Hoofdstuk 22
Cassie werd de volgende ochtend wakker met het gevoel alsof er iemand op haar hoofd aan het slaan was met een hamer. Haar hoofde bonsde hevig alsof het elk moment uit elkaar kon klappen, de klap bleef echter uit. Langzaam opende ze haar ogen en kneep ze direct weer toe, het zwakke licht dat de kamer in scheen was niet erg fel en iemand zonder een erge kater zoals Cassie die had, had waarschijnlijk nergens last van gehad. Ze hield haar hand boven haar ogen en deed ze opnieuw - ditmaal voorzichtig – open. Langzaam wende haar ogen aan het licht, ze kon buiten een vogel horen fluiten, het klonk eigenlijk meer als een stoomtrein in haar geval. Wat er gisteravond was gebeurd was een grote waas voor haar, langzaam hees ze zichzelf overeind en wreef over haar hoofd.
Op dat moment draaide Draco zich om in zijn slaap waardoor het bed lichtjes bewoog. Cassie slaakte een gilletje van schrik en kroop achteruit. Met een doffe knal viel ze naast het bed op de grond. Opnieuw zag ze Draco zich omdraaien, het leek erop dat hij nog sliep. Ze had haar kleding nog aan en er was vast niks gebeurd, dacht ze. Zachtjes krabbelde ze overeind en keek de voor haar vreemde kamer door. Dit was zeker niet het huis van de Malfidussen of dat van haar, het meubilair was schaars en het behang had een doffe rode tint. Ze kroop langs het bed richting de deur, op de grond zag ze haar schoenen liggen. Ze griste ze van de grond en keek nog eenmaal om naar het bed waar Draco niks vermoedend verder sliep. Ze hees zichzelf overeind aan de deurknop en leunde tegen de deur. Haar hoofd deed vreselijk pijn, ze had zichzelf vast vreselijk vernederd in het openbaar. Ze rammelde aan de deur die niet openging, uit alle macht trok ze aan de deur die echter geen centimeter mee gaf. Ze slaakte een zucht en liep op haar tenen naar het bed, op het nachtkastje lag haar toverstok, ze raapte het op en verdween met een zachte plop.
Twee uur later zat ze thuis in een warm bad, op haar hoofd lag een sponzig soort waterballon. Cassie had haar ogen dicht en leek bijna in een soort trans, het dikke schuim droop nog net niet naast het bad en ze had een vermoeide uitdrukking in haar ogen. De hoofdpijn begon langzaam weg te zakken en hoe meer dat gebeurde hoe meer ze zich van de avond begon te herinneren. Het was haar niet helemaal duidelijk maar ze wist zeker dat er tussen haar en Draco niks gebeurd was. Ze slikte even, ze had zich wel duidelijk vernederd op het bal en blijkbaar had Draco haar juist een grote dienst bewezen. Ze moest er niet aan denken wat er gebeurd was als ze op het feest was gebleven, ze huiverde. Langzaam begon zich ook een schuldgevoel te vormen, ze had hem daar achter gelaten op de slaapkamer en niks van zich laten horen. Wat als hij nu echt alles had gemeend wat hij had gezegd? Wat als ze de kans om gelukkig te worden nu aan haar neus voorbij liet schieten? Ze schudde haar hoofd. Met een plons viel het sponsachtige ding in het water.
Cassie at die avond maar weinig en bleef op haar kamer, waarom kon ze alleen aan hem denken? Met een zucht ging ze op haar bureaustoel zitten en pakte een stuk perkament voor zich. Ze pakte een mooi uitziende veer en zette die op het stuk perkament.
"Lieve Draco" mompelde ze en zag de veer haar woorden sierlijk op het perkament zetten. "Nee, dat is niks"
En de veer kraste haar eerdere woorden door die daarna leken te verdwijnen. Een uur duurde het in totaal, de kaars die het perkament had verlicht was al bijna gedoofd en flikkerde zachtjes. Ze stond op en rolde het stuk perkament op en opende een koude kooi naast het bureau. Een mooie vosbruine uil stapte op haar hand en pakte het stuk perkament aan. Ze streek even over zijn vleugels en opende het raam. De uil verdween langzaam in de duisternis, op weg naar Engeland.
De uil arriveerde die avond laat bij Draco's kamer en tikte met zijn snavel tegen het raam. Draco was net op zijn bed gaan liggen en kwam mopperend overeind. Hij liep naar het raam en opende deze, de uil vloog direct naar zijn schouder en stak zijn pootje uit met het daaraan vastgebonden stuk perkament. Enigszins blije gevoelens overspoelde Draco toen hij zag dat het van Cassie was. Terwijl hij op het bed ging zitten werden die gevoelens enigszins weggevaagd door de gedachte dat het ook minder leuk nieuws kon zijn. Met de uil nog op zijn schouder opende hij het stuk perkament.
Draco,
Ik wil graag wat dingen ophelderen, iets wat ik niet recht in je gezicht kan doen aangezien het dan toch uitdraait tot ruzie waarschijnlijk. Ik heb nu definitief besloten dat ik je echt nooit meer wil zien. Hoe zal ik het zeggen, jouw liefdesverklaring was denk ik toch niet overtuigend genoeg, wat je mij ook niet kwalijk kan nemen na jouw …nou ja, je snapt mijn punt wel.
Stop met me brieven sturen, je hoeft niet eens meer deze brief te beantwoorden en vooral…negeer me voortaan mocht je me in het meest ongelukkig geval nog ergens tegen komen. Onze wegen scheiden hier.
Cassie
Het is maar een kort stukje (A), maar we zullen snel meer posten
Reacties zijn zoals altijd weer van harte welkom :D
