Zwart gat
Er was helemaal niets aan de hand, vertelde ik mezelf terwijl ik uit de douche stapte. Zolang ik maar vampier bleef kon er niets gebeuren.
Ik opende de deur – waar ongeduldig op geklopt werd – nadat ik mezelf in een handdoek had gewikkeld.
Alice stond binnen, de deur weer achter haar op slot gedaan, nog voor ik met mijn ogen kon knipperen. 'Ik moet met je praten.'
Braaf knikte ik.
'Lauren, waarom ben je mens?' Alice keek me vreemd aan.
'Oh. Ik…' Na het sluiten van mijn ogen was ik weer mijn vampier zelf.
'Er is iets gebeurd hè?'
Ik bleef stil en was opeens druk bezig me af te drogen en kleren op te zoeken. Natuurlijk kon ik Alice niet voor de gek houden.
'Afijn, als je het me niet wil vertellen, best. Maar ik maak me zorgen om je, Lauren, en dan bedoel ik met name over je toekomst.'
Het shirt wat ik zojuist van de grond had gegrist glipte uit mijn handen. Langzaam rechtte ik mijn rug. 'Wat is er met mijn toekomst, Alice? Heb je iets gezien?' Ik probeerde mijn gezicht zo uitdrukkingloos mogelijk te houden en had geen idee of ik daarin slaagde. Hoe dan ook, Alice begon te vertellen.
'Dat is juist waar ik me zorgen om maak. Ik zie niks. Een groot zwart gat is alles wat ik zie.'
Ik fronste mijn wenkbrauwen. 'Dat is apart,' zei ik terwijl ik het shirt weer oppakte en vervolgens over mijn hoofd trok. 'Heb je dat vaker gehad? Op bepaalde dagen bijvoorbeeld?'
Alice schudde haar hoofd. 'Ik heb het alleen bij bepaalde personen.'
Mijn frons werd dieper, wat duidelijk maakte dat ik Alice niet goed begreep.
'Jacob, Lauren. Ik kan Jacob en zijn hondenvriendjes niet zien. Ze zijn zwarte vlekken, als vogelpoep op een autoruit wat het beeld verpest. Ik zie niks meer zodra zij ermee te maken hebben.'
'Oh,' bracht ik ademloos uit. Zou ze iets doorhebben? 'Wat kan dat betekenen? Gaan ze me ontvoeren?'
Alice haalde haar schouders op. 'Geen idee, ik denk dat jij dat zelf het beste kunt bepalen. Het enige wat ik steeds zie is jou, rondhuppelend in het bos, en dan ben je plots verdwenen. Steeds weer precies op dezelfde plek, dezelfde huppelden pasjes door de bladeren, diezelfde lach op je gezicht. En waar ik me nog het meeste zorgen om maak is het feit dat je altijd daar huppelt in je menselijke vorm. Zo breekbaar, zo alleen. Alsjeblieft, Lauren, kijk uit voor hen. Jacob en zijn vrienden zijn niet te vertrouwen.'
Ik knikte. 'Tuurlijk pas ik op.' Ik durfde Alice niet aan te kijken terwijl ik dat zei omdat ik bang was dat ik mezelf dan zou verraden. Vandaar dat ik me ondertussen in een broek wurmde. Toen ik in gevecht was met de knoop tilde Alice mijn kin op.
'Het zijn honden. Honden blijven wilde dieren, hoe leuk en aardig ze ook lijken. Ze zijn niet te vertrouwen. Beloof je me dat je oppast?'
'Dat beloof ik,' mompelde ik, haar bezorgde blik ontwijkend.
Ze kuste mijn voorhoofd, glimlachte naar me en was van plan de kamer uit te gaan.
'Alice?'
Haar hand bleef stil liggen op de deurknop. 'Ja?'
'Zou je Edward hierheen kunnen sturen?' Ik moest echt even mijn verstand op nul zetten momenteel. En ik wist precies hoe ik dat voor elkaar kon krijgen.
'Volgens mij staat hij ook te douchen.' Ze leek even haar oren te spitsen.
'Kun je hem vragen om daarna te komen? Oh, en laat hem geen moeite doen zich aan te kleden.' Ik glimlachte even en Alice knikte. 'Dank je.'
Toen even later – 3 seconden misschien – Edward in de slaapkamer stond merkte ik dat hij toch de moeite had gedaan om een onderbroek en een blouse aan te trekken. Ik had geen idee waarom, meestal luisterde hij wel naar me. Hij hield vast iets achter en ik was bang dat het iets was waar ik niet blij mee ging zijn. Niet dat het nou een erg groot probleem was. Ik zelf droeg ook nog een shirt en jeans. Al ontdeed ik me snel van mij jeans toen ik over de pijpen struikelde. Volgens mij had ik in mijn onoplettendheid een broek van Alice aangedaan, die tamelijk langer was. Ondanks dat ging alles tussen Edward en mij soepel. Zoals altijd. Tot het moment dat we zoenend op mijn bed lagen en ik heel stiekem de knoopjes van zijn blouse begon los te maken.
Edward hield me tegen. 'Waar was je net zo boos over?'
'Ik? Boos? Waarover?'
'Dat is wat ik je vraag. En doe niet alsof je het antwoord niet weet.'
Ik ontdekte dezelfde bezorgde blik in zijn ogen die ik bij Alice ook had gezien. Zijn vraag ontwijkend wilde ik nog een knoopje los maken, maar dit liet Edward niet toe.
'Eerst mijn vraag beantwoorden.'
Zie je wel, ik wist dat hij iets achterhield. Hij gebruikte dit gewoon tegen me. Niet leuk. 'Hormonen of zo,' mompelde ik daarom snel.
Met een glimlach streek Edward een krul uit mijn gezicht. 'Niemand neemt je iets kwalijk hoor, als je dat soms denkt, maar het zou zonde zijn al je oefening nu aan de kant te zetten. Je bent al zo ver gekomen.'
Ik zuchtte. 'Dat weet ik wel, maar ik vraag me soms af of ik niet te ver ga. Wat nou als dit gevolgen heeft? Op de lange termijn bijvoorbeeld. Dat wil ik niet riskeren.'
Edward's glimlach verbreedde. 'Er zal niks met je gebeuren. Daar zal ik voor zorgen. Dat beloof ik. Als jij me belooft dat je niet zal opgeven.'
Het koste me wat moeite om te glimlachen. 'Beloofd.' Edward kuste mijn voorhoofd. 'Mag ik nu dan weer verder?' vroeg ik terwijl ik aan een van zijn knoopjes trok.
Zijn glimlach veranderde in een grijns. 'Maar natuurlijk.'
Dat hoefde hij geen tweede keer te zeggen.
