt ons tot in de woonkamer op het gelijkvloers waar vijftien mensen bij elkaar zitten. Nathan herken ik, maar de anderen heb ik nog nooit eerder gezien.

Heel even blijf ik aarzelend staan. Om één of andere reden dacht ik dat ze met meer zouden zijn. Wat had je dan verwacht? mompel ik zwijgend tegen mezelf. Dat alle inwoners van district 10 zouden komen luisteren? Ook al hebben mijn krantenartikel en Kivo's propo duidelijk indruk gemaakt, er zijn nog steeds ruim genoeg mensen die mij als een rijke capitooltiener zien. Daarstraks op de bouwwerf kreeg ik daar nog maar eens het bewijs van. Misschien is het een goed begin als op zijn minst deze kleine groep bereid is om Doran en mij over de Garage te horen praten.

Milo zet twee stoelen voor ons klaar zodat we tegenover het publiek zitten en zegt dan dat iedereen vrij vragen mag stellen. De jonge vrouw op de eerste rij wil graag weten hoe ik mijn werk in de Garage precies geheim heb kunnen houden voor mijn ouders. Dus vertel ik haar over de vele excuses die ik moest verzinnen om er stiekem heen te kunnen gaan. Gelukkig werd ik daar op den duur steeds handiger in. Wanneer ik zeg dat al die uitvluchten eigenlijk een goede voorbereiding waren op mijn latere leven als spionne, beginnen een paar mensen zelfs luidop te grinniken. De man naast Nathan vraagt waarom het zo lang duurde voordat de regering onze daklozenopvang ontdekte. Pas nu leggen Doran en ik uit dat we drie garageboxen hadden die we afwisselend gebruikten om niet te veel op te vallen. Iets wat ik in mijn propo en krantenartikel doelbewust had verzwegen, hoewel Enya en een paar andere inwoners van Kivo's dorp het intussen wel weten. Maar het kan weinig kwaad dat we vandaag gewoon de waarheid zeggen. Deze vijftien mensen zullen ons zeker niet verraden.

Doran beantwoordt enkele vragen over zijn leven als dakloze. Hij vertelt over de afvalcontainers waarin hijzelf en zijn lotgenoten hun eten bij elkaar zochten, en over alle moeite die ze moesten doen om vredebewakerspatrouilles te ontwijken. Wanneer ons publiek wil weten waarom de meeste inwoners van het Capitool zo'n enorme hekel hebben aan zwervers, denk ik terug aan mijn gesprek met Vale. Dus leg ik uit dat het vooral komt door alle slechte berichten in de media, en dat ik me daar zelf nauwelijks door heb laten beïnvloeden omdat ik tot die ene ontmoeting in de Transfer niet eens wist wat daklozen juist waren.

Daarna krijgen we de vraag hoe het mogelijk is dat er ook in het Capitool mensen op straat slapen. Die stad is toch rijker dan alle districten bij elkaar? Meteen snap ik dat we nu echt een duidelijk antwoord moeten geven. Dit is misschien wel onze beste kans om te bewijzen dat de hoofdstad van Panem toch niet zo perfect is als de regering iedereen wil laten geloven. Blijkbaar weet Doran dat ook, want hij begint uitgebreid te vertellen over het gebrek aan sociale voorzieningen in het Capitool. Er hoeft eigenlijk niet zo heel veel fout te gaan om al je geld kwijt te geraken. En tot mijn verbazing zit ons publiek aandachtig naar hem te luisteren. Een paar mensen knikken zelfs bevestigend wanneer Doran besluit dat de regering van Snow in feite iedereen voor de gek houdt. Zouden ze echt begrepen hebben dat er achter ons luxeleven ook een andere wereld schuilgaat? Maar tegelijk besef ik dat deze vijftien mensen vrijwillig naar hier gekomen zijn om het verhaal van Doran en mij te horen. De rest van district 10 overtuigen zal ongetwijfeld een stuk moeilijker zijn.

Milo geeft net aan dat hij onze bijeenkomst stilaan wil afronden wanneer we buiten rumoer horen. Nathan trekt de gordijnen aan de straatkant opzij en ik kijk verbaasd naar de groepjes mensen die allemaal in dezelfde richting wandelen. Hun gezichten staan ernstig en iedereen stapt stevig door.

"Volgens mij gaan ze naar het grote kruispunt," zegt Doran.

"Dat denk ik ook," antwoordt Milo. "Waarschijnlijk is er onverwachts een belangrijke nieuwsuitzending aangekondigd die niemand wil missen."

We blijven niet langer treuzelen. De gasten bedanken ons snel voor het boeiende gesprek en haasten zich naar buiten. Samen met Doran en Nathan wacht ik op Milo, die de deur van het huis nog moet afsluiten. Hij steekt de sleutel in de achterzak van zijn broek en dan voegen we ons alle vier bij de stroom mensen die op weg is naar het kruispunt met de Melkerijstraat.

Tijdens de korte wandeling doe ik mijn best om zo veel mogelijk van de gesprekken op te vangen. Blijkbaar is er de afgelopen paar uur zwaar gevochten in district 2. De rebellen hebben net het televisiekanaal overgenomen om mee te delen dat ze het centrale plein in de hoofdstad van 2 veroverd hebben, wat betekent dat zowel het Gerechtsgebouw als het treinstation naar de Defensieberg nu van ons zijn.

"De vraag is of we daar eigenlijk veel mee opschieten," hoor ik Milo achter mijn rug tegen Nathan zeggen. "Het Gerechtsgebouw van district 2 heeft weinig strategische waarde en in de berg zal er zeker een heel leger klaarstaan mochten de rebellen proberen om langs de treintunnel naar binnen te dringen. Maar als ze nu de uitzending onderbreken denk ik toch dat ze iets van plan zijn."

Het is al behoorlijk druk op het kruispunt wanneer we tussen een heleboel andere mensen op de grond gaan zitten. Ik leun met mijn rug tegen één van de oude verkeerslichten en richt mijn ogen op het grote scherm. De avondzon zet de gevel erachter in een feloranje gloed, maar het beeld is gelukkig helder genoeg.

We krijgen het grote plein in de hoofdstad van district 2 te zien, waar de rebellen net onder luid applaus een mast met de capitoolvlag neerhalen. Volgens de overzichtskaart die nu getoond wordt hebben ze het vredebewakersleger een eind teruggedreven tot in de zijstraten. De camera richt zich op het platte dak van het Gerechtsgebouw. Daar gaan nu nog meer soldaten achter de mitrailleurs zitten. Het volgende moment verschijnt Katniss in beeld. Ze draagt haar spotgaaienkostuum en staat naast enkele andere rebellenleiders midden op het dak van het gebouw.

Een vloot hovercrafts uit 13 vliegt in formatie over en zet koers richting Defensieberg. Ik hoor Milo tegen Doran zeggen dat een nieuwe luchtaanval volgens hem weinig zin heeft omdat de ingangen te zwaar versterkt zijn. Maar dan zien we hoe de rebellen het bos op de hogere delen van de berg onder vuur nemen. Eerst snap ik er niets van. Volgens de berichten die we in het oorlogsnieuws kregen, is er op de hellingen alleen maar ondoordringbare wildernis waar al jaren niemand een voet gezet heeft. Er zouden zelfs wolven en beren zitten. Pas nadat de rebellen een tweede lading bommen hebben gelost wordt duidelijk wat hun echte bedoeling is.

Met gewone wapens kunnen ze de legerbasis niet veroveren, dus proberen ze het nu door een natuurramp te veroorzaken. Hele lawines steen en losgerukte bomen rollen naar beneden. Het lijkt wel alsof de wanden van de Defensieberg voor onze ogen in elkaar storten. Sommige mensen op het kruispunt van district 10 beginnen te juichen, maar anderen - waaronder ook Nathan, Milo en Doran - kijken met een bezorgd gezicht naar het scherm. Net als ik beseffen ze hoe veel mensenlevens deze aanval zal eisen.

De camera - waarschijnlijk weer zo'n nagemaakt insect - richt zich nu op één van de belangrijkste toegangen tot de berg. De wachtposten bij de met betonblokken versterkte poort rennen weg wanneer een lawine van rotsblokken en aarde naar beneden raast, maar natuurlijk maken ze geen schijn van kans. Het volgende moment wordt het beeld helemaal verduisterd door een donkere stofwolk. De herinnering aan Evi's dood in de arena komt weer terug en ik zie opnieuw voor me hoe Merope lijkbleek de telefoon neerlegt. Ik mis mijn beste vriendin nog elke dag. Maar mijn gedachten aan haar worden al snel naar de achtergrond verdrongen door andere vragen.

Fulvia heeft me ooit verteld dat er in de Defensieberg minstens drieduizend mensen werken. Als ze niet verpletterd zijn, dan zitten ze hopeloos gevangen onder tonnen steen en puin. De meeste zijn vredebewakers, maar ik weet dat er ook heel wat gewone burgers van district 2 tussen zitten. Hoe zouden hun families zich nu voelen? Volgens Milo heeft het rebellenleger vorige week zelfs een paar spionnen naar binnen gestuurd. Die zijn dus ook levend begraven, tenzij ze op tijd gewaarschuwd werden voor deze aanval.

Vredebewakers mogen niet trouwen en geen kinderen krijgen. Maar dan nog hebben ze ouders, broers en zussen die nu ongetwijfeld hele moeilijke momenten doormaken. Veel regeringssoldaten nemen stiekem een minnaar of minnares, ook al is dat officieel verboden. Al weet ik dankzij alle roddels op de dure feestjes die ik met mijn ouders bezocht dat het in de praktijk vaak genoeg voorkomt. Zij kunnen de angst voor het lot van hun geliefde in de berg met niemand delen. En ik heb intussen zelf ervaren hoe zwaar het is om een geheim te moeten dragen.

Wanneer de laatste lawines eindelijk tot stilstand zijn gekomen en de stofwolken wegtrekken, is het silhouet van de Defensieberg onherkenbaar veranderd. Zouden er overlevenden zijn? Ik zie dat Katniss zich dezelfde vraag stelt, want ze houdt haar beide handen strak over haar mond geslagen en staart met grote ogen in de verte. Misschien is ze gewoon onder de indruk van het schouwspel. De rebellen hadden vast nooit verwacht dat hun bombardement zo'n enorm effect zou hebben. Of denkt Katniss - net als ik - toch vooral aan alle mensen in de berg?

Dan verschijnt onderbevelhebber Boggs op het scherm. Hij zegt dat alle toegangen via de berghellingen nu hermetisch afgesloten moeten zijn, maar dat district 13 er bewust voor gekozen heeft om de treintunnel naar het plein niet te bombarderen. Wie nog leeft, kan dus langs daar ontsnappen en zich overgeven aan de rebellen. Vlak daarna zien we hoe alle mensen op het dak van het Gerechtsgebouw - inclusief Katniss - naar binnen gaan. Alleen de soldaten achter de mitrailleurs blijven op post. Ik voel een hand op mijn schouder en draai me om naar Doran.

"Milo denkt dat Boggs heel waarschijnlijk zelf aan president Coin gevraagd heeft om die tunnel intact te laten," zegt hij. "Hij was ook degene die Coin er van overtuigde om bij district 9 een ultimatum van vierentwintig uur te stellen. Eerst was het de bedoeling dat het water direct al vergiftigd zou worden. Maar Boggs hield vol dat een vijand altijd op zijn minst één kans moet krijgen om zich over te geven."

Nog voor ik een antwoord kan bedenken, hoor ik op tv een reeks geweersalvo's losbarsten. Ik kijk weer naar het scherm en zie een peloton soldaten in volle gevechtsuitrusting voorbij rennen. Blijkbaar probeert het regeringsleger om het plein te heroveren. Maar de rebellen - die uiteraard het treinstation willen behouden - gaan meteen weer in de tegenaanval. Onder hun aanvoerders herken ik Gale Hawthorne en Lyme.

Ik wend mijn blik af van de tv en let op de mensen om me heen. De meesten staren gespannen naar het scherm, maar hier en daar zie ik groepjes die op de grond zijn gaan zitten. Alsof ze beseffen dat deze nieuwsuitzending weleens erg lang zou kunnen duren. Heel even komt er een beeld bij me op van een massa enthousiaste capitoolinwoners die de finale van de Hongerspelen volgen. Maar meteen weet ik dat die vergelijking nergens op slaat. De sfeer is hier compleet anders. Niemand van district 10 kijkt vandaag voor zijn plezier, al snappen we allemaal dat deze veldslag weleens een beslissend moment in de oorlog zou kunnen zijn.

De zon gaat onder en de eerste sterren verschijnen aan de hemel. Een uur later is het helemaal donker. Gelukkig hebben een aantal mensen intussen fakkels gehaald en vuurkorven neergezet zodat het kruispunt voldoende verlicht blijft. Er steekt een nijdige wind op en onder die onbewolkte lucht koelt het nu snel af. De zomer is duidelijk voorbij. Doran ziet dat ik zit te rillen - ook al is dat meer door angst en spanning dan van de kou - en stelt voor om de dekens van onze logeerbedden te gaan halen. We slapen vannacht op de zolder van het huis waar de bijeenkomst plaatvond, dus erg ver zal hij niet moeten wandelen.

"Milo zegt dat de bewoners nu wel thuis zullen zijn," voegt hij er nog aan toe. "En dan draaien ze hun achterdeur bijna nooit op slot." Hij belooft om zo snel mogelijk terug te keren en verdwijnt tussen de mensenmassa door in de richting van de Slachthuisstraat. Even later kom ik ook overeind en ga ik bij één van de vuurkorven aan de overkant van het kruispunt warme thee halen voor mezelf en mijn drie vrienden. Blijkbaar zijn wij niet de enigen die het stilaan koud krijgen, want er staat al een hele rij mensen aan te schuiven. De bekers hebben een handvat zodat ik ze alle vier tegelijk kan dragen. Wanneer ik weer bij onze plek vlak bij het verkeerslicht ben - Doran is intussen ook terug - zegt Nathan dat hij ze straks wel zal wegbrengen.

Ik sla het deken dat Doran heeft meegebracht rond mijn schouders en luister naar de gesprekken van de mensen om me heen. Milo beweert dat het rebellenleger de wapens en hovercrafts die in de Defensieberg liggen eigenlijk niet nodig heeft. District 13 bezit al genoeg militair materiaal. Anderen vragen zich luidop af waarom het zo lang duurt voordat de overlevenden in het station aankomen. Er zijn al bijna twee uur voorbijgegaan sinds het bombardement en we hebben nog steeds niemand gezien. Waarschijnlijk zijn de noodtrappen in de berg die naar de tunnel leiden versperd door neervallend puin en moeten ze zich dus eerst een weg banen om tot bij het instapplatform te geraken. Of misschien kunnen de treinen nu niet meer rijden. In dat geval zou iedereen te voet langs de tunnel komen, wat ongetwijfeld een hele afstand is als je gewond bent. Ik weiger over de derde optie na te denken - dat er gewoon helemaal geen overlevenden zijn. Zelfs al zijn vredebewakers nooit mijn beste vrienden geweest, het gaat me te ver om alle drieduizend werknemers van de Defensieberg dood te wensen. Met mijn verstand weet ik dat er ook een paar sympathieke mensen tussen moeten zitten, zoals Andromeda. Het is alleen jammer dat ik vredebewakers meestal van hun slechtste kant leer kennen.

De tijd verstrijkt, maar het station op het plein van district 2 blijft leeg. De gevechten tussen het regeringsleger en de rebellen hebben zich intussen verplaatst naar de zijstraten. We zien hoe twee mannen in vredebewakersuniform enkele handgranaten naar een rij huizen gooien waar daarnet nog geweerschoten vanuit de ramen klonken. De granaten ontploffen en minstens zes of zeven huizen storten volledig in elkaar. We hebben niemand zien vluchten, dus wie binnen was ligt nu onder het puin. Zowel soldaten als bewoners. Ik hoor Milo achter mijn rug tegen Doran zeggen dat er dringend iets moet gebeuren. Op deze manier vallen er veel te veel burgerdoden en raakt de hoofdstad van 2 te zwaar beschadigd. Ook de andere mensen om ons heen kijken met een bezorgd gezicht naar het scherm. Middernacht is ongetwijfeld allang gepasseerd. Toch maakt niemand aanstalten om weg te gaan. Deze nieuwsuitzending is te belangrijk.

De camera's schakelen weer over naar het plein in district 2. Het Gerechtsgebouw staat in de schaduw, maar er zijn net een aantal grote televisielampen geïnstalleerd die het bordes aan de hoofdingang in een helder licht laten baden. Dan Komt Katniss naar buiten. Ze draagt nog steeds haar spotgaaienpak en heeft haar boog in de hand. Wanneer ze helemaal alleen bovenaan de marmeren trappen gaat staan, wordt iedereen stil.

"Ze vormt wel een mooie schietschijf zo," fluistert Doran zachtjes in mijn oor. "Ik hoop dat de rebellen weten waar ze mee bezig zijn."

"Inwoners van district 2," zegt Katniss alsof het om een vooraf ingestudeerde toespraak gaat, "Ik ben Katniss Everdeen en ik vraag uw aandacht op het bordes van uw Gerechtsgebouw, waar-"

Ze krijgt niet eens de kans om haar zin af te maken, want op hetzelfde moment horen we in de achtergrond het geluid van een bruusk afremmende trein. De camera's worden onmiddellijk op het station gericht. Daar komen twee treinstellen naast elkaar tot stilstand. De deuren schuiven open en een stuk of dertig mensen strompelen naar het perron. Er zijn zowel vredebewakers in gehavende uniformen als gewone burgers bij. Waarschijnlijk gingen ze er al van uit dat de rebellen het plein veroverd zouden hebben, want de meesten gooien zich plat op de grond. Het volgende moment klinkt er een geweersalvo waardoor alle lampen aan het plafond kapot springen. Heel even is het donker in het station, maar dan zien we de gloed van vuur. Blijkbaar heeft een kortsluiting één van de locomotieven in brand gezet. De aankomsthal vult zich met rook zodat de mensen uit de Defensieberg wel naar buiten moeten gaan om niet te stikken. Wanneer ze met hun geweren in de aanslag op het plein komen, zie ik dat ze bijna allemaal ernstige brandwonden, kneuzingen of botbreuken hebben. Automatisch denk ik aan de eerste zorgen die we hen volgens onze cursus verpleegkunde moeten geven. Al kan ik van hieruit natuurlijk niets doen. De gewonden slepen zich hoestend naar het midden van het plein. Ook de rebellensoldaten houden hun wapens klaar, voor het geval er gevochten zou worden. Maar dan horen we opeens de stem van Katniss.

"Stop!" roept ze terwijl ze de trappen van het Gerechtsgebouw afrent. "Niet schieten! Stop!" Vlak voor de mensen uit de Defensieberg blijft ze staan. Eén van hen - een jonge man met een verbrande rug en een bebloed gezicht - kruipt overeind tot hij op zijn knieën zit en richt zijn geweer recht op Katniss. Ze deinst een paar stappen terug en houdt haar boog met gestrekte armen boven haar hoofd. Alsof ze wil laten zien dat zij haar wapen niet zal gebruiken. Dan blijft Katniss opnieuw staan. De camera zoomt in wanneer de gewonde man zijn mond opendoet. Er moet ergens een klein microfoontje aan haar spotgaaienpak hangen, want we kunnen zijn schorre stem heel duidelijk horen.

"Noem eens één reden waarom ik jou niet zou neerschieten."

"Dat kan ik niet," antwoordt Katniss. Rondom mij happen verschillende mensen naar adem. Nu neemt ze een enorm risico. Die man kan haar gewoon ter plekke doden als hij het echt wil. Maar dat gebeurt niet. Hij blijft Katniss verbaasd aanstaren.

"Dat kan ik niet," herhaalt ze met een ondertoon van radeloosheid in haar stem. "Dat is nou juist het probleem, toch? Wij hebben jullie mijn opgeblazen. Jullie hebben mijn district platgebrand. We hebben reden genoeg om elkaar te vermoorden. Dus doe het maar. Het Capitool zal er blij mee zijn. Ik heb geen zin meer om hun slaven voor hen te doden."

Haar boog valt uit haar handen op de grond en ze duwt het wapen met één voet resoluut van zich af. De rebellen hebben de treintunnel intact gelaten zodat onze vijanden een laatste kans zouden krijgen om te capituleren. Maar nu lijkt het wel alsof Katniss zich zelf overgeeft.

"Ik ben hun slaaf niet," zegt de bloedende jongeman zachtjes.

"Ik wel," antwoordt Katniss. "Daarom heb ik Cato vermoord … En hij vermoordde Thresh … En Thresh vermoordde Clove … En Clove probeerde mij te vermoorden. Het gaat maar door, en wie wint er uiteindelijk? Wij niet. De districten niet. Het Capitool wint altijd. Maar ik ben het zat om een pion in hun Spelen te zijn."

Mijn gedachten keren terug naar een andere nacht in een ander district. Ook al vecht ik niet echt tegen 'Het Capitool' - zoals Katniss dat noemt - ik begrijp heel goed wat ze nu wil zeggen. Ik heb de vredebewaker die Shaula aanviel toegeschreeuwd dat Snow mijn president niet meer is. Omdat ik meer dan genoeg heb van de manier waarop hij zijn volk behandelt. De zwervers in het Capitool, Kivo, de kinderen die elke zomer moeten sterven als straf voor een opstand die al vijfenzeventig jaar achter ons ligt. Snow en zijn regering trekken zich enkel iets aan van de mensen die in hun systeem passen. Maar ook ik weiger om nog langer een pion in dat rottige systeem te zijn.

"Toen ik die berg vanavond zag vallen, dacht ik … ze hebben het weer voor elkaar," gaat Katniss verder. "Ze hebben ervoor gezorgd dat ik jullie vermoordde - de inwoners van de districten. Maar waarom heb ik dat gedaan? Het enige conflict dat district 12 en district 2 met elkaar hebben is het conflict dat het Capitool ons heeft gegeven."

Ze gaat geknield voor de gewonde man zitten, probeert hem te overtuigen. Zou ze weten dat heel Panem op dit moment meekijkt? Want ik twijfel er niet aan dat deze beelden nu overal worden uitgezonden. Zowel in de districten als in het Capitool.

"En waarom vecht jij tegen de rebellen op de daken? Tegen Lyme, die jullie winnaar is geweest? Tegen mensen die je buren waren, misschien zelfs wel je familie?"

"Dat weet ik niet," zegt de man terwijl hij zijn geweer met beide handen stevig blijft omklemmen. Katniss komt overeind en verheft vastberaden haar stem. Op ons kruispunt is het nu zo stil dat je een speld kan horen vallen.

"En jullie daarboven? Ik kom uit het mijnwerkersdistrict. Sinds wanneer veroordelen mijnwerkers andere mijnwerkers tot zo'n dood en gaan ze vervolgens klaarstaan om iedereen te vermoorden die uit de puinhopen weet te kruipen?"

Ze maakt een gebaar naar de gewonden van de Defensieberg. "Deze mensen zijn jullie vijanden niet! De rebellen zijn jullie vijanden niet! We hebben allemaal maar één vijand, en dat is het Capitool! Dit is onze kans om een eind aan hun macht te maken, maar daar hebben we alle districtsinwoners voor nodig!"

Katniss spreidt nu haar beide armen, alsof ze iedereen in district 2 en daarbuiten wil vragen om haar te geloven.

"Sluit je bij ons aan! Alsjeblieft!"

Ik kijk naar de mensen op het kruispunt in district 10. Ze lijken allemaal aan Katniss' lippen te hangen. Hoe zouden zij op deze woorden reageren? Maar hun angstige gegil is wel het laatste dat ik had verwacht. Dan klinkt plots de luide knal van één enkel geweerschot. Met een ruk draai ik mijn hoofd weer naar het scherm. Net op tijd om te zien hoe Katniss ter plekke in elkaar zakt.

Wat volgt, is complete chaos. De rebellen openen meteen het vuur, twee van hun soldaten slepen zo snel als ze kunnen het slappe lichaam van onze Spotgaai weg. Lyme stormt naar voren en werpt zich op de schutter - niet de jonge man waar Katniss mee sprak, maar een vredebewaker die niemand in de gaten had. De moed om nog verder te kijken zinkt me in de schoenen. Ik kom overeind en begin me tussen de mensenmassa door een weg naar de rand van het kruispunt te banen. Doran zal me dit heus niet kwalijk nemen.

Pas wanneer ik een eind in de Slachthuisstraat ben, blijf ik staan. Er is helemaal niemand te zien. De donkere silhouetten van de huizen steken scherp af tegen de met sterren bezaaide hemel. Ik sla het deken rond mijn schouders nog wat steviger om me heen, want mijn lichaam stopt niet met beven. De Spotgaai is dood. Ze werd recht in de borstkas geraakt en als verpleegster weet ik intussen dat een schotwonde op die plaats bijna altijd fataal is. En in district 2 wordt er nog steeds gevochten. Er komt geen einde aan. Nooit.

Mijn voeten blijven automatisch verder stappen tot ik voor huis nummer 10 sta. Er brandt nergens licht - de bewoners zijn vast al gaan slapen - maar Doran zei dat de achterdeur waarschijnlijk wel los zou zitten. Ik glip in het steegje van nog geen meter breed dat dit huis van nummer 12 scheidt en sluip naar het kleine binnenkoertje. De geur van as dringt mijn neus binnen. Het huis van de achterburen is afgebrand tijdens één van de vele straatgevechten in district 10, dat had Nathan me al verteld voordat we naar de stad kwamen. Alleen de vier buitenmuren staan nog overeind. Ook hier heeft de oorlog veel schade aangericht. En het is nog lang niet voorbij.

Ik laat me op mijn knieën zakken en staar naar de hobbelige kasseien van de binnenkoer. Mijn adem vormt wolkjes in de koude lucht. De herinneringen komen terug en vormen een onontwarbaar kluwen in mijn hoofd. Gewonden die het schoolgebouw worden binnengedragen waar eerst ons ziekenhuis was. Darvo's bloedende rechterarm. Het dode lichaam van Evi dat door een hovercraft uit de arena wordt gehaald. Bommen op het hospitaal in district 8. Kivo en de witte wolfjes. Vredebewakers die een zwerver neerschieten in de Transfer terwijl ik alleen maar kan toekijken. Gevechten bij het Zuidstation. Lawines die van de Defensieberg naar beneden razen en alles op hun pad verpletteren.

Ik kom pas bij mijn positieven wanneer de kou tot in mijn botten lijkt door te dringen. Het heeft geen enkele zin om hier vannacht half te bevriezen. Daar schiet niemand iets mee op. Ik dwing mezelf om in beweging te komen en duw op de tast de klink van de achterdeur omlaag. Gelukkig lijken de scharnieren recent nog gesmeerd te zijn. Zo stil mogelijk, om de eigenaars van dit huis niet te storen, ga ik langs de trap naar boven. Wij slapen op de zolderverdieping. Met een zucht laat ik me neervallen op de strozak vlak onder het raam en trek mijn deken over me heen. Ik heb geen flauw idee hoe laat het is. Ondanks alle angst en spanning overvalt de vermoeidheid me al snel. Eén keer word ik half wakker omdat ik hoor hoe Doran in zijn bed aan de andere kant van de kamer kruipt. Maar ik blijf gewoon liggen en val bijna meteen weer in slaap.

Wanneer ik mijn ogen opnieuw open doe, schijnt er een heldere bundel zonlicht door het raam. De strozak van Doran is leeg. Hij moet naar beneden gegaan zijn zonder me te wekken. Ik haal voorzichtig de ergste klitten uit mijn haar en daal op mijn beurt de trap af. Gelukkig heb ik gisteren gezien dat er op de binnenkoer een primitief toilethokje staat, want mijn blaas begint aardig te protesteren. Ik trek de houten deur achter me dicht en ga op de WC zitten - eigenlijk niet meer dan een plank met een gat in het midden. Bovenaan de deur is er een brede kier om licht en frisse lucht binnen te laten. Het hokje is vlak tegen de muur van het woonhuis gebouwd zodat het drie houten en één stenen wand heeft. Blijkbaar staat het raam op het gelijkvloers open, want de stemmen van Doran en Milo zijn duidelijk te horen. Ze zitten druk te praten in de woonkamer.

"Ik denk zelf eigenlijk ook wel dat Katniss dood is," zegt Milo. "Maar toch bestaat er een kleine kans dat we ons vergissen."

"Wat bedoel je daarmee?" vraagt Doran kritisch. "We hebben allemaal gezien hoe die vredebewaker haar heeft neergeschoten."

"Dat klopt," geeft Milo toe. "Maar volgens mij zou president Snow haar dood onmiddellijk bekend maken moest het echt zo zijn. Een uur of twee geleden heeft het Capitool een officieel nieuwsbericht uitgezonden en toen werd er niets over gezegd."

"Bijna niemand overleeft een schotwonde in de borststreek," werpt Doran tegen.

"Dat is waar, maar heb jij bloed gezien? Misschien was haar spotgaaienpak sterk genoeg om de kogel toch tegen te houden."

"Er zit inderdaad een stevige bepantsering in," antwoordt Doran aarzelend. "Dat heb ik zelf gezien toen Plutarch ons die schetsen toonde. Al moet Katniss dan op zijn minst gewond zijn."

Heel even voel ik me iets minder bedrukt. Misschien zijn we onze Spotgaai toch niet kwijt. Maar de volgende woorden van Milo doen mijn stemming meteen weer omslaan.

"Het zou best kunnen dat we nu gewoon op een mirakel hopen, en dat we vandaag of morgen alsnog te horen krijgen dat Katniss dood is," zegt hij. "Net als Lyme."

Ik hou mijn adem in. Die naam heb ik zeker weten goed verstaan. Volgens wat Milo nu vertelt, heeft Lyme de man die Katniss neerschoot zelf uitgeschakeld door zich in een lijf-aan-lijf-gevecht bovenop hem te gooien en zijn geweer af te pakken. Helaas bleek hij ook nog een scherp mes op zak te hebben. Toen de menigte op het plein een paar minuten later eindelijk uiteen week, lag het lichaam van Lyme roerloos op de grond met een gapende wonde in de keel. Maar het is grotendeels aan haar te danken dat vorige nacht een echt bloedbad in district 2 vermeden werd. Moest Lyme die schutter niet zo snel overmeesterd hebben, dan waren de gevechten ongetwijfeld nog langer blijven doorgaan en zouden er veel meer mensen gestorven zijn. Toch is ook de toespraak van Katniss erg belangrijk geweest. Na het horen van haar woorden hebben de arbeiders uit de Defensieberg de kant van de rebellen gekozen. Het regeringsleger had geen andere keuze meer dan zich over te geven nu ze ook hun laatste medestanders kwijt waren en de berg volledig verwoest is. Nog voordat de zon opkwam, was district 2 officieel in handen van de rebellen.

Ik leun met mijn rug tegen de achterwand van het toilethokje terwijl ik tranen voel opwellen. Dit was wel het laatste wat ik wilde horen. Lyme is dood. Ik kan niet zeggen dat ik haar heel goed gekend heb - bij de treinroof heb ik mijn bevelen vooral van Andromeda gekregen - maar moest ze nu echt sterven vlak voordat haar droom van een vrij district 2 uitkwam? Iedereen zal zeggen dat ze als een heldin is gesneuveld. Als wij deze oorlog winnen, krijgt Lyme misschien wel een eigen herdenkingsmonument. Maar wat heb je daaraan als je het zelf niet meer kan meemaken? En mam was fan van haar. Ze was blij toen Lyme niet opnieuw naar de arena moest. Ik wou dat ik naar het Capitool kon gaan om met haar te praten, maar dat zit er voorlopig niet in. Eigenlijk weet ik niet eens zeker of ik mijn moeder ooit nog zal terugzien.

"Alle districten zijn nu veroverd door de rebellen," besluit Milo. "De weg naar het Capitool ligt dus open."

Ik trek mijn rok recht en loop de WC uit, naar de keuken van het woonhuis. De karaf vers water die ik daarnet in het voorbijgaan had gezien, staat nog steeds op het aanrecht. Ik schenk een vol glas uit en zet het aan mijn lippen. Pas dan dringt de betekenis van Milo's woorden echt tot me door. De weg naar het Capitool ligt open. In de districten hebben we gewonnen, maar voor mij moet het ergste eigenlijk nog komen. Binnenkort zal de stad waar Doran en ik geboren werden in een oorlogsgebied veranderen. Hoe graag ik ook wil dat de regering van Snow valt, ik hoop met heel mijn hart dat de gevechten snel afgelopen zullen zijn.


Dit hoofdstuk vond ik één van de leukere om te schrijven, omdat ik hier een belangrijke gebeurtenis uit de originele boeken van een heel andere kant kon laten zien. Al heeft het misschien ook te maken met het feit dat ik dit hoofdstuk tijdens een vakantie zonder internettoegang geschreven heb. Ik had zelfs mijn laptop niet bij me, enkel het boek Spotgaai en mijn schriftje. In de voormiddag wandelen, in de namiddag schrijven. En zo is het me gelukt om dit hoofdstuk over de val van district 2 op één week tijd af te werken. Ik hoefde het later enkel nog na te lezen en over te typen.

Ik hoop dat ik tijdens het groepsgesprek over de daklozen in het Capitool niet te veel in herhaling ben gevallen (daarom heb ik dit gedeelte vrij kort gehouden). Maar ik wou toch graag tonen welke vragen er op die bijeenkomst gesteld werden, en volgens mij zou het ook onvolledig hebben aangevoeld als ik er helemaal niets over had gezegd.

In dit hoofdstuk hebben we helaas ook afscheid moeten nemen van Lyme. Hoewel haar dood nooit expliciet vermeld werd in de originele boeken, staat het wel vast dat ze tijdens de oorlog gestorven is. Ze was immers niet aanwezig bij de vergadering van overgebleven winnaars die moesten stemmen over het plan om hongerspelen met capitoolkinderen te organiseren. Omdat er over de dood van Lyme eigenlijk niets bekend is, heb ik geprobeerd om dit zelf in te vullen op een manier die mij geloofwaardig leek.

Voor mijn verhaal is het uiteraard niet zo belangrijk om te weten hoe het paard van Nathan heet, maar mij leek het logisch dat hij zijn paard een eigen naam heeft gegeven. De uitleg over de herkomst van het woord 'Warande' klopt ook ongeveer. Je komt dit woord af en toe tegen in plaatsnamen - bijvoorbeeld het Warandepark in Brussel - en ik heb me heel lang afgevraagd wat het precies betekende. In mijn verhaal hoort jagen op wild bij de taak van district 10 (dat was immers de oorspronkelijke functie van het Wildbos) en dus vind ik het hier wel een geschikte naam voor een paard.

Jullie mening en kritiek is altijd welkom in een review! Reacties van lezers helpen mij om gemotiveerd te blijven. Juist daarom vind ik het jammer dat de activiteit op deze website nogal sterk teruggelopen is. Een review hoeft voor mij trouwens helemaal niet zo lang te zijn: twee of drie zinnen volstaan eigenlijk al. Dan weet ik dat de persoon in kwestie mijn hoofdstuk effectief gelezen heeft. En dat geeft mij de moed om door te gaan, ondanks het feit dat ik nu minder tijd heb dan vroeger. Ik ben nog steeds van plan om dit verhaal af te werken, want ik ben nu toch al erg ver gekomen.

Tot het volgende hoofdstuk,

Azmidiske87