(BTK 2) H21 Het tegengif van Arabella.
Vroeg in de ochtend lieten Isabella en Arabella zich weer terug brengen door Mini en Maxi. Poppy had verteld dat ze tegen Perkamentus zou zeggen dat ze allemaal in hun eigen bed lagen en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Isabella had Harry nog een kus op zijn voorhoofd gegeven en was toen verdwijnseld met behulp van Maxi. Arabella had het zelfde bij Bella Suzanne en Marcel gedaan. Zelf was ze verdwijnseld met de hulp van Mini.
Harry die vroeg in de ochtend wakker was geworden had meteen de andere wakker gemaakt. Gezamenlijk liepen de vrienden dan ook binnen een kwartier richting de zieken zaal. De angst die ze hadden werd alleen maar groter met iedere stap die ze dichter bij de ziekenzaal kwamen. Bella deed de deuren open en keek de zaal rond. Achterin de zaal lagen hun vrienden. Langzaam liepen ze gezamenlijk naar achteren. Marcel liep meteen richting Hermelien en ging huilend naast haar zitten. Suzanne wist dat Bella en Harry elkaar zouden gaan steunen dus liep ze ook maar naar Hermelien toe. Met een hand op de schouder van Marcel gaf ze hem zo veel mogelijk troost dat ze hem maar kon geven.
Bella was naast Daphne gaan staan en keek haar bezorgd aan.
"Harry, Daphne is heel belangrijk voor mij, dat weet jij he". Harry knikte bij die woorden van Bella. Hij wist zeker hoe belangrijk Daphne voor Bella was. Ze was bijna net zo belangrijk voor hem.
"Dus Harry ik weet ook wat jij voor mij zou doen. Ik wil dus ook dat jij dat voor Daphne gaat doen". Vertelde Bella hem. Harry keek haar even aan en knikte hevig.
Bella had in zichzelf zo iets van ik moet het tegen Harry zeggen. Ze wist natuurlijk ook wel dat Harry alles zou doen voor Daphne. Ze kon namelijk aan alles zien dat hij ook heel veel voor haar voelde. Dus de vraag was meer een geruststelling voor haar zelf dan voor Harry.
Toen ze gezamenlijk hun lessen er op hadden zitten gingen ze weer meteen naar de ziekenzaal. Opnieuw namen Bella en Harry plaats bij Daphne, en Marcel en Suzanne gingen bij Hermelien zitten. Ze zouden daar blijven zitten tot dat het etenstijd was. Op dat moment gingen Harry en Suzanne voor iedereen eten halen.
Terwijl ze aan het eten waren ging Poppy even naar het landgoed Goedleers. Ze had de vrienden opgedragen om oog te houden op iedereen die in de zieken zaal lag. En pas als ze zelf terug kwam mochten ze weer weg. Mocht dat buiten de avond klok zijn dan zou zij hen persoonlijk terug brengen.
*#*
In huize Goedleers zat Isabella met Arabella aan de thee. Ze zaten in spanning af te wachtte op Poppy. Ze wilde namelijk dolgraag weten wat of Hermelien en Daphne hadden uit gevonden. Arabella zat over een boek gebogen met toverdranken. Haar Mandragora's waren al rijp en nu kon ze de drank maken. Maar het was een ingewikkelde drank en niet zo een twee drie klaar. Maar ze wist dat het ging lukken dus even door bijten dacht ze. Het was ook momenten als deze dat ze het erg vond om een snul te zijn.
Om zeven uur in de avond liep Poppy Plijster het haardvuur uit. Ze kwam meteen keuken binnen waar iedereen aan de thee zat. Met een diepen zucht en een grote plof gooide ze de stapel papieren op de keuken tafel.
"Ik durf Bella en Harry deze papieren niet te laten zien, En ik geloof het zelf ook amper. Ik zou dan ook graag hebben dat jullie Amalia en Augusta er bij gaan halen".
Even keken Isabella en Arabella haar vragend aan. Ze wisten dat Poppy altijd het beste voor had met haar patiƫnten. En ze zou nooit iets achterhouden. Nee, Poppy was alles als het al niet direct was. Hoe hard de waarheid ook was, Poppy zou hem je altijd meteen vertellen. Dus dat ze het nu niet wilde vertellen was niets anders dan heel bijzonder. Isabella voelde de twijfeling die zich in Poppy bevond. Dat was ook de rede dat ze meteen naar de haart ging en Augusta en Amalia ging oproepen.
Poppy zelf ging achter Arabella staan. Ze keek over de schouder van Arabella en begreep meteen wat voor soort drank ze moest maken. Opnieuw greep de angst zich om haar hart. Met een hand voor haar mond gebaarde ze dat Arabella mee moest komen. Ze vertelde haar dat in de stapel perkament de rede stond waarom ze niets tegen Bella en Harry wilde zeggen. En ze zou het pas uit leggen wanneer iedereen er was. Met trillende handen pakte Poppy het kopje thee dat voor haar klaar stond. En keek Arabella aan. Ze schrok duidelijk toen Augusta en Amalia ook de keuken in kwamen gelopen.
Terwijl iedereen hun plaats aan de keuken tafel in nam keek Poppy niet echt blij de tafel rond. Ze wist dat alle blikken nu op haar gericht waren en dat ze de uitleg moest geven die alleen zei wist. Maar in haar hard wilde ze het niet meteen doen. Als eerste vroeg ze ook meteen hoe of het met Minerva was.
Even keek Amalia meteen naar de grond.
"Het spijt mij maar ik heb Minerva niet uit Azkaban kunnen houden. Lucius en Droebel hebben alles uit de kast getrokken om haar daarheen te kunnen brengen. En als we de dader niet te pakken kunnen krijgen gaat Harry weer terug naar zijn oom en tante. En word Perkamentus weer zijn beschermer". Amalia leek te vechten tegen haar tranen maar ging toch verder.
"David is nu samen met Tops en Minerva onderweg naar Azkaban. Ze zal daar tussen de cel van Bellatrix en Sirius plaats moeten nemen. Het is de enige cel die vrij is op de zwaarste afdeling. Ze moest meteen naar de zwaarste afdeling van Droebel en ik kon er niets aan doen. En nu moet ik het nog tegen Harry gaan vertellen en dat durf ik niet". Even keek Amalia bang naar de dames om de tafel heen.
"Ik weet dat Harry een goed hart heeft en dat hij mij niets zal aan doen maar ik ben zo bang voor de anderen die er dan misschien bij zijn zoals Perkamentus of die flapdrol van een Smalhart".
Alle dames die rond de tafel stonden stemde daarin mee en begrepen dan ook helemaal wat of Amalia bedoelde. Nu gingen hun blikken richting Poppy en die kroop een beetje in een. Het was niet vaak dat je Poppy naar woorden zag zoeken. En als dat dan zo was dan was er iets ergs. Daar kon je dan ook zeker van zijn. Poppy wees even naar de stapel perkament en nam aarzelend het woord.
"In die stapel daar is alles wat Hermelien en Daphne hebben gevonden over de geheime kamer. Ik heb het vannacht door gelezen en durf het niet aan Bella en Harry te laten zien. Om eerlijk te zijn durf ik het ook niet aan jullie te laten zien. Wat er in staan is erg, heel erg zelfs. En als we dit boven op het fijt vertellen dat Minerva nu in Azkaban is. Dan weet ik zeker dat het kasteel er morgen niet meer zal staan. Met de ruwe magie die Harry in zich heeft".
Even wierp Poppy een blik op Amalia en ging weer verder.
"Amalia ik weet dat jij het niet tegen Harry wild vertellen. Maar als je deze hebt door gelezen zal ik het jou ook afraden en het vooral ook niet te doen. Het probleem op school is groter dan dat we denken".
weer keek Poppy naar Amalia en naar Augusta. Ze vertelde hen dat Daphne en Hermelien nu ook versteend waren en dat ze samen met Arabella de Mandragora drank zou gaan maken. De mandragora's op school zouden pas over twee maanden rijp zijn. En dat bracht haar bij het punt waarom ze zo angstig was. Die van Arabella zouden ze misschien morgen al kunnen toe dienen.
Even pakte Isabella de ketel en schonk voor iedereen nog een kopje thee in om vervolgens Poppy haar verhaal te laten vertellen.
Poppy haalde diep adem en begon voorzichtig haar verhaal.
"Als ik alles samen vat wat er in de stapel perkament staat kom ik tot het volgende verhaal.
Vijftig jaar geleden was de geheime kamer ook geopend. Toen was Professor Wafelaar de hoofd meester van de school. Niemand wist toen wat of er waar was van de legende net als nu. Wel was het duidelijk dat Zalazar Zwadderich een geheime kamer had laten bouwen. In dat jaar waren er heel wat gebeurtenissen die niet mochten gebeuren op een magische school. Net als dit jaar verschenen er spreuken op de muur. Ze gingen allemaal over het pure bloed waar een tovenaar of heks aan moest voldoen. En ook toen werden er een aantal leerlingen versteend.
En dat alles was uit naam van Zalazar Zwadderich. De angst ging ook toen door het hele kasteel heen en niemand was er veilig. Vlak naar de kerst vakantie werd er een meisje dood gevonden in het kasteel. En het was ook dat moment dat hoofd meester Wafelaar had besloten om de school te sluiten.
Maar zo als jullie weten is de school niet gesloten en is er een dader aan gewezen. Hagrid die toen een leerling was had een dier dat verboden was. Toen werd hij beschuldigd door ene Martin Vilein. Omdat Hagrid een beest had verborgen in het kasteel, was hij de hoofd verdachte en ook meteen schuldig bevonden. Was het niet dat juist het beest van Hagrid naar het verbodenbos was gevlucht. Hagrid had verteld dat het een spin was die hij had, en dat het nooit dat meisje had kunnen doden. Maar dat maakte niet meer uit. Hagrid werd schuldig bevonden en zijn toverstok werd door midden gebroken. De kamer werd gesloten en is pas dit jaar weer open gegaan".
Even keken de dames allemaal naar Poppy. Het was een mooie les geschiedenis maar het verklaarde niet waarom ze het niet tegen Harry durfde te zeggen. Alleen Augusta begon een beetje te verzitten op haar stoel.
"Poppy wat heeft Daphne en Hermelien gevonden wat met die tijd te maken had". Vroeg Augusta vriendelijk maar door dringend aan Poppy.
Dit was ook weer het moment dat Poppy zelf ook onrustig werd.
"Nou, vijftig jaar geleden was het op school het zelfde zoals nu. Alleen waren er toen andere professoren. Professor Perkamentus was toen professor van transfiguratie. De zelfde les die Minerva tot vorige week ook gaf. Maar Minerva zat toen nog helemaal niet op school. Sterker nog ze was dat jaar met haar man een wereld rijs aan het maken voor hun huwelijksreis. En kon toen niet en dus ook nu niet de gene geweest zijn die de geheime kamer heeft geopend. Hagrid was het volgens een professor ook niet geweest. Die zelfde professor heeft Hagrid dan ook aangenomen als terreinopzichter voor Zweinstein. Dat was professor Perkamentus. En ik geloof ook echt dat Hagrid dat niet gedaan heeft. Toen niet en nu ook niet. Nu was er ook nog die ene jonge. Die jonge die Martin Vilein hete. Ik weet niet waarom maar die naam doet me ergens aan denken. Hij heeft toen een onderscheiding van de school gehad wegens bewezen diensten.
En dat brengt me op de volgende opsomming van Hermelien.
vijftig jaar geleden was Albus Perkamentus een professor op school. Hij wist dus dat er een geheime kamer was. Ook wist hij dat er mensen versteend werden. Toen echter moesten de leerlingen bijna een jaar wachten voor ze geholpen konden worden. Maar dit jaar heeft Albus, professor stronk al van te voren ingelicht om Mandragora's te kweken. Iets wat volgens Hermelien en Daphne erg vreemd was.
Ook was het hen opgevallen dat Perkamentus niets heeft gedaan om de arrestatie van Minerva tegen te houden. Hij wist overigens dat Minerva dat jaar helemaal niet in het land was. En het staat vast dat hij ook weet dat het beest in de kamer een Basilisk is. Anders had hij niet van te voren gevraagd om Mandragora's te gaan kweken. De vraag is nu alleen. Wat weet Albus nog meer, en was hij niet de genen die de kamer heeft geopend. Hij is immers de enige nog met Hagrid samen die er vijftig jaar geleden ook bij waren.
Weer was er een moment van stilte toen Poppy had verteld wat of er allemaal gevonden was door Hermelien en Daphne. Ze liet hun dan ook alle papieren zien waar nog veel meer in stond. Voor Amalia was dit een uitkomst. Met dit bewijs kon ze Minerva weer binnen een week uit Azkaban halen. Maar ze begreep ook wat Poppy bedoelde. Hoe kon ze nu aan Harry gaan vertellen dat zijn oma toch in Azkaban zat. En ook dat de enige die haar daaruit had kunnen houden het niet gedaan heeft. Maar hoe kon ze Harry vertellen dat die persoon niemand anders was dan Perkamentus. Juist hij die al voor zoveel ellende had gezorgd voor hem en zijn oma. Nee, Amalia wist dat ze het niet eerder kon gaan vertellen tegen Harry, niet eerder dan dat ze Minerva uit Azkaban had gehaald. Ze had Minerva nodig om Harry rustig te houden.
Wat de dames niet door hadden was dat er bij de deur een kleine huiself stond die alles aan het af luisteren was. Het was ook die huiself die met een kleine plop weer op weg was naar Zweinstein.
*#*
In de ziekenzaal zaten de vrienden hun huiswerk te doen. Geen van allen wist wat of er zich afspeelde in het landhuis van Goedleers. Bella zat naast Harry en keek even de ziekenzaal rond. Het was heel gek als je daar een kat zag liggen en daarnaast Casper, zijn camera nog steeds in zijn handen. Beiden waren als eerste versteend. En nu zaten ze naast Daphne en Hermelien. Hun vrienden die ook waren versteend.
Het enige voordeel dat Harry hier uit had kunnen halen was dat niemand meer geloofde dat hij de erfgenaam was. Maar hij zou alles meteen weer terug geven als hij zijn vrienden weer naast hem had zitten. Dat was wat er door de gedachte van Bella heen ging.
Van uit het niets stond in een keer Dobby naast Bella en keek haar met zijn grote ogen aan. Meesteres Bella, Dobby heeft gehoord dat er een meisje vijftig jaar geleden was gedood door het beest uit de kamer. Dobby weet niet meer, maar weet wel dat het beest er nog is. Dobby komt hier om grote Harry Potter meneer te helpen. Misschien kan meesteres Bella en meester Harry hun vrienden nu ook helpen". En net zo als Dobby was verschenen verdween hij ook weer. Met een kleien plop was hij weer weg. Bella rende meteen naar Harry toe en vertelde hem wat Dobby haar net had verteld. Bella had een idee wie en waar dat meisje kon zijn en vertelde dan ook aan Harry, dat ze hem zo meteen meer zou gaan vertellen. Maar eerst wilde ze het zeker weten. Met een kus op zijn lippen verliet Bella de ziekenzaal.
*#*
Poppy was inmiddels met Arabella naar het Potter kasteel gegaan. In de kelder van het kleine huisje dat Arabella van de potters, maar vooral van Harry had gehad had ze een toverdrank keuken gemaakt. Het huisje zelf had ze van boven tot onderen ingericht tot winkel. Althans zo leek het. Arabella had haar verteld dat ze zo dankbaar was voor wat Harry allemaal voor haar en Bella had gedaan, dat ze dit nu voor hem deed. Ze kreeg zelfs de hulp van Remus Lupin om alles te bezorgen. Die kon namelijk alle bestellingen bezorgen. Door te verschijnselen en te verdwijnselen. Maar ook om het met toverkracht draagbaar te maken.
Het was een bedrijfje geworden dat alleen nog maar winst op leverde. En nu was ze daar samen met Poppy om de tover drank te maken.
Gezamenlijk waren ze alle mandragora's aan het stoven om ze daarna ik kleine mootjes te haken. Met heel veel kruiden en andere planten kookte ze een goudgeel goedje. Met zeven eenhoorn haren konden ze het goedje afmaken. Helaas konden die haren pas na 24uur koken worden toegevoegd. Het was dan ook laat in de avond toen Poppy en Arabella de twaalf ketels op een laag vuur hadden staan. Nu hoefden ze alleen nog maar de haren erbij te doen om het goedje daarna nog eens een uur te laten stoven. Met dat voor uitzicht ging Poppy terug naar school. Ze was blij dat ze overmorgen weer iedereen uit de ziekenzaal kon laten gaan.
*#*
Eerder die dag op het ministerie.
Minerva Anderling zat in haar cel te bedenken hoe het kwam dat ze hier nu zat. Ze had van Amalia gehoord dat ze verdacht werd van het openen van de geheime kamer. Zelf wist ze natuurlijk dat het allemaal een leugen was. Ze had daar helemaal niets mee te maken. De gedachte dat het was om Harry een hak te zetten ontging haar niet. Het was haar zeker niet ontgaan dat Perkamentus geen tegen spraak had gehad. Hij had niets gezegd om haar of Harry te helpen. Ze hoopte nu alleen dat Harry haar zou geloven, en niet zou denken dat het waar was. Ze kon het niet helpen om weer terug te denken aan die verslagen blik die hij had toen ze werd weggeleid. Haar kleine welp die het zo met haar te doen had.
Amalia had haar nog beloofd dat ze zou proberen om haar in het ministerie te houden maar wist niet of het haar wel ging lukken. Ze vocht immers tegen Cornelius Droebel en Lucius Malfidus. En Cornelius Droebel had nog een rechtszaak voor zich die hij door toedoen van Harry had verkregen. En dit zou hem alleen maar helpen om het van Harry te kunnen winnen. En dan waren er ook nog eens de vrienden van Harry en al de andere leerlingen. Inwendig hoopte ze dat Albus Perkamentus weer eens waar zou maken waarom hij nu eigenlijk hoofd meester was.
De gedachten van Minerva gingen alle kanten op, ze wist het zelf ook niet meer. Het ergste vond ze nog dat ze geen brief mocht schrijven naar haar welp. Met haar gedachten die door haar hoofd speelde hoorde ze in eens een aantal stemmen die op de gang klonken.
"U kunt het niet menen Minister. Er is geen enkel bewijs dat erop wijst dat Minerva daar iets mee te maken heeft".
"Ik vertel het u nog een maal Amalia. Ik weet het zeker en Minerva gaat nu naar Azkaban".
"Minister u doet dit alleen maar omdat u op uw vingers bent getikt door Harry Potter. En dat is de rede dat u Minerva op deze manier zo aan pak".
"Nee Amalia, dat staat er helemaal buiten. Zelfs Perkamentus heeft het toegelaten dus hij zal ook wel zijn bedenkingen hebben gehad. Dat heeft Lucius Malfidus mij zelf hoogs persoonlijk verteld".
Minerva kon horen hoe Amalia tekeerging tegen de minister. Ze kon het dan ook niet laten om extra stil te zijn en goed te luisteren.
"Minister. Zins wanneer gelooft u Lucius Malfidus. Zover als ik weet was dat een beslissing van het bestuur van de school. En zins wanneer kan het schoolbestuur iemand laten op sluiten in Azkaban". Even was de minister stil.
"Dan nog iets minister ik zelf zit ook in het bestuur en ik weet daar helemaal niets van. Net als heer Potter en heer Goedleers".
"Amalia wat mijn zaken met Lucius zijn dat gaat jou niets aan. En dit is het laatste wat ik hier over zeg. Jij zorgt ervoor dat Minerva vanavond nog in Azkaban zit. Anders kun je morgen naar een andere baan gaan zoeken". Nu was het de beurt aan Amalia om stil te zijn. Nog geen minuut later stonden de minister en Amalia voor de celdeur van Minerva.
Minerva keek Amalia diep in de ogen aan en knikte van ja. Ze wist dat Amalia het moest doen. Ze had Amalia nodig voor haar welp. Nu dat het testament openbaar was kon Harry naar de Goedleers en kon Perkamentus daar niets tegen doen. Dus knikten ze nog een keer naar Amalia en vertelde haar dat het goed was.
"Het spijt mij Minerva. Maar de minister hier denkt dat jij de kamer hebt geopend. En ook al heeft hij geen bewijs, zult u nu afgevoerd worden naar Azkaban. Ik zal David zo meteen vragen om jou samen met Tops daar heen te brengen". Minerva knikte opnieuw.
Nu keek Amalia even vuil naar de minister. Cornelius Droebel keek haar aan en zei.
"Goed zo, ik hoop dat je in het vervolg gewoon jou werk doet en de minister niet meer zult tegen spreken". Droebel draaide zich op zijn hakken om en wilde weg lopen. Amalia kuchte en wachtte tot dat de minister zich weer had omgedraaid.
"Minister voor dat u weg gaat. Ik hoop voor u dat u gelijk heeft met Minerva. Als dat niet zo is dan zal ik er persoonlijk op zien dat Heer Potter een duel met uw krijgt. Want ik hoop dat u begrijpt waar de heer Malfidus u tot heeft aan gezet". Minister Cornelius Droebel keek Amalia niet begrijpend aan. Minerva echter begon een beetje te gniffelen in haar cel.
"Ik zou graag willen dat u zich nader verklaard" beet Cornelius Droebel haar toe. Nu verscheen er een lachje rond de mond van Amalia.
"Minister, Als Minerva onschuldig is zal ik hoogs persoonlijk alles aan de jonge heet Potter vertellen. Ik weet in mijn hart dat Minerva onschuldig is en dat weet u ook. Maar met deze stunt die u en heer Malfidus hebben gedaan, heeft u meer gedaan dan dat u waarschijnlijk wilde.
U heeft namelijk een Familie lid beledigt en beschuldigt van het aloude en nobele huis Potter/ Prosper en Griffoendor. Achter dat huis zal ik mijn huis zetten. Als het nodig is trouw ik ook nog met heer Potter als ik u daarmee kan pakken. En met zo een beschuldiging kan heer Potter u uitdagen tot een tovenaars duel".
Droebel keek Amalia schattend aan.
"Jij denkt toch niet dat ik bang ben voor een jonge van Twaalfjaar". Dit was het antwoord waar Amalia op had gehoopt.
"Nee dat denk ik niet, Maar dat zal u wel over een jaar zijn als ik hem alles heb bijgebracht wat of ik weet". Van uit het einde van de gang klonken twee stemmen. De eerste was van David Goedleers.
"En zeker niet als ik hem ook nog eens alles bij breng wat ik weet. Laat staan als Minerva dat doet Minister". Nog voor dat de minister iets kon zeggen keek hij in de punt van de toverstok van Tops.
"Minister u heeft nu net de oma van mijn broertje beledigt. Alleen dat al geeft mij het recht om u hier te plekken uit te dagen. Maar ik verzeker u als Harry u niet uit daagt dan doe ik het. En die oom van mij er bij".
Droebel wist niet hoe snel hij moest weg moest komen. David nam de hand van Minerva en nam haar mee. Samen met Tops verontschuldigde hij zich dat ze dit moesten doen maar Minerva begreep het. Ze wist zelf ook dat ze onschuldig was. Ze vroeg alleen of ze op haar welp wilde letten.
