Deel 2

Grindelwald was op de muur geklommen en keek neer op de binnenplaats. Daar hadden in een mum van tijd zich honderd van zijn beste mannen verzameld. De anderen had hij bevolen om zich paraat te houden.
Eerst de krant, en nu dit. Iemand probeerde hem iets duidelijk te maken. Hij was dan ook op zijn hoede. Het legertje dat nu voor Normengard stond, was klein. En dat moesten hun leiders ook weten, het was pure zelfmoord. Of er moest nog iets op komst zijn. Dat was één van de voornaamste redenen om de leiding zelf in handen te nemen. Hij nam de dreiging serieus, want iemand die onopgemerkt Normengard kon binnendringen en zelfs tot in zijn kamer kon geraken was sterk. En als die ook nog eens een heel leger kon laten opduiken vanuit het niets was het zeker zorgwekkend. Ook al telde het zo weinig man.
"Ik wil ze levend," zei hij tegen de leider van zijn bataljon.

Arman was zich bewust dat ze werden gadegeslagen vanuit Normengard, maar dat was ook de bedoeling. Hij was omringd door de leden van het Verzet, de reuzen en Raffel. Daarnet had één van de reuzen een boomstam richting Normengard gegooid op zijn bevel. Het was niet de bedoeling om het gebouw schade te berokken, dat was dan ook niet gebeurd, maar enkel om te provoceren én de aandacht te trekken. Daar leken ze nu succesvol in te zijn geslaagd.
De poort van Normengard opende zich en een groep Zuiveren kwam naar buiten gemarcheerd. Allen in het zelfde gewaad gehuld, en hun blik op hun tegenstanders gericht. Enkelen van hen hielden hun toverstok omhoog, en hielden zo een Protegoschild op.
Arman liet hen nog enkele meters naderen, toen hief hij zelf ook zijn toverstok op en richtte naar de hemel. Een blauwe vuurpijl schoot de lucht in.
Meteen kwam er reactie, maar niet van de Zuiveren.
Er klonk hoefgetrappel, de Centauren kwamen in formatie van achter de heuvels gereden. Jonathan en de Centauren voegden zich bij Arman. Hij had de verrassing op de gezichten van enkele Zuiveren bij het horen van het hoefgetrappel opgemerkt.
Ze zouden eens moeten weten, dit is nog maar het begin van de verrassing. Met een oorverdovend lawaai barstte het gevecht los, spreuken werden van beide kanten afgevuurd. Rode en groene stralen vlogen over en weer. Spreuken, zowel ter aanval als ter verdediging, werden gebruld en vormen samen een luid krijgsgewoel.
Arman richtte zich tot Raffel en knikte.
Die had de boodschap begrepen en verdween.

Peter stond bij de deur die naar boven zou leiden. Alle tovenaars en heksen die als strijdkrachten Peter wilden helpen, hadden zich nu achter hem verzameld. Vierhonderd strijdkrachten stonden hem bij in het komende gevecht. Enkele van hen had hij moeten afkeuren omdat ze in te slechte conditie waren. Ze hadden geprotesteerd want ze wilden absoluut meevechten om vermoorde familieleden te wreken. Peter had hen verteld dat hij hun strijdlust bewonderde, en na veel argumenten hadden ze toch begrepen dat ze er beter aan zouden doen om zich te laten verzorgen.
Ook de Kobolden stonden bij hem vooraan, gewapend met hamers en ander gereedschap dat ze in de kamer van de wachtmeester hadden gevonden. Raffel Verschijnselde, dat was het teken dat Arman tot de aanval over was gegaan. Binnen enkele ogenblikken zouden zij hetzelfde doen.
"Wreek mijn meester meneer Peter," fluisterde de Elf in Peters oor toen die zich bukte.
Raffel verdween verder in de mensenmassa om samen met zijn broer de gewonden en zieken uit Normgard te halen.
"Daar gaan we!"
Peter zwaaide de deur open en liep naar buiten, gevolgd door de anderen. Ze liepen het binnenplein op en stormden door de poort naar buiten. Meteen hoorden ze het geschreeuw van de achtergebleven Zuiveren in Normengard. Zij verzamelden zich, en maakten zich klaar om het onverwachte leger uit de kerkers te bestormen.
Peter was één van de eerste die Grindelwalds groep buiten de poorten van Normengard bereikte.
Er werd hard gevochten, maar Arman en Jonathan waren niet opgewassen tegen de Zuiveren van Grindelwald. Plots werd Peter afgeleid, doordat een grote vuurbal een eind verder vanuit de lucht neerdaalde. Exact dezelfde als hij al eerder had gezien. Hij moest zich naar die plaats proberen te vechten.
Spreuken suisden rond zijn oren. De Centauren waren nu ook begonnen met het afvuren van pijlen, maar omdat de Zuiveren en het Verzet zich nu door elkaar hadden gemengd, hield het in dat je ook het gevaar liep om te worden geraakt door een pijl.
Peter, gevolgd door de bevrijde gevangenen, startte de aanval in de rug.
En die hadden de Zuiveren niet verwacht.

"Ik eis een onmiddellijk staakt het vuren," galmde het over het terrein.
Peter zocht waar het geluid vandaan kwam.
"Ik heb boven in mijn kantoor één van jullie vrienden. Tom, heet hij, geloof ik. Ik kan hem met één woord laten doden. Dus stop met vechten. Ik geef mijn manschappen het bevel om hetzelfde te doen."
Peter had de bron van het geluid gevonden. Het kwam van een man op de muur van Normengard. Hij besefte dat die man Grindelwald moest zijn. Het was de eerste keer dat hij hem in levende lijve zag.
De man zag er anders uit dan Peter hem had voorgesteld, hij had niets weg van een gestoorde gek of kwaadaardige heerser. Hij zag er eerder als een vriendelijke man uit, en was voor zijn leeftijd nog zeer jong en knap. Zijn grijze haren wapperden mee met de wind en met zijn blauwe ogen keek hij neer op het slagveld. Misschien was het door zijn charismatische voorkomen dat Grindelwalds daden nu nog gruwelijker leken.

"Staak het vuren!" riep Peter de anderen toe.
"Wat? Peter, we kunnen nu toch nie-"
"Arman, hij heeft Tom. Laat ons luisteren wat hij te zeggen heeft," beet hij Arman toe.
Het strijdgewoel hield op, zowel de leden van het Verzet als Grindelwalds aanhangers staakten het vuren en keerden zich naar de man die hen toesprak.
"Goed zo. Ik denk dat dit alles berust op een misverstand. Dus ik stel voor dat we het rustig uitpraten. Natuurlijk wel volgens mijn regels. Als één van jullie ook maar één verkeerde beweging doet, doe ik dit," hij knipte met zijn vingers, "en jullie vriend is er geweest. Begrepen?"
"Er zijn al genoeg doden gevallen, Gellert."
De stem kwam Peter bekend voor. Iemand uit zijn verleden.
"Ik kwam hier toevallig voorbij. Blijkbaar is er een misverstandje met de koerierdienst en hebben ze mijn editie van de Ochtendprofeet verkeerd afgeleverd. Heb jij hem soms ontvangen, Gellert?"
Peter draaide zich om en staarde recht in de blauwe ogen van Albus Perkamentus.

Albus Perkamentus liep Peter voorbij, en bleef met zijn ogen op Grindelwald gericht. Peter vroeg zich af waarom zijn oude leerkracht Gedaanteverwisselingen van Zweinstein hier plots was opgedoken, en wat bedoelde hij met de Ochtendprofeet? Peter had hem wel een goede leerkracht gevonden, hij was één van de jongere leerkrachten en zijn lessen waren dus iets aangenamer dan de andere lessen van oudere leerkrachten. Hij was altijd in de middenmaat geweest bij het vak, maar als de spreuken te ingewikkeld werden bleek hij ze niet meer succesvol uit te kunnen voeren. Gedaanteverwisselingen was dan weer het sterkste vak geweest van Tom.
Tom.
Grindelwald had ermee gedreigd om hem te vermoorden, maar hij leek nu zijn aandacht te hebben gericht op Perkamentus. Grindelwald had nog meer gezegd, de plaats waar hij Tom vasthield. Zijn kantoor. Peter probeerde zo onopvallend mogelijk zich een weg te banen door de mensenmassa, hij zou Tom gaan bevrijden.

Arman bekeek het eigenaardige schouwspel met enige achterdocht. Grindelwald was onderbroken door een tovenaar, en Armans eerste gedachte was dat Grindelwald de stoorder onmiddellijk zou afstraffen. Maar hij leek het bij het verkeerde eind te hebben, Grindelwald deed niks en keek alleen maar. De man was gehuld in een donkerblauw gewaad en had een grijze haardos met een baard waar nog enkele bruine haren in waren te bespeuren. Grindelwald was ondertussen afgedaald en de mannen bleven op elkaar toestappen tot ze een armlengte van elkaar afstonden.
Toen zag hij dat Peter weg was, voor de onderbreking had hij hem nog enkele meters van hem verwijderd zien vechten. Arman speurde de mensenmassa af, en hij dacht een glimp van Peter te zien, die de poort van Normengard inliep.
Waarom zou Peter terug naar binnen gaan?
Arman zette de achtervolging in, het was geen probleem om tussen de stilstaande tovenaars en heksen door te lopen, de meeste keken naar het eigenaardige schouwspel. Toen hij de poort door was moest Arman opnieuw even naar Peter zoeken. Die liep naar één van de deuren, Peter wilde dus echt naar binnen. Het begon bij hem te dagen; Peter wilde Tom gaan bevrijden! Hij liep verder de binnenplaats op. Toen hij ongeveer halverwege was, werd er een raam geopend. Een man leunde naar buiten. Hij schreeuwde slechts één ding.
"Vecht!"
Hij zag nog hoe de man vanuit het raam zijn toverstok op hem richtte.
Een groene lichtflits volgde.

Het raam in Grindelwalds kantoor bood een goed overzicht op wat er zich buiten afspeelde. Zijn gevangene sliep toch nog steeds dus was hij naar het raam gestapt. Een ideale plaats, want hij kon zien wat er gebeurde, maar niemand kon hem zien staan. Hij had gezien hoe de manschappen de strijd hadden aangebonden met het Verzet. Zijn manschappen waren beter getraind, en veel groter in aantal dan het Verzet, en hij had gerekend op een korte strijd. Maar toen gebeurde het tweede onverwachte in minder dan één uur. De deuren die naar de kerkers leidden werden open gegooid en daaruit stroomde een groep van meer dan driehonderd ontsnapte gevangenen. Nadat hij van de verrassing was bekomen, wist hij zeker dat de strijd langer zou duren. Hij zag hoe alle manschappen in Normengard zich nu in de strijd gooiden. Rastaban had graag beneden gestaan, midden in het strijdgewoel. Hij hunkerde naar de adrenaline die door zijn hoofd zou gieren bij het ontwijken van spreuken en het overwinnen van zijn tegenstanders. Maar hij had nu een opdracht gekregen die hij niet mocht verknallen. Plotsklaps hield het tumult buiten op. Mensen van het Verzet en van zijn kant stopten met vechten. Op het bevel van Grindelwald? Hij zag hoe een onbekend persoon op zijn overste afliep. Dit was niets voor Grindelwald, Rastaban keek terug opzij. Het zag er naar uit dat zijn opdracht nog wel even zou slapen. Hij liep de kamer uit naar één van de gangen waar er wel een normaal raam was dat uitkeek op de binnenplaats. Uit zijn zak in zijn gewaad haalde hij zijn toverstok, en zwaaide het raam open.
Hij zag hoe zijn manschappen naar de ontmoeting tussen de twee personen zaten te kijken, terwijl ze beter zouden vechten. Tussen zijn mannen zag hij hoe iemand zich een weg probeerde te banen, en koers zette naar één van de deuren van Normengard. Het was Peter, en Rastaban kon al raden wat hij zocht.
Hij zou wel met Peter kunnen afrekenen, en ondertussen zouden zijn manschappen beneden de anderen kunnen aanpakken.
"Vecht!" schreeuwde hij.
Om zijn woorden kracht bij te zetten richtte hij zijn stok op één van de leden van het Verzet die de binnenplaats overstak, en net dezelfde route wilde volgen als Peter.
"Avada Kedavra!"
De man viel slap neer.
Zijn manschappen werden wakker geschud en volgden het bevel op.
Rastaban liep weg van het raam, hij had voorbereidingen te treffen.

"Albus, jij?" vroeg Grindelwald toen hij voor de onverwachte bezoeker stond.
Het was een hele tijd geleden dat hij Albus Perkamentus nog had gezien, van zijn tienerjaren. Natuurlijk had Grindelwald af en toe nog eens gedacht aan hem, aan de momenten dat ze samen hun plannen bespraken. Om de tovenaarswereld te hervormen, tot een perfecte nieuwe wereld. Waar de tovenaar zich niet langer hoefde te verbergen, maar stond waar hij behoorde. Boven de Dreuzels. Al die ideeën waren de basis geweest van Grindelwalds latere regime. Hij had de spreuk die hij en Perkamentus hanteerden zelfs boven de toegangspoort van Normengard laten ophangen.
Het doel heiligt de middelen. En het was daaronder dat de twee elkaar troffen na al die jaren.
Maar sinds die ene gebeurtenis waren de twee vrienden van elkaar gescheiden geweest, hij was teruggekeerd naar zijn tante en had er nog op gestaan om die avond weer te vertrekken. Ver weg van Engeland.
En nu stond die tienervriend vanuit zijn jeugd voor hem.
De innemende volwassen stem van Perkamentus bracht hem terug naar het heden; "Ja Gellert, ik."
"Na al die jaren duik je eindelijk op. Waarom nu? Waarom hier?"
"Om je tot rede te brengen. Om een einde te maken aan de waanzin die hier al jarenlang hoogtij viert."
"Waanzin?" reageerde Grindelwald. "Waanzin! Jij noemt dit waanzin? Dit zijn onze ideeën. Ik heb ze uitgevoerd, Albus. Kijk dan!"
Hij wees naar Normengard achter zich.
"Alles waar wij voor staan, hier binnen handbereik."
Perkamentus zuchtte, "Het enige wat ik zie is een gevangenis waar je onschuldige mensen in opsluit en martelt. Dit moet ophouden, Gellert."
"Het doel heiligt de middelen. Dat was jouw spreuk. Wanneer de mensen inzien dat mijn wijze en opvattingen de juiste zijn, is dit allemaal niet meer nodig. Ik zal ze leiden naar de gouden eeuw van de Toverkunst."
"Er zijn grenzen."
"Wat is er toch met je gebeurd? Hebben ze je daar in Engeland van je briljante brein ontdaan? Is het soms betast door die giftige nevels die je inademt in die school waar je nu les geeft?"
Grindelwald bespeurde in Perkamentus' gezicht enige verwondering toen hij dat laatste zei.
"Je dacht toch niet dat ik je zomaar kon laten gaan? Ik heb je laten volgen, Albus. Ik weet wat je hebt gedaan, ik weet alles over jou. Kom, kom, Albus, ga weg van dat grijze academische geleuter, ik dacht dat je ambities wel hoger lagen dan dat… Sluit je bij mij aan. Wij, samen. Zoals vroeger, zoals gepland."
"Nee. Er zijn dingen gebeurd, Gellert. Ik kan dit niet verder zijn gang laten gaan."
Het gevecht rondom hen was ondertussen weer in volle hevigheid losgebarsten.
"Albus. Ik wil dit liever niet, niet jij… We begrepen elkaar zo goed, we hebben dit ontwikkeld. Maar als er echt geen andere weg is..." Grindelwald diepte zijn toverstok op. "Het doel heiligt de middelen, nietwaar?"
"Gellert, het kan ook op een andere manier. Dat weet je. Geef je over. Je kan zulke dingen ook op een andere manier bereiken. Laat die stok zakken."
"Ben je soms bang om te vechten? Bang dat je misschien nog andere slachtoffers maakt dan de bedoeling is?"
Perkamentus reageerde meteen en trok zijn toverstok. Grindelwald had dus duidelijk een gevoelige snaar geraakt.

Het opzetten van de veiligheidsgordel rond Normengard was redelijk vlot gegaan. Boris had de leiding over die opdracht, en samen met enkele anderen had hij vele en ontzettend ingewikkelde bezweringen geplaatst. Die zouden er voor zorgen dat men niet kon Verschijnen en Verdwijnselen, en ook waren er de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen voor als alles niet volgens plan zou lopen. Hij hoopte dat hij ze niet hoefde te activeren. Van op een afstand had hij gezien hoe een gevecht begon. Spreuken vlogen in het rond. Toen werd hij opgeschrikt. Een vuurbal was een vlak voor hem tegen de grond neergevallen. Boris liep er met stijgende verbazing naartoe.
Op de plaats waar de vuurbal was geland, was geen enkel spoor van een inslag, of verschroeide ondergrond te zien. Wat raar was, want volgens Boris zou er zeker een krater te zien moeten zijn.
Het enige wat Boris vond was een Feniks die hem met een schuine blik aankeek.
Hij is gekomen.
Boris had zijn contactpartner op de hoogte gehouden van de recente ontwikkelingen en plannen, maar dat hij ook nog naar hier zou komen, had hij zeker niet verwacht.
Boris speurde de omgeving af, en in de verte zag hij hoe een lange gestalte naar het strijdveld rende. Even later was het vechten gestopt. Wat Albus Perkamentus niet allemaal gedaan kon krijgen dacht hij bij zichzelf. Boris besloot om vlug even naar de ruïnes te gaan waar de gewonde gevangenen werden gebracht en verzorgd. Arthur en Emma hadden hun handen vol. Overal lagen gewonden te wachten tot ze hulp kregen. Ze kregen assistentie van enkele leden van het Verzet die ook goed waren in Magische Heling. Ze deden hun uiterste best, maar het kon niet voorkomen worden dat over enkele lichamen een wit laken lag. Dood.
"Hoe is het daar?" vroeg Arthur toen die Boris passeerde op weg naar een gevangene die juist arriveerde.
"Voorlopig is het vechten gestopt."
"Wat?" Arthur keek verrast toen hij dat hoorde.
"We hebben nog hulp gekregen. Ik heb hem kunnen overtuigen."
"Wie?" vroeg Emma die het gesprek had zitten te volgen van op een afstand.
"Een oude vriend."
Zijn woorden waren nog niet koud of meteen hoorden ze weer dat er werd gevochten. Boris liet Arthur en Emma achter en keerde terug naar zijn post.
Het vechten was weer begonnen, Boris zou zich dus ook naar het slagveld begeven. Toen hij onderweg was, kwam hij een man tegen gehuld in enkele smerige oude dreuzelkleren. Ze leken in geen eeuwen meer gewassen, dus Boris wist dat hij met één van de gevangenen had te maken. De man liep mank, en leek pijn te hebben. Waarschijnlijk een verwonding opgelopen in het gevecht.
"Gaat het?"
De man tilde zijn hoofd op en staarde hem gedurende enkele seconden aan. Hij knikte en liep verder. Boris besteedde verder geen aandacht aan de man, en vervolgde zijn weg.
Maar hij had geen idee met wie hij net het pad had gekruist.

De Reliekenzoeker had meteen gemerkt dat er iets mis was. Rastaban was het bureau binnen gestormd met het nieuws dat er buiten een leger stond. Natuurlijk had Rastaban hem niet gezien, hij had zich net op tijd kunnen verschuilen achter de deur. Terwijl Grindelwald en Rastaban een gesprek voerden, was hij de kamer zacht uitgeslopen. Hij kon zich niet buiten de muren van Normengard begeven om te Verdwijnselen, dus moest hij zich even schuilhouden. Hij had het hele gebeuren in de gaten gehouden, en toen de deuren van de kerkers openvlogen had hij meteen een plan bedacht. Hij sloop naar beneden, en schakelde één van de ontsnapte gevangen uit. Het lichaam sleurde hij één van de kamers in. Hij verwisselde van outfit, en bekeek even het lijk. Daarna nam hij uit één van zijn zakken een klein spiegeltje. Het vergde enige concentratie, maar hij slaagde erin om het gezicht aan te nemen van de dode. De Reliekenzoeker was een Transformagiër. Het was niet helemaal perfect, iemand die de persoon goed kende, zou hem zeker na een tijdje ontmaskeren. Het was goed genoeg om niet herkend te worden. Hij liep de kamer uit en mengde zich in het gevecht. Zo vocht hij zijn weg uit Normengard. Net toen hij naar buiten ging, verscheen er die man. Hij kende hem, want hij had voor Grindelwald enkele onderzoeken naar hem moeten doen. Albus Perkamentus, wat deed hij hier?
Maar dat waren zijn zaken niet, het enige dat van belang was, was dat hij hier veilig weggeraakte. Het gevecht werd stilgelegd, en de Reliekenzoeker greep mooi zijn kans. Hij liet iedereen achter zich en probeerde een heel eind verder weg te gaan van Normengard om te Verdwijnselen. Achter zich hoorde hij dat de strijd weer was begonnen, maar hij was al verdwenen uit hun gezichtsveld. Toen hij merkte dat er iemand zijn richting uit kwam gelopen, deed hij alsof hij kreupel was. De man bood hulp aan, maar hij weigerde. De man liep verder, en had kennelijk totaal geen idee met wie hij net het pad had gekruist.
"Tot een volgende keer, vader," zei hij.
De Reliekenzoeker liep nog een eindje verder. Daar was hij in staat om te Verdwijnselen.
Met een kleine knal liet hij Grindelwald en de anderen achter, het was tenslotte niet zijn strijd.