(BTK 3) H25 Bekentenis van Peter Pippeling.

Ietsjes terug: Peter Pippeling was net uit het krijsende krot ontsnapt en had de bombarde gehoord.

Harry was onderweg terug naar het kasteel. Hij liep samen met Suzanne achter de anderen aan. Het eerste wat hij nu wilde was Aristona en Ginny vinden. In zijn gedachten vroeg hij aan zijn oma wat ze nu wist.

Minerva vertelde hem alles wat ze nu van Albus had gehoord en ook dat hij totaal niet te vertrouwen was. Maar ze vertelde ook wat ze gedaan heeft in het voor het vinden van Aristona en Ginny. Dat Bella en Daphne al richting het krijsende krot waren gegaan wilde hij nu niet horen. Maar hij wist ook waarom ze dat hadden gedaan. Dat Banning bij hen was dat hielp wel maar niet veel.

^OMA stuur mijn vrienden naar het krijsende krot. Stuur de rest naar de beukwilg en zorg dat de anderen in de grote zaal blijven. Zanita, kan u daar wel bij helpen. Zeg maar dat ze mee mogen eten. Dat is iets wat Albus wel kan vertellen en ook kan waar maken. Die kan immers goed met die ezels opschieten^.

Harry hoorde zijn oma gniffelen en ging zelf op weg naar het krijsende krot. Suzanne die bij hem was gebleven volgde hem nu op de voet. Toen ze halve wegen waren hoorde ze Hermelien en Marcel gillen. Het was iets dat Harry goed deed. Met zijn zessen waren ze al de hele zomer bezig om beter te worden dan de rest. En nu zo vlak voor de kerst wilde Harry zijn zusje en dochter niet missen. En dat was ook iets wat zijn vrienden wisten.

Harry die niet meer echt achterom wilde kijken ging meteen door naar het krijsende krot. Het verschil met Bella en Daphne was echter dat Harry het niet stiekem wilde doen. Nee, Harry ging meteen via het pad naar de voor deur. Halve wegen het pad hoorde hij een gebonk en een klap.

voor dat Hermelien wat kon zeggen sprintte Harry op de deur af. Met een Bombarde blies hij de deur aan gort en rende door het stof naar binnen.

Hermelien was de eerste die achter Harry naar binnen rende en kwam vlak bij hem tot stilstand.

Harry zakte door zijn knieën en ging bij Bella en Daphne op de grond zitten. Met een kleine schut van haar schouders werd Daphne wakker. Haar ogen schoten open en ze keek meteen naar Boven. Daar is nog iemand zei ze tegen Harry. Harry keek op maar ook weer meteen naar Bella. Bella werd ook langzaam wakker maar greep meteen naar haar hoofd. Met haar andere hand wees ze naar boven en gebaarde Harry dat hij daar ook heen moest gaan. Weer twijfelen Harry even maar hij ging toch.

Dit hielp ook omdat Hermelien zich om Banning bekommerde en Suzanne dat om Bella deed. Marcel ging verdedigend tussen hem en Daphne in staan.

Harry knikte en ging verder naar boven. Boven aan de trap keek hij door de gang heen. In een kamer verderop zag hij een paar voeten op een bed liggen. Met zijn stok opgeheven keek hij de kamer langzaam in. Op het bed lag een gedaante in een lange zwarte jas. Iets in Harry vertelde dat hij de gedaante kende maar hij wist niet waarvan. Wel zag hij dat de gedaante stil lag. Met nog een paar kleine stapjes naar binnen stond hij bij de gedaante. Met een vloek op het puntje van zijn tong keek hij naar de persoon.

Daar op het bed lag zijn peetvader. Harry had gehoord dat Sirius in het kasteel was gezien en ook op het veld daar buiten maar niet dat hij hem hier zou vinden. Met een spreuk maakte hij hem wakker en keek hem recht in de ogen.

"Sirius waarom ben jij hier. We hadden Peter later dit jaar willen vangen. Maar nee jij moest je er weer mee bemoeien en daarom is mijn Zusje nu door hem gevangen genomen, en nu dat ik jou hier heb moet ik ook wat aan jou doen, weet je dan niet hoe tante Amalia tekeer zal gaan als ik je mee zou nemen naar het kasteel".

Sirius zat inmiddels met gekruiste benen op het bed. Hij haalde zijn schouders op en keek zijn peetzoon schuldig aan. "Ik weet niet wat Amalia bij jou zou doen maar ik ga haar in ieder geval niet onder ogen komen. Ze zou me terplekken beheksen en wie weet wat nog meer" zei Sirius.

Harry liep naar Sirius toe en richten zijn toverstok tussen de ogen van hem. "Als je net als ik en al mijn vrienden constant tussen de volwassenen zoals Amalia, David, Augusta en mijn oma zit. Kun je niets anders doen dan heel gauw volwassen worden. Je leert dan ook een hellehoop dingen die politiek correct zijn".

Sirius keek nu naar zijn peetzoon en zag dat hij een gemeen lachje kreeg. Het was een lachje dat hij al heel vaak bij James had gezien. Het was het zelfde lachje dat ervoor gezorgd had dat ze de sluipwegwijzer hadden gemaakt. En ook waarom ze nu in Zweinstein bekend waren als de Marauders. "Harry wat ben jij van plan, waarom kijk jij me nu zo aan" vroeg Sirius angstig.

De blik van Harry veranderde van normaal naar boos. "Zo als ik net al zei, Pippeling heeft mijn zusje en mijn dochter. En daar ben jij een rede van, dus om mijn gevoel een beetje gerust te stellen zal ik jou mee nemen en overdragen aan Amalia. Jij bent immers nog steeds voortvluchtig" lachte Harry.

Sirius glimlachte terug en sprong op. Met een paar stappen was hij bij de deur en onderweg richting de trap. Nog een paar stappen en hij kon de trap af lopen.

"Stupefy" klonk de stem van Harry.

Sirius hoorde de spreuk maar kon niets meer doen. Hij verstijfde en viel van de trap. Sirius die niets meer kon doen hoorde en zag alles vanaf zijn plek onderaan de trap.

"Pas op het is Sirius Zwart ik heb hem net te pakken" gilde Harry. "Hij probeerde mij aan te vallen maar ik kon hem tegen houden. Suzanne ik wil dat jij hem mee neemt naar het huis Zweinstein en hem daar overhandig aan Amalia. Ik zal door de tunnel gaan". Harry keek twijfelend naar Bella. Hij wilde met haar mee naar Zweinstein en met haar naar de ziekenzaal gaan, maar hij wilde ook alles voor Aristona en Ginny gaan doen.

"Harry ik ga met Professor banning terug naar het kasteel. Daar zullen we deze vuilnisbakkenras opsluiten in ons huis. Jij gaat naar de tunnel en zorg ervoor dat Aristona en Ginny bij ons terug komen. Wij zullen Bella naar de ziekenzaal brengen en daarna komen wij ook naar de beukwilg. Dat is ook de plek waar de gang uit komt. We hebben dat van oma mini gehoord" vertelde Hermelien hem.

Harry klapperde met zijn oren en luisterde naar alles wat Hermelien hem nu vertelde. Het was hem meerdere malen opgevallen dat ze een oog voor detail had. Nu had ze ook weer alles door en vertelde dat ook aan hem. Harry kon zelf niets anders doen dan ja knikken. Van over zijn schouder zag hij hoe Suzanne met Marcel nog net de deur uit liep. Zij zouden Hermelien en Banning helpen om Sirius en Bella naar het kasteel te brengen. Hij zelf ging met Daphne die inmiddels weer helemaal bij was gekomen de tunnel in.

*#*

Peter rende richting naar wist hij veel waar, tot hij de vier stemmen hoorde. De Stupefy's zorgde ervoor dat hij meteen tot stilstand kwam. Hij keek naar alle kanten maar kon niet zien waar het vandaan kwam. Door de haast dat hij had, was hij zijn toverstok in de gang vanuit het krijsende krot verloren. Dus er was voor Peter geen mogelijkheid meer om zich zelf te veranderen in een rat.

Nu was dat niet zo verassend. Als leerling van Zweinstein was hij ook nooit een tovenaar van grote kunnen geweest. Als hij nog iets minderwas dan kon hij doorgaan als Trol. Nee op het magische vlak stelde Peter niet veel voor.

Peter zocht naar een uitweg maar kon door de bomen het bos niet meer zien. Hij keek om zich heen maar wist niet meer waar hij was. Het verboden bos was ooit een bos dat hij met zijn ogen dicht kon lezen. Maar deze keer wist hij niet eens meer waar welke boom was. Hij zocht naar een uitweg maar kon het niet vinden. Wat hem nog meer angst gaf was de volle maan die hoog boven de bomen uit straalde. Zijn vroegere vriend Remus Lupin liep nu ergens rond in het bos, en was weer een weerwolf zoals elke keer rond deze tijd van de maand.

En hij geloofde nooit dat zijn vroegere vriend hem nu zou geloven, en zeker niet als hij ineens weer terug tot leven zou komen. Nee, dat was zeker iets dat Remus niet zou kunnen begrijpen. Peter moest weg komen en snel.

Peter liep verder het bos in en hoopte een uitweg te kunnen vinden. Het liefst zou hij ergens uit willen komen bij het hek van Zweinstein. Maar dan overal buiten het verbodenbos zou welkom zijn voor Peter. Met nog een maal zijn ogen gericht op de maan hoorde hij een gegrom achter hem. Peter draaide zich razend snel om en stond oog in oog met Remus Lupin in zijn weerwolf vorm.

"Remus vriend, ken je me nog ik ben het Peter".

"GGGRRRRRRMMMM". Was het enige antwoord dat hij kreeg. De weerwolf snoof hard en gromde luid.

Peter stond in eens oog in oog met een vriend van vroeger. Een vriend die hem zou kunnen verscheuren met huid en haar. Peter wist nu nog maar een ding te doen en dat was aan de natte plek in zijn broek te zien. "Help, weerwolf Helllppp" schreeuwde Pippeling luid.

"Stupefy" klonk de stem van Isabella en Peter wist niets meer.

*#*

Weer even een klein stukje terug.

Isabella liep met David en Amalia richting de beukwilg. In de verte konden ze een kleine gedaante uit de beukwilg tevoorschijn zien komen. Ze zagen dat hij iets in zijn hand mee trok, maar niet wat het was. David die achter Isabella aan liep keek een beetje angstig. Hij was nog niet vergeten wat hij gedaan had onder de Imperiusvloek.

Amalia en Augusta liepen iets voor Isabella. Zij wilde in geen geval bij Isabella zijn als David nog iets verkeerds zou doen. Ook zij zagen iets kleins van uit de beukwilg komen.

Augusta was de eerste die zag wat hij achterhem aan trok. "Dat is Aristona die hij als een zak aardappelen achter hem aan trekt" riep ze uit.

Isabella wilde meteen op Aristona af gaan maar ze werd tegen gehouden door Amalia.
"Je kunt het niet doen Isabella, kijk dat daar is Remus" zei Amalia.

Isabella keek naar de plek waar Amalia naar wees.
"STUPEFY".
"STUPEFY".
"STUPEFY".
"STUPEFY". Riepen ze alle vier te gelijk.

De spreuken vlogen alle kanten op maar niemand raakte Peter of de roodharige schim dat hem volgde. Nee, iedere spreuk was gericht op Remus. Remus kwam van uit het verbodenbos gelopen richting Peter en Aristona. Maar terwijl hij liep veranderde hij ook in zijn weerwolf vorm. De spreuken die op hem waren gericht raakte allemaal doel.

Helaas voor de volwassenen had het niet het effect dat ze wilde hebben. Als weerwolf kon Remus de meeste spreuken van zich af schudden. Dus de Stupefy hadden totaal geen effect op hem. Maar de spreuken hadden er wel voor gezorgd dat Pippeling met Aristona achter zich kon ontkomen.

Remus die nu volledig in zijn weerwolf vorm was keek naar de vier volwassenen.

Amalia was de eerste die doorhad dat Remus zich niet gedroeg als een normale weerwolf.
"Remus zit jij op de Wolsdrang drank" vroeg ze.

Remus die nu niet anders kon doen dan grommen, knikte van ja.

Augusta legde meteen aan David en de andere uit dat Harry en Arabella er voor zorgde dat iedere weerwolf die het wilde hebben die speciale drank kon krijgen. Het was een drank die ervoor zorgde dat een weerwolf het niet overnam van de tovenaar of heks. Nee, de heks en Tovenaar zouden hun eigen controle houden over de weerwolf van binnen uit.

"Remus die we daar net zagen was Pippeling, denk je dat je hem zou kunnen vinden en hier heen zou kunnen jagen" vroeg Amalia hem. Remus knikte weer en keek richting het bos. Nog voor dat de anderen wat konden zeggen rende Remus al weer het bos in. Terwijl ze keken hoe Remus het bos in verdween begonnen ze zelf ook richting het bos te lopen.

Ze konden nu niet zeker weten of Remus hen wel zou helpen, dus moesten ze zelf ook verder gaan met zoeken. Maar zelfs voor volwassenen was dit een angstige gebeurtenis. Het verbodenbos was immers niet voor niets verboden.

Van uit de verte hoorde ze iemand gillen. "Help, weerwolf Helllppp"

Met zijn vieren rende ze richting het gegil. De eerste die de gedaante van Pippeling herkende was Isabella. Isabella bedacht zich geen moment en gooide een Stupefy op Peter af en raakte hem vol in de rug. Met het gevoel van een overwinning brachten ze Pippeling terug naar het kasteel.

Bij de beukwilg zagen ze hoe Harry nu van uit het gat eronder naar buiten kroop. Het eerste wat Harry zag was Pippeling.

En het eerste wat hij vroeg was. "Waar zijn Aristona en Ginny".

De vier volwassenen keken elkaar aan en de lach die ze hadden verdween meteen. Door hun blijdschap omdat ze Pippeling hadden gevangen hadden ze niet meer gedacht aan de twee meisjes.

De ogen van Harry begonnen meteen te gloeien en Daphne moest alles doen om Harry tegen te houden. Harry knikte dankbaar naar haar en gebaarde dat ze door moesten lopen richting het kasteel. Er was op dit moment niets meer te doen voor Harry. Het enige wat hij nu nog kon hopen was dat Peter wist waar hij Aristona en Ginny had achter gelaten.

*#*

^Oma we komen naar het kasteel toe. We hebben Aristona nog niet gevonden en Ginny ook niet maar we hebben wel Pippeling bij ons. Weet u of Droebel en die pad nog in het kasteel zijn^. Vroeg Harry in zijn gedachten.

Het duurde even voor Minerva om te reageren op haar kleinzoon maar uit eindelijk deed ze het wel. ^Ja Harry ze zijn nog in de grote zaal. En Lucius is bij Draco. Maar die wordt in de gaten gehouden door een huis elf. Dat heeft Zanita geregeld^ vertelde Minerva aan Harry.

Harry gniffelde in zijn gedachten. ^Oma laat Bella en Daphne dit niet horen, maar ik hou van Zanita als ze dat doet^.

Minerva lachte nu ook.^Maar Harry wat moeten we nu doen^. Vroeg Minerva weer.

Harry was even stil en liep als laatste achter iedereen aan. Hij had Daphne aan zijn arm hangen en vroeg zichzelf nu ook af wat hij moest doen. Terwijl hij zag hoe David Pippeling voor zich uit richting het kasteel droeg haalde Harry Amalia naar zich toe.

Amalia liep nu naast Harry en keek hem vragend aan.

"Amalia hoeveel mensen zijn er nodig om een verklaring geldig te verklaren volgens de wet" vroeg Harry haar.

Amalia deed een wenkbrauw omhoog en keek hem aan. "Daar zijn vier mensen voor nodig. En hoe meer je hebt hoe beter het zou zijn" beantwoorde Amalia hem.

"Dus drie leden van de Wikenweegschaar. Een minister en onder minister, maar ook een hoofd meester en het hoofd van de schouwers zou voldoende zijn".

Amalia keek hem aan en kon de lach die ze kreeg niet onderdrukken. Ze knikte naar Harry en keek naar pippeling. "Wat wil je dat ik doe Harry" vroeg Amalia hem.

De ogen van Harry begonnen te glimmen. Het waren niet de ogen van kwaadheid maar die van sluwheid en simpelweg gemeen. Harry lachte zacht en ging wat dichter bij Amalia staan. Met zijn lippen vlak bij haar oor fluisterde hij.

"We gaan pippeling vragen waar Aristona en Ginny zijn. Als hij dat heeft gezegd ga ik ze zoeken met een groep. Jij zal hem dan verder ondervragen over Sirius en Lucius. Misschien kunnen we op die manier een bekentenis uit Lucius krijgen. En Droebel uit zijn macht zetten"

Amalia rilde van de warme adem die ze langs haar oor voelde. De kracht in zijn stem deed haar knieën een beetje wankelen maar ze schudde het van zich af.

"Als we Aristona en Ginny terug hebben mag jij los gaan op Sirius. We hebben hem namelijk gevangen in het krijsende krot. Ik kon hem niet laten lopen omdat Banning bij ons was". Zei hij zacht in haar oor.

"Maar Harry als we Droebel uit zijn positie halen wie neemt het dan van hem over. Toch niet de pad" vroeg Amalia hem.

Harry lachte en kuste haar wang. "Ik ken er maar een die zijn plaats kan in nemen en die voelt mijn warme adem in haar oor, en ze geniet ervan, het is alleen jammer dat een zekere hond het niet doet".

De ogen van Amalia werden groot en keken naar Harry. Door hem vervolgens meteen weer weg te drukken. Amalia bloosde een beetje maar zei verder niets. Ze kon het alleen ever niet laten om vernauwd naar Harry te kijken. Ze knikte en ging meteen over in haar schouwers gedaante.

Peter werd naar een torenkamer gebracht en Sirius werd opgehaald om naar de kelder te worden gebracht om daar plaats te nemen in een van de drie cellen die Zweinstein rijk was. Dit zodat Harry Suzanne ook bij zich had als hij weer naar Ginny en Aristona ging zoeken. Augusta moest Droebel en de pad gaan halen, terwijl Harry Zanita en zijn oma ophaalde.

*#*

Tien minuten later waren ze allemaal in de torenkamer bij Pippeling. Harry die meer en meer ongeduldiger werd keek nu bijna wanhopig naar Amalia. Hij wilde niets liever dan het antwoord hebben over waar Aristona en Ginny nu waren. Het was een gevoel dat hij duidelijk uit straalde en dat iedereen herkende.

Het ergste was het voor Isabella en Minerva. Zij konden het gevoel namelijk ook voelen en voelde dus extra mee met Harry.

En voor Isabella was dat een dubbel gevoel. Het was namelijk haar dochter en hun pleeg dochter die werden vermist. Tuurlijk Harry was nu op papier de vader van Ginny. Maar in werkelijkheid was hij ook nog maar een kind. Dus alle volwassenen hadden de rol van ouders van hem Bella en Daphne overgenomen.

Toen Droebel naar binnen kwam lopen was het eerste wat hij riep. "Hee, dat is niet mogelijk. Hij was dood we hadden alleen maar een vinger van hem gevonden" gilde Droebel. Na die gil wilde Droebel ook niets liever dan meteen weer weg lopen. Gelukkig voor iedereen werd hij tegen gehouden bij de deur door David en Tops.

Met zijn hoofd hangend liep hij weer terug naar het midden van de kamer. Harry was nu vlak bij Droebel gaan staan maar hoorde zijn moeder nog wel iets tegen David zeggen.

"Wanneer ga je het aan Harry vertellen" hoorde hij Isabelle zeggen en David snauwen terug dat het later zou zijn.

Tuurlijk wilde Harry meteen weten wat het was, Maar Aristona en Ginny waren nu belangrijker dan wat dan ook.

Amalia riep de aandacht tot zich en maakte Peter weer wakker.
"OOO wat goed jullie hebben mij gered. Jullie weten niet hoe bang ik ben geweest. Het was zo erg al die jaren" piepte Peter meteen.

"Nou zien jullie wel het is allemaal een simpel misverstand" riep Droebel joviaal.

Harry keek hem aan en voelde de haat richting Droebel al weer over nemen. Met zijn arm duwde hij Droebel op zei en ging recht voor Peter staan.

"Harry mijn jonge wat ben jij groot geworden. Ik heb jou nog in mijn handen gehouden toen je nog een baby was" piepte Peter weer.

Harry onderdrukte een rilling en greep Peter bij zijn kraag. "Ten eerste geloof ik helemaal niets van wat jij zegt, en ten tweede interesseert mij dat ook niet. Ik wil nu nog maar een ding weten en dat is, waar zijn Aristona en Ginny" beet Harry hem toe.

Peter keek hem aan en haalde zijn schouders op. "Ik weet niet waarover jij het hebt. Ik ken geen Aristona of Ginny" vertelde Peter meteen.

Harry gooide zijn handen in de lucht en wilde weer wat zeggen tegen Peter. Echter was het Droebel die hem in de rede viel. "Mr. Potter ik weet niet waar u mee bezig bent maar deze man is een held net als u" sisde Droebel.

"Een held. Hij is net zo min een held als ik. Ik ben alleen maar een held door de dood van mijn moeder. En hij is daar verantwoordelijk voor" schreeuwde Harry naar Droebel.

"Mijn heer Potter u hebt het wel tegen de minister hoor" kwam de stem van Dorothea Omber er tussen door.

"EN NU IS HET GENOEG" klonk de stem van Zanita. Iedereen schrok en keek haar aan. Het was ook nu echt voor het eerst waarom het duidelijk was dat zij Dame Zweinstein was. Want op het moment dat Zanita schreeuwde schudde het hele kasteel van de magie. De magie van het kasteel dat zij tot haar beschikking had zolang ze binnen het gebied van Zweinstein was maar ook ver daar buiten. "Dus voor dat we verder gaan wil ik dat Amalia haar werk doet. En dat wij naar buiten kunnen om Aristona en Ginny te vinden" Snauwde Zanita naar iedereen.

Harry wilde wat zeggen maar werd terug getrokken door Daphne. Harry wilde zich verzetten maar toen hij haar blik zag bond hij meteen in. Isabella moest inwendig even lachen van binnen. Ze wist namelijk dat Bella en haar dochter Harry om hun vinger hadden gewikkeld en ze genoten er enorm van. Jaren had ze gedacht dat Daphne meer van vrouwen hield dan van Mannen. Maar met Bella had ze een gelijke gevonden en een man die ze deelde. En nee Harry had geen twee vrouwen, hun hadden een Harry.

Amalia liep naar Peter toe en ging voor hem zitten. "Heb je de potters verraden aan Voldermort" Vroeg ze meteen.

"Zeg die naam niet" riep Droebel angstig

Amalia negeerde hem en keek naar Pippeling. "Nou heb jij ze verraden of niet" vroeg Amalia hem weer.

Peter negeerde haar en was driftig op zoek naar een uit weg. Pas toen hij de stok van Amalia in zijn nek voelde piepte hij dat hij onschuldig was. Het was Sirius net zoals alle kranten hadden verteld. En hij vertelde ook dat hij Sirius achter had gelaten in het krijsende krot.

Droebel hoorde het aan en vertelde meteen dat er Dementors naar het krijsende krot moesten worden gestuurd.

Amalia negeerde zijn tirade en schreeuwde dat ze nog niet klaar waren. Toen Amalia weer de vraag stelde waar Aristona en Ginny waren deed Peter meteen weer of hij van niets wist.

Amalia die het nu net als Harry ook zat was, gaf aan Tops aan dat ze hem de waarheidsdrank moest geven. Peter stribbelde wel tegen maar wist ook dat hij de strijd had verloren. De ogen van Peter Pippeling werden glazig en iedereen wist dat de drank zijn effect over Peter had genomen.

Amalia die nu recht voor Peter was gaan zitten kuchte en begon haar verhoring.

"Wat is jou naam".
"Peter Retoricus Pippeling".
"was jij de geheimhouder van de potters".
"Ja eerst wilde ze Sirius maar op aan raden van Albus namen ze mij als geheimhouder".

Dit was een antwoord die niemand had verwacht. Het eerste wat iedereen ook deed was kijken naar Harry. Maar die deed alsof hij niets door had.

"Heb jij de Potters verraden aan Voldermort of niet" vroeg Amalia meteen.
"Ja ik heb ze een maand nadat ze op de geheime plaats waren verraden en overgedragen aan mijn heer".

"Amalia wil je nu eerst vragen waar Aristona en Ginny zijn" beet Harry haar toe.

Amalia hoorde zijn toon maar dacht er niet veel bij na. Ze wist als geen ander dat Harry nu meer gestrest was als geen ander. "Waar zijn de twee meisjes die je hebt mee genomen het verboden bos in" vroeg Amalia meteen.

"Die heb ik in een dal gegooid. En dat meisje met het rode haar heb ik erachteraan gegooid. Ik was bang toen ik hoorde dat Remus weer in een weerwolf aan het veranderen was. De kleinste met het zwarte haar had een hoofdwond. Dat had ze al toen ik ze had mee genomen naar het krijsende krot. Ik moest daar vluchten omdat Sirius me had gevonden. Maar ook die twee meisjes en die professor" beantwoorde Peter de vraag.

Amalia draaide zich om, om het aan Harry te vertellen maar zag dat die al weg was. Op de trap hoorde zij hem nog om zijn huiselfen roepen. Maar zijn stem vervaagde langzaam aan toen hij naar beneden rende.

Harry werd gevolgd door Isabella, David en Daphne. Amalia zuchtte en vertelde tegen Droebel dat ze hoopte dat Harry Aristona snel zou vinden. Zo niet dan hoefde hij zich geen zorgen meer te maken over dementors.