Capitool, Golden Owl Appartement 401
De grote tv staat constant aan terwijl de kijkers steeds wisselen. Eerst zitten er een man en een vrouw samen te kijken naar het moment van aftellen in de Arena. Twee uur later zit alleen de vrouw te kijken en weer twee uur later zit er een meisje van een jaar of achttien te kijken naar het spannende moment van de Beroeps en District 9. Een uur later is het stil in de kamer. De tv staat nog steeds aan, maar er zit niemand voor. Iedereen is naar bed tot er een signaal door de kamer heen klinkt.
Capitool, Face Palmer (30)
Het galmende signaal van de tv maakt me wakker. Met veel tegenzin stap ik uit ons grote tweepersoonsbed. Zodra mijn voeten op de grond komen, komen ze in aanraking met het zachte, beige tapijt wat we er hebben liggen. Na even zoeken in het donker kom ik tot de ontdekking dat mijn sloffen nog in de woonkamer staan en besluit om dan maar mijn sokken aan te doen. Ik heb geen zin in koude voeten. Rose draait zich nog een keer om als ik opsta en richting de deur loop. Soms zou ik ook wel willen dat ik door alles heen kan slapen.
De televisie staat volop te branden en op het scherm is te zien hoe twee Tributen zich moeizaam door de rotsblokken heen bewegen. Ze zouden nooit een signaal geven als er niks stond te gebeuren dus ik ga rustig op de bank zitten terwijl de Tributen doorlopen. De blonde haren van het meisje zijn al uit haar staart ontsnapt en ze zitten volledig in de knoop. De jongen kijkt steeds angstig om hem heen alsof er hem elk moment iets kan gebeuren. Ik geef hem geen ongelijk.
Er gebeurd simpelweg niks anders op het scherm dan twee Tributen die klimmen dus ik loop richting de keuken om een glas melk te pakken. Zodra ik de verlichting aandoe, heb ik meteen spijt van mijn actie. De felle spotjes doen pijn aan mijn ogen en het duurt even voordat ze zich aanpassen aan het licht. Op de tast doe ik de kastdeur los en pak een long drink glas. Mijn ogen passen zich al redelijk aan en ik kan nu op z'n minst zien wat het pak melk is. Met een vol glas loop ik terug richting de kamer en zie Rose en Alice zitten.
"Is Anne nog steeds in slaap?" Rose knikt en kijkt nogal verontwaardigd naar het scherm.
"Waarom ging het alarm af als er helemaal niks gebeurd. Normaal is er dan toch iets te doen?" Ik haal mijn schouders op en loop richting de bank waar ik me weer in plof.
"Normaal wel, maar hier kan niet veel gebeuren." Rose en Alice knikken beiden instemmend. We blijven een paar minuten naar het beeldscherm kijken, maar er gebeurd niks. De Tributen blijven maar doorlopen en ik overweeg om weer naar bed te gaan. Rose staat al op om weer te gaan slapen en ik drink snel mijn glas leeg om achter haar aan te gaan.
Samen lopen we naar de slaapkamerdeur, maar voordat we hem open kunnen doen roept Alice.
De Arena, De eerste nacht
Zo stil mogelijk lopen de twee Tributen door de rotsblokken heen. De rest van de Arena is volledig tot rust gekomen. Het kanon is net 4 keer afgegaan en het meisje heeft er moeite mee om het meisje van District 5 achter te laten, maar ze moest wel. Het was angstaanjagend om te zien hoe ze werd bewerkt en werd vermoord. Ze moeten zo snel mogelijk weg komen van de Hoorn des Overvloeds.
District 8, Samantha 'Sam' Jambox (15)
Twijfelend vraag ik me af of het wel de goede keus was om met Loran mee te gaan. Hij is de held van ons District, maar hier heeft hij nog weinig dapperheid getoond. Mijn twijfel wordt met de minuut groter als ik zie hoe hij door het doolhof van rotsblokken heen gaat. Hij heeft nog geen enkele keer omgekeken of ik wel achter hem aankom. Dat is toch iets wat een held doet. Oppassen voor een ander.
"Denk je dat het hier wel zo veilig is?" Loran sist mijn kant op dat ik stil moet zijn, maar ik denk dat de Beroeps niet zo gek zijn om achter ons aan te komen. Voor hetzelfde geld hebben we een val voor ze gezet en worden ze bedolven onder stenen.
"Je kunt gewoon praten hoor." Hij zucht diep en draait zich om. Hij staat nu recht voor me. In zijn ogen kan ik angst aflezen. Waar is de onze District held. Waarom is hij zo bang. Hij heeft al een keer eerder de dood in de ogen gekeken.
"Waarom ben je bang?" Ik fluister de woorden om hem enigszins tegemoet te komen. Hij kijkt me aan alsof hij me alles wil vertellen, maar schud vervolgens zijn hoofd en draait zich weer om zodat we verder de Arena in kunnen gaan.
Het pad wat hij heeft gekozen bevalt me steeds minder. De opgestapelde stenen kunnen elk moment naar beneden vallen en ons bedelven. Aan de andere kant van ons horen we af en toe al stenen naar beneden vallen. Ze belanden allemaal met een plons in het water dus daar wil ik ook zeker niet in terecht komen. Ik kan niet zwemmen en ik ben bang dat Loran mij ook niet gaat redden. Ik weet dat hij dat heeft gedaan bij de twee kinderen van de burgemeester, maar dit zijn de Hongerspelen. Hier is het een ticket naar de overwinning als de ander overlijdt.
"Loran, waar heb je eigenlijk leren zwemmen?" Hij haalt zijn schouders op. Ik vind het maar een vreemde manier van reageren. Het is toch niet zo moeilijk om te zeggen waar je hebt leren zwemmen. Als het niet heel moeilijk is zou hij mij ook kunnen leren zwemmen. Dan heb ik misschien een kleine voorsprong op de andere Tributen.
"We kunnen net zo goed een beetje praten. Dan is dit misschien iets minder eng." Hij zucht diep en blijft doorlopen zonder een woord te zeggen.
"Ik was altijd als de dood dat ik gekozen zou worden voor de Spelen, maar nu ik erin zit is het iets minder eng. Ik heb tenslotte een Bondgenoot. Iets wat veel Tributen niet kunnen zeggen." Opnieuw een diepe zucht, maar deze keer draait hij zich om.
"Zou je het erg vinden om in stilte door te lopen? Ik heb geen behoefte aan een gesprek." Ik knik en loop met een gebogen hoofd achter hem aan. De hele weg blijft het stil en er lijkt geen einde aan de stenen te komen. Het geluid van het water wordt ook steeds duidelijker. Het is net alsof er zich een stroomversnelling onder ons bevindt. Er brokkelen ook steeds meer stenen af en de muur aan onze rechterkant wordt steeds lager. De stenen worden steeds kleiner en we kunnen niet langer steunen op de stenen.
Dan gebeurd het. Ik verzwik mijn enkel en beland tegen de rechter muur van steentjes. De stenen zijn zo klein en onstabiel dat ik er dwars doorheen schiet en de afgrond in val. Met een beetje geluk weet ik een uitstekende tak vast te grijpen die uit de rotswand steekt. Ik zie het gezicht van Loran boven mij verschijnen. Zijn ogen staan weer vol angst en ik zie zelfs een vleugje paniek. Hij weet niet wat hij moet doen. Als hij op zijn buik gaat liggen dan kan hij net bij mijn armen komen.
"Pak mijn armen Loran!" Ik schreeuw tegen hem. Het kan me niet meer schelen of de Beroeps het kunnen horen. Als hij mij niet vastpakt dan ben ik er geweest.
"Ik kan er niet bij" Zijn pogingen om bij mijn armen te komen mislukken, maar dat is omdat hij op zijn knieën blijft zitten. Ik voel dat mijn handen weg glijden van de tak en ik klamp me er nog harder aan vast.
"Je kan het wel Loran. Ik weet dat je het kan! Je moet alleen op je buik gaan liggen." Hij doet wat ik zeg maar op het moment dat hij mijn armen wil vastpakken, schieten mijn handen verder weg en hang ik aan het onderste stukje van de tak. Hij kan er niet meer bij.
"Ik kan het niet. Ik kan het niet." Ik hoor hem zachtjes tegen zichzelf mompelen en ik voel iets nats op mijn wang belanden. Ik probeer nog een keer goed te kijken naar het gezicht van Loran en ik zie dat hij huilt.
"Je kan het wel!"
"Nee, ik ben niet dapper genoeg." Ik voel dat mijn pink al geen houvast meer heeft aan de tak en ik begin als een gek tegen Loran te schreeuwen.
"Waarom ben jij niet dapper? Je bent vrijwillig hierheen gegaan. Niemand anders in ons District heeft daar de lef voor. Je kan het wel Loran! Je bent sterk en je bent dapper!" Dat waren mijn laatste woorden want mijn handen glijden van de tak af en ik val met een gil naar beneden, het koude water in.
Ik weet niet hoelang ik kopje onder ben geweest, maar ik weet nog dat ik nog een plons hoorde vlakbij me en dat ik vervolgens naar boven werd gehaald. Mijn longen snakken naar de lucht en ik begin te hoesten van het water wat ik binnen heb gekregen.
"Hou vol" De stem van Loran klinkt achter me en ik voel een sterke arm om mij heen. Hij leidt me langzaam naar de kant toe en haalt opgelucht adem als we aan de waterkant zitten. Tegelijkertijd zeggen we 'Dankje'.
De Arena, de eerste nacht
Met veel geluid loopt ze door de stad heen. Manisch lachend om de dode jongen die net voor haar lag. In haar rechterhand houdt ze een kapmes vast en in haar andere hand een kleine tas. Zonder door te hebben waar ze heen gaat loopt ze verder het pad af en komt uit op een groot bloemenveld.
District 7, Laverne Deditus (16)
Bloemen. Wat moet ik met die verrekte bloemen. Woest trek ik ze uit de grond en gooi ze ver van mij af. Ik wil verdomme mijn pillen. De jongen die ik tegen kan had ook al niks bij zich. Elk gebouw waar ik in heb gekeken had niks. Waarom is er nergens een pil te bekennen. Als het zo door gaat moet ik terug naar de Hoorn om medicijnen te stelen van de Beroeps. Misschien heeft een andere Tribuut nog wel wat. Het moet wel. Ik ben niet zo gek dat ik een confrontatie met de Beroeps aan ga.
Met een snel tempo loop ik door het bloemenveld heen. Ik kan nog net de kleuren onderscheiden in de ondergaande zon. Ik moet snel een schuilplaats vinden anders wordt het nachtwerk en daar heb ik al helemaal geen zin in.
Aan mijn rechterkant zit in de verte water. Ik moet daarbij in de buurt blijven. Wie weet is dat de enige waterbron die er in de hele Arena is. Mijn instinct zegt me dat ik er zo ver vandaan moet blijven dat ik het nog net kan zien. Het is slimmer om hier ergens een schuilplaats te zoeken dan bij de waterkant. Als het echt het enige water is dan zullen er vast meer Tributen op af komen. Als dat gebeurd, dan kan ik mijn slag slaan.
Ik kom steeds dichter bij de grote rots die ik al iets eerder zag en zie dat er precies een stukje onder de rots vrij is. Dat is groot genoeg voor mij om er te gaan liggen en klein genoeg dat anderen mij niet zien. Het is alleen zichtbaar als je heel dichtbij bent en morgenvroeg ga ik toch zo vroeg mogelijk weg.
Voor de zekerheid voel ik eerst met mijn hand in de opening om te kijken of er niks in zit. Gelukkig is de grond droog en er groeit zelfs wat mos onder. Koud zal ik het dus niet hebben. Voorzichtig kruip ik onder de rots en maak het mezelf comfortabel. Met mijn mes in mijn hand val ik zowaar voor een korte tijd in slaap.
Ik wordt wakker wanneer er een kanonschot door de Arena heen klinkt. Dat is dus nummer vijf van de vijfentwintig. Nog twintig tegenstanders over. Kort daarna begint de aankondiging met de doden. Als eerste verschijnt het gezicht van Dyan van District 2 in beeld. District 1 is er dus zonder problemen door gekomen. Precies zoals ik had verwacht. Dan verschijnt het lieve gezicht van het meisje van vijf in beeld. Haar ogen staren mij vrolijk aan. Zelfs toen ze deze foto van haar maakte, lachte ze.
De foto van de volgende Tribuut had ik al helemaal niet verwacht. Zo'n sterk iemand kan toch niet meteen de eerste dag het loodje leggen. Wie zou dat voor elkaar hebben gekregen?
Zodra het meest arrogante gezicht van alle Tributen tevoorschijn komt, kan ik er niks aan doen. Ik moet lachen. Hij sprak altijd groot over zichzelf in het Trainingscentrum. Hij zou ons wel inmaken want hij was van hogere afkomst. Hij zal niet verliezen. Daar zou zijn vader wel voor zorgen. Wie had gedacht dat juist hij een van de eerste doden zou zijn. Ik vind het geweldig dat James er niet meer is. Net goed voor het arrogant stuk vreten.
Dan komt de jongen van District 11, Ragel. Zijn gezicht staat op de foto al angstig. Hij had het nooit ver gehaald. Zelfs niet als hij door het Bloedbad heen was gekomen. En dan is het eindelijk stil.
Mijn ogen vallen langzaam weer dicht en al snel slaap ik weer. Ik ga deze rust nodig hebben wil ik de komende tijd de Beroeps voor blijven, de Spelmaker te slim af zijn en de overige Tributen vermoorden.
Het voelt alsof ik uren heb geslapen, maar het is nog steeds nacht. Toch voelt er iets niet goed. Mijn huid jeukt, maar dat gebeurd wel vaker. Ik hoor in de verte een zacht gegrom en meteen grijp ik het lemmet van mijn mes strakker vast. Mijn ogen turen door het duister heen tot mijn oog op de brug valt. Er lijkt wel een groep met mensen te lopen, maar ze bewegen zich te langzaam om echt een bedreiging te zijn. Een ding is zeker. Ik ben sneller als hun en ik schiet mijn slaapplek uit.
Ik ren in volle vaart richting de rotswand die een tiental meter van mij af zit. Ik heb tijdens de training niemand zien klimmen dus misschien heb ik daar een voordeel mee. Zo snel als ik kan klim ik tegen de steile rotswand op. De scherpe randen van de stenen snijden in mijn handen, maar ik blijf door klimmen. De schade neem ik straks wel op.
Ik probeer de volgende richel vast te grijpen, maar ik grijp in een soort klimop met grote blauwe bloemen. Vlug trek ik een paar keer hard aan de plant om te zien of hij stevig is en hij lijkt het te houden. Dit maakt het klimmen voor mij alleen maar makkelijker. Snel en behendig klim ik omhoog totdat mijn gezicht vlak voor een bloem terecht komt. De blauwe bloem laat meteen een soort stof vrij en ik krijg het vol in mijn gezicht. Verward klim ik op de dichtbij zijnde richel en ga daar liggen. Ik voel me meteen moe, maar het voelt alsof mijn hoofd lichter wordt. Het zelfde effect als mijn pillen bij mij doen en ik krijg een tevreden glimlach op mijn gezicht.
De Arena, de eerste nacht
Van vermoeidheid valt de jongen op de grond terwijl de andere jongen door rent. Hij kijkt nog een keer over zijn schouder en ziet de jongen liggen. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om de jongen te laten liggen en hij rent terug over de hobbelige weg. Er klinkt een donderend geluid door de Arena heen en beiden schrikken ze, maar dat laat hem niet tegen houden. Hij gaat gehurkt voor de andere jongen zitten en de jongen slaat zijn armen om zijn nek heen. Zo lopen ze samen verder in een rustig tempo.
District 9, Roy Cray (18)
"Roy, we moeten echt rusten anders verlies je te snel al je kracht." Koppig loop ik door. We moeten eerst een goede schuilplaats vinden voordat we kunnen rusten. De huizen om ons heen worden steeds kleiner, staan steeds verder uit elkaar. De kans op een schuilplaats wordt steeds kleiner, maar ik wil zo ver weg van de Hoorn zijn als mogelijk is.
Vlak voor een grote brug blijf ik staan. Onder de brug zie ik alleen maar water en de brug is zo lang als het oog reikt. Zouden de Beroeps zo stom zijn om daarop te gaan in de nacht? Ik denk het niet, maar is het wel veilig voor ons om daarop te gaan.
Een paar meter voor ons zie ik een camper staan en verderop staan nog meer auto's, maar de camper ziet er het comfortabelst uit. Met Peter op mijn rug loop ik de laatste paar meter richting de camper en zet hem er vlak voor neer. Zijn enkel ziet er wat dik uit en ik weet zeker dat het gekoeld moet worden om een ergere zwelling te voorkomen. Met de glasscherf in mijn hand doe ik de deur van de camper open om te controleren of er niemand in zit, maar zoals bijna alles wat we tegen kwamen, is hij leeg.
Snel loop ik terug naar Peter en til hem opnieuw op mijn rug. Pas wanneer we in de camper zijn zet ik hem neer. De camper ziet er wat sjofel uit. De kleuren zijn gedateerd en de banken zijn kapot. Maar het is beter dan een woning waarin je van alle kanten belaagd kan worden.
"Dankjewel." Ik kijk verbaasd op naar het gezicht van Peter. Zijn lichtblauwe ogen kijken mij vol angst maar ook met dankbaarheid aan.
"Waarom? Iedereen zou dat doen voor zijn Bondgenoot" Peter schud zijn hoofd en zijn bruine haren bewegen mee op het ritme.
"Ik denk het niet. Dit zijn tenslotte de Hongerspelen. Jij bent iets speciaals." Het is maar goed dat het donker is hier anders zag hij me blozen. Het is een lange tijd geleden dat iemand mij speciaal heeft genoemd. De laatste was Sharon. Ik voel me meteen weer ziek zodra ik aan haar denk. Nooit had ik verwacht dat ze vrijwillig zou gaan. Nooit had ik verwacht dat we hier met z'n tweeën zouden zijn. Wetende dat er maar 1 iemand levend uitkomt.
Met een diepe zucht laat ik de gedachte aan Sharon los. Het slimste wat ik nu kan doen is kijken wat we mee hebben kunnen nemen van de Hoorn. We hebben alleen een klein tasje mee kunnen krijgen en als ik hem los trek zakt de moed mij in de schoenen. Er zit enkel een lucifer en een leeg flesje in. Hier kan ik dus één keer een vuur mee maken en wat water halen. Er moet meer zijn.
Ik begin meteen met het lostrekken van de kastjes in de camper. Er ligt niet veel in. Er ligt wat zand, veel stof en net als ik het zoeken opgeef, vind ik een washandje. Als ik beneden wat water uit de rivier haal met het flesje dan kan ik de enkel van peter koelen met dit washandje. Snel vertel ik Peter wat ik van plan ben en dan maak ik dat ik naar beneden kom.
Of in elk geval dat dacht ik.
De grond loopt niet egaal af naar beneden. Er zit een rotswand loodrecht naar beneden en dit maakt het voor mij onmogelijk om naar beneden te gaan. Ik weet dat we water nodig gaan hebben. Niet alleen voor zijn enkel, maar ook om te overleven. Zonder eten houden we wel vol. Zonder water redden we het nog geen twee dagen. Ik moet het erop wagen.
Ik maak het flesje vast aan mijn riem en begin aan de tocht naar beneden. De randen zijn vlijmscherp en mijn handen zijn binnen de kortste keren kapot. Mijn broek gaat ook op diverse plekken kapot. Eigenlijk is er weinig wat heel blijft, maar het is het waard. Ik zal het halen en het water bemachtigen. Ik hoor vanaf de brug een raar grommend geluid komen. Het is nog maar heel vaag en ik maak me er verder ook niet druk om. Peter zit veilig in de camper. Daar zullen ze hem niet zo snel vinden lijkt mij.
Nog een paar meter en dan ben ik beneden. De laatste minuten zijn erg zwaar maar ik bijt me er wel doorheen. Tevreden vul ik mijn flesje bij de rivier, maar ik laat hem in de rivier vallen zodra het gekrijs boven mij losbarst. Bijna in slow motion kijk ik naar boven en ik zie een arm naar beneden vallen. Op de mouw die om de arm heen zit, zit een band met de nummer 3 erop. Het beetje maaginhoud dat ik nog heb gooi ik eruit en ik maak dat ik weg kom. Wie of wat dat ook heeft gedaan. Die hoef ik niet tegen te komen. Achter mij hoor ik een soort gekreun van de brug af komen en er volgt nog een harde plons. Ik durf niet te kijken en ik blijf rennen tot ik niet meer kan.
De Arena, de eerste nacht
Ze zitten rillend naast elkaar. Geen van beiden zegt iets, maar de radartjes maken overuren in hun hersens. Ze weten beiden dat ze dit niet hadden overleefd als ze elkaar niet hadden. Het gegrom in de verte lijkt ze weer wakker te schudden. Ze vragen zich af of ze weg moeten gaan, maar het klinkt zo ver weg dat ze besluiten om op de plek te blijven waar ze nu zijn. Op z'n minst totdat ze weer op adem zijn gekomen.
District 8, Loran Borynn (16)
"wat hield je daarstraks tegen?" Sam heeft haar armen om haar benen geslagen en kijkt stilletjes naar het water wat voor haar beweegt. De stroming is spontaan een stuk rustiger geworden. Net alsof het werd bestuurd door iets. Het zou me niet verbazen als de spelmakers erachter zitten.
"Loran, hoorde je mijn vraag wel." Ja, ik hoorde hem wel. Ik weet niet hoe ik moet antwoorden. Hoe leg ik haar uit dat ik eigenlijk een grote lafaard ben. Dat ik niet de grote held van District 8 ben, maar een watje wat niks deed toen de kinderen in nood waren. Ik zie ze zo weer voor mij door het water meegesleurd worden. Was ik maar wat dapperder dan was ik erachter aan gegaan en dan was ik met recht de held geweest waar iedereen me voor houdt. Hoe moet ik het haar en de rest van Panem uitleggen dat ik dat allemaal niet ben. De doordringende blik van Sam blijft me aankijken en ik slik nog een laatste keer voordat ik aan het verhaal begin.
"Ik ben niet degene die iedereen denkt dat ik ben. Die dag bij de rivier."Ik slik nogmaals. Het komt er nu echt uit. "Ik heb de kinderen niet gered. Ik stond erbij en keek ernaar. De kinderen konden zich er niks van herinneren dus ik heb het zo gelaten, maar het vreet al sinds dag één aan me. Ik zie steeds die gezichtjes voor me die om hulp riepen en ik kon niks doen. Ik kon alleen maar aan mijn eigen leven denken en niet aan die van hun."
Alles gooi ik eruit. Hoe rot ik me voelde door wat ik niet heb gedaan en hoe bang ik was dat alles uitkwam. Vooral toen de Vredesbewakers en de burgemeester me vonden samen met twee bewusteloze kinderen. Ik hou niks meer binnen en aan het einde voel ik een hand op mijn schouder. Verward kijk ik Sam aan.
"Je bent wel dapper Loran. Je hebt mij net gered en je bent vrijwillig gegaan zodat je vriend niet hoefde te gaan. Je geeft je leven niet op, ook al sta je onder druk. Ik ben blij met jou als mijn Bondgenoot." Ze staat op en bied mij een haar hand aan. Met een kleine glimlach op mijn gezicht neem ik hem aan. Ik had nooit verwacht dat ze het zo goed op had genomen.
Stilletjes sta ik op en samen lopen we het bos in. We laten elkaars hand niet los en zo blijven we lopen totdat we een licht zien. Iemand is zo stom geweest een vuur te maken. Gegarandeerd dat de Beroeps eropaf komen. We horen beiden de takjes al kraken en we weten dat we moeten maken dat we wegkomen. Zo stilletjes mogelijk proberen we weg te glippen door de struiken heen, maar ons pad wordt al snel geblokkeerd door de snelle voetstappen van de Beroeps. Zo te merken hebben ze het kamp van twee kanten binnen gedrongen en wij zitten aan een kant.
Ik probeer een glimp op te vangen van waar we precies mee te maken hebben, maar mijn zicht wordt geblokkeerd door de lange rode haren van de vijfentwintigste. Ik denk dat het voor ons beter is om hier zo stil mogelijk te blijven zitten en hopen op een goede afloop.
Zoals jullie al wel hebben gemerkt is er geen intro stukje met waarom dit hoofdstuk zo erg verlaat is. Ik had dit hoofdstuk al beloofd met kerst, maar dat is er niet van gekomen. Er is nogal veel gebeurd waardoor ik compleet niet meer toe kwam aan het schrijven van dit verhaal. Het waren/zijn geen leuke dingen waar ik mee moest dealen en daardoor kan ik ook nog geen beterschap beloven. Sommige dingen zijn al afgerond en andere ben ik mee bezig met het afronden. Hopelijk wordt het binnenkort wat rustiger in mijn leven :P
Natuurlijk ben ik nog steeds benieuwd naar hoe jullie het hoofdstuk vonden dus laat me dat zeker weten in een review!
Aan ons lijstje met doden moeten we helaas Peter van District 3 bijvoegen. Zijn dood was jammer genoeg wel noodzakelijk voor het verhaal en dit zijn natuurlijk niet voor niks de Hongerspelen. Ik ga nog niet verklappen wie of wat hem precies heeft vermoord, maar misschien kunnen jullie het wel raden. Ik dank: Indontknow, Janaatje, MyWeirdWorld, Lyannen en Tiger outsider voor het insturen van hun geweldige Tributen. Helaas zijn zij mijn keuze geworden voor het Bloedbad.
Doden:
District 2: Dyan Mellas
District 3: Peter McGrath
District 5: Merle Cyprian
District 6: James Hedera
District 11: Ragel Koffini
Zwaargewond:
District 1: Delphi Roxbryll
District 3: Kiki featherline
District 10: Gerdon Pecora
Gewond:
District 9: Sharon Curia
District 3: Peter McGarth
Dan rest mij alleen nog de puntentelling.
Het rijtje met punten die je kunt halen voor de Sponsoring.
5 punten voor het insturen van een tribuut (geldt 1 keer)
4 punten als je mijn verhaal followed.
3 punten als je een goede tip geeft.
2 punten voor een review.
De punten zijn als volgt:
Azmidiske: 75 punten
Skye. wizard: 68 punten
LeviAntonius: 50 punten
boekenworm: 50 punten
Marielene: 41 punten
Skye. Emma: 39 punten
Jade Lammourgy: 37 punten
veryrivaille: 32 punten
Rock Guitarist: 32 punten
Indontknow: 29 punten
MyWeirdWorld: 25 punten
Cicillia: 24 punten
Lady: 24 punten
LauraTwilightHungergamesHPfan: 17 punten
Homiestuck: 17 punten
Tiger Outsider: 15 punten
lyannen: 12 punten
roydolfje: 12 punten
mjg43: 12 punten
Marla: 10 punten
Maudvkr: 7 punten
StrawberryChickk: 6 punten
jeffreyhphg: 6 punten
Janaatje: 5 punten
Jo-ann: 5 punten
FroukjeBoeitNiet: 4 punten
edwin0102: 4 punten
Zacksteel: 4 punten
Tot het volgende hoofdstuk en mogen de kansen immer in je voordeel zijn!
