A Very Potter Senior Year staat op You-Tube! *vreugdedansje* Starkid zat er weer eens knal op, een betere afsluiter zouden ze volgens mij nooit kunnen maken. Wat is jullie favo liedje? (als jullie het al bekeken hebben…) Dat van mij 'Gilderoy' ;)

En Robsten is blijkbaar weer samen (a) *niet normaal hoe geobsedeerd ik ben door die twee xD*

Een gigantische knuffel aan Green en Laura omdat jullie (altijd) reageren op mijn verhaal ;) Dat is en blijft een geweldige stimulans om mijn fantasie hier te blijven neerpennen!


Chapter 25: A Boy Named Ulf

Het bruine water gleed traag onder Harry en Tanya heen terwijl Harry op zijn bezem tussen de al dan niet omgevallen bomen manoeuvreerde. Hier en daar begon het water al weg te trekken en liet het een naar zout ruikende, modderige substantie achter.

Opeens ging er een gevoel door hem heen, een vreemd gevoel dat hij nauwelijks kon beschrijven. Maar hij had wel degelijk de magie die het met zich meedroeg opgemerkt.

"Dat waren de afwerende spreuken om het reservaat te beschermen en te verbergen. We zijn er bijna." glimlachte Tanya, blij dat ze zo meteen weer thuis zou zijn. Ze zat op zijn schouder en hield zich vast aan een zwarte lok nabij Harry's oor om haar evenwicht te behouden.

Harry had niet veel zin om in contact te komen met datgene wat hij was ontvlucht. Wie weet zouden ze hem wel herkennen en het Ministerie op de hoogte brengen. Hij kon zich de triomfantelijke krantenkoppen al voorstellen… Hij was gehecht geraakt aan zijn nieuwe leven, waarin hij alles zelf kon beslissen. Voor geen goud ter wereld zou hij dat ooit willen inruilen.

"Hé! Pas op!" gilde Tanya. Harry schrok op uit zijn mijmeringen en ontweek nog net op een dwarsliggende boomstam. Het was op het nippertje geweest.

"Sorry." fluisterde hij verontschuldigend tegen het nu van schrik bevende elfje en hield zijn aandacht op waar hij vloog. Ze keek hem een tikkeltje bezorgd aan, blijkbaar had ze zijn nervositeit wel degelijk opgemerkt.

Tijd trippelde voorbij. Ze naderden een minder bebost gedeelte van het woud. Op deze plek was er weinig meer te merken van de storm. Tussen de bomen door zag Harry de silhouetten van enkele vreemde bouwsels. Automatisch vertraagde hij de bezem.

"Ik denk dat je vanaf hier je weg wel kan vinden?" vroeg hij haar.

Tanya zuchtte en vloog van zijn schouder. "Kom je niet met me mee?" mompelde ze een tikkeltje teleurgesteld. "Ik zou je graag willen voorstellen…"

"Nee, dank je," onderbrak hij haar vlug.

"Iets om te drinken dan? Je hebt dorst." en ze wees naar zijn ogen waarvan hij wist dat ze zwartgekleurd waren. Zijn jonge vampierenlichaam had weer dringend bloed nodig.

"Oké dan." gaf Harry zuchtend toe. Zijn keel brandde zachtjes maar dwingend bij de gedachte aan de rode, stroperige vloeistof.

Tanya glimlachte triomfantelijk, alsof ze het gewend was om wel meer haar zin te krijgen, en vloog voor hem uit. Hij volgde haar te voet. Eenmaal ze de laatste bomen van wat ze het 'Duistere Woud' noemde achter zich hadden gelaten, begon Harry te beseffen wat voor een bijzondere plaats dit wel was.

Zijn uitstekende gehoor ving allerlei dierengeluiden op. Een verbazende mix geuren van allerhande wezens, de ene al verleidelijker dan de ander, vulde zijn neusgaten. Zijn keel begon nog erger te branden. Zijn lichaam smeekte nog net niet om bloed.

Hoelang is het al geleden dat ik voor de laatste heb gejaagd? bedacht hij zich ongerust, hopend dat hij genoeg zelfbeheersing zou hebben als hij nu een mens zou tegenkomen.

In een poging zichzelf af te leiden van zijn dorst, vroeg hij Tanya om uitleg over deze plek.

Het reservaat, Huize Verreweg, was eigendom van de Magische Vereniging ter Bestrijding van Wreedheid tegen Fabeldieren of kortweg de MVBWF. De stichter, de ondertussen overleden professor en onderzoeker John Verreweg, had hier gewoond en na zijn dood had hij zijn huis, eveneens 'Huize Verreweg' genaamd, als hoofdkwartier nagelaten aan de MVBWF.

Aansluitend het hoofdkwartier bevond zich het Beestenpark waar de bedreigde en zeldzame fabeldieren in werden ondergebracht. Want dat was het wat de MVBWF deed, ze verzorgde de gewonde fabeldieren die hier door de schaarse medewerkers van over de hele wereld werden binnengebracht en liet ze eventueel weer vrij in het wild als ze genezen waren.

Harry luisterde gefascineerd naar wat het elfje te vertellen had. Ondertussen waren ze bij een stel gebouwen aangekomen die door Tanya werden aangeduid als de broedstal, het voedselmagazijn, de isolatieschuur en ten slotte het hoofdkwartier zelf.

De eerste drie gebouwen waren eigenlijk niet meer dan wat oude, gigantische schuren en lagen, net als Huize Verreweg, verzameld rond een binnenplaats.

Het hoofdkwartier daarentegen was werkelijk een huis, al stond het schots en scheef. Het leek ook zijn beste tijd gehad te hebben. De dakgoot was hier en daar losgekomen en het dak miste enkele dakpannen.

"Hierlangs." wenkte Tanya en ze vloog met haar kleine vleugeltjes door de open, metershoge poorten van het voedselmagazijn. De schuur stond vol met diepvriezers en koelkasten. Ze vloog in de richting van een tank en Harry hoefde de letters erop niet te lezen om te weten wat erin zat, hij rook het al van op een hele afstand: bloed. Geen mensenbloed in elk geval, daarvoor was het niet zoet genoeg.

Harry's blik viel op enkele slordig gestapelde emmers, nam er een van de kleinste af en zette het onder de kraan van de tank. Vanaf het moment dat hij de kraan opendraaide, cirkelde de geur in zijn neus en had hij al de moeite van de wereld nodig om te wachten tot de emmer vol was.

Met het emmertje tussen zijn handen geklemd zette hij zich op de dichtstbijzijnde diepvriezer. Kleine slokjes blusten het vuur in zijn keel. Zijn opgeluchte zucht weerklonk door het magazijn. Vanuit zijn ooghoeken merkte hij hoe Tanya hem nauwkeurig bestudeerde. Alweer.

Opeens hoorde Harry vaag voetstappen in hun richting naderen. Tussen de poorten verscheen een kleine gestalte van een jongen. Door de zwarte, piekerige haren en de rafelige kleren leek het alsof hij heel even zijn veel jongere zelf daar zag staan.

De jongen leek hem niet opgemerkt te hebben want hij liep, zonder iets te zeggen, naar een koelkast, trok die open, en haalde er vervolgens een pak met iets wat op bevroren worstjes leek erin.

Enkele tellen later draaide de jongen zich grommend om en een walgelijke geur sloeg als een klap in de jonge vampier zijn gezicht.

Instinctief schreeuwde het wezen in hem dat hij zich moest verdedigen en Harry spande zonder erbij na te denken zijn spieren op voor een eventueel gevecht.

"Ulf! Stop daarmee! Hij doet geen kwaad!" Tanya was op de jongen afgevlogen en trok aan een pluk zwart haar om zijn aandacht te trekken.

"Hoezo, hij doet geen kwaad?! Hij is een vampier, Tanya!" snauwde de jongen die blijkbaar Ulf heette.

"Dat wéét ik." siste Tanya en Harry was even verbaasd dat ze in staat was om zo boos te kijken. "Maar is niet zoals andere vampieren. Hij overleeft op dierenbloed."

Ulf scheen bij die laatste woorden wat te kalmeren. Ook in Harry's lichaam keerde de rust terug nu hij aanvoelde dat de jongen (die in feite, realiseerde hij zich door de afschuwelijke geur, een weerwolf was) geen echte bedreiging meer vormde.

Er dwarrelde een ongemakkelijke stilte neer in de ruimte. Ulf leunde tegen de koelkast en begon hongerig van de worstjes te eten, Harry ging weer op de diepvriezer zitten en dronk zijn bloed verder op. De twee jongens bestudeerden elkaar voor een poosje, in zwijgzaamheid gehuld.

"Hoe noem je eigenlijk?"

Harry twijfelde even, maar besloot om eerlijk te zijn. "Harry. Harry Cullen."

"Oh." Ulf zei verder niets meer, verfrommelde het lege pak en gooide het in een al overvolle vuilbak. Daar liep hij terug naar de poorten en na een laatste vertwijfelde blik op hem, wandelde hij tenslotte naar buiten.


De nacht was gevallen en Harry leunde tegen de al wankele schoorsteen op het dak van het hoofdkwartier.

Zijn ontmoeting met Ulf had hem stof tot nadenken gegeven. Het was de jonge vampier duidelijk dat Ulf niet zo goed had geweten wat hij met hem had gemoeten.

Zelf wist hij het ook niet meer. Weerwolven waren zijn natuurlijke vijanden, en als hij de wetten van de Volturi in acht nam, was zijn woordenwisseling met Ulf al een erge overtreding. Zijn verstand vertelde hem dat hij moest verder trekken en het reservaat verlaten.

Maar daar voelde hij echter niet veel voor. Deze omgeving interesseerde hem nu al eindeloos, en hij had nog maar een klein deeltje gezien. Zelfs het risico om ontdekt te worden door de tovenaarswereld, dat hij voorheen angstaanjagend had gevonden, bezorgde hem nu niet meer zoveel kippenvel. Het was gek hoe hij op zo'n korte tijd zoveel van deze plek was gaan houden.

Misschien kwam het door de magie die hier letterlijk in de lucht hing en hem een vertrouwd en veilig gevoel, zoals op Zweinstein, gaf.

Gedurende de hele dag had hij het reservaat van op het dak gadegeslagen. Het was een en al bedrijvigheid in het 'Beestenpark', maar vanaf dat de zon begon te zakken werd het al heel wat stiller. Enkele enge schreeuwen van nachtdieren doorbraken de vredige stilte waarin Harry zich helemaal kon onderdompelen.