AN:
Ja, ja. Ik weet het... Deze update duurde veel te lang... Maar ik was echt mijn inspiratie voor dit verhaal kwijt. Ik hou sowieso niet van eindes schrijven, maar het moest gewoon kloppen allemaal, voor ik weer updatete (of zoiets). Maar, zoals jullie zien, het is me toch gelukt. :) Ik hoop dat jullie dit hoofdstuk iets vinden, het is volgens mij niet het beste wat ik heb geschreven, maar het lukte niet op een andere manier. Sorry als het allemaal wat snel gaat, het moest af!
Veel plezier met lezen!
Op het moment dat ik eindelijk bij het huis aankwam, stond ze vrolijk naast Leah, die ook een klein lachje op haar gezicht tevoorschijn had getoverd. Het was de eerste keer dat ik haar in haar menselijke gedaante zag. Ze was erg mooi met haar donker bruine ogen. Haar haren hadden bijna dezelfde kleur en waren redelijk kort geknipt, ze kwamen tot net onder haar oren.
"Zijn er nog meer wolven, hier?" hoorde ik Lucas aan Edward vragen.
"Ja," antwoordde die, "ze zijn met vijf met ons meegekomen. Seth en Embry komen zo. Quil is naar Claire toe." Hij wachtte even maar begon toen weer te praten, ik denk als antwoord op een vraag in Lucas' gedachten. "Claire en hij zijn ingeprent, dus hij is vooral bij haar. Maar hij behoort nog steeds tot de roedel van Jacob."
Lucas keek bedenkelijk en Edward ging er meteen op in. "Inprenten betekent dat de wolf in kwestie zijn of haar zielsverwant heeft gevonden. Hij zal alles doen om zijn inprent te beschermen. Als die dan nog heel klein is, als een broer of een vriend, en als diegene ouder is meer als geliefde."
Jacob kwam op dat moment van achter een boom vandaan gelopen op twee benen, rechtstreeks naar Renesmee en pakte haar hand.
Ik keek vragend naar Edward "Zijn zij ook…?" Hij knikte.
Nog geen seconde later draaide hij zijn hoofd een beetje schuin en luisterde naar wat er binnen gebeurde. "Zullen we naar binnen gaan?"
Lucas knikte en wij volgden hen naar binnen.
De glazen deur spiegelde een beetje, net genoeg om mijn ogen te zien. Ze waren bloedrood!
Ik was helemaal vergeten dat ik net een week of vier oud was, met alles wat er was gebeurd.
Snel veranderde ik mijn oogkleur terug naar groen, terwijl ik naast Michel ging zitten op de bank.
"Dat ziet er beter uit. Rode ogen staan jou niet." Zei hij met een lach.
Ik grinnikte een beetje mee en terwijl ik weer inademde, rook ik de heerlijke geur weer. Wat was dat toch? Iedere keer dat ik bij Michel was rook ik deze geur. Het was een bekende geur, maar ik kon hem niet plaatsen. Toen pas viel het kwartje, of de twintig eurocent, of hoe je het ook noemen wil. En ja, ik weet dat een kwartje 25 cent was, maar die hebben we nou eenmaal niet in euro's.
Ik wist weer waar ik de geur eerder had geroken. In het kasteel in Volterra, alleen was het toen vermengd met de muffe geur die altijd in dat kasteel leek te hangen, toen ik toekeek terwijl Michel kaartte. En ook toen Felice me daar had terug veranderd, maar toen had ik het geroken met mijn mensenneus. Was het toen ook niet Michel die naast me zat?
Iedere keer dat Michel in de buurt was, heb ik het geroken. Het was Michel! Ik keek scheef naar hem en snoof de geur nog eens op. Hoe vaker ik het rook, des te verliefder ik werd op die geur. Of op Michel, het is maar hoe je het bekijkt.
Michel merkte dat ik stiekem naar hem staarde en keek me aan. Snel keek ik naar de andere kant van de kamer. Als ik het had veranderd, had ik gebloosd. Maar, gelukkig voor mij, had ik dat niet.
Ik richtte me op het gesprek van Esmee en Lydia, om iets te doen te hebben. Ze hadden het over mooie plaatsen om te wonen. Na een paar plaatsen te hebben gehoord, waar ik overigens nog nooit geweest was, had ik geen zin meer om verder te luisteren.
Kim en Roy, die geen plekje op de bank hadden veroverd, liepen naar buiten. Ik liep achter hen aan. Het werd me een beetje te druk binnen. Ik liep de in een andere richting weg dan Roy en Kim, zij wilden duidelijk wat tijd voor zichzelf. Ik klom in een stevig uitziende boom en maakte het me lekker gemakkelijk. De waterige avondzon scheen zacht op mijn gezicht. Het voelde lekker aan en ik was erover aan het denken om me terug te veranderen om een beetje te kunnen doezelen, maar daar kreeg ik geen tijd voor. Felicia had Renesmee zo ver gekregen om een spelletje te spelen en ze kwamen samen mij vragen om mee te doen. Waarom ook niet, dacht ik. En ik sprong lenig van de tak af om vervolgens ingemaakt te worden bij een potje tafeltennis door Nessie. Dat is ook een heel moeilijk spel voor een vampier, en al helemaal voor een nieuweling.
We mochten een tijdje blijven van de Cullens, aangezien we eerst zelf een huis moesten regelen. Erg vond ik dat niet. Ik kan het goed vinden met ze. En iedereen was zo geïnteresseerd in mijn gave. Ze vonden al onze gaves wel interessant, maar de mijne kan af en toe wel handig zijn. Alleen bleek hij niet te werken op Renesmee. Dat is ook eigenlijk wel logisch. Om iemand anders te veranderen moet ik mezelf mee terug veranderen. En aangezien Nessie een halfvampier is, kan ik mezelf niet hetzelfde terug laten veranderen als haar. Het is nogal moeilijk uit te leggen, maar het is in ieder geval logisch.
Hoe leuk en gezellig ik het ook vond, uiteindelijk moesten we toch weg. De wolven waren niet al te blij met het aantal vampiers dat er was en het huis was gewoon erg klein voor zoveel vampiers. We namen afscheid van iedereen en vertrokken naar het oosten. Lucas en Lydia hadden een mooi groot huis gevonden in Newfoundland. Felicia was er niet blij mee, het bleek een van de minst zonnige plaatsen ter wereld te zijn. "Maar Elisa kan dat glinsteren toch stoppen?" Had ze gezegd. Daar hebben Lucas en Lydia serieus over getwijfeld, maar we waren het eens over dat een beetje 'normaal' vampier zijn ons even geen kwaad zou doen. Helemaal normaal zou het natuurlijk niet worden met een dieet als die van ons.
Bij onze aankomst rende iedereen meteen naar boven om zich een kamer toe te eigenen. Dat uitte zich in dat ik de kleinste kamer kreeg. Hij was nog steeds vele malen groter dan mijn slaapkamer in mijn vaders huis en dat terwijl er nu niet eens een bed in hoefde. We mochten het helemaal zelf inrichten en natuurlijk verfde ik mijn muren weer lichtblauw. Ik kreeg ook een mooie bank, waar ik mijn knuffelkatje, dat ik nog steeds in mijn rugzak had, op legde. Het katje rook nog een beetje naar mijn mensengeur. Gelukkig niet zo erg dat ik iedere keer dat ik bij het ding in de buurt kwam, mijn keel begon te branden.
Terwijl ik een maand of zes later mijn kamer op aan het ruimen was, helaas moeten vampiers dat af en toe ook, kwam Michel naar mijn kamer. Zijn geur was steeds aantrekkelijker geworden en ik zag hem ook steeds vaker stiekem naar me kijken.
"Zullen we gaan jagen?" Ik knikte, ik was toch bijna klaar. "Gaat de rest ook mee?" Michel schudde zijn hoofd. "Die hebben het te druk met andere dingen." Ik geloofde het niet helemaal. Michel keek me niet recht aan en volgens mij hadden Felicia, Roy en Kim niets te doen nu. Maar ik zei er niets van, maakte mijn raam open en sprong het bos in.
Twee bergleeuwen later kwam Michel naar me toe.
Zijn ogen waren weer goudkleurig, en de mijne ook, eindelijk. Ik veranderde ze niet meer naar groen.
Pas toen de geur mijn neus weer binnendrong, merkte ik op hoe dicht hij eigenlijk op me stond.
"Weet je, Lisa?"
Dat was zijn bijnaam voor mij. Ik vond het niet erg, zolang hij de enige was die dat zei.
Even was hij stil. Vragend keek ik hem aan.
"Wat moet ik weten?"
Hij zuchtte en mijn eigen ademhaling haperde even, gewoon om de geur zo lang mogelijk in mijn neus te houden. Dat leek Michel weer een beetje moed te geven.
"Ik wil je iets zeggen…"
Zij ogen dwaalden overal langs, bleven even bij de mijne steken en schoten toen weer weg, alsof ze op zoek waren naar een uitweg.
"Ik weet niet goed hoe ik het zeggen moet…" Nou, mister Obvious, dat was duidelijk, hoor.
Ik had wel een idee waar dat naartoe zou kunnen gaan. Maar ik wist het niet helemaal zeker tot…
"Ik…" Hij zuchtte nog eens diep en pakte mijn hand vast. "Ik moet het je zeggen. Ik vind je…"
Ik legde mijn vinger van de andere hand tegen zijn mond. "Sst." En terwijl ik mijn vinger weghaalde, leunde ik iets naar voren. Michel begreep me en leunde ook naar mij toe. Ik voelde zijn adem tegen mijn neus, en mijn buik leek weer tot leven te komen. En toen zijn lippen de mijne raakten leek het even alsof mijn hart weer begon te kloppen. Wacht even. Dat deed het ook. En het klopte absurd snel. Meteen werd onze kus onderbroken.
Michel keek me verbaasd aan en ik begon te lachen. "Sorry. Dat deed ik niet expres."
Ik veranderde mezelf weer terug, een beetje boos dat daar mijn mooi moment door verstoord werd.
Nog voor ik op kon kijken, drukte Michel zijn lippen weer op de mijne. Ik liet me meevoeren in de kus. Michel voelde inderdaad hetzelfde voor mij als wat ik voor hem voelde. En voor het eerst in een hele lange tijd voelde ik me gelukkig.
