Hoofdstuk 25: Seraphin
"Het
doet me deugd jullie te zien", zei Zosmius toen Zandura bij hem
kwam staan.
"Ik wou dat het alleen onder beter omstandigheden
was, hoe hebben ze de basis gevonden"
"Weet niemand maar het
gerucht gaat dat Daïn ons verraden heeft. Ik hoop dat het zo
niet is maar gezien de omstandigheden…"
"Wel, laten we hopen
dat we ze kunnen tegenhouden"
"Dat hoop ik ook", zei Zosmius
terwijl toekijkend naar de veldslag.
"Kyala, wat is er", vroeg
Ami bezorgd toen ze haar zag liggen.
"Niets erg"
"Niets
erg! Ze is totaal uitgeput, ze heeft bijna ene heel leger op haar
eentje proberen tegen te houden", Zei Zosmius snel.
"Het gaat
weer", zei de vrouw koppig.
"Je blijft liggen totdat je
volledig uitgerust bent"
"Kyala luister nu maar naar hem. Wij
zullen het nu wel overpakken. Daarvoor heb je ons naar hier gebracht
in de eerste plaats", zei Marlene met een zachte glimlach.
"We
houden ze wel bezig totdat je terug klaar bent", zei Florian
lachend en nam zijn zwaard al klaar.
"Hm, jij denk ook precies
alles aan te kunnen", zei Kandu zuchtend.
"Dat wordt je wel
gewoon. Ik weet het want ik woon met hem samen", zei Ami.
"Innig
deelneming dan", zei Kandu terwijl hij zijn twee zwaarden nam. Hij
liep dan direct naar één van de flanken die de Dorono's
tegenhield.
"Hmpff zegt hij die als eerste erop afvliegt als een
halvegare", zei Florian die dan volgde.
"Mannen", zeiden de
twee vrouwen zuchtend.
"Wie was dat?"
"Ow sorry, dat was
Kandu. Hij had me ontvoerd", zei Marlene lachend.
Kyala keek
even vreemd op en dan naar de Kandu die in de verte al aan het
vechten was.
"Maar de vraag is waar zijn Dean en Quan?", vroeg
Ami direct daarachter.
"Ze zijn naar het vliegend schip. Quan
had een manier om het te bereiken. Maar ze zijn nog steeds niet
teruggekeerd"
"Hmm, dan zullen we wel naar hen zoeken na al
dit", zei Ami en liep dan ook naar het slagveld.
"Hier, ik
weet niet of het genoeg is maar dan kan het helen iets sneller gaan",
zei Marlene die nog een paar extra genees materia gaf aan
Zosmius.
"Dank u men kind", zei de man.
Marlene maakte dan
zich klaar en volgde dan de rest.
"En nu zal het afwachten zijn
of we deze dreiging kunnen tegenhouden", zei Zosmius
"Geen
zorgen, ze kunnen heel wat aan. Daarom ben ik ze gaan halen. Ze
hebben twee van Corino ras kunnen tegenhouden", zei Kyala die recht
op gaan zitten was.
"Ik weet dat ze sterk zijn meisje maar gaan
ze het volhouden. Ik denk niet dat die twee van hun planeet zo'n
groot leger had", zei Zosmius.
"Hm, wanneer ze met hun rug
tegen de muur staan komt hun ware kracht naar boven hun wilskracht",
zei Zandura.
Kyala wou niets liever dan rechtspringen en helpen
maar ze wist dat Zosmius gelijk had. Ze was compleet uitgeput. Ze
keek nog even naar haar ring en dacht even een gezicht van een vrouw
te zien in de rode steen.
Kandu liet zijn twee zwaarden door de groepen van Dorono's vliegen als een soort van dans. Hij maakte zo beweging dat hij alles rondom hem kon tegenhouden. Florian die wat verder stond kon een klein groepje van dorono's tegelijk weerhouden met één goed gemikte zwaai van zijn zwaard. Ami en Marlene hielden zich meer op de achtergrond om alle Dorono's tegen te houden die door raakte. De mannen die naast hen vechten kregen meer moed en begonnen ook harder terug te vechten samen met het nieuwe leger dat Zandura had meegebracht.
"Ik zit al aan 65", riep Florian.
"Hm, aardig, dat is zeer aardig", riep Kandu.
"Ik aan 198"
"Whaa! Wacht maar", riep Florian en nam een groene materia bol. Al snel begon deze op te lichten en kwam er ene groene mist op die naar één punt draaide. Toen de mist in het punt zat ontstond er een explosie die al het zand deed oplaaien. Toen het zand was gaan liggen zagen ze een grote krater met hier en daar wat resten van Dorono's.
"255", riep Florian lachend.
"Zeer volwassen ze", riep Ami.
"We zien alleen de pionnen maar waar is de leider", vroeg Zandura.
"Hij zal houd zich voorlopig verborgen achter zijn troepen", zei Zosmius
"Er is ook nog geen spoor van Daïn, ik vrees voor het ergste"
"Als hij ons verraden heeft zal het hem duur te komen staan", zei Zandura met een grom. Hij had de jongen in het verzet gebracht waarbij de jongen snel hogerop klom.
De slagveld begon eindelijk in hun voordeel te gaan. De dorono's werden stilaan teruggeduwd door de hernieuwde kracht van het verzet.
"Hoe staat het ervoor broer", zei Auqia opeens die vanuit het niets kwam.
"Het kon beter, als die groep van manshappen er nu niet was zouden we ze al verpletterd hebben", zei Corino. De twee stonden vanaf een rots naar het hele slagveld te zien.
"En hoe zit het met u"
"Ik ben de water wezens kwijt, één van die Aardlingen samen met een weggelopen Auqaïren heeft me verraden"
"Wel, waarom heb je ze niet vernietigd dan"
"Ik hou me niet bezig met klein gespuis, en daarbij jij hebt me meer nodig precies",zei Auqia
"Heeft Kreshin ze gestuurd"
"Ja, hij zal later zelf afkomen als hij zijn taak had gedaan in Altaria"
"dan laten we ze maar direct gebruiken", zei Corino waarna hij met zijn vingers knipte.
"Wat is dat in de verte", riep één van de helers die een grote stofwolk achter de ranken van de Dorono's zag aankomen.
Iedereen keek en zag de stofwolk steeds dichterbij het slagveld komen.
Kyala stond recht en zag af en toe in de wolken een zwarte gedaante op 4 poten.
De mannen die aan het vechten waren keken toe hoe de stofwolk de achterste rijen van Dorono's had bereikt. Door de Dorono's stormde hondachtige wezens naar de legers van het verzet. De Krenoss vielen in grote groepen aan. Sommige mannen hadden zelf de kans nimeer van te verdedigen. Florian en Kandu konden net op tijd de groepen afslaan. Florian sloeg met zijn Ultima blade een klein groepje van Krenossen tegelijk weg terwijl Kandu met zijn Corona's snelle aanvallen kon uitvoeren die de krenossen tegenhield voordat ze hem bereikte.
Marlene en Ami hielpen de andere manschappen van het verzet door zoveel mogelijk op afstand te houden. Ami nam al snel haar rode materia en riep Leviathan op. Met zijn Tsunami ruimde Leviathan een groot deel van de krenossen en Dorono's op.
"Wat zijn dat voor wezen", zei Zosmius.
"Dit is de eerste keer dat ik ze zie op Andoria", zei Zandura.
Kyala nam haar boog en wou naar het slagveld lopen totdat Zosmius haar direct tegenhield.
Ze wist dat hij geen nee aannam dus zette ze terug neer.
"Wat gebeurd daar", riep één van de mannen terwijl ze naar Marlene wezen.
"Je gaat nu zien wat ik bedoelde Zosmius", zei Zandura.
Marlene had een oranje gloed gekregen dat snel over ging naar haar Missing Score. Ze richtte de lucht in waarna ze een dunnen blauwe straal afschoot. Dan richtte ze midden in een groep van Dorono's en Krenossen. Al snel regende het brede blauwe stralen die bij impact op de grond ontplofte.
"Ze kunnen zich toch precies goed redden", zei Corino.
"Wacht maar af het gevecht moet nog beginnen", zei Auqia.
Opeens begonnen de lijken en overblijfselen van de krenossen in zwarte mist veranderen waarna ze in elkaar vloeide. Al snel stonde reusachtige Mae'krenossen voor het verzet. De mannen werden weggeslagen door het brute geweld van de wezen. Zelfs Florian en Kandu namen een paar stappen achteruit voor deze nieuwe vijand.
Zosmius, Zandura en Kyala stonden aan de grond genageld.
"Wat voor monsters hebben zij tot hun beschikking", zei Zosmius stil.
Ami en Marlene activeerde bijde hun ijs magie waarbij er een enorme ijsbal gecreerde werd die op één van de Mae'Krenos afvloog. De ball vloog aan diggelen bij aanraking en bevroor alles rondom het wezen. Al snel dachten ze dat ze al van één af waren maar de Mae'krenos brak uit zijn ijzige gevangenis en kwam dichterbij.
Kandu en Florian gingen erop af en wisten het beest van beide kanten aan te vallen maar hun wapens hadden niet veel effect. Florian nam dan zelf zijn summon materia en riep 13 ridder op die het beest aanviel. Bij de laatste Ridder ontstond er een explosie waarbij het beest eindelijk neerviel.
"Dit houden we zo niet vol", zei Ami.
"Pas op daar komt er nog één", riep Marlene.
Een tweede Mae'krenos stormde door de legers vertrappelend alles wat niet uit de weg ging.
"Ze hebben echt mijn hulp nodig nu", riep Kyala.
"Nee!", riep Zosmius
"Jij daar, haal de rest van de troepen. We gaan voluit", riep de man daarachter naar één van de helers. De man knikte waarna hij naar binnen ging. Al snel kwam hij buiten met de overige groepen van het verzet. Ze liepen het slagveld in om iedereen bij te staan.
Het gevecht bleef doorgaan en nog een paar Mae'Krenossen gingen tegen de grond maar er kwamen steeds nieuwe af. Kyala keek hulpeloos en besefte zicht dar ze haar hand stevig om haar ring hield. Ze zag dat iedereen moe begon te worden, zelf Florian, Ami, Marlene en Kandu begonnen teken van vermoeidheid tonen. Ze had haar ring uitgedaan en nam die goed in haar beide handen vast terwijl ze voor ene mirakel wenste. Ze deed het vroeger soms ook gewoon als troost wanneer ze zich eenzaam voelde maar nu voelde ze zich zo hulpeloos vanwege dat ze niets mocht doen. Ze deed haar ogen dicht en toen voelde ze een warm licht in haarzelf.
"Zosmius, kijk", zei Zandura terwijl ze naar Kyala wees.
Kyala was omgeven door een helder wit licht. Dat vanuit haar handen kwam.
"Ze heeft het geheim gevonden denk ik", zei Zosmius die naar de vrouw keek.
"Waar ben ik", zei Kyala toen ze haar ogen weer opendeed en alleen witte ruimte rondom haar zag.
"Bedankt"
Kyala draaide zich opeens om en zag een goudharige vrouw staan.
"Wie ben jij", vroeg ze.
"Ik ben Seraphin, Priesteres van licht", zei de vrouw zacht.
"Waar is iedereen"
"Ze zijn nog steeds aan het vechten rondom u. Ik bedank je dat je mij nieuw leven inblaast"
"Huh"
"Ik was vroeger een priesteres op Saloran. Ik was een steun voor de saloré die hulp nodig hadden"
"Saloran?"
"Dezelfde planeet als diegene dat jij buiten bevecht"
Kyala zette direct een stap achteruit en wou haar boog nemen maar kwam tot de conclusie dat ze die niet bijhad.
"Misschien is het beter dat ik alles uitleg. Eeuwen geleden was Saloran een vreedzame planeet. We hadden één grote citadel gemaakt die de hoofdstad van ons volk was. Ik was een priesteres van licht die de zwakkere hielp en steun gaf. Tegenover mij was Astoroth priester van Schaduw. We kwamen niet altijd overeen maar in tijden van grote nood werkte we samen. Op een dag stond er iemand op met een voorstel die het einde aan de vrede maakte. Een man met de naam Domnius. Hij had een kracht gevonden die ons kon versterken om het universum in te nemen. Iedereen verklaard hem voor gek en Domnius werd verbannen. Maar na ene paar jaar werden we aangevallen door Dominus. Hij had een leger opgericht van ontelbare kracht. Ik en Astoroth stonden samen tegen hem en waren de enigste blokade maar we werden in de rug aangevallen. Hij had spionnen die ons op een zwak moment kon uitschakelen. Het koninkrijk werd vernietigd en Dominus werd de nieuwe heerser van Saloran. Samen met een groep van vertrouwelingen gingen ze van wereld naar wereld waar ze nieuwe krachten leerden kennen en toevoegde aan hun collectie"
Kyala stond genageld aan de vloer, ze hoorde de volledige geschiedenis vanwaar die wezens vandaan kwam.
"Maar hoe kom jij dan in die bol terecht", kon ze dan uiteindelijk eruit brengen.
"Wel, op één van de reizen kwamen we op een planeet terecht, aarde. Ze hadden een manier gevonden om de levenstroom als wapen te gebruiken maar ook om wezens in een soort van bollen te steken"
"Materia…"
"Ja, normaal is het process vrijwillig en bij ouderen die hun leven wouden geven om hun eigen ras te beschermen. Maar toen Dominus vernomen had hoe het proces gebeurde deed hij hetzelfde bij mij en Astoroth. Sindsdien was mijn leven een duistere plek tot nu"
"Maar hoe komt het dat ik jouw nog kan praten"
"Ik voelde verdriet in jouw, zo'n groot verdriet. Toen je begon te wensen om ene mirakel werd dat verdriet nog eens zo duidelijker"
Kyala werd direct stil.
"Ik voel het verdriet van je maar je onderdrukt het. Je laat het er niet uit, zolang je dat niet doe zal je niet klaar zijn voor de strijd."
"Ik weet niet waarover je het hebt" zei Kyala toen ze naar de grond keek.
"Ik denk van wel. Je bent je ouders en broer kwijtgeraakt toen je nog heel jong waart. Daarna raakte je meester kwijt bij het wegvluchten en nu ben je trouwe metgezel kwijt"
"Stop het", riep de vrouw uit.
"Zie het onder ogen en laat het los. Hou ze in je hart maar verwerk het"
Kyala viel op haar knieen en balde haar handen tot vuisten.
"Ze zullen altijd bij je zien maar zo jezelf pijnigen door het te onderdrukken gaat het alleen verergeren later"
Tranen begonnen op de witte vloer te vallen. Seraphin kwam dichterbij en knielde neer.
"Laat het maar vloeien", zei de vrouw waarna ze dan Kyala omhelsde.
Kyala barste in huilen uit terwijl ze Seraphin stevig vasthield.
"Hoe voel je nu", zei de vrouw rustig toen ze Kyala were losliet.
"Opgelucht", zei Kyala waarna ze de laatste tranen wegveegde.
"Wel, dan is het tijd. Dit is de laatste keer dat we elkaar zullen spreken maar we zien elkaar nog steeds. Gebruik mijn kracht om de andere bij te staan", zei Seraphin.
Alles werd opeens lichter waarna Kyala haar ogen moest afwenden.
Toen ze haar ogen weer opendeed stond ze weer bij Zosmius en Zandura die haar stonden te bekijken.
"Gaat het meisje", zei Zosmius direct.
"Ja, het gaat heel goed", zei Kyala met een lach.
Zandura keek even vreemd op toen er bij Zosmius ook een lach verscheen.
"Dit is geen moment om te lachen vind ik", zei de man ernstig.
"Ow ja, het gevecht gaat er slecht aan toen. Die wezens hebben een groot deel van de manschappen verwond of zelf gewoon opgegeten. Je vrienden kunnen ze ook niet allemaal tegelijk aan en raken vermoeid. Het ziet er naar uit dat hi…", Begon Zosmius totdat Kyala zich omdraaide en naar het slachtveld keek.
Ze keek in haar handen en de ring die ze vast had was veranderd in een materiabol.
"Kyala?", zei Zosmius ongerust.
"Maak je maar geen zorgen, het word tijd voor ene duwtje in de rug", zei ze met een lach waarna ze dan op de materia begon te concentreren. De bol begon langzaam op te lichten waarna ze dan omringd werd door allerlei lichtjes. Al snel werd het een volledige witte aura dat haar omringde.
"HOLY LIGHT", riep ze uiteindelijk waarna er dan een brede straal van wit licht de lucht invloog. Iedereen keek om kijken naar de straal die de lucht in scheen.
Opeens gingen de wolken in een draaiende beweging open en lieten een gedaante zien. Vanuit de lucht kwam een goudharige dame uit met zes stralende witte vleugels. Ze daalde neer en bleef even over heel het slagveld kijken. Daar naar bracht ze haar voor haar uit waarna er een witte mist uitkwam en naar de strijder overging. Iedereen die in contact van de mist kwam begon kreeg een wit aura die in henzelf verdween. Verwondingen die ze hadden opgelopen verdween in het niets en vermoeidheid was ook weg. Daarna wees de vrouw dan naar de lucht waarna er stralen regende van wit licht die in de op Mae'krenossen vielen. Bij aanraking verdwenen de wezen in het niets. Zelfde was voor de Dorono's. Toen Seraphin eindelijk verdween was meer dan de helft van het slagveld geleegd.
"Ze hadden dus haar", zei Auqia.
"Hm, het was te verwachten dat ze een keer zou opduiken", zei Corino.
"Wat nu?"
"Ze kunnen haar niet blijven oproepen. Laat alles los", zei Corino.
"Ook de klonen van hen?"
"Ja, dat zal ze wel goed doen verschieten", zei de man grijnsend.
"Wel het wordt tijd om te vertrekken zeker", zei Lee.
"We danken je uit het diepte van ons hart, strijders van Aarde", zei Draco.
"Laten we maar snel naar Andoria terug gaan. Ik maak me zorgen om de andere", zei Elena.
Dion, Karin en Lee knikte alledrie waarna er dan er een vortex tevoorschijn kwam.
De vier begonnen dan lichtjes te zweven waarna ze dan in de vortex verdwenen. Ze vlogen door een tunnel van paar licht dat hevig een en weer schudden. Uiteindelijk werd alles licht waarna ze dan op de grond vielen.
"Ik wou toch dat die landingen wat zachter waren", zei Elena.
"We kunnen niet alles willen hé", zei Karin met een lach.
"Hm, tja dat zou zeer gewenst zijn", zei Dion sarcastisch.
De vrouwen lachte even terwijl ze op Dion en Lee zaten. Toen ze allemaal opstonden keken ze even rond.
"Waar zijn we", vroeg Elena die de omgeving niet kende.
"Dit is niet Shayol Merkh"
Karin, Dion en Lee keken met open ogen rondom hun. Ze kende de plek maar al te goed.
"We zijn thuis", zei Karin stil.
"Wat?"
"Dit is Shayul Gull, of wat ervan overbleef na Messias", zei Lee.
Iedereen keek rond naar de puin die er nog overgebleven was nar de explosie die Messias teweeggebracht had.
"Wat komt daar af", zie Dion en wees naar een schip dat langzaam afkwam.
