H26 het tweede gezicht.

Minerva wuifde de ideeën van Bella weg. Het kon gewoon niet zo zijn dat professor Krinkel samen werkte met Voldermort. Bella echter hield zich aan het idee vast. Harry was misschien wel de enige die haar echt geloofde. Hij zelf had ook zijn gezicht gezien, dus dat was iets dat hem bij die gedachte hielp. De rest van hun vrienden namen hun woord gewoon aan. Het maakte niet echt uit of ze hen geloofde. Het waren hun vrienden en als zij het zeiden dan was het zo.

Harry bracht vanaf dat moment vaak zijn tijd alleen met Bella door. Ze waren bezig om een manier te vinden om Krinkel te ontmaskeren. Het moest op een moment gebeuren als iedereen erbij was dachten ze. Met nog maar vier weken school te gaan. Moest het in die korte tijd die ze hadden gebeuren. Deze week hadden ze nog examens en dan nog drie weken school. Ze verbleven uren in de bibliotheek en middagen in een leeg lokaal. Ze deden er van alles aan om maar een manier te kunnen vinden. Na een week vroegen ze de hulp van Daphne en Marcel. Ze wilden hem ontmaskeren wat dan ook.

Het nadeel was wel dat de leraren hun niet geloofde. Alleen Hagrid geloofde dat iemand de steen der wijzen wilde stelen. Al wist hij niet zeker of het wel Krinkel was. Wel vertelde hij dat hij pluisje aan Perkamentus had gegeven. Dat was zijn drie knopige hond die hij met trots bezat. Maar zijn hondje, zo als hij het noemde was wel net zo groot als twee olifanten op elkaar. Daphne kwam met het idee om hem in een val te lokken. Dat was ook een conclusie die ze allemaal hadden getrokken. Nu was alleen nog de vraag wie het zou doen. Het plan zou zijn om het op een zondag morgen te doen. Ze wisten dan dat Krinkel een wandeling in de ochtend zou gaan maken. Dat deed hij al het hele jaar. En altijd op zondag morgen als iedereen nog sliep.

Daphne had het idee om haar vader te vragen om er aan mee te helpen. Dat vond Bella wel een mooi plan. Ze wist dat hij een ex schouwer was en dat ze daar goed gebruik van konden maken, als het nodig was mocht zijn. Nu was het alleen nog maar de vraag waar ze zich zouden gaan opstellen.

De rest van de week lieten ze professor Krinkel niet buiten hun gezichtsveld. Met arendsogen hielden ze hen in de gaten. Er mocht die week echt niets meer fout gaan. Op zaterdag avond stond Perkamentus in eens ruw op. Hij had net een brief gehad en liep geïrriteerd de zaal uit. Harry liep meteen maar zijn oma toe. Hij wist niet waarom maar hij wilde meteen weten wat er aan de hand was. Er was ineens een naar gevoel bij hem opgetreden. Dat was dan ook de vraag die hij meteen aan zijn oma stelde.
"Waar gaat Perkamentus heen oma mini. Ik wil het weten omdat ik denk dat Krinkel hem heeft gefopt met die brief". Minerva keek hem even dringend aan en dacht na.
"Harry ik denk niet dat het jou iets aan gaat, maar hij heeft een brief van het ministerie gehad. Daar is hij dan nu ook naar toe. En wil je nou eens ophouden met het denken dat Krinkel er iets mee te maken heeft".

Harry hoorde wat zijn oma had gezegd en rende naar zijn vrienden toe.
"Het gaat vanavond gebeuren. Perkamentus is weg en hij doet het nu". Van uit een open raam kwam Hedwig zijn uil aan aangevlogen.
"Daphne schrijf een brief dat jou vader nu moet komen. Marcel, Suzanne doen jullie het zelfde. Hedwig zal ze meteen weg brengen. Ik ga met Bella naar Krinkel toe. Daar zal ik er alles aan gaan doen om hem tegen te houden. Hermelien kijk jij of je de deur op de derde verdieping kan beveiligen of bedenk iets om krinkel tegen te houden. Alles om hem maar niet bij de steen te laten komen". Het was betoverend hoe Harry iedereen aan het werk zette. Daphne en Bella stonden hem met open mond aan te kijken.
"Wij gaan nu, jullie komen zo gauw als de briefen weg zijn. Hedwig is de snelste uil dus dat komt wel goed".

Harry en Bella lieten de anderen achter.
Daphne hing over haar perkament gebogen en bedacht zich wat of ze moest schrijven.

Heer Goedleers.

Ik heb een verzoek van Heer Potter.
Kom snel hier heen, Krinkel gaat hem vannacht stelen.
Vraag me niet hoe maar Harry weet het zeker.
Hij is nu met Bella onderweg om hem tegen te houden.
Ik ben bang dat het gevaarlijker is dan ze denken maar ze doen het toch.
Bella en Harry zullen er alles aan doen om hem tegen te houden.
En ik ga ze nu ook helpen.
Perkamentus is weggeroepen en is er dus niet om ons te helpen.
We hebben hem geprobeerd te bereiken.
Maar hij is er op een bezem vandoor gegaan.
We weten alleen dat hij nu naar het ministerie is.
Spoed u Vader

Uw Dochter en erfgenamen Daphne Goedleers.

Marcel en Suzanne schreven ongeveer het zelfde briefje. Ze wisten niet of het zou helpen maar ze geloofde Harry en Bella op hun woord. Ieder had hun briefje aan de poot van Hedwig gebonden en gingen op weg naar het kantoor van Krinkel.

*#*

Harry en Bella spoeden zich door de gangen heen. Daarop nog geen honderd meter was het lokaal van Krinkel. Een beetje buiten adem liepen ze op looppas naar het lokaal toe. Bella luisterde aan de deur en hoorde grommel binnen. Ze wist dat er nog iemand binnen was. Harry kwam naast Bella staan en luisterde ook mee. De angst gierde door hun kelen. Ze waren doodsbang maar wisten dat ze het moesten doen. Bella keek Harry aan en begon met haar Vingers te tellen.
Een, twee, Harry telde mee en had de deurknop in zijn handen. Drie, met kracht gooide Harry de deur open. Bella en Harry stommelden het lokaal binnen en keken Krinkel aan.

"Wat komen jullie hier doen, Ga weg ik heb anderen zaken die ik moet doen vandaag" Riep Krinkel fel. Bella slikte en Harry ging met een automatisme meteen voor haar staan.
"We weten het. We weten dat u de steen wild gaan stelen voor Voldermort". Schreeuwde Harry uit. Hij wilde het rustig zeggen, maar door de angst die hij had, was het meer een hoog piepstemmetje die hij voord bracht. Bella Had zich aan zijn arm geklemd. Harry was veel moediger dan zij maar se bleef wel bij hem. Krinkel keek de beide leerlingen doordringend aan.
"Jullie ik had het kunnen weten. Wie anders zou het kunnen zijn dan de jongen die bleef leven. En zijn bemoeial van een vriendin". Professor Krinkel snauwde het de beide toe. Zijn normaal slungelige houding werd veranderd in een man van daadkracht. Hij torende zich over hen beide uit. En bracht op die manier ook meer angst bij de beide vrienden.

"En zeg me eens Harry hoe wist jij het. Hoe zijn jullie er achter gekomen dat ik de steen wil hebben". Even keek Harry Bella aan. Het was in een van de nachtmerries van Bella. Maar dat was ook iets wat ze niet wilden vertellen. Bella was nu even iets moediger dan Harry en keek hem vuil aan. Ze slikte de brok die ze in haar keel had met moeite weg.
"Het maakt niet uit Professor hoe wij het weten. Wij gaan er nu alles aan doen en laten u niet begaan. U gaat Voldermort niet meer helpen. Wij gaan u stoppen".

De toverstok van Krinkel verscheen in zijn hand. Hij wilden hem opheffen maar Harry en Bella hadden die van hun ook al getrokken. Drie stokken wezen op elkaar. Krinkel keek hen beide aan en wist niet echt wat hij moest doen.
"Jullie twee zijn erg vervelend weten jullie dat. Harry jij had al dood moeten zijn bij die zwerkbal wedstrijd. Het is om dat sneep een tegen vloek uitsprak anders had ik jou daar al lang te pakken gehad. En net toen jij viel dacht ik zeker dat ik jou had. Maar nee Bella hier moest jou weer redden". Harry keek Bella aan en fluisterde Sneep heeft mij ook gered. Bella haalde haar schouders op.
"En dan jij Bella. Waarom verzet jij je zo tegen onze meester. Je weet dat jij Harry hier moet doden maar je doet het niet. Onze meester is niet blij met jou".

Bella werd nu nog angstiger. Hij wist het. Hij wist dat ze Bellatrix Zwart was. Harry moest dood maar dat zou ze nooit doen. Het maakt niet uit wie het haar vroeg.
"Crucio" riep Krinkel uit. Harry viel op de grond en schreeuwde het uit. De pijn was ondragelijk. Hij bewoog spastisch met zijn armen en benen. Hij schreeuwde en gilde.
Bella had tranen in haar ogen en schreeuwde dat hij moest stoppen. Ze kon het niet aanzien dat Harry zoveel pijn had.
Krinkel stopte met de vloek en keek naar Bella.
"Dood hem dan Bella, dood hem nu. Doe het voor jouw meester en je bent vrij. Doe het voor Harry en hij zal geen pijn meer hebben". Vertelde Krinkel bijna op vaderlijke toon. Bella had grote tranen van angst, en alleen maar haat in haar ogen. Haar ogen die ze gericht had op Kinkel. Ze ging naast Harry op de grond zitten. Harry hijgde van de pijn. Zijn lichaam trilde en schokte. Met zijn groene ogen keek hij Bella aan.
"Nee Bella doe het niet verzet jezelf tegen hem". Ze wilde Harry helpen. Ze wilde hem doden zo dat hij geen pijn meer had. Maar ze wilde hem ook niet kwijt. Even wist ze niet meer wat ze moest doen. Weer keek ze in zijn groene ogen. Daar zat liefde in. Liefde van een vriend die ze nergens anders zou kunnen vinden.

"NEE, ik doe het niet. Ik dood Harry niet" Vertelde Bella vastberaden aan Krinkel.
"Crucio". Klonk weer de stem van Krinkel. Weer gilde Harry het uit en schokte hij van de pijn. Bella hield hem vast maar kon niets anders doen. Harry had pijn. Haar Harry. Bella haalde haar toverstok te voorschijn en riep:
"Crucio" Haar stok was gericht op Krinkel. Het was geen haat dat de spreuk voerde maar angst. Krinkel liet zijn stok vallen en trilde iets. Het was niet veel pijn wat hij voelde maar het werkte wel. Harry was bevrijd van de vloek. Bella hiel haar toverstok gericht en de vloek vervaagde.

"Hoe kan dat. Hoe kan zo jong iemand die vloek beheersen" riep hij uit.
"Laat mij met haar praten. Ik kan haar helpen". Er was een sissende stem. Bella wist niet waar het vandaan kwam maar ze hoorde hem wel. "Meester weet u het zeker. Bent u sterk genoeg". En weer hoorde Bella de stem.
"Ja, ik ben hier sterk genoeg voor".
Krinkel verwijderde zijn tulband en draaide zich om naar Bella. Harry lag op de grond bewusteloos en had niets in de gaten. Bella keek naar Krinkel toen hij zich om draaide. Daar in zijn achterhoofd groeide een tweede gezicht. Een met vuurrode ogen. Het was Voldermort. Krinkel werkte niet voor Voldermort, hij was Voldermort.

Bella ging voor Harry staan ze wilde hem beschermen.

"Bellatrix mijn rechter hand" klonk de stem van Voldermort.
"Ik heb jou gedachten gezien en ik weet wat je van mij moest doen. Waarom heb jij Harry nog niet gedood. Het was een kleine moeite. En ik weet dat je het kan". Bella werd lijkbleek. Hij wist alles dacht ze. Maar ik ga Harry niet doden hoe vaak hij het ook vraagt. Niets zal mij doen overhalen.

"Nee, Voldermort ik dood Harry niet hij is mijn vriend" Riep Bella plechtig.
"Vriend, VRIEND". Voldermoet schreeuwde uit pure haat.
"Een vriend die bewusteloos valt. Hij is geen vriend van jouw Bella. Hij is blijven leven door geluk. Hij is niets ik ben heer Voldermort. Ik ben jouw meester. Ik zal straks heersen over deze wereld. Jij kunt me daar bij helpen. Je hoeft alleen maar Harry te doden". Zijn blik was doordringend. Langzaam bukte Krinkel zich en pakte zijn stok weer op. Met het gezicht van Voldermort nog steeds kijkend naar Bella.

Even keek hij naar Harry. Bella zag pure haat en walging in zijn ogen.
"Nee, ik dood Harry niet. Hij is mijn vriend en beter dan jij". Het was de angst die sprak maar Bella deed het wel. Ze stond recht op en keek Voldermort recht in zijn ogen aan. Ze stond recht tussen Harry en Voldermort in. Harry lag nog steeds bewusteloos achter haar. Ze moest hem redde dat was het enige wat ze wilden. Als ze het maar lang genoeg kon rekken dan kon ze Harry redden.
Voldermort had de controle over Krinkel maar die had hij niet over Bella. Ze zou er dan ook alles aan doen, zodat hij die ook niet kreeg.
"Bella, ik ben jouw meester. En ik beveel jou om Harry te doden".

"Nee" riep Bella fel terug.

"Bella als jij niet wil luisteren, moet ik het maar weer zelf doen zo als ik het altijd bij jou heb gedaan als ik wilde dat jij wat deed. IMPERIO". De vloek kwam over Bella heen. Een stem in haar hoofd vertelde haar dat ze Harry moest doden. Ze bracht haar stok naar boven.
"Dood hem" klonk de stem in haar hoofd. Bella verzette zich hevig. Maar het wilde niet echt haar arm ging verder naar boven en richten zich op Harry.
"Goed zo Bella dood hem nu. Vervloek hem". Een klein stemmetje vertelde haar dat ze het niet moest doen.
"Hou van Harry" riep het. Bella knikte maar kreeg haar arm niet naar beneden. Langzaam klonk de stem van Bella uit haar keel.
"AVA". "Hou van Harry wordt zijn vriend. Hij zal er voor jou zijn". Klonk weer het kleine stemmetje in het hoofd van Bella. Bella wilde luisteren naar dat stemmetje. En wilde het gehoorzamen. Maar de stem van Voldermort klonk ook in haar hoofd en die was luider.

"Dood die Potter nu. Luister naar jouw meester". Bella moest heel veel moeite doen, om niet aan de stem toe te geven. Met haar stok op Harry gericht riep ze weer.
"AVADA KA". Ze kon de spreuk niet afmaken. Ze wilde de spreuk niet afmaken.
"Wordt de vriend van Harry Hij zal jou beschermen dood hem nooit". Weer was er dat kleine stemmetje. Alleen was hij deze keer wat luider.
Voldermort begon zijn grip met de Imperiusvloek te verliezen. Bella vocht tegen de wil van Voldermort. Ze wilde Harry niet doden.

"Bella, Bella, loop van hem weg" het was de stem van Harry die sprak. Bella keek nu recht in de groene ogen van Harry. Hij was wakker en keek haar aan. Op het moment dat hun blikken elkaar kruiste sloot Harry zijn ogen weer. Met een bijna dichte mond vertelde hij haar dat ze weg moest lopen. Harry was wakker en had haar aan gekeken. Het kleine stemmetje had gelijk. Harry was haar vriend en hij zou het blijven ook. Bella draaide zich om naar het gezicht van Voldermort. De Imperiusvloek werd door Bella afgeweerd en Bella liep achteruit van hem weg. Voldermort keek naar Harry en zag dat die nog bewusteloos was. Met een paar stappen liep hij op Bella af.
"Bella hoe kun jij nu sterker zijn als kind en niet toen jij mijn rechter hand was". Bella moest nadenken bij die vraag. Ze wist wat Voldermort bedoelde. Ze had boeken gelezen waar in stond dat ze zijn rechter hand was. Maar dat was ze nu niet meer. Ze was een vriend van Harry. Dat was het antwoord.

"Omdat ik een vriend ben van Harry, De grote Harry Potter. De vriend van de jonge die bleef leven, De vriend van de baby die jou versloeg". Ze gooide iedere zin met venijn in haar stem er uit. Haar stem klonk met trots, en Voldermort gilde dat het niet waar kon zijn. Dat het niet mocht. Ze was van hem. Hij was haar meester. Voldermort de heer van het duister. Het kon niet zo zijn dat een kind zich tegen hem kon keren. Hij was de grootste en machtigste tovenaar die er ooit had bestaan.

Bella was verder terug gelopen en Krinkel met Voldermort uit zijn hoofd was haar gevolgd. De frustratie die Voldermort voelde deed Krinkel de ogen sluiten. Hij had niet gezien dat Harry was opgestaan. Met kleine pasjes liep Harry achter Bella en Voldermort aan. Vanuit het niets sprong hij op Voldermort. Krinkel gilde het uit en wierp Harry van zich af. Bella keek naar de angstige ogen van Krinkel toen hij zich naar haar omdraaide.

Op zijn gezicht was een brandwond te zien. Het had de vorm van de hand van Harry. "Expelliarmus" Galmde de stem van Bella. De stok van Voldermot vloog door de lucht en ze ving hem op.
"Harry pak hem beet hij verbrand als hij jou aan raakt".

Harry wist niet wat Bella bedoelde maar sprong weer op Krinkel af. Krinkel stapte van hem weg en ontweek hem. Bella toverde touwen om de enkels van Krinkel. Met wat gestuntel viel Krinkel plat op de grond.
Harry sprong boven op hen en pakte hem beet. Met zijn handen probeerde Krinkel Harry van zich af te duwen. Maar zijn handen verbrande en werden stof. Net als zijn gezicht die Harry beet hield. Het hoofd van Voldermort gilde het uit van de pijn. Bella trok Harry van Krinkel af en nam hem in een knuffel. Samen keken ze hoe Krinkel en Voldermort verder in een hoopje as veranderde.

"Is het voorbij Harry". Vroeg Bella zacht met tranen in haar ogen.
"Ja Bella, ik denk het wel" vertelde Harry haar.
De deur van het lokaal zwaaide open en David kwam naar binnen gerend. Hij werd op de voet gevolgd door Minerva en Augusta. Isabella en Amalia die daarna naar binnen kwamen liepen meteen op de beide kinderen af. Nog voor ze bij hen kwamen werden hun blikken naar de hoop as getrokken. En verscheen een Wolk en die begon zicht te vormen. Daar vanuit de as stond in eens een schim van Voldermort. De wolk ging recht op Harry af en door Harry heen. Bella gilde en Harry verloor opnieuw het bewustzijn.

David keek Minerva aan en liep op Harry af. Met zijn armen tilde hij Harry omhoog. Met Harry in zijn armen ging hij meteen richting de ziekenzaal. Isabella had zich om Bella bekommerd en nam haar mee. Marcel vertelde dat Hermelien op de derde verdieping was, en ging haar dan ook meteen halen.

In de zieken zaal vertelde Daphne dat ze samen met Marcel en Suzanne naar het lokaal van Krinkel waren gegaan. Daar bleek de deur dicht te zijn. Wat ze ook deden ze kregen hem niet open. Wel hoorde ze Harry gillen. Het was alsof hij dood ging. Hadden ze verteld. Ze hoorde Bella ook steeds schreeuwen dat Ze Harry niet wilde doden. En in eens was het stil. Op dat moment vertelde ze dat ze haar vader de hoek om zag komen. En dat ze tegen hem gilde.
"Harry en Bella zijn hier binnen je moet ze helpen we krijgen de deur niet open".

De rest was bekend bij de volwassenen. Daar zaten ze om het bed van Harry. Poppy Plijster vertelde ze dat Harry voor bijna tien minuten onder de Cruciatusvloek was geplaatst en dat het nog lang zou gaan duren voor hij weer de oude was. Nu zou ze hem slapende houden. Bella was aan een stuk door aan het huilen. Ze kon gewoon niet vertellen wat er allemaal gebeurd was. Ze had hen wel de herinnering gegeven.

Iedereen had net bekeken wat zich allemaal in het lokaal had afgespeeld.
David was diep onder de indruk van de leerlingen en walgde bij het hoofd dat uit Krinkel groeide. Ze waren vol afschuw en trots. David vertelde aan Bella dat veel volwassenen het nooit zo goed hadden gedaan als hun tweeën. Dit deed Bella een klein beetje goed. Ze was naast Harry gaan zitten en hield zijn hand vast. Minerva verontschuldigde zich bij Bella, dat ze niet naar hen had geluisterd. En dat hun gelijk hadden gehad met de steen.

De deuren van de ziekenzaal gingen open en Perkamentus kwam joviaal naar binnen gelopen.
"Wat is hier aan de hand. Heb ik wat gemist" vroeg Perkamentus vriendelijk. David stond boos op en wilde op Perkamentus afvliegen. David werd echter tegengehouden door Isabella en Augusta. Het was Amalia die samen met Minerva voor Perkamentus gingen staan. Het was Minerva Anderling die begon te spreken terwijl ze Perkamentus vuil aankeek.

"Albus, Harry Potter en Bella Vaals hebben net professor Krinkel tegen gehouden. Het bleek dat hij achter de steen aan zat. Hij was bezeten door heer Voldermort. En dat hebben wij allemaal gezien". De blik van Albus ging van joviaal naar bezorgd. Zijn ogen gingen naar de grond en durfde niet meer in de ogen van Minerva te kijken.
"Albus wist jij dat heer Voldermort hier achter zat" was haar vraag. Het enige wat Perkamentus deed was knikken. David sprong weer kwaad op maar werd meteen door Isabella naar buiten gebracht.

"Ik had mijn vermoede" bracht Perkamentus met moeite uit. Minerva zuchtte diep en vroeg.
"En wat heb je met de waarschuwingen gedaan die potter mij heeft gegeven. Die ik weer aan jou heb verteld". Perkamentus keek nu hellemaal naar zijn schoenen.

"Ik dacht dat Harry en Bella het mis hadden en heb er niets mee gedaan". Dit was het punt dat Minerva haar geduld verloor.
"ALBUS PERKAMENTUS. Dit is de laatste keer dat ik jou vertrouw met een van leeuwtjes of mijn welp. Harry en Bella hebben die steen van jou gered en Voldermort verslagen. Als het niet voor hen was geweest dan was Voldermort nu weer terug gekomen. Ik zou ze op mijn knieën danken als ik jou was. En waag het niet om over het grote goed te spreken. Uit mijn ogen en bij mijn leeuwtjes, weg". Minerva draaide zich om en ging weer bij het bed van Harry zitten. Perkamentus wilde wat zeggen maar Amalia Bonkel onderbrak hem meteen.

"Albus, Minerva heeft je verzocht om te vertrekken. Harry en haar leeuwtjes vallen nu onder de zorg van het schoolbestuur. En we zullen er alles aan doen zodat ze veilig blijven. En nu verzoeken wij jou om weg te gaan". Poppy Plijster had alles gehoord en vertelde dat ze de hoofd meester niet bij Harry zou laten.

Dat was iets waar Minerva haar dankbaar voor was. Isabella legde een hand over haar schouders en fluisterde.
"Nu alleen maar hopen dat Perkamentus niet heeft gehoord dat je Harry jouw welp hebt genoemd". Minerva glimlachte en knikte van ja.