(BTK 2) H 25 Heer Griffoendor 1.
David begreep dat hij opnieuw een les had gekregen in het heer zijn van een heerschap. En opnieuw was zijn bewondering in Heer Potter met heel wat punten gestegen, net als zijn dochter. Hij kon zelfs niet ontkennen dat ook de anderen waren gestegen in zijn bewondering. En dan kon hij de straf die hij van Heer Potter had ontvangen voor zijn ongeloof alleen maar gelaten ondergaan. Het was ook meer een straf die hij van zijn vrouw had gekregen. En een maaltijd geven aan alle mensen die tot de Familie van Harry behoorden was een zegen voor hem. Het waren de beste vrienden die hij maar kon krijgen. Opnieuw liet hij zijn blik door het kantoor van Poppy gaan. Daphne zat met haar vrienden in een hoekje van het kantoor. Zijn trots gloeide alleen maar meer als hij hen zo zag zitten.
David die duidelijk kon horen dat Ginny nu haar verhaal aan haar broers vertelde. Zag hoe de tweeling steeds dichter bij hun zuster gingen hangen. Het ongeloof was van hun gezichten te lezen, maar ook de kwaadheid en de bewondering.
Na het verhaal van Ginny vroeg de tweeling heer Potter om vergeving vroegen. En hij zag ook meteen hoe makkelijk Harry dat weg wuifde. Als zijn vrouw geen straf voor hem had verzonnen had Harry het zelfde bij hem gedaan. Terwijl Ginny en haar broers het kantoortje en de ziekenzaal verlieten keek iedereen naar het groepje vrienden.
De politieke macht die er in dat groepje zat was groot. Groter dan dat ze zelf ooit hadden kunnen verkrijgen. Het was ook overduidelijk dat Harry Potter de lijder was van het groepje. Niet omdat hij de baas speelde, nee integendeel. Het was meer dat hij het voor touw nam in alles wat zij deden. Hij stelde zich het meest kwetsbaar op. En zorgde er ook altijd voor dat zijn vrienden uit de wind stonden. En toch waren het die vrienden die gezamenlijk met hem de beslissingen nam. Net als nu met Ginny Wemel. Ze waren een in hun daden. Iets wat alleen maar voor iets goed zou kunnen zorgen.
Nee, het lot van Ginny werd op een waardige manier door Harry en zijn vrienden besloten. Harry nam haar tot zijn familie als slaaf. Maar slaaf Ginny zou alles zijn behalve een slaaf in hun ogen. Ze was het wel op papier. Maar in werkelijkheid zou ze een gelijk waardig lid zijn van de familie. Toch ook nu weer was dat een beslissing van alle Huizen samen, en Harry die het deed. Nee, iedereen was trots, als ze het groepje zo bezig zagen.
*#*
Langzaam gingen de laatste weken voorbij. Nu dat alles weer normaal was geworden in het kasteel. Kon iedereen zich weer op hun examens gaan richten. Deze werden afgenomen in een aparte klas of in de grote zaal. Op de dag dat de eerste examens plaatsvonden kreeg Harry een grote verassing.
Niets vermoedend liep hij de grote zaal binnen voor het eten. Hij wierp even zijn blik over de tafel van Griffoendor op zoek naar de plaats waar zijn vrienden zaten. Hij voelde een stoot in zijn maag en viel languit achter over.
"Harry, Harry gaat het" vroeg een bekent stemmetje. Even moest Harry met zijn ogen knipperen en toen zag hij het.
"Hee Aristona wat doe jij hier op school". Vroeg hij toen Aristona op zijn buik was gaan zitten.
Katja en Angelique die net voorbij kwamen lopen, giechelden bij het gezicht van Harry zo als hij daar nu lag. Vooral de manier waarop Aristona op zijn buik zat met haar handen leunend op zijn borstkas.
"Harry ik heb stiekem alles geleerd uit de boeken van Daphne van vorig jaar. En nu neem ik ook de theorie examens van het eerste jaar. Als het lukt kan ik in de vakantie als ik elf ben mijn praktijk doen, en volgend jaar in het tweede jaar beginnen". Harry keek met bewondering naar Aristona en vroeg wie haar alle spreuken had geleerd. Even keek ze verlegen en vertelde toen.
"Van Tante Mini mocht ik samen met Tops in het potter kasteel oefenen omdat ze me daar niet konden zien". Harry lachte en vond het geweldig.
"En mama en Papa hebben me geholpen met alle testen die ik moest maken. Van Arabella heb ik alle toverdranken geleerd die jullie ook al geleerd hebben. En ik ben al aan het leren voor het tweede jaar. Arabella heeft me zelfs kruide kunde geleerd". Aristona ratelde vol trots over alles wat ze gedaan had. Ze was dol gelukkig. En van uit het niets veranderde haar gezicht ineens in een die helemaal doordrenkt was van intens verdriet.
Harry kon het niet helpen en trok haar tegen zich aan. Ze begroef haar hoofd in zijn schouder en begon langzaam te huilen. Harry die nog steeds met zijn rug op de grond van de grote zaal lag, kon niets anders doen dan Aristona troosten. Daphne en Bella die achter Harry hadden gelopen hadden het allemaal zien gebeuren. Daphne zag hoe het gezicht van haar zusje in eens was veranderd. Ze pakte Bella bij haar hand in de hoop dat zij iets konden doen. Want Merlijn mag het weten wat er aan de hand was, Daphne wist het in ieder geval niet. Bella kon zich maar een ding bedenken. Met moeite beurde ze samen mat Daphne Harry van de grond. Harry tilde vervolgens Aristona op en liep de grote zaal weer uit. Met zijn drieën en Aristona in de armen van Harry liepen ze richting het lokaal van Minerva.
Minerva zat achter haar bureau toen Harry met Aristona naar binnen kwam. Hij werd op de voet gevolgd door Daphne en Bella. Zonder ook maar een woord ging hij op een stoel zitten met Aristona op schoot. Minerva zag meteen dat Aristona aan het huilen was en toverde een glas water naast Harry. Bella en Daphne gingen naast Harry zitten en wachtte net als Harry rustig af. Het duurde nog bijna tien minuten voordat Aristona weer een beetje was bijgekomen. Met wat slokken water was ze weer helemaal rustig.
"Oke, Aristona, Vertel me nou eens waarom je zo moest huilen" vroeg Harry haar vriendelijk.
Bij die woorden begon Aristona bijna weer te huilen. Maar het koste haar veel moeite om het niet te doen.
"Toen jij met kerst in het ziekenhuis kwam dacht ik dat ik jou kwijt was. Ik had eindelijk een broertje en toen gebeurde dat met jou. Ineens was je weg en we wisten niet waar je was. Tante Minerva had ook overal pijn en iedereen vertelde dat jij geslagen werd en dat we dat aan tante Minerva konden zien. Van uit het niets was daar die huis elf en werd Bella en Daphne ook mee genomen. Dat was vlak voor dat wij ook allemaal naar het ziekenhuis werden gebracht.
Niemand wilde mij wat vertellen. En iedere keer als ik met Mama bij jou ging kijken lag jij alleen maar te slapen. Altijd had jij een gezicht van pijn, en iedere keer als we weer weg gingen lag jij nog te slapen". Aristona snifte en droogde haar tranen, om ze vervolgens weer te laten lopen. En ging weer verder met haar verhaal.
"Toen moesten Daphne en Bella bij jou weg, er kwam toen wel een andere vrouw bij jou zitten ze hete Bellatrix. Maar ik mocht toen niet meer zo vaak bij jou zijn. Bellatrix was aardig maar ik wilde jou ook helpen. En ineens was je weer weg". Weer wreef Aristona een paar tranen weg.
"Ik hoorde van Mama dat jij weer op school was. Maar ik heb ook gehoord hoe iedereen tegen jou doet. En ook dat Daphne en Hermelien waren versteend. En ik hoorde hoe verdrietig jij daar over was. Toen hoorde ik dat jij weer de school aan het redden was. Weer van die Voldermort".
Dat Aristona de naam van Voldermort in een keer zo uit sprak was bewonderend. Veel volwassen tovenaars konden dat niet eens. Maar Aristona was nog niet klaar en ging weer verder.
"Ik was bang dat ik jou zou verliezen Harry. Jij bent mijn broertje en ik hou van jou. Ik wil jou niet kwijt Harry". Na die laatste woorden begon Aristona op nieuw te huilen. Harry die het nu begreep begon haar gerust te stellen. Ze hield van hem en dat wist hij. Hij had er nu ook een zusje bij, en daar zou hij alles voor doen. Over de schouder zag hij hoe Daphne en Bella ook allebei een paar traantjes aan het weg wrijven waren. Zelfs zijn oma had het er moeilijk mee.
*#*
De rest van de week was het blokken, blokken en blokken. Geen van allen wilde nog zakken voor hun examens. Zelfs Aristona bleef op school om mee te blokken. En iedere avond werd ze naar de openhaard bij Minerva gebracht door haar zusje en haar nieuwe grote broer. Zo werd ze ook weer iedere ochtend opgehaald door hen beide. Alles verliep langzaam en rustig. Nu hadden ze nog twee weken om alles te gaan inhalen wat ze gemist hadden en was het weer klaar maken om naar huis te gaan. Die ochtend was Aristona er niet meer ze had haar examens gemaakt en was bijna klaar voor het volgende jaar. Nog een paar praktijk examens in het ministerie en Aristona kon aan haar tweede jaar beginnen.
Hedwig de uil van Harry kwam laag vliegend over de tafels heen. Vlak voor Harry hield Hedwig stil en stak haar pootje naar hem uit. Harry zag meteen dat het een brief was van Het ministerie. Even keek hij naar de oppertafel en zag daar ook twee uilen lande. Het waren ook nu weer twee uilen van het ministerie. Wat of het betekende wist Harry niet maar hij kreeg er een raar gevoel bij. Met een blik naar Bella en Daphne stond hij op. Hij gaf met zijn hoofd aan dat ze naar buiten gingen om daar na de brieven te kijken. Zowel Daphne en Bella pakte de handen van hun vrienden en namen hen ook mee.
Harry rende bijna naar buiten gevolgd door zijn vrienden. Bij een groep grote rotsen hield hij stil en ging op de grond zitten. Zijn blik was even op het meer gericht dat bij Zweinstein was, en ook even op zijn vrienden.
"Ik heb deze brief net gekregen. Aan de zegel kunnen jullie zien dat het van het ministerie is. Ik denk dat jou tante het me heeft gestuurd Suzanne. Ik zag ook dat Professor Perkamentus er twee heeft gehad, en dat kan nooit goed zijn". Vertelde hij aan zijn vrienden. Harry wachtte niet op antwoord en opende de envelop. Binnen in de envelop zaten dertien briefen. Harry bekeek de namen en deelde ze uit. Er was er een voor de hele groep. En de overige twaalf werden verdeeld onder Bonkel, Goedleers, Lubbermans en Potter. Iedereen kregen er twee en Harry had er zes.
Bella had de brief die aan iedereen was gericht en vroeg of ze hem voor moest lezen. Haar vrienden knikte allemaal en Bella begon.
Aan de vrienden van huis Potter.
Harry, Bella en Daphne.
Marcel, Hermelien en Suzanne.
Ik moet jullie waarschuwen voor het volgende.
Er zijn nu drie briefen onderweg naar hoofd meester Perkamentus.
Twee daarvan hebben jullie ook ontvangen.
Ik neem aan dat hoofd meester Perkamentus er ook een van Droebel zal krijgen.
En dat is de brief waar ik me het meeste zorgen overmaak.
Maar ik loop wat te hard van stapel.
Zoals jullie weten willen wij een proces tegen hoofd meester Perkamentus gaan voeren.
Het genen wat er met Harry vroeger gebeurd is al erg genoeg.
Daarvoor zal hij ook het boetekleed moeten aan trekken.
En nu komt het.
Minister Droebel heeft nu een rechtszaak tegen ons aan gespannen.
Hij vind dat onze huizen en vooral jouw huizen Harry, hem in diskrediet hebben gebracht.
Met die reden heeft hij ook een zaak tegen jullie aan gespannen.
Deze zaak zal voor die van hem gaan gebeuren.
Jullie weten wel, de zaak die gaat over het fijt dat hij onze huizen heeft beledigt.
Mocht hij in staat zijn, zijn zaak als eerste te winnen dan gaat onze zaak niet meer door.
En waarschijnlijk kunnen wij dan ook de zaak tegen hoofd meester Perkamentus vergeten.
En als klap op de vuurpijl wil hij dat wij Harry in bewaring stellen tot aan het proces.
Ik zal er alles aan doen omdat te voorkomen.
En hoop ook echt dat het me gaat lukken.
Mocht dat niet lukken dan zal Harry naar Azkaban moeten.
Dus nu vraag ik jullie bescherm Harry.
Maar vooral bescherm ook jezelf.
Albus Perkamentus zal gaan proberen om jullie uit jullie tenten te lokken.
Minerva kan maar zoveel voor jullie doen dus blijf op jullie hoeden.
Ik hou van jullie allemaal.
Maar kijk uit
Amalia Bonkel.
Bella vouwde de brief weer dicht en keek haar vrienden aan. Ze wist even niet meer wat ze moest zeggen en keek verdrietig naar Harry. Ze wist niet meer wat ze moest doen. In de brief stond letterlijk dat Droebel een arrestatie uit had staan voor Harry. Daphne die aan de andere kant van Bella zat keek op de zelfde manier naar Harry. Ze wist dat hun ouders er alles aan zouden gaan doen. Maar de angst bekroop haar wel.
Harry echter leek zich niet zo druk te maken. Hij keek ze vrienden gewoon aan en lachte flauwtjes.
"Eerst maar eens kijken wat de anderen brieven zeggen en dan gaan we naar de bibliotheek. Droebel heeft ons toen niet kunnen pakken en dat zal hij nu ook niet doen. Zowel dan daag ik hem uit voor een duel".
Allemaal keken ze naar Harry toen hij die dingen zei. Ze waren het er dan ook helemaal mee eens. Iedereen zag ook meteen dat ze allemaal de zelfde twee briefen hadden. En Harry had ze voor Potter/ Prosper en Griffoendor. Dus het was nu aan Daphne en Suzanne om er een voor te lezen. Ze besloten om de briefen van Griffoendor voor te lezen. Ze dachten dat het wel zou passen nu ze op Zweinstein waren. Daar was ook iedereen het roerend mee eens. Suzanne ging als eerste.
Geachte heer Griffoendor.
Namens Minister Droebel en hoofd van de Wikenweegschaar Albus Perkamentus.
Delen wij u bij deze meden dat u binnen kort verwacht zult worden op het ministerie van toverkunst.
De rede daarvoor is als volgt.
U bent aangeklaagd voor het in diskrediet brengen van de minister van toverkunst,
En voor het in diskrediet brengen van het hoofd van de Wikenweegschaar. Albus Perkamentus.
U bent samen aangeklaagd met de volgen personen.
Daphne Goedleers, erfgenamen van het aloude en nobele huis Goedleers.
Suzanne Bonkel, erfgenamen van het aloude en nobele huis Bonkel.
Marcel Lubbermans, erfgenamen van het aloude en nobele huis Lubbermans.
Harry Potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Potter.
Harry Potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Prosper.
Minerva Anderling/Potter, van het aloude en nobele huis Anderling.
En uw zelf.
Harry potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Griffoendor.
Mocht u schuldig worden bevonden.
Is er voor u een boete van 100.000,00 galjoen die terplekken moet worden voldaan.
Deze boete telt voor Potter/ Prosper en Griffoendor afzonderlijk.
Dat zal dus 300.000,00 galjoen zijn
Was getekend Minister van toverkunst
Cornelius Droebel en
Hoofd Wikenweegschaar.
Albus Perkamentus.
Suzanne zuchtte en keek gauw naar haar eigen brief.
"Hee dat is raar, Als ik verlies hoef ik maar 1.000,00 galjoen als boete te betalen" riep ze uit. Alle anderen keken ook meteen naar hun briefen. En ieder moest alleen maar 1.000,00 galjoen betalen bij verlies. Echter Harry moest bij al zijn huizen 100.000,00 galjoen betalen. Hier bleek natuurlijk meteen uit dat Minister Droebel het Harry het meeste kwalijk nam. Even wilde Harry zich terug trekken in zijn gedachten. Was het niet dat Hermelien meteen ingreep.
"Harry ik denk dat dit juist het beste is dat kan gebeuren" vertelde ze. Iedereen keek haar even niet begrijpend aan. Suzanne vroeg of ze het meteen wilde uitleggen.
"Dat kan ik nog niet maar wel als ik wat onderzoek heb gedaan". Met die laatste woorden stond Hermelien op en liep richting het kasteel. Geen van de vrienden hoefde nog te vragen waar ze heen ging. Dat antwoord wisten ze allang.
"Ik zal de brief wel in de bibliotheek voor lezen" vertelde Daphne aan de rest en begon Hermelien richting het kasteel te volgen.
*#*
Toen ze met zijn allen rond de tafel in de bibliotheek zaten opende Daphne de tweede brief van heer Griffoendor.
Geachte heer Griffoendor.
Hierbij deel ik u mede dat de rechtszaak tegen Minister Droebel.
Plaats zal vinden na het proces dat minister Droebel tegen u zal houden.
Deze zal op een latere datum zijn.
Mocht u die zaak verliezen dan zal deze zaak vervallen.
Als dat niet het geval is dan is het ministerie u een vergoeding van 100,00 galjoenen verschuldigd. Mits Droebel deze zaak verliest.
U zult de zaak tegelijk voeren met de volgen de huizen.
Daphne Goedleers, erfgenamen van het aloude en nobele huis Goedleers.
Suzanne Bonkel, erfgenamen van het aloude en nobele huis Bonkel.
Marcel Lubbermans, erfgenamen van het aloude en nobele huis Lubbermans.
Harry Potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Potter.
Harry Potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Prosper.
Minerva Anderling/Potter, van het aloude en nobele huis Anderling.
En uw zelf.
Harry potter, erfgenamen van het aloude en nobele huis Griffoendor.
Was getekend minister van toverkunst.
Cornelius Droebel.
Opnieuw keek iedereen naar hun eigen briefen. Deze keer was het Daphne Goedleers die tekeer ging.
"Het is echt niet eerlijk hoor Harry. Als ik de zaak win, dan krijg ik een vergoeding van 1.000,00 galjoen". De anderen keken ook meteen naar hun bedrag en zagen allemaal het zelfde. En opnieuw waren het de huizen van Harry die werden benadeeld.
Gezamenlijk met zijn vrienden, verslonden ze elk boek dat Hermelien op de tafel legde. Ze vertelde daarbij dat ze alle zaken die tegen het ministerie waren gevoerd moesten na kijken. Ze hoopte hiermee dat ze zaken konden vinden die gewonnen waren. Het viel wel op dat alle zaken onder het bewind van Cornelius Droebel en Albus Perkamentus altijd in het voordeel van het ministerie was geweest. Dit deed de vermoede doen rijzen dat Cornelius Droebel en Albus Perkamentus alle zaken tegen hen zelf enigszins gemanipuleerd hadden. De kosten en vergoedingen voor de verschillende huizen, waren daar een goed voorbeeld van. En dat was iets dat de meeste niet konden ontkennen.
Van uit een boeken kast aan het einde van de bibliotheek, kwam haast onthoofde Henk naar hen toe gezweefd. Halve wegen de tafel keek hij naar Harry.
"Jonge heer Griffoendor. Ik heb een bericht voor u dat u naar de dame moet gaan. Ze verwacht u in het kantoor van professor Anderling". Harry keek met vragende ogen naar Haast onthoofde Henk. Even moest hij na denken over wie de dame kon zijn. Eigenlijk had hij maar twee keer eerder gehoord over de dame. De eerste keer was in het kantoor van Bogrod. Daar had hij eigenlijk nooit meer bij na gedacht. De tweede keer was in de ziekenzaal. Toen was er een lichtschijnsel door hem heen gegaan. Dat licht had hij zonder er echt bij na te denken dame genoemd. Zo ver als hij zich kon herinneren had hij haar zelfs bedankt, maar nooit echt gezien.
"Kan ik vertellen dat heer Griffoendor er aan komt" vroeg haast onthoofde Henk hem. Harry keek naar Bella en Daphne. Vervolgens keek hij naar zijn andere vrienden. Om daarna weer meteen naar Henk te kijken.
"Vertel de dame dat Heer Griffoendor en zijn vrienden het een eer zullen vinden om haar te ontmoeten. Vertel haar dat we onderweg zijn".
"Heer Hendrik zal het aan de dame door geven". Met zijn laatste woorden zweefde heer Hendrik weer via de boekenkast de bibliotheek uit. Even stond Harry beduusd rond te kijken.
"Waar denk je aan" hoorde hij Bella zeggen.
"Bella denk jij dat de dame Oma is". Bella keek bedenkelijk naar hem op.
"Waarom die gedachten, en Waarom Tante Mini". Was haar tegen vraag.
"Omdat ze ons daar wild ontmoeten. En Henk is de geest van Griffoendor. En oma is het hoofd van ons huis".
Het waren stuk voor stuk goede argumenten waarom Harry gelijk zou kunnen hebben. Hoewel hij het zichzelf ook niet geloofde toen hij ze uitsprak. Bella Pakte hem bij zijn arm en trok hem mee de bibliotheek uit.
"Kom op Harry er is maar een manier hoe wij daar achter kunnen komen. En dat doen we niet door hier te blijven staan".
Harry wist dat Bella gelijk had en volgde haar dan ook gewillig. Geen van zijn vrienden hadden iets gezegd en volgde geluidloos. Voor het eerst viel het Harry op hoe of ze dat deden.
Samen met Bella liep hij voorop. Rechts ven hem liep Daphne. Achter Bella liep Hermelien met achter hem Marcel. Suzanne liep altijd achter Daphne. En ook al liepen ze altijd zo, het was nu pas voor het eerst dat Harry het begreep.
Nu pas zag hij hoe sterk zijn groep met vrienden was, en nu begreep hij ook waarom hun zo hecht konden zijn. Ze waren onbewust ingedeeld als een Romeinse groep. Van uit het niets konden ze elke aanval of verdediging 's positie in nemen. Het gaf hem een heerlijk gevoel als hij er zo even over na dacht.
Het kantoor van Professor Anderling was aan het einde van de gang. Harry zag haar al staan wachten. Ze had een verheugde blik en gebaarde dat ze moesten op schieten. Harry versnelde zijn stap en zijn vrienden volgde hem. Links van uit de gang kwam Albus Perkamentus met een opgestoken toverstok de gang uit. Hij richten hem op Harry en Riep.
