Hoofdstuk 26 de oorzaak

Een dag na het nieuws was iedereen nog steeds ontdaan. Ron en Marcel leken beide nog steeds van slag maar ook kwaad. Iets had hun echt van slag gemaakt. Hij wist dat het met dat zuiverbloed te maken had. Maar zo erg was het nooit geweest. Bij het ontbijt zou hij het hen wel vragen. Maar iets in hem zei dat hij het antwoord niet leuk zou vinden. Niettemin zou hij het er toch op wagen. Bij het ontbijt vroeg hij het dan ook meteen. De strakke blikken die er op hem gericht werden leken dwars door hem heen te gaan. Alleen al de blik van Marcel was genadeloos.

"Harry het ergste wat we vinden is dat het altijd om het zuiverbloed gaat. Alles wat er ooit slecht is geweest is het zuivere bloed. Gisteren heb ik het er nog met Marcel over gehad. Toen we terug dachten aan vroeger was het altijd zuiver bloed. Met Zwadderich, Grindelwald natuurlijk Voldermort. En nu weer het zuivere bloed. Langzaam worden we het echt een beetje zat. Als ik terug dank aan hoe Draco was tegen over Hermelien. Of tegen ons omdat hij van zuiver bloed was. Het maakt me boos en kots en kots misselijk. Hoe je het ook bekijk iedere slechte tovenaar was van zuiverbloed. Ik schaam me om van zuiverbloed te zijn". Was het antwoord dat Harry kreeg van Ron.

Het was niet het antwoord dat hij had verwacht. Maar hij had nooit verwacht dat het zo diep zat. De rest van de middag had Ron hem iets gegeven om over na te denken. Zijn lessen waren niet zo leuk als ze anders waren. Toen ze na het avond eten bij elkaar zaten. Zag hij dat de rest ook niet zo'n beste dag hadden gehad. Die avond gingen ze desondanks hun gevoel weer op zoek naar nieuwe gaten. Net zo als de avonden daar voor waren er weer een aantal gaten. Allemaal weer voorzien van zo een schaaltje en een buste. Langzaam begonnen ze de moet er in te verliezen, om iedere avond op zoek te gaan was een hele klus. Tot ze op een avond naast de kamer van Griffoendor stonden. Vlak naast het portret van de dikke dame zat ook een gang. Deze was anders dan de anderen. Marcel ging in zijn faunaten vorm van een fret de gang in. Deze ging niet rechtdoor maar naar beneden. Deze gang was bijna vier meter lang. Langzaam schoof Marcel het vuur van Hermelien naar voren. Wat hij aan het einde zag was anders dan de andere gangen. Deze had een hele kamer aan het einde. Voor dat Marcel alles bekeken had ging hij alweer terug naar boven. Daar vertelde hij wat hij aan het einde van de gang had gezien.

Nu ging er een Otter een haas en een kat naar beneden. De fret lijden hun de weg. Midden in die kamer stond een groot ouderwets bureau. Het was een vrij grote kamer waar ze midden in stonden. Groot genoeg om als mens te kunnen staan. Dus iedereen nam hun menselijke vorm weer aan. Hermelien wilden meteen op het bureau afgaan. Op het laatste moment werd ze tegen gehouden. Verontwaardig keek ze naar de professor. "Hermelien je weet nooit of er een vervloeking op zit". Hermelien snapte wat ze bedoelde en wachtte verder af. Professor Anderling zwaaide met haar toverstaf. Ze mompelde een aantal spreuken en knikte goedkeurend bij iedere spreuk. Ze was ruim tien minuten bezig terwijl Hermelien alleen maar toekeek. Toen ze klaar was veranderde ze het bureau in een miniatuur. Hermelien wouw haar net tegen gaan spreken toen ze haar hand op hief. "Ik ben van mening dat iedereen dit moet zien". Hermelien knikte van ja en ze veranderde zich zelf weer. Als Otter kon ze haar voor poten meer als handen gebruiken. Dus was het ook logies dat Hermelien het miniatuur bureautje mee nam. Buiten de gang werd iedereen weer normaal. Professor Anderling stelde voor op het bureautje weer te vergrote in hun huisje. Daar zouden ze het op hun gemak kunnen onderzoeken. En om dat het morgen zaterdag was, Wou Anderling er bij zijn als ze het voor het eerst onderzochten.

Die zaterdag kwam Anderling om elf uur in de ochtend langs om met hun het bureau te bekijken. Terwijl ze daar met zijn allen stonden toverde Anderling het bureau terug. Hermelien mocht van Anderling als eerste kijken. Hermelien haalde alle lade leeg en legde de inhoud op de keuken tafel. Ieder laatje werd er uitgehaald en omgekeerd. Voor dat iedereen het goed en wel doorhad lag er een stapel met boeken, perkament en overige rommel. Een voor een gingen ze rond de tafel zitten en pakte een boek. Ginny had een kan pompoen sap op tafel gezet en zeven glazen. Het werd langzaam stil rond de tafel, iedereen zat in een boek te lezen. Hermelien was de eerste die opsprak. "Ik heb hier een dagboek van Zalazar Zwadderich zelf. En hier staat de week van de ruzie in. Wacht ik zal de week voor lezen. Ik moet wel zeggen dat niet alles leuk is". Allemaal legde ze hun boek neer en pakte een glas pompoen sap. Hermelien kuchte en keek hen even allemaal aan.

"Zaterdag. Het was een geweldige feest avond. Goderic en Rowena hadden zelfs nog gedanst. En een heerlijk vier gangen menu. Blij dat we huiselfen hebben. Ik moet er niet aan denken dat we dat eten zelf moeten maken. Nee die kleine Ratten zijn een uitkomst. Ik ben wel blij dat we huiselfen onze slaven zijn. Eerlijk is eerlijk ze hebben het goed gedaan. Dat was nog eens een verassing voor de leerlingen. We hebben het best wel goed gedaan met zijn vieren. Ieder heeft zijn eigen leerlingen. Alles is eerlijk verdeeld. Nee alles loopt op rolletjes. Toch vind ik dat we minder leerlingen moeten nemen volgend jaar. Het word echt teveel voor ons vieren. Ik zal morgen wel kijken wat ze van mijn plannen vinden. Ik hoop dat ze het met mijn eens zijn. Goderic zal wel tegen stribbelen denk ik.

Zondag, Rowena had nog een kater van het feest van gisteren. Goderic zag er ook niet al te fris meer uit om eerlijk te zijn. Maar ik denk dat ik er ook niet echt fris meer heb uitgezien. Heb vanmorgen de vraag gesteld over de leerlingen. Ze vonden zelf ook dat het er wel erg veel werden. Vraag alleen is wat we er aan gaan doen. Ik heb voorgesteld om ze van te voren te selecteren maar heb nog niet gezegd hoe ik dat bedoelde. Ik denk dat Helga het wel wat zal vinden. Maar Rowena en Goderic die zullen wel moeilijk doen. Als ze dat niet doen denk ik dat ik aangenaam veras zal zijn. Goderic is mijn beste vriend maar hij kan soms zo koppig zijn.

Maandag, Ik heb vanavond mijn idee voorgesteld. Goderic werd erg kwaad. Snap niet waarom hij zo tegen het idee van alleen zuiver bloedige is. Zou juist denken dat hij ervoor zou zijn. Helga moest er nog over na denken. Rowena vond het best ze wil alleen les geven Goderic had nog voor gesteld om meer leraren te nemen. Ik zelf zie daar het nut niet van in. Maar ik wil alleen de echte tover families. Waarom moet ik halfbloedjes les geven. Of van die vieze modder bloedjes. Nee ik wil zuiver bloedige en niet iets wat minder is. Anders geef ik hen alleen les en mogen hun dat uitschot hebben. Daar zou ik al tevreden mee wezen. Als ik Goderic zijn gang laat gaan, dan geef ik morgen les aan de huiselfen.

Dinsdag, Het was een ellendige dag geworden vandaag. Goderic heeft me verteld dat ik maar mee moest doen. Hij vond het idee van alleen zuiver bloedige een vorm van discriminatie. Ik weet niet hoe hij daar aan komt hij is zelf ook een volbloed. Hij zou toch net als ik, er voor deel mee kunnen hebben. Nee hij wil iedereen toe laten. nou ik zeg het nu al vast aan het eind van de week moet hij kiezen anders ben ik weg. En dan kan hij het zelf verder gaan uitzoeken. Ik ga hier niet mee akkoord en dat zal hij weten ook. Niet dat ik er iets aan kan doen. Hij is nu magische dan ik op dit moment. Maar ik heb iets gevonden om sterker te worden. Het zal hem nog verassen als hij mij tegen blijft werken.

Woensdag, het was raak tussen mij en Goderic vandaag. Hij moet en zou iedereen les geven die kwakzalver. Nee en dan die vrienden van hem die we vandaag tegen zijn gekomen. hij is bevriend met modderbloedjes. Vandaar dat hij ze ook les wilde geven. nou hij kan me wat. ik ga mijn voet stijf houden. Morgen kan hij kiezen tussen mij of deze school. En hij kan maar beter voor mij kiezen want het is me gisteren gelukt. Van af morgen zal hij het met meer dan een van mij moeten doen. Ik weet dat hij als de dood is voor deze dieren. Maar ik zal het hem aan doen wat ik hier zeg. Die vieze modderbloed vriend.

Donderdag, Vandaag was het zover. Goderic heeft zijn punt gemaakt. Helga en Rowena staan nu aan zijn kant. Zij vinden ook dat de school voor iedereen gelijk moet zijn. Maar ik heb ze op hun nummer gezet. Ik heb me zelf veranderd in een slang voor zijn ogen. Hij heeft nog nooit zo gerend als vandaag. Tot ik me terug had veranderd. Ik heb ze verteld dat ik een geheime kamer heb gebouwd. Ze zullen zich rot zoeken als ik weg ben. Maar ik ga niet weg. Ik heb hier een gangenstelsel aan gelegd. De geheime kamer heb ik nog niet af maar die word wel groot. Nu kunnen ze zoeken maar ze vinden hem nooit. Ooit zal ik terug komen en de kamer openen. Daar zal ik mijn huisdier laten verblijven, en ik zelf zal daar ook verblijven. Als ik die kamer open dan zal ik ieder modderbloedje doden die er op dat moment in het kasteel zijn. Ze zullen de wraak van Zwadderich niet leuk gaan vinden.

Vrijdag, Ik ben weggegaan. Goderic heeft de vloek die ik op hem richten nooit zien aankomen. Hij zal wel moeite hebben om voor een na geslacht te zorgen. Ik hoop alleen dat hij dat nog niet gedaan heeft. Het grootste nadeel dat ik nu heb is dat ik me verborgen moet houden. Gelukkig heb ik hier een heel gangenstelsel gemaakt. En ik heb nog iets gedaan maar dat staat in andere aan tekeningen van mij. Nu alleen nog een ander plan in werking zetten. Hoop wel dat er genoeg modder bloedjes komen volgend jaar. Dat vuil dat zich tovenaar noemt komt me dan goed van pas. Wat wel leuk is, dat ik mijn vrienden op Goderic kan af sturen nu ik een siseltong ben. Hij zal ieder dag een hard verzakking krijgen als hij de slangen ziet. Mijn wraak op Goderic en de anderen is zoet van mijn kant uit.

Allemaal zaten ze ademloos naar Hermelien te luisteren. Niemand had ooit verwacht dat ze het dagboek van Zwadderich zouden vinden. Nu hoorden ze voor het eerst hoe de ruzie was ontstaan toen der tijd. Het was veel om ineens op je in te laten werken. Langzaam dronken ze hun pompoen sap op. Niemand kon iets bedenken op iets te gaan zeggen. Het was niet leuk om te horen dat een van de stichters net zo racistisch was als een Malfidus. Maar gelukkig had Goderic een dochter gehad. Harry wou weten of dat voor of na de vervloeking was gebeurd. Hermelien vroeg of ze kleef mocht gebruiken. Voor dat Harry haar een antwoord had gegeven. Had Ginny kleef al geroepen. Hermelien had aan kleef gevraagd of hij een boek uit de bibliotheek van Harry wou halen. Hermelien had het boek van de familie Prosper laten halen. Hermelien ging als een razender door het boek heen. Hier heb ik het. Hilda Griffoendor getrouwd met Hendrik Prosper. Vader en moeder van de drie gebroeders. Ginny keek Harry aan en vertelde in haar gedachte. "Ik wist niet dat jij familie was van Goderic. Ik ook niet". Hermelien keek even naar Harry en ging weer verder met het dagboek. Zelf pakte hij ook weer een boek van de stapel. Ginny was de genen die ineens een schrik liet horen. Hermelien keek op en gaf een blik naar Ginny. Loena was zo als gewoonlijk weer heel gevat. Ik denk dat Ginny een antwoord heeft gevonden die wij niet leuk gaan vinden.

Ginny keek even naar Loena en knikte alleen maar. Ze schraapte haar keel en begon voor te lezen.
"Hierbij zal ik Zalazar Zwadderich mijn geheim en spreuk verklappen van mijn kracht. Door de jaren heen heb ik alles afgezocht naar onsterfelijkheid. Door de jaren van studie heb ik geleerd dat er meerdere mogelijk heden waren om dat te bereiken. Ik heb twee van die dingen toe gepast. Het eerste was niet echt het moeilijks. Het minst erg daar voor was dat ik een modder bloedje moest doden. Op deze manier kon ik mijn ziel splijten en een Gruzielement maken. Nu heb ik die ergens ingestopt. Waarvan ik zeker weet dat ik voor meer dan duizend jaar zal leven. Gelukkig kunnen alleen mijn bloed verwanten mij vinden om dat die de zelfde gaven hebben als ik. Wat ik hier het leukste aan vind is de dood van dat modder bloedje". Hermelien werd hier niet echt goed van. Ze wist dat veel tovenaars op die manier over haar dacht. Zij was een modderbloedje. Het laagste van het laagste. Ginny keek haar even zorgelijk aan. "Gaat het wel Hermelien of moet ik stoppen". "Nee het gaat wel Ginny ga maar door".

Nu was het tweede wat moeilijker. Het had een enorme magische eenheid nodig. De kracht daar voor was enorm en ik had nog niet genoeg. Nu wist ik dat we ooit onze magie in het kasteel hadden geplaatst. Maar zelf die kracht was nog niet groot genoeg. Daar moest ik wat aan doen. In een oud boek vol met voodoo heb ik een spreuk gevonden die meer magie kan verzamelen. Deze spreuk kon je op dingen toe passen. Als het lukt dan kan ik me zelf met het kasteel versmelten. Ik heb het ooit met die Griffoendor geprobeerd. Maar gelukkig heb ik dat nooit gedaan. Die modderbloedje liefhebber van een kwakzalver. Dus als dit lukt dan ben ik straks een met het kasteel. De spreuk is niet zo moeilijk en zo gedaan. Het moeilijkste is dat je het met bloed moet doen. En wel met het bloed van modderbloedjes. Het moeilijkste daar aan is het verkrijgen erven. Ik heb al een keer mijn ziel gespleten. En was niet van plan om dat nog een keer te doen. Om eerlijk te zijn het voelt niet goed. Nee ik raad iedereen aan die dit wil gaan doe het maar een keer te doen. Een Gruzielement is meer dan genoeg. Nu moet ik het overal in het kasteel doen. Al die plekken heb ik al. Ik moet alleen het bloed ziet te verkrijgen. denk dat ik ze in hun slaap moet pakken. Als Tovenaar kan ik ze verdoven, en als slang kan ik ze bijten voor het bloed dat ik nodig heb. Nu alleen hopen dat het niemand op valt als ik het doe. Dan moet het in een stenen schaaltje en ik kan versmelten met het kasteel. Het zal me benieuwen wat Goderic daarvan gaat vinden".

Ginny stopte met lezen en keek meteen naar Hermelien. Ze wist als geen ander dat Hermelien het meeste last heeft gehad van het woord modderbloedje. Op deze manier kon ze ook duidelijk zien dat het Hermelien zeer heeft aangegrepen. Harry en Ron die het ook hadden gezien waren meteen naar haar toe gelopen. Ze konden niets anders dan proberen haar te troosten. Hermelien had haar gezicht achter haar handen verborgen. Geluidloze tranen rolde over haar wangen. Tussen haar snikken door probeerde ze iets te vertellen. Niemand zei iets maar luisterde aandachtig.

"Toen Draco mijn een modderbloedje noemde dacht ik dat het weer het zelfde zou zijn als vroeger. Ik werd op de dreuzel school dag in dag uit gepest. Gelukkig had ik jullie twee" en ze keek naar Ron en Harry. "Ron nam het voor mij op en later Harry ook toen hij het begreep. Ik was gelukkig die dag. Toen besefte ik dat ik echte vrienden had. En nu blijkt een van de stichters het zelfde idee te hebben. Dat hij zo dacht was algemeen bekend. Maar dat hij ons alleen maar toe heeft gestaan vanwege ons bloed. Is gewoon weg misselijk. Ik walg bij het idee dat zuiverbloedige zo hebben kunnen denken". Weer keek ze even op en ging weer verder.
"Gelukkig weet ik ook nu weer dat ik hier echte vrienden heb. En sorry Harry maar ik ben blij dat er vier van zuiverbloed bij zitten". Harry had net als iedereen goed geluisterd. "Hermelien ik vind het helemaal niet erg. Ook ik ben blij dat ze van zuiverbloed zijn. Dat laat alweer zien dan niet iedereen zo is als Draco of Zwadderich. En dan mogen we ook al onze andere vrienden niet vergeten. We hebben veel meer vrienden dan Draco of Zwadderich ooit bij elkaar hebben gehad". Hermelien knikte van ja en gaf iedereen een knuffel. Professor Anderling die het allemaal aan hoorde durfde even niets te zeggen. Toen iedereen naar haar keek nam ze toch even het woord. "Ja wat willen jullie nou. Ik ben vol trots als ik zie hoe volwassen jullie zijn geworden. Heel wat grote tovenaars kunnen aan jullie een voorbeeld nemen en met namen Zwadderich als je het mij vraagt". Voor ze het wist lagen er twaalf armen om haar heen. Allemaal hadden ze haar in een grote groepsknuffel genomen. Ze probeerde nog los te komen maar gaf het al snel op. Er werd nog veel na gepraat over hun vondst. Het ergste wat ze vonden was de wetenschap dat het gedroogde bloed in die schaaltjes van zo gezegde modderbloedjes kwam. Maar ook dat het een positieve kant. Geen van hun twijfelde nog aan hun opdracht. Wat er ook nog ging gebeuren maakte niet uit. Een ding was zeker Zweinstein was er voor de leerlingen. En wat er ook nog is of was. Ze zouden alles doen om het veilig te houden voor alle leerlingen van nu of in de toekomst. En daar was niets meer tegen in te brengen.

Harry hief zijn toverstok boven de tafel en riep. "Ik Harry James Potter. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden". Ginny zag het en volgde hem meteen. "Ik Ginerva Molly Potter. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden".
Het was een magische verbintenis aan een belofte. Om de beide stokken kwam er blauwe gloed. "Ik Hermelien Wemel. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden". "Ik Loena Leeflang. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden". Het was een daad van trouw dat ze Harry volgde bij deze daad. De gloed veranderde nu in een rode kleur.
"Ik Marcel Lubbermans. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden". Nu was Alleen Ron nog die het moest doen. "Ik Ron Wemel. Ik zweer op mijn magie dat ik er alles aan doe om Zweinstein veilig te houden". De gloed veranderde van een rode naar een gouden kleur. Langzaam ging de gouden gloed op in de zes tovenaars en heksen. Voor het eerst zagen ze een paar tranen bij professor Anderling. Ze wouden nog vragen wat er was toen ze een kleine glimlach zagen. Het waren echt tranen van geluk. Wat tot tegenzin van professor Anderling weer tot een groepsknuffel lijden.