Woah!
Eindelijk klaar! Dit heeft me lang genoeg geduurt!!! Dit is het
eerste deel van dit tweedelig hst. (14 kantjes word is écht te
veel!) dus vandaar, maar dat je ff weet dat het volgende hst. ook al
klaar ligt En een deel van dit hst. zal een lichte herhaling zijn
van Sev's dagboek. Maaruh nu nog ff bedankt aan:
Love
Fantasy: Tjah, zoals verteld krijg je niet alles te horen
dit hoofdstuk (6)
CeliaLauna: Oh kom op? Heb
je dat NOG niet gehoord? Perkamentus valt op mannen (zie Grindewald)
En over die beledigende bagel: heb je ooit Charlie de unicorn
gezien?(typ maar 'charlie the unicorn' in op youtube:
CHAAAAAAAAARLIE LET'S GO TO CANDY MOUNTAIN, CHARLIE!!! YEAH CANDY
MOUNTAIN!) Nadat je die hebt gezien geloof je alles! Trust me! Ennuh
over die hele voorspellende droom: dat word nog uitgelegd in het
volgend hst. :D Dit hst. is natúúrlijk weer vanuit
Chris mijn favo nieuwsvoorlezer van de hormoonbuien op Zweinstein '
Anyway ontzettend bedankt voor je ellenlange revieuw! Ik hoop dat je
het niet erg vind dat mijn reply toch wel redelijk lang is…
(A)
Aquakim: Hihi, oh ja de figuurtjes…
daar was ik helemaal over vergeten!!! Oh en díé vragen…
je kunt nog lang wachten op een antwoord (6)
Ontzettend veel
plezier met dit hoofdstuk!
x Anne
Zondag 9 oktober
Eindelijk is alles voorbij, ik lig in bed, Severus zit naast me in de stoel te slapen. Hij heeft net ook in zijn dagboek geschreven… Of zoals hij het noemt: zijn journaal, wat hij me bij elke keer dat ik er een grap over maak op het hart drukt. Het maakt me niet uit, ik vind het schattig.
Oké, ik heb nog maar drie zinnen geschreven in ik dwaal al af. Focus!
Ik zal mijn verhaal beginnen bij 3 dagen geleden vlak na de laatste keer dat ik geschreven heb…
Ik zat gewoon in mijn vertrekken voor de haard, me met mijn eigen zaken te bemoeien (lees in het vuur te staren) toen er ineens een oerlelijke grijze uil op het raam tikte. Terwijl ik me erover verbaasde hoe lelijk hij eruit zag deed ik het raam open, het beest vloog naar binnen, liet een enveloppe op mijn stoel vallen en vloog weer naar buiten.
Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik hoe het groengrijze beest het verboden bos in vloog nadat het in het donker verdwenen was sloot ik het raam en liep terug naar mijn stoel waar ik de enveloppe oppakte en me in mijn stoel liet vallen.
Ik liet de enveloppe tussen mijn vingers draaien en plotseling werd ik overvallen door een misselijkheid, toen wist ik van wie de enveloppe kwam… Ik vroeg me af waarom hij me een brief zou schrijven… als het al een brief was.
Nouja, er was maar een manier om erachter te komen: De enveloppe openen. Dus drukte ik een van mijn nagels onder de flap en scheurde hem voorzichtig open. Tot mijn grote opluchting zat er een brief in, verder niets. Na de enveloppe een paar keer grondig onderzocht te hebben legde ik hem op de tafel en vouwde de brief open, met een glimlach las ik de alleraardigste tekst:
Zwarts,
Kom om 23.00 naar de open plek in het verboden bos, alleen.
Toen ik hem uit had begon ik te giechelen en binnen enige momenten lag ik dubbel van het lachen, deze brief schrééuwde letterlijk: 'VAL!'
Geen tijfel mogelijk: Ik zou niet gaan. Maarja, je kent mij… (naja eigenlijk niet je bent een dagboek maar laten we even aannemen dat je levend bent en mij kent) Ik kon de verleiding niet weerstaan en rond vijf voor elf besloot ik toch even te gaan kijken, aan de rand van het verboden bos… Gewoon om te zien hoe boos Marty zou worden.
Ik trok snel een warm vest aan en liep naar beneden. Zachtjes opende ik de gigantische voordeuren en liep de koele avondlucht in. Ik ademde heel diep in en genoot even van de stilte. Dit zou niet lang meer duren. Heel voorzichtig sloot ik de voordeuren weer achter me en besloot dat het verstandiger was naar de open plek te gaan in mijn faunaat-vorm.
Even later sloop ik met de gratie van een roofdier geluidloos door de bomen door. Mijn zwarte vacht viel weg tegen de schaduwen die de bomen op de grond wierpen, hoe dieper ik het bos in liep, hoe onzichtbaarder ik werd tot alleen mijn gloeiende ogen nog zichtbaar waren.
Met mijn uitstekende nachtzicht kon ik de dooddoeners al vanaf ruim 500 meter afstand zien, voor mij leek het of ze vol in het zonlicht stonden. Voorzichtig sloop ik dichterbij, vastbesloten geen geluid te maken.
Nog 400 meter te gaan… 300… 250… Ik kon nu elk afzonderlijk haartje op hun hoofd zien, ook voelde ik dat ze nerveus waren. Een van de dooddoeners recht tegenover me veegde een zweetdruppeltje van zijn voorhoofd, het roofdier in me werd opgewonden. Dit was in zijn voordeel en hij wist het, maar ik was op een missie dus sloop ik nog dichterbij.
Nu nog maar 200 meter, 150… ik was er bijna. Maar toen knalde ik op een krachtveld, iets dat onzichtbaar maar zeker weten erg stevig was had mijn weg geblokkeerd en alle dooddoeners draaiden zich naar me om, ik wou me omdraaien maar plotseling was ik door dooddoeners omsingeld.
SHIT! Ik was alsnog in de val getrapt. Ik wist dat ik als mens meer kans had tegen een grote groep mensen zoals deze dooddoeners dus veranderde ik terug naar mijn menselijke vorm. Boos keek ik rond, maar voor ik iets kon doen blies een krachtige vloek me tegen het krachtveld waar ik langzaam doorheen viel. Het was net of er een geest door je heen ging. De dooddoeners verzamelden zich rondom het krachtveld. Ik wist dat hij op weg was maar vertikte het op te geven.
Ik probeerde weg te poefen, bijna hetzelfde als verschijnselen alleen werkte het ook op Zweinstein gronden, maar geen succes. Ik verscheen weer aan de rand van het krachtveld. Ik kon er niet doorheen.
Er zat niets anders op dan vechten als hij kwam. Dus liep ik terug naar het midden van het krachtveld, ging in de kleermakerszit zitten met mijn ogen dicht en verzamelde mijn krachten.
Niet lang nadat ik was gaan zitten voelde ik hem aankomen, er ging een zachte trilling door de lucht, een misselijkheid overspoelde me en ik voelde de dooddoeners nerveus worden.
Een ijskoude stem die een rilling langs mijn rug liet lopen sprak: "Zo… eindelijk zien we elkaar weer. Al was ik in de waan dat de vorige keer de laatste was. Ik dacht dat ik je al vermoord had."
Ik opende mijn ogen maar keek hem niet aan: "Dat heb ik wel vaker, en om eerlijk te zijn dacht ik hetzelfde van jou."
Hij lachte, een kille, vreugdeloze lach: "Ach ja, wat zal ik zeggen: Survival of the fittest hè."
Ik lachte ook, het klonk totaal niet als mijn eigen lach en leek verdacht veel op zijn lach: "Waarom denk je dan dat je me nu wel kunt vermoorden?"
"Ha! Daar heb ik lang over nagedacht." Ik voelde hoe hij om me heen cirkelde maar bewoog geen spier, ik zou geen energie verspillen aan zijn nutteloze gewandel. "En ik heb een antwoord: macht." Even bleef hij stil, ik voelde hoe hij voor me neerhurkte: "Toen… Had jij de macht, nu heb ik het." Hij stond weer op en liep van me weg.
"Zestien jaar geleden was ik stom genoeg om geen maatregelen te nemen, maar nu ben ik voorbereid. Ik weet je zwaktes en sterktes, je vrienden en je… geliefde."
SHIT! Mijn hoofd schoot omhoog en ik keek recht in die dieprode ogen die ik haatte vanuit de grond van mijn hart, die me bijna alles wat ik lief had hadden afgenomen. Maar hij glimlachte alleen maar: "Dus mijn bron had gelijk, er is een romance tussen jou en Sneep."
Mijn hart ging als een razende te keer, ik had zin om hem naar zijn strot te vliegen. Maar ik was slimmer dan dat. Er zou een beter moment komen om hem aan te vallen, een waarbij ik hem zou vernietigen als ik kon… voorgoed.
Het verbaasde me dat hij geen occlumentie gebruikte of me aanviel of weer probeerde te doden. Misschien had hij me echt bestudeerd en wist hij veel, maar of hij alles wist? Dat betwijfelde ik.
Langzaam stond ik op, onze ogen hadden het contact nog niet verbroken. Ik zag een kleine flikkering van angst, dat gaf me hoop en ik voelde de energie die ik nog steeds verzamelde groeien.
Een dooddoedoener achter hem gaf hem een stok, mijn stok. Zonder zijn ogen van me af te halen liet hij hem tussen zijn vingers draaien: "Het ziet er naar uit dat je iets hebt laten vallen."
Ik grijnsde: "Als je me zo goed kent als je zegt dan zou je moeten weten dat ik hem helemaal niet nodig heb, maar hij is wel handig." En met een zwiepje van mij hand kwam de toverstok naar me toevliegen. Ik ving hem en stopte hem op zijn standaardplek achter mijn oor.
Voldemort leek even van slag, maar hergroepeerde en keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan: "Dat was… interessant."
Ik lachte: "Je wou zeggen dat je die niet had zien aankomen? Jeez."
Hij begon weer rondjes om me heen te lopen, ik hield zijn blik vast tot hij achter me langs liep. Toen plofte ik weer neer op de grond en begon zachtjes een lied te zingen dat ik een tijdje geleden gehoord had op de dreuzelradio:
"I
can't decide
Whether you should live or die
Oh, you'll probably
go to hell
Please don't hang your head and cry
No wonder why
My
heart feels dead inside Oh I
could throw you in the lake
It's cold and hard and petrified
Lock
the doors and close the blinds
We're going for a ride
Or feed you poisoned birthday cake
I
wont deny I ain't gonna miss you when you're gone
Oh I could
bury you alive
And kill me when I'm sleeping
That's why
I
can't decide
Whether you should live or die
Oh,
you'll probably go to hell
Please don't hang your head and cry
No
wonder why
My
heart feels dead inside
It's cold and hard and petrified
Lock
the doors and close the blinds
We're going for a ride"
Ik had de tekst iets bijgesteld zodat het bij mijn situatie paste en ik vond het eigenlijk wel goed klinken. En de vrolijke melodie vrolijkte me weer op. Daarbij was zingen ook een manier om mijn krachten weer op te laden.
Het verbaasde me dat Marty nog niet had ingegrepen, ik werd sterker met de seconde. De energie knetterde door mijn lijf. Met een grijns probeerde ik een interessante spreuk te bedenken die ik op hem kon gebruiken.
"Wat ben je aan het doen?" Het klonk woedend dus besloot ik hem nog even ietsje verder te duwen.
Ik haalde mijn schouders op: "Me vervelen?"
Een laag gesis kwam uit zijn mond en met een glimlach besefte ik dat hij eindelijk boos was, hier kon ik wat mee.
"Je vervelen? Je word omsingeld door dooddoeners en een schild dat jou weerhoud van wegkomen, niet te vergeten dat IK hier sta." Hij gebaarde wild en ik wist dat het niet lang meer zou duren, en daarbij had hij verraden waarom het schild hier stond.
Ik besloot hem nog iets meer te irriteren en fronste: "Jeez. Egocentrisch much?"
"Aaargh!" Hij greep zijn gewaad zo stevig vast dat zijn knokkels nog witter zagen dan ze normaal waren. Ik voelde hoe de dooddoeners om me heen onrustig werden en wist dat ik dichtbij zat.
"Godallemachtig man, wat is er mis met jou… behalve de slechte neusoperatie en de sterke behoefte aan een zonnebank." Grijnsde ik.
Er was een groene lichtflits die me rakelings miste maar een stukje van mij haar afschroeide. Marty draaide zich woedend naar een van zijn dooddoeners: "WAT HAD IK GEZEGD?! ZE IS VOOR MIJ!!!"
Hij leek te verschrompelen: "J-ja heer, h-h-et s-s-spijt m-me."
Volders gaf hem nog een laatste boze blik en draaide zich toen weer naar mij toe terwijl hij mompelde: "Ik reken later wel met hem af."
Beteuterd keek ik naar mijn haar, er was een flinke pluk van af die nu tussen het vertrappelde gras lag. Ik besloot dat het welletjes was geweest, ik moest stoppen voor ik straks kaal was.
Ik sloot mijn ogen en voelde hoe mijn lichaam terug veranderde naar het lenige lichaam van een zwarte panter. Langzaam opende ik mijn ogen en keek woedend naar Marty die lichtelijk onder de indruk leek. Een laag gegrom ontsnapte uit mijn keel en stap voor stap liep ik op een zo'n typische roofdiermanier naar Marty.
Hij richtte zijn toverstok op me een vuurde een lamstraal af die ik met het grootste gemak ontweek, ik zakte door mijn knieën en maakte me klaar voor een sprong. Marty had het door en probeerde weg te komen maar ik was al weg en had hem te pakken voor hij er erg in had. Terwijl de dooddoeners naar adem hapten rolden we door het gras.
Zijn hoge stem klonk hees in mijn getrainde panteroren: "CRUCIO! CRUCIO!" Maar het was nutteloos, zijn toverstok lag vijf meter van zijn hand.
Ik opende mijn mond om toe te slaan toen: "Laat me los! Chris!"
Sev werd door twee dooddoeners vastgehouden, een van de twee hield een toverstok tegen zijn keel. Ik was door stomheid geslagen: Wat deed hij hier? Hij had toch een bespreking?
"Hum-hum." Marty kuchte en met tegenzin stapte ik van hem af. "Dat is een brave meid. Zoals ik al eerder zei is het allemaal om macht, de juiste middelen hebben."
Ik liet mijn hoofd vallen. Hij had me verslagen, ik wou niet dat Severus iets zou overkomen. Langzaam veranderde ik weer terug in een mens, het leek alsof alle kracht uit me werd gezogen.
Volders richtte zijn stok op me: "Nu braaf zijn en niet tegenstribbelen."
Hij pakte mijn arm stevig en ik had het gevoel dat ik moest overgeven. Maar hij besteedde geen aandacht aan mij en voor ik het doorhad werd ik omgeven door een vacuüm gevoel, we waren aan het verschijnselen!
Met een plopje kwam ik neer op een rotsachtige grond, toen ik omhoog keek zag ik dat hij in een gevangeniscel verschijnseld was. Hij deed me een paar handboeien om die me vaag bekend voorkwamen. Pas toen het te laat was en hij net de laatste had dichtgeklikt besefte ik waar ik ze eerder had gezien: Dit was een van de weinige dingen die me vast kon houden. Maar voor ik boos op mezelf kon worden voor zo stom zijn begonnen de handboeien rood te gloeien en overviel een duf en moe gevoel me. Deze handboeien zogen letterlijk alle kracht uit me!
Marty begon te lachen: "Als ik had geweten dat het zo makkelijk was had ik dit al veel eerder gedaan. Vleeschhouwer kom hier."
Severus kwam binnenlopen: "Ja heer."
Wacht… Wat? Sev, Vleeschhouwer. Vleeschhouwer, Sev. Er was iets mis, en als die mist in mijn hoofd nou weg zou trekken zou ik vast en zeker weten wat het is.
Volders grijnsde: "Zeg eens gedag tegen je geliefde."
Er kwam een gemene grijns over Sev's gezicht, maar sinds wanneer had Sev grijns haar? Tot mijn afgrijzen zag ik langzaam hoe Severus in Vleeschhouwer veranderde en besefte mijn duffe hoofd dat ik was beetgenomen. Severus was veilig. Godzijdank.
Langzaam verdween alle kleur uit mijn zicht en werd steeds donkerder. Toen ik bijna verdronk in het zwart hoorde ik Volders nog net lachen: "De griet is uitgeschakeld, nu staat alleen die oude gek nog in de weg naar de jongen-die-niet-dood-wil." En terwijl de dooddoeners lachten zakte ik weg in een diepe staat van onbewustzijn, uitgeput.
"Hey trut, word wakker dan!" Iets hards raakte mijn hoofd, stuiterde weg en kwam een eindje verder op de vloer tot stilstand.
Langzaam en met veel moeite opende ik mijn ogen om ze meteen weer dicht te knijpen tegen het 'felle' licht dat er van de ene kaars aan de muur kwam. Een bries wind kwam de kerker binnen en blies langs mijn pols, mijn bedompte brein realiseerde zich iets: de handboeien waren af. Ik probeerde voorzichtig op te staan maar was nog te zwak en ik viel meteen weer om.
Een hatelijke lach kwam van de deuropening. Ik zag Bellatrix, mijn nicht, ze leunde tegen de deuropening, armen over elkaar en een grijns op haar gezicht.
Ik probeerde weer op te staan maar viel zodra ik op mijn knieën zat, tot het grote plezier van Bella die dubbel lag. Weer probeerde ik het, deze keer bleef ik staan. Hoe wankelig ook ik stond, op twee benen nu vooruit… Hoe moest je ook weer lopen?
Stapje voor stapje kwam ik vooruit, ik voelde hoe ik langzaam maar zeker de mist in mijn hoofd wegtrok. Maar daarbij kwam ook een gevoel van moeheid dat me overspoelde.
Voordat ik realiseerde wat er gebeurde blies Bella de kaars uit en liep op me af. Ik voelde hoe ze mijn rechter hand pakte en iets murmelde. Toen werd ik weer overvallen door zwakheid.
Op het moment dat ik bijkwam realiseerde ik me dat Bella op de grond lag, voordat ze door had wat ik deed griste ik haar toverstok en kroop op de tast naar de deur die ik achter me dichtgooide.
Met mijn rug tegen de deur en benen opgetrokken probeerde ik mezelf te kalmeren, het zou allemaal wel goed komen… hoopte ik.
Ineens hoorde ik een hoop geratel van achter een deur recht tegenover me. Ik was zwak maar besloot dat een aanval de beste verdediging was. Dus duwde ik mezelf af van de deur, ik voelde me niet duizelig of wat ook… raar. Maar daar was nu geen tijd voor.
Met de stok gereed schoof ik voorzichtig het slot los, het geratel stopte even en ging toen weer door. Terwijl de adrenaline door mijn lijf gierde pakte ik de klink vast, haalde nog een keer diep adem en trok de deur open.
SEV!!! Daar was hij! Mijn redder in nood! Mijn prins! Mijn-
"Bellatrix."
Geschrokken stapte ik achteruit: "W-wat? Sev waar heb je het over? Ik ben het!"
Dit moest een grap zijn… een erg slecht getimede grap, dat was het. Ik legde mijn handen over mijn gezicht en voelde twee ingevallen wangen (zo lang was ik toch niet knock-out geweest?) , wallen onder mijn ogen, en een neus die toch zeker niet van mij was. Ik pakte een lok van mijn haar en besefte met een schok dat het zwart en sluik was, niet donkerbruin met een slag… BELLATRIX!
Ik zou haar wat aan gaan doen, ik draaide me om en marcheerde naar de cel waar ik haar in opgesloten had. Ze was nog steeds beduusd, ik zou haar!
Met een hand greep ik haar keel en duwde haar tegen de kerkermuur: "Word wakker trut, word wakker! Dit kun je me niet maken!"
Toen hoorde ik Sev een spreuk roepen en werd tegen de muur geblazen… weer knock-out, het word bijna een rage :S
Volgens mij niet veel later werd ik weer wakker… op de meest afschuwelijke manier ooit.
"Bella, Bella! Word verdomme wakker!" Ik schrok wakker en viel bijna meteen weer flauw, Marty's hoofd zat op nog geen tien centimeter boven het mijne. Ik kroop achteruit tot mijn rug tegen de muur aan zat.
Marty keek me woedend aan: "Geen tijd voor geouwehoer Bella, waar is Zwarts?"
Bella, ik? Zwarts weg? Nee toch: ik hier, Bella weg. Toen herinnerde ik het me weer: Ik was Bella… dan kon ik er maar net zo goed gebruik van maken.
"Z-ze is uitgebroken, ze is er vandoor gegaan."
Volders zag eruit alsof hij buitenzinnen zou raken: "UITGEBROKEN??? UITGEBROKEN??? Jij moest op haar letten!!! Hoe kun je nou een bewusteloos persoon uit laten breken, en daarbij had ze de handboeien om."
Hoe kreeg ik mezelf hier uit? Ik moest met hem mee om mijn eigen lichaam terug te krijgen… SEV!: "SNEEP! Hij was hier, hij sloeg me bewusteloos… denk ik."
"Ik had haar ook moeten vermoorden toen ik de kans had." Hij beende pissig de cel uit.
"Heer! Wacht! Laat me helpen! Ik doe alles om het goed te maken." Kom op… zeg ja… ik wil mijn lichaam terug!
Even keek hij bedachtzaam, toen knikte hij: "Goed dan, maar je loopt niet in de weg."
Ik knikte en liep snel achter hem aan. Onderweg zag ik twee toverstokken in een halfopenstaande la liggen, hoe minder stokken hun hadden hoe beter. Geluidloos griste ik ze mee, samen met Bella's stok die nog op de grond lag.
Waakzaam keek ik toe hoe hij met zijn toverstok de stenen van onderin telde, 7 precies. Toen murmelde hij iets wat ik maar net kon verstaan: "Ik wil een deur."
Met een sissend geluid verscheen een houten deur in de muur. Marty stapte naar binnen en ik volgde hem snel. Eerst was het pikkedonker maar zodra de deur dicht ging scheen er ineens een fel licht en besefte ik dat ik in een lift stond… alleen waren alle zijmuren én het plafond bedekt met knopjes. Volders leek niet eens lichtelijk onder de indruk en drukte op een knopje waar onder stond hoofdkwartier.
Ik kon het niet helpen, maar de adrenaline pompte weer door mijn bloed. Ik ging het hoofdkwartier van de vijand zien. Plots begon de lift te bewegen, zijwaarts en omlaag. Toen stond het stil. Ik hoorde een klik en weer het sissende geluid. Een van de muren van de lift veranderde in een houten deur die Volders opengooide en ik volgde hem de zacht verlichte ruimte in.
Domper! Het hoofdkwartier van de dooddoeners bleek een grot te zijn met een paar stoelen, een bureau met kaarten erachter en een bank… BELLA! Daar op de bank lag ze, te pronken met mijn lichaam terwijl Sev en Yasmin haar beschermden… Sev was hier overduidelijk om mij te beschermen… hij moest eens weten. Maar wat deed Yas hier? Ik had niet lang om na te denken want Marty blies haar met een zwiepje van zijn stok tegen de muur.
Ik wou haar helpen maar had op dit moment geen kans. Ik moest wachten, kracht verzamelen… voor even nog.
Volders verloor het blijkbaar, hij wees met zijn stok op Sev's hart! Hij ging hem vermoorden!!!
Ik moest hem redden… maar hoe? HAH! Op een zelfverzekerde Bella-manier leunde ik tegen de muur en liet haar toverstok tussen mijn vingers draaien: "Heer, als ik u was zou ik maar voorzichtig zijn. Straks vermoord u hem nog."
Dit leek hem iets te kalmeren en hij kreeg zijn gewone sarcastische grijns terug: "En dat zouden we niet willen… Nog niet tenminste."
Ik zag dat Bella realiseerde dat Volders dacht dat ik haar was, de schrik in haar ogen liet me van binnen grijnzen: "Wat?!" Vroeg ze geïrriteerd "Heb ik wat van je aan? Ik mag toch hopen van niet." Nu nog even een hysterische lach. Ik was gooooeeeed!
Volders bond Sev tegen de muur: "Wacht jij maar even, verrader. Eerst je vuile 'uitverkoren' vriendinnetje." Hey! Ik was alleen maar vies omdat hij me in die gore cel had gegooid en iedereen me alsmaar bewusteloos liet raken!
Hij richtte zijn stok op Bella… HEY! HIJ GING MIJN LICHAAM VERMOORDEN, HELL NO!
Ik stond op het punt om in te grijpen toen Bella op haar knieën viel (fijn, maak me nog vuiler) en begon te smeken: "Heer, heer alstublieft: Ik ben het, uw trouwste volgeling."
Zucht… daar ging mijn reputatie.
Volders keek haar of ze een kakkerlak was en zei spottend: "Tuurlijk, en wie zou je dan moeten zijn? Zo veel mensen noemen zich mijn trouwste volgeling vandaag de dag, ik verlies nog al eens het zicht op de zaak."
Bella kroop naar hem toe en pakte de zoom van zijn gewaad: "Ik ben het heer, Bellatrix."
Hij lachte spottend: "Ja hoor, en wie is die vrouw achter me dan? De paashaas in vermomming?" Ha! Volders had een gevoel voor humor, nouja het was niet grappig maar iedereen moet ergens beginnen toch?
"Nee, nee, heer u moet me geloven. Ik ben het… ik…" Bella begon te huilen… Daar ging mijn make-up, of wat er nog van over was.
Volders schopte haar in mijn gezicht… Net alsof mijn lichaam niet al genoeg te voorduren had. Ze krulde op en sloeg haar handen voor mijn gezicht.
Nu was het genoeg, ik wou mijn lichaam terug voor het rijp was voor de schroot dus drukte ik me af van de muur: "Weetje, eigenlijk heeft mijn lieve nichtje hier… voor één keer in haar leven… gelijk, Marty."
Hij bevroor, letterlijk. Grijns op zijn gezicht geplakt en voet nog in de lucht. Het was best komisch.
Nu nog eventjes Bella door het slijk halen, ik lachte: "Dacht je nou echt dat mijn schat van een nicht: Bella echt geschrokken zou zijn als jou gezicht millimeters boven het hare had gehangen? Ze had je waarschijnlijk vol op de bek gepakt." Ik zuchtte: "Marty, Marty, Marty toch, hoe wil je ooit de toverwereld regeren als je niet eens je hulpjes van je vijanden kunt onderscheiden?"
Ik kon hier wel aan gewend raken… dit was leuk… of niet. Volders was weer bijgekomen en probeerde me te vervloeken. Ik was sneller en versteende hem.
Bella wou hem helpen maar ik hield haar tegen, ze mocht hem proberen te helpen. Maar wel in haar eigen lichaam. "HEB HET LEF EENS. Jij mag je Marty helpen zodra je me weer veranderd in mezelf."
Met tegenzin gaf ze toe. Ik beende naar Sev toe, aardig boos dat hij Bella voor mij had aangezien. Drukte mijn toverstok in zijn hand en siste: "Heb het lef eens me nog eens tegen de muur te gooien en ik vertel de hele school over je schattige superman pyjama." Ik zag in zijn ogen dat hij het nu pas begreep… ARGH! Maar ik had er geen tijd voor, eerst mijn lichaam terug.
Zonder dat Bella het merkte stopte ik de twee toverstokken die ik had gevonden in haar achterzak, toen pakte haar rechterhand en gebaarde dat ze moest murmelen.
Dat deed ze en ik viel wéér flauw. Toen ik bijkwam beende ik naar Sev en sloeg hem met mijn vlakke hand in zijn gezicht. Die had hij verdient! Ik siste nog snel "En dat is nog niet alles, maar nu is niet het moment." Voor ik de toverstok terugpakte en Bella tegen de muur bond.
Daarna liep ik naar Volders, pakte zijn toverstok uit zijn hand en ook die van Yas en de mij die hij in zijn zak had. Toen probeerde ik Yas wakker te maken… Was ik even mooi vergeten dat ik met 's werelds grootste slaapkop te maken had. De enige manier om haar wakker te krijgen was Depp erbij halen.
Hierna begonnen zij en Bella ruzie te maken over wie lekkerder was Depp of Orly… Natuurlijk was dat Depp. Oh god, ik word net zo erg als hun.
God zij dank werd Volders bijna wakker waardoor iedereen weer gefocust werd. Bella die op de een of andere manier haar toverstok weer terug had begon ons aan te vallen vanuit haar plekje aan de muur en Volders werd langzaam wakker. Ik gaf mijn staf aan Yas omdat zij er meer aan had. Maar eigenlijk was ik het wel zat. Dus grijnsde ik: "Kom laten we maar hier weer weg gaan. Dan kan Marty verder met zijn leger flubberwurmen."
Volders hoofd dat al ontdooit was werd lichtroze: "Ik heb tenminste niet de hele tijd van die dreuzels en modderbloedjes om me heen hangen."
Ik snoof: "Liever dreuzels dan die flubberwurmen van jou!"
Marty werd donkerroze, ik werd hier goed in! Maar zoals ik al had gezegd was ik het zat, ik was moe, vies en beurs. Dus besloot ik er een snel eind aan te maken: Ik richtte mijn handen op Marty, haalde een bal elektriciteit uit de lucht en gooide hem naar hem en Bella die achteruit tegen de muur belanden en ko op de vloer zakten.
Ik deed een high-five met Yas: "Ka-ching…" Sev staarde voor zich uit dus zwaaide ik met mijn hand voor zijn gezicht: "Sev? Gaat het?"
Hij knipperde even verward maar toen zei hij uitdagend: "Ja hoor, het gaat wel. Ik was eventjes onder de indruk, mag dat niet?"
Grijnzend antwoordde ik: "Als je onder de indruk bent van mij mag het altijd."
Mijn gevoel zei me dat Yasmin me achter mijn rug belachelijk maakte maar dat deed me absoluut niets. Ik was blij dat ze er waren, dus sloeg ik om allebei een arm en vroeg: "Hebben jullie enig idee hoe we hier uitkomen?"
Ze schudden beiden hun hoofd. Ik grijnsde: "En wat zijn we toch blij dat ik er ben. Marty heeft me laten zien hoe het werkte. Nouja, hij dacht dat hij het Bella liet zien. Toverstok aub." Ik stak mijn hand naar Yasmin die me mijn stok gaf. Ik telde de zevende steen van onderen en zei: "Ik wil een deur."
Wat had ik voor gek gestaan als het was mislukt, maar gelukkig klonk er een gesis en de houten deur verscheen al snel. Trok hem open en liep naar binnen, de andere twee vlak achter me. Ik sloot de deur met een zwiepje van mijn stok en het licht ging aan.
Ik zag Sev verward kijken, maar Yas wreef in haar handen en kreeg een schittering in haar ogen die ik maar al te goed kende. Maar ik waarschuwde haar en ze bleef van de knopjes af. Ik had de muur met knopjes nog niet helemaal goed bekeken, maar nu zag ik dat deze lift je overal ter wereld heen kon brengen: Taj Mahal zag ik ergens waar net de deur had gezeten, het witte huis stond naast de Chinese muur en ga zo maar door. Maar ook stonden er plekken dichter bij huis, maar ook gevaarlijker als Voldemort daar binnenkwam: Wegisweg, Goudgrijp en Zweinstein waren enkelen die ik zag.
Opeens leunde Sev over me heen en drukte op een knopje net iets boven mijn hoofd. Ik draaide me om om het te lezen… Oh SHIT! Niagara Watervallen! OMGOMGOMG! Dit kon niet goed zijn! Toen we stil stonden deed ik voorzichtig de deur open om hem meteen weer diht te slaan: Dit WAS niet goed! Met een hoge stem vroeg ik hem: "Sev, wat heb je gedaan?"
Hij grijnsde: "We zijn op Zweinstein." Awww… wat een schat, hoe kan je daar nou boos op wezen… Oh ja, HIJ DUMPT ONS BOVEN DE NIAGARA WATERVALLEN… maar toch issie schattig.
Ik schudde mijn hoofd en wees op het knopje: "Lees nog eens, waar gaat dit heen?"
Hij wees op de text boven het knopje: "Zweinstein." Awwww… hij is zo lief alsie onwetend is.
Kreunend zei ik: "Nee Sev, nee. Je moet lezen wat er ONDER staat, niet wat er BOVEN staat."
Voor een tijdlang staarde hij naar het bordje, toen zakte hij op zijn knieën. Hij schudde zachtjes zijn hoofd of hij het niet geloofde dus gebaarde ik dat hij maar moest kijken.
Hij opende de deur, stom genoeg keek Yas over zijn schouder mee, ik probeerde haar tegen te houden maar het kwaad was al geschied. Ze had ontzettende last van hoogtevrees, we moesten altijd tientallen voorzorgsmaatregelen nemen voordat ze met ons mee naar boven wou om zwerkbal te kijken. En dat was 10/20 meter, dit was 1000 meter.
Ze begon te hyperventileren. "We gaan dood, we gaan dood, oh god, ik ga dood… in een lift… met hun twee!"
"Hey!" zeiden Sev en ik tegelijk.
Ze keek ons verontschuldigend aan: "Sorry, maar ik kan hier echt niet tegen… 't is de hoogte."
Ik knikte en legde een arm over haar schouder: "Ik weet het, maar je gaat hier niet dood, in een lift… met ons." Bij dat laatste kon ik niet helpen dan lichtelijk beledigd te klinken en Yas lachte: "Als jij het zegt."
"Zo is het maar net." Knikte ik. En toen zag ik hem: "Gevonden!" En ik drukte op het knopje achter Yas waar ONDER stond: "Main hall."
Toen de lift weer stil stond opende ik voorzichtig de deur… Er was een gevecht! Een echt gevecht!!! Eindelijk! Een fcking gevecht!
Ik keek opzij naar Yas en zag dat zij er net zo veel zin in had. Ik begon af te tellen: "Drie… twee… een…" Toen stormden we allebei de lift uit, onder luid geschreeuw.
En dat was het!!! Als jullie allemaal snel reviewen kan ik snel weer updaten ;) Oh! En het eind van het volgende hoofdstuk zal iets zijn wat niemand verwacht… als iemand het raad… euhm…. Krijg je een prijs (in overleg) #yeah right net alsof iemand het raad XD#
Ps. OMGOMGOMG!!! Ik zit al op 25 hst!!! dat is een kwart van een honderd ftw!!!
