Hoofdstuk 21
POV Skye
"Zie je?" fluisterde hij. "Die naam gebruikte ik op Zweinstein al, uiteraard alleen tegenover mijn allerbeste vrienden. Je denkt toch niet dat ik altijd met die smerige Dreuzelnaam van mijn vader opgescheept wilde blijven? Ik, in wiens aderen het bloed van Zalazar Zwadderich stroomt, via mijn moederskant? Ik, de naam houden van zo'n vuile, ordinaire Dreuzel, die me al vóór mijn geboorte in de steek liet omdat hij erachter kwam dat zijn vrouw een heks was? Nee, Harry. Ik koos een nieuwe naam voor mezelf, een naam waarvan ik wist dat andere tovenaars hem op een goede dag nauwelijks zouden durven uitspreken, als ik de grootste magiër ter wereld was geworden!" "Dat ben je niet." zei Harry zacht, maar vol haat.
"Wat niet?" snauwde Marten.
"De grootste magiër ter wereld." zei Harry, snel ademend. "Sorry dat ik je teleur moet stellen, maar Albus Perkamentus is de grootste tovenaar ter wereld. Dat zegt iedereen. Zelfs in je hoogtijdagen durfde je Zweinstein niet over te nemen. Perkamentus doorzag je al toen je op school zat en nu ben je nog steeds bang voor hem, waar je je tegenwoordig dan ook schuilhoudt."
Martens glimlach had plaatsgemaakt voor een onaangename grimas.
"Alleen al de herinnering aan mij, heeft Perkamentus uit het kasteel verdreven!" siste hij.
"Hij kom snel terug, hoor. Sneller dan je denkt." zei Skye uitdagend.
Marten wilde wat zeggen, maar verstijfde.
Er klonk plotseling muziek. Marten draaide zich om en staarde door de verlaten kamer. De muziek werd harder. Het was mysterieus en spookachtig,
Er was een vuurrode vogel verschenen, zo groot als een zwaan, die zijn vreemde lied zong onder het plafond. Hij had een glinsterende gouden staart, zo lang als een pauwenstaart en glanzende gouden klauwen die een rafelig bundeltje vasthielden.
De vogel vloog recht op Harry af. Hij liet het rafelige ding aan Harry's voeten vallen, landde zwaar op zijn schouder en vouwde zijn enorme vleugels. Skye zag dat hij een lange, scherpe gouden snavel en zwarte kraaloogjes had.
De vogel hield op met zingen. Hij bleef naast Harrys wang zitten en staarde Marten aan.
"Dat is een feniks... " zei Marten, die op zijn beurt achterdochtig naar de vogel staarde.
"Felix? " fluisterde Harry. Heette de vogel zo?
"En dat -" zei Marten, die naar het rafelige ding keek dat Felix op de grond had laten vallen. "dat is de oude Sorteerhoed van de school."
Marten begon weer te lachen. Hij lachte zo hard dat het door de hele ruimte schalde en het leek alsof er tien Martens tegelijk schaterden. Skye huiverde.
"Dus dat stuurt Perkamentus zijn verdediger! Een zangvogel en een oude hoed! Voelen jullie je nu dapper, Harry Potter en..." "Skye." zei Skye. "Voelen jullie je nu veilig?"
Harry gaf geen antwoord, maar Skye zei: "Misschien wel."
Marten negeerde haar en wende zich tot Harry.
"Ter zake, Harry." zei Marten, nog steeds met een brede grijns. "Al twee keer eerder - in jouw verleden, maar mijn toekomst -hebben we tegenover elkaar gestaan. En twee keer ben ik er niet in geslaagd om je te doden. Hoe heb je dat overleefd? Vertel me alles. Hoe langer je praat, hoe langer je blijft leven." voegde hij er zacht aan toe. Het lijkt alsof niemand doorheeft dat ik hier ben… Skye voelde zich steeds angstiger worden.
"Niemand weet waarom je je macht bent kwijtgeraakt toen je mij aanviel, " zei Harry abrupt. "Dat weet ik zelf niet eens. Maar ik weet wel waarom je me niet kon doden. Omdat mijn moeder is gestorven om mij te redden. Mijn moeder van ordinaire Dreuzelouders." voegde hij eraan toe, trillend van woede. "Zij heeft mijn leven gered. En ik heb je gezien zoals je werkelijk bent. Vorig jaar. Je bent een wrak. Je leeft nog maar nauwelijks. Dat heeft al je macht je nou opgeleverd! Je moet je schuilhouden, je bent lelijk, je bent afzichtelijk!"
Martens gezicht vertrok, maar met moeite toverde hij een gruwelijke glimlach te voorschijn.
"Aha. Dus je moeder heeft haar leven voor je gegeven. Ja, dat is een krachtige tegenbezwering. Het is me duidelijk dat er niets bijzonders aan je is. Dat vroeg ik me af, snap je? Omdat er merkwaardige overeenkomsten tussen ons zijn, Harry Potter. Dat moet zelfs jou zijn opgevallen. Allebei halfbloedjes, weeskinderen, opgevoed door Dreuzels. Waarschijnlijk de enige twee Sisseltongen die Zweinstein heeft gekend sinds de grote Zwadderich. Zelfs qua uiterlijk lijken we wel wat op elkaar... Maar nu begrijp ik dat je alleen door stom toeval ontkomen bent. Dat wilde ik alleen maar weten. En nu ga ik je een lesje leren, Harry. Laten we de krachten van Heer Voldemort, de Erfgenaam van Zwadderich, meten met die van de beroemde Harry Potter en de beste wapens die Perkamentus hem schenken kan."
Hij keek geamuseerd naar Felix en de Sorteerhoed en liep weg.
Marten bleef tussen de hoge zuilen staan en staarde omhoog naar het schemerige, stenen gezicht van Zwadderich. Marten deed zijn mond wijd open en siste iets.
Skye keek angstig naar het beeld.
Zwadderichs reusachtige stenen gezicht bewoog. Skye zag dat de mond openging, verder en wijder, tot er een enorm zwart gat gaapte.
"Harry, we moeten hier..." begon Skye, maar haar stem stierf weg.
In de mond van het standbeeld bewoog iets. Er glibberde iets omhoog uit de diepte.
Harry en Skye deinsden achteruit, tot ze tegen de donkere muur van de
kamer aan botsten. Ze kneep haar ogen dicht
Er plofte iets reusachtigs op de grond. Skye voelde de stenen vloer trillen.
Ze hoorde Marten sissen, maar verstond hem niet, al had ze wel een idee wat hij zei.
Ze hoorde het zware lichaam over de stoffige vloer glibberen. Harry greep haar hand en rende met haar weg.
Ze hoorde Marten lachen.
Harry struikelde en Skye viel ook. Ze viel met een smak op de grond en voelde dat ze zich aan iets sneed.
De slang was nog maar een paar meter van hen vandaan. Ze hoorde hem aankomen...
Skye probeerde op te staan, maar iets sloeg hard tegen haar aan en ze smakte tegen de muur. Ze gleed op de grond en voelde haar hoofd bonken en haar arm prikkelen.
Ze hoorde dat er iets zwiepte tegen de pilaren.
Skye bleef roerloos liggen en hoorde plotseling iets op de grond spatten. Ze hoorde dat het bloed was. Laat dat niet Harry zijn!
De slang zwiepte met zijn staart en siste woedend, vol pijn en razernij.
"Nee!" gilde Marten. "Laat de vogel! Laat de vogel! De jongen staat achter je! Je kunt hem nog ruiken! Dood hem!"
Ze hoorde de staart van de Basilisk heen en weer zwiepen. Ze was zo nieuwsgierig naar wat er gebeurde, maar ze was te bang om versteend te worden.
Het bloed bleef stromen en Skye opende haar ogen een klein beetje.
Felix cirkelde om de kop van de Basilisk en zong zijn spookachtige lied. Felix pikte naar de geschubde neus van de Basilisk, terwijl het bloed uit de verminkte ogen stroomde. Dus dat was dat bloed! Nu kan ik weer gewoon mijn ogen open doen.
"Help me, help me," mompelde Harry in het wilde weg. "Wie dan ook, het geeft niet wie."
Harry lag verder op, op de grond. Skye stond moeizaam op. Toen ze recht op stond werd het even zwart voor haar ogen en toen ze weer gewoon zag, rende ze naar Harry. Ze wilde hem omhoog helpen, maar de staart van de slang zwaaide over de grond. Skye en Harry doken weg en Harry kreeg de Sorteerhoed in zijn armen geveegd.
Harry zette de hoed haastig op, duwde Skye op de grond en liet zich plat naast haar vallen, toen de staart van de Basilisk opnieuw rakelings over hen heen scheerde.
"Wat doe je? Waarom zet je die hoed op je kop? Je zit al in Griffoendor hoor!"
Opeens hoorde Skye een harde knal en Harry wiegde even heen en weer.
Harry deed de hoed af en keek in de hoed. Skye keek ook in de hoed en zag een glanzend, zilveren zwaard.
Het gevest was bezet met fonkelende robijnen, zo groot als eieren.
Marten siste weer.
Harry was overeind gesprongen en stond klaar. Skye ging haastig naast hem staan.
De Basilisk liet zijn kop zakken. Zijn lichaam kronkelde en sloeg tegen de zuilen terwijl hij zich naar Skye en Harry toekeerde. Ze zag de grote, bloederige oogkassen, de bek, die zich wijd opensperde, wijd genoeg om haar en Harry in één hap op te slokken en vol, tanden, die even lang waren als zijn zwaard, dun, blinkend, giftig...
Blindelings deed de slang een uitval. Skye schrok en Harry en zij sprongen weg. De Basilisk sloeg met zijn kop tegen de muur van de kamer. Hij haalde opnieuw uit en zijn gevorkte tong zwiepte tegen Skye's zij.
Iew! Goor!
Harry hief het zwaard met beide handen op.
De Basilisk viel weer aan en Skye sprong opzij, zodat Harry de ruimte had. Harry pakte het zwaard stevig vast en dreef dat tot aan het gevest in het verhemelte van de slang.
Het bloed spatte uit de bek van het beest en spatte op Skye en Harry. Getver!
Maar Harry zat niet alleen onder het bloed, hij had ook een lange, gelige giftand in zijn arm.
De giftand brak af toen de Basilisk omviel en stuiptrekkend op de grond stortte en in zijn eigen bloed viel.
Harry gleed langs de muur omlaag. Hij greep de tand die het gif door zijn lijf joeg en rukte hem uit zijn arm.
"Harry! Harry!" gilde Skye. Harry kreunde.
Skye keek om zich heen en zag dat Felix aan kwam gevlogen. Hij landde zacht op de grond.
"Felix," zei Harry moeizaam. "Je was geweldig, Felix..."
Skye zag dat de vogel zijn mooie kop op de plek legde waar de slang hem gebeten had.
De tranen liepen over haar en die van de vogels wangen.
Ze hoorde galmende voetstappen en keek om. Marten kwam aangelopen.
"Je bent dood, Harry Potter." zei hij.
"Morsdood. Zelfs de vogel van Perkamentus weet het. Kun je zien wat hij doet, Potter? Hij huilt."
Jeetje zeg, waarom negeert iedereen mij?
Skye hurkte naar Harry neer.
"Ik ga lekker zitten kijken hoe je doodgaat, Harry Potter. Neem de tijd. Ik heb helemaal geen haast. Dus zo eindigt de beroemde Harry Potter." zei Marten glimlachend. "Moederziel alleen in de..." Nu was Skye echt boos. "Hee! Hij is niet alleen! Ik ben er toch?" "O, Ja." zei Marten. "Met een klein meisje van dertien, in de Geheime Kamer, in de steek gelaten door zijn vrienden en uiteindelijk toch verslagen door de Heer der Duisternis, tegen wie hij het in zijn overmoed had opgenomen. Dadelijk word je herenigd met dat lieve Modderbloedje van een moeder van je, Harry... Ze heeft je twaalf jaar extra tijd bezorgd, maar uiteindelijk heeft Heer Voldemort gezegevierd. Je moet geweten hebben dat dat onvermijdelijk was." "Maar wat doen we met jou..." zei Marten boosaardig terwijl hij zich wendde tot Skye.
Skye keek hem angstig aan.
"Maak dat je wegkomt, beest!" zei Marten plotseling tegen Felix. "Vooruit, schiet op. Ik zei, maak dat je wegkomt!"
Harry hief zijn hoofd op en Marten richtte Harry's toverstaf op Felix. Er klonk een knal alsof er een geweer afging en Felix vloog haastig op, in een wolk van rood en goud.
"De tranen van een feniks..." zei Skye zacht. "Ja, natuurlijk... genezende krachten... dat was ik vergeten..." zei Marten en hij keek Harry aan. "Maar dat maakt geen verschil. Eerlijk gezegd heb ik het liever zo. Alleen jij en ik, Harry Potter... jij en ik..." Word ik weer genegeerd! Het is gewoon niet te geloven.
Marten hief de toverstok op.
Plotseling, met ruisende vleugels, vloog Felix weer over Harry heen en liet iets op zijn schoot vallen - het dagboek!
Een fractie van een seconde staarden Harry , Skye en Marten, die de toverstok nog steeds opgeheven had, allemaal naar het dagboek.
Toen greep Harry de afgebroken giftand van de Basilisk die naast hem lag en stootte hem in het hart van het boek.
Er klonk een lange oorverdovende gil. Uit het boek spoot een fontein van inkt, die over Harry's handen stroomde en plassen maakte op de grond. Skye werd ook helemaal bespoten met inkt. Ze keek naar Marten, die kronkelde en spartelde, krijste en maaide met zijn armen en toen...
Toen was hij verdwenen. Weg.
Harry's toverstok kletterde op de grond en er heerste stilte. Doodse stilte, afgezien van het gedrup van de inkt die nog steeds uit het dagboek stroomde. Het gif van de Basilisk had een zwart omrand gat door het boek gebrand.
Skye hielp Harry trillend overeind.
Langzaam raapte Harry zijn toverstok op en Skye pakte de Sorteerhoed.
Harry trok het fonkelende zwaard uit het gehemelte van de Basilisk.
Aan de andere kant van de kamer klonk een zacht gekreun. Ginny kwam bij.
Harry en Skye liepen haastig naar haar toe.
Haar versufte blik gleed over het reusachtige lichaam van de Basilisk, over Harry en Skye met hun bloeddoorweekte gewaad en over het dagboek dat Harry in zijn hand had. Huiverend hapte ze naar adem en de tranen begonnen over haar wangen te stromen.
"Harry - o Harry -ik probeerde het tijdens het ontbijt tegen je te zeggen, maar ik k-kon gewoon niet, met Percy erbij. Ik heb het gedaan, Harry - maar ik - ik zweer dat het niet m'n bedoeling was V-Vilijn heeft me gedwongen, hij h-heeft me in b-bezit genomen en - hoe heb je in vredesnaam dat - dat monster gedood? En w-waar is Vilijn? Het laatste w-wat ik me herinner is dat hij uit het - het dagboek oprees en -" Ook zij negeerd me! Ben ik onzichtbaar of zo?
"Maak je geen zorgen." zei Harry en hij liet Ginny het gat zien dat de giftand in het dagboek had gebrand. "Vilijn is er geweest. Kijk maar! Net als de Basilisk. Kom, Ginny en Skye, we moeten hier nu weg."
"Ik word van school gestuurd!" huilde Ginny, terwijl Skye haar overeind hielp. "Sinds Bill op Zweinstein zat heb ik me er altijd op v-verheugd hier ook te mogen studeren en n-nu moet ik weg en - w-wat zullen pa en ma zeggen?" "Het komt wel goed." zei Skye geruststellend.
Felix wachtte hen bij de ingang van de Kamer op.
Ze kwamen weer bij de slangen deuren en Skye hoorde de stenen deuren zacht sissend achter het drietal dicht glijden.
Na een paar minuten door de stikdonkere tunnel te hebben gelopen, hoorde Skye in de verte het geluid van Ron die brokken steen verschoof.
"Ron!" schreeuwde Harry, die sneller ging lopen. "Alles is goed met Ginny! Ik heb haar bij me!"
Ron juichte gedempt en toen ze om de volgende bocht kwamen, staarde zijn gretige gezicht door de flinke opening die hij in de berg puin had gemaakt.
"Ginny!" Ron stak zijn arm door de stenen en trok haar als eerste door het gat. "Je leeft nog! Ik kan het haast niet geloven! Wat is er gebeurd?"
Hij probeerde haar te omhelzen, maar Ginny duwde hem snikkend weg.
"Maar alles is goed met je, Ginny." glunderde Ron. "Alles is voorbij, alles - waar komt die vogel vandaan?" Felix was na Ginny door het gat gedoken. "Die is van Perkamentus." zei Harry terwijl hij zich door de opening wrong.
"En hoe kom je aan dat zwaard?" zei Ron, die met open mond naar het glinsterende wapen in Harry's hand staarde.
"Dat leg ik later wel uit, als we hier weg zijn." zei Harry, met een blik op Ginny.
"Maar..." "Later." zei Harry snel.
"Waar is Smalhart?" vroeg Skye. "Daar ergens." zei Ron grijnzend en hij gebaarde met zijn hoofd in de richting van de pijp. "Hij is er niet zo best aan toe. Kijk maar." Voorgegaan door Felix, wiens brede, vurige vleugels een zachte gouden gloed verspreidden, liepen ze terug naar de uitmonding van de pijp. Gladianus Smalhart zat zachtjes neuriënd bij de opening.
"Hij is z'n geheugen kwijt." zei Ron en Skye begon te lachen. "Die Vergetelheidsspreuk heeft hem zelf getroffen in plaats van ons. Hij heeft geen flauw idee wie hij is of waar hij is of wie wij zijn. Ik heb gezegd dat hij hier moest wachten. Hij is een gevaar voor zichzelf."
Smalhart staarde naar de anderen.
"Hallo." zei hij. "Rare tent is dit. Wonen jullie hier?" Skye moest nog een keer lachen.
"Nee." zei Ron, die Harry met opgetrokken wenkbrauwen aankeek.
Harry bukte zich en staarde door de lange, donkere buis.
"Enig idee hoe we terug moeten komen door die pijp?" vroeg hij.
Ron en Skye schudden hun hoofd, maar Felix was langs Harry heen gevlogen en fladderde nu voor hem uit. Zijn kraaloogjes glommen in het donker en hij zwaaide met zijn lange gouden staartveren. "Zo te zien wil hij dat je z'n staart beetpakt..." zei Ron verbouwereerd. "Maar hij is toch veel te zwaar voor een vogel?" vroeg Skye. "Felix is niet zomaar een vogel." zei Harry. "We moeten elkaar vasthouden. Ginny, hou jij Rons hand vast. Professor Smalhart..."
"Hij bedoelt jou." zei Ron tegen de verdwaasde Smalhart.
"Pak Ginny's andere hand, en Skye pak jij Smalhart maar vast."
Harry gaf het zwaard aan Skye en ze stopte het zwaard terug in de sorteerhoed. Skye greep Smalhart bij zijn gewaad, en Ron deed hetzelfde, maar dan bij Harry.
Harry stak zijn hand uit en pakte de staartveren van Felix.
Opeens voelde Skye zich heel licht en een tel later vlogen ze ruisend door de pijp omhoog. Skye hoorde Smalhart, roepen: "Verbluffend! Verbluffend gewoon! Het lijkt wel tovenarij!" Skye's groene haar wapperde in de wind en schoot steeds voor haar ogen, wat haar gezicht nog viezer maakte dan het al was.
Ze ploften ze op de natte vloer van Jammerende Jenny's wc. De wasbak waar de pijp achter verborgen had gezeten, gleed terug op zijn plaats.
Jenny staarde hen met grote ogen aan.
"Je leeft nog." zei ze triest tegen Harry.
"Je hoeft niet zo teleurgesteld te klinken." zei hij grimmig en hij veegde spetters bloed en slijm van zijn bril.
"Nou ja... ik had gedacht... als je dood was gegaan, had je best ook op mijn wc mogen komen spoken." zei Jenny, die een zilveren blos kreeg.
"Getver!" zei Ron toen ze het toilet verlieten en de donkere, verlaten gang opstapten. "Harry! Ik geloof dat Jenny een oogje op je heeft! Je hebt concurrentie, Ginny!"
Maar de tranen stroomden nog steeds geluidloos over Ginny's gezicht. "Stil maar, Ginny. Het is goed." suste Skye.
"Waar nu heen?" zei Ron, die bezorgd naar Ginny keek. Harry wees en Felix ging hen voor. Ze volgden hem naar het kantoortje van professor Anderling.
Harry klopte en deed de deur open.
