Dank je wel voor de tip en review! Ik zal hier rekening mee proberen te houden. Wat Anderling betreft: Ik wilde haar erg graag in het verhaal, dus in dat opzicht ben ik een beetje afgeweken van de werkelijkheid. :)
Hoofdstuk Vijventwintig
Lily overtuigde me uiteindelijk om even naar buiten te gaan en te genieten van de laatste warme zondag van het jaar. Het roodharige meisje werd vergezeld door haar vrienden, maar ik voelde niet langer de behoefte met hen bevriend te raken. Eigenlijk had ik helemaal nergens zin in.
Lily glimlachte vrolijk en trok me de beslotenheid van mijn kamer uit. We liepen samen naar de grote inkomhal en volgden de stroom leerlingen de imposante voordeuren door. De zon voelde warm aan op mijn kille huid, maar haar hitte kon mijn hart niet verwarmen. Terneergeslagen vroeg ik me af of ik ooit nog onbezorgd zou kunnen lachen. De laatste dagen was dat haast onmogelijk gebleken.
'Gaan jullie mee zwemmen, Coreena en Lily?' vroeg Melanie opgewekt. 'Het meer is heerlijk koel.' De Hoofdmonitor trok een tegensputterende Lucas mee naar de oever van het grote meer en probeerde ondertussen William te overtuigen hen te vergezellen. Die weigerde echter en liet zich met een vermoeide zucht op het zachte gras vallen. Hij strekte zich uit en sloot zijn ogen.
Lily keek me vragend aan, maar ik schudde bijna onmerkbaar mijn hoofd. Ik had geen zin om te zwemmen en me in de vrolijk spetterende menigte te begeven. Hun gelach klonk me vreemd hol in de oren.
'Wandelen?' vroeg Lily opeens, en ze maakte een vaag gebaar met haar hand. Ik overwoog haar uitnodiging af te slaan, maar gaf uiteindelijk toch toe. Ze deed immers de moeite me te helpen en bovendien was ze de enige persoon die ik goed genoeg kende en kon vertrouwen.
Tijdens het wandelen dacht ik onbewust terug aan de dag waarop ik Lily ontmoet had en mijn hele leven veranderd was. Het bos waarin we elkaar tegen het lijf gelopen waren leek iets uit een ander leven te zijn. Ik kon me nog nauwelijks inbeelden hoe mijn leven gelopen zou zijn zonder de ontdekkingen van die bewuste dag.
'Hoe verlopen je lessen?' verbak zij als eerste de stilte. Ze had me die vraag al vaker gesteld, maar ik had nooit de energie kunnen opbrengen die te beantwoorden, laat staan naar waarheid.
'Interessant,' mompelde ik weinig overtuigend. Ik kon me niet eens herinneren welke lessen ik allemaal gevolgd had de afgelopen week.
'Tegen mij hoef je niet te liegen, Coreena,' zei ze zacht en ze keek me vol mededogen aan. 'Ik kan me nauwelijks inbeelden hoe vreselijk de afgelopen dagen voor je geweest moeten zijn. Maar ik wil je echt helpen. Sluit me alsjeblieft niet langer buiten.'
Een scherpe steek van schuldgevoel knalde door mijn hoofd. Lily had me steeds proberen helpen, maar ik had niet eens de moeite genomen te luisteren naar wat ze te vertellen had.
Berouwvol keek ik haar aan. 'Het spijt me, Lily,' antwoordde ik al even zacht. 'Ik wist gewoon niet meer wat... Ik wist het allemaal niet meer.'
Begrijpend knikte ze. Even omhelsde ze me kort en toen hervatten we onze tocht langs de oever van het meer. Het donkere water reflecteerde de zonnestralen, maar zag er desondanks wat sinister uit.
'Ik heb Perkamentus gesproken,' flapte ik er opeens uit. Lily wierp me een verraste blik toe, en ik vertelde haar over onze ontmoeting. Toen ik Perkamentus' laatste woorden herhaalde trok mijn vriendin haar wenkbrauwen op en glimlachte op een vreemde manier.
'Typisch Perkamentus. Mijn vader heeft veel respect voor hem, maar oom Ron blijft herhalen dat hij een gestoord genie is.'
Ik glimlachte flauwtjes.
'Maar waarom zou hij vragen of je moeder al grijze haren heeft? Dat slaat ergens op!' sprak Lily haar gedachten luidop uit. Ik knikte bevestigend bij haar woorden, want nadat ik er urenlang over gepiekerd had kon ik er nog steeds geen touw aan vastknopen.
'Zei hij verder nog iets?'
Ik dacht terug aan gisteren en probeerde me Perkamentus' exacte bewoordingen weer voor de geest te halen. 'Hij zei dat mijn moeder en ik niet op elkaar geleken.'
'Qua karakter al zeker niet!' sprak Lily ferm. 'En qua uiterlijk... ' Haar stem stierf weg en er verscheen een dromerige uitdrukking op haar gezicht. Ze raakte verstrooid een streng van haar rode haren aan en draaide die om haar vinger. Steeds opnieuw.
'Lily?' vroeg ik aarzelend.
Het meisje ontwaakte uit haar gedachten en keek me bedenkelijk aan. 'Coreena,' zei ze op serieuze toon. 'Wat als je moeder... je moeder niet is?'
Vol onbegrip staarde ik haar aan. 'Wat bedoel je?'
Lily haalde diep adem en zei: 'Jouw moeder is waarschijnlijk Rosalie Zagrijn. We konden het niet controleren omdat het geboorteboek gestolen is, maar iedereen was er quasi van overtuigd. Alleen klopte de tijdsindeling niet, want jij zou dan al veel ouder moeten zijn. Het kind van Rosalie en Jonathan is namelijk in het jaar van de Grote Oorlog geboren. Maar wat als Rosalie Newton, of toch Feline Moore, niet je biologische moeder is?' Ze klonk opgewonden.
Ergens wist ik dat het niet kon, dat Lily's uitleg te veel hiaten bevatte en niet kon kloppen. Mijn vader was er ook nog, al leek die steeds uit het beeld te verdwijnen. En toch smachtte ik ernaar Lily te geloven. Haar verklaring zou me verlossen van de smet die mijn moeder op me had achtergelaten.
Kon het waar zijn?
'Ik weet het niet, Lily', beantwoordde ik mijn eigen vraag. 'Het lijkt zo vergezocht.'
We wandelden verder en zwegen geruime tijd. Ik wist niet wat ik van deze nieuwe vermoedens moest denken. Ik wilde zo graag zekerheid, maar elk antwoord leek nieuwe vragen en mysteries op te roepen. Ik wenste dat ik met mijn vader kon praten, die had altijd goede raad voor me gehad.
'Heb je zin om eens samen te oefenen met vliegen?' veranderde Lily abrupt van onderwerp. Ik had haar verteld dat mijn eerste Vliegles niet vlekkeloos was verlopen, en ik voelde er dan ook weinig voor me nog eens op een bezemsteel te wagen.
Blijkbaar was het gebrek aan enthousiasme van mijn bleke gezicht af te lezen, want Lily knipoogde en zei er verder niets over. Ik herinnerde me dat zij in het Zwerkbalteam van Griffoendor speelde, al kon ik me nog steeds niet voorstellen hoe zo'n wedstrijd precies verliep.
'Denk je dat Perkamentus weet wie mijn moeder is?' vroeg ik haar, niet langer in staat de chaos in mijn gedachten het hoofd te bieden.
Lily dacht even na. 'Ik weet het niet. Misschien heeft hij een vermoeden. Maar we zouden het zelf kunnen uitzoeken!'
Opgewonden staarde ik haar aan. Nu er eindelijk een manier leek te bestaan de waarheid te achterhalen, won mijn nieuwsgierigheid het van mijn verdriet. 'Hoe dan?' vroeg ik snel.
'Rosalie Zagrijn heeft op Zweinstein gezeten,' begon Lily. 'We moeten toch érgens iets over haar kunnen terugvinden in het schoolarchief. Jouw moeder heeft waarschijnlijk ook les gevolgd hier. Als we geen Feline Moore vinden, is de kans groot dat die vrouw niet bestaat. Waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht?'
Ik knikte bij haar uitleg. Het klonk allemaal logisch, maar het loste het fundamentele probleem niet op. 'Dan weten we nog steeds niet wie mijn biologische moeder is, Feline en Rosalie of iemand anders.'
'Misschien wel. Je weet niet wat we zullen ontdekken,' beurde Lily me op.
We arriveerden aan ons vertrekpunt en keken even toe hoe een doorweekte Lucas zich uit het meer sleepte en neerplofte op de grasmat. William keek hem geërgerd aan toen er een hele hoop waterdruppels op hem belandden. Zijn lange gewaad vertoonde enkele natte plekken, maar hij trok het niet uit, ondanks de hitte van de zon.
De warme namiddag maakte plaats voor een koele avond. Alle studenten begaven zich naar de Grote Zaal om er te genieten van een heerlijke maaltijd. Ook ik proefde voor het eerst weet wat ik at. De kruidige aardappelen en het verkoelende Pompoensap vulden mijn lege maag. Ik deed zelfs moeite de gesprekken aan tafel te volgen.
De wandeling met Lily had me nieuwe moed gegeven. Misschien zou onze zoektocht niets opleveren, maar ik had weer een doel. En dat was wat telde.
Toen ik 's avonds mijn kamer betrad en de lampen aanstak, had ik voor het eerst sinds mijn aankomst op Zweinstein weer zin om te schrijven. Ik nam plaats aan het bureau, haalde een velletje perkament tevoorschijn en doopte mijn ganzenveer in de zwarte inkt.
Geconcentreerd boog ik me voorover en zette de eerste letter op het papier. Dit werd een goed verhaal, voelde ik. Een verhaal over magie.
