Nunc est bibendum.
Oliver.
Ze was hier. Ze had het branden minder laten worden. Maar ik wilde zeggen dat ze weg moest gaan. Dit was MIJN straf. Dit verdiende ik. Maar ze bleef. Ze sloegen haar, ze schreeuwden dat ze weg moest gaan en ze trokken aan haar. Maar toch bleef ze. Door mijn eigen geschreeuw heen hoorde ik haar stem. Ze bleef tegen me praten terwijl ze vocht tegen een horde Wachters.
"Oliver," Zei ze. "Je moet het jezelf niet kwalijk nemen! Er is niets onschuldiger dan liefhebben! Je bent nergens schuldig aan!"
Ik geloofde haar niet. Aro had gelijk. Ik was egoïstisch en ontrouw aan mijn Meester.
Alsof ze mijn gedachten las, zei ze: "Oliver, je volgde je hart! Niemand, echt niemand op deze hele wereld kan je iets maken, behalve jijzelf! Alleen jij hebt controle over je leven! Niemand anders!"
Toen stopte de pijn. En zij was weg.
Kira.
Nadat we gedronken hadden, renden we terug naar het afgelegen, verlaten dorpje waar we besloten hadden te verblijven. Ik dacht terug aan wat er gebeurd was. Toen we uit het huis van de Cullen-clan waren gevlucht, zaten de Wachters van de Volturi ons op de hielen. We wisten op het nippertje te ontsnappen, maar tot mijn afschuw vertelde Riza dat Lisette terug was gegaan. We reisden de hele wereld over, maar vermeden het Middellandse-Zeegebied. Lisette had gezegd dat we naar Afrika moesten gaan, omdat de Volturi daar vanwege het zonlicht alleen 's nachts zouden kunnen zoeken naar ons. We bleven daar echter maar 2 dagen. Het was moeilijk om te reizen vanwege het vele zonlicht. Na nog een paar dagen reizen kwamen we in de Kaukasus terecht. Vandaar zijn we via Noorwegen naar Engeland, ons vaderland gereisd.
We liepen het verlaten dorpje door. De huizen zakten hier bijna van ellende in elkaar. Dat wat ooit stenen muurtjes waren geweest, waren nu hoopjes puin. Dat wat ooit prachtige tuintjes waren geweest, waren nu oerwouden van onkruid. We liepen door de dichte mist.
"Dus…" Begon ik. "Waar wil je verblijven?"
Riza zuchtte. "Het ziet er allemaal zo leuk uit." Zei ze sarcastisch.
Ik sloeg bij een willekeurig huis het slot kapot en we liepen naar binnen. Alles was bedekt met stof en spinnenwebben, het rook er muf en het tochtte. Een waar 5-sterrenhotel.
Na wat te hebben schoongemaakt, staken we de open haard aan en nestelden we ons voor het vuur.
Riza keek treurig. "Hoe zou het met Lisette zijn? Wat zouden ze met haar gedaan hebben?"
"Ik heb geen idee… De eerste dagen nadat we uit Amerika waren vertrokken was ik er zeker van dat ze haar zouden doden, maar daar ben ik steeds meer aan gaan twijfelen."
"Denk je dat we haar moeten gaan halen?"
"Dat wordt onze dood, Riza!"
"Ze heeft ook al twee keer voor ons haar leven op het spel gezet, hoor…"
"Ja, maar denk je niet dat ze liever heeft, áls ze nog leeft, dat die offers niet voor niets zijn geweest? Stel dat we daar komen en…" Ik maakte mijn zin niet af. We kónden niet gaan.
"We móeten het gewoon proberen. We zijn al twee keer aan ze ontsnapt en we doen het zó weer!" Riep Riza uit.
"Drie keer is scheepsrecht. Ze krijgen ons te pakken."
Riza gromde geïrriteerd. "Waarom denken die gasten toch dat ze wat over ons te zeggen hebben? Ik bedoel, we kénden ze niet eens! En ze doen als of ze koninklijk zijn!"
"Lisette zei dat ze al duizenden jaren oud zijn. Ze zei dat ze dit doen om het bestaan van onze soort geheim te houden. Het is dus voor ons eigen bestwil."
"Maar dat bedoel ik eigenlijk niet, Kira. Waarom wilden ze Lisette zo graag hebben? Dat heeft ze ons nooit verteld. Wat geeft ze het recht om te beslissen over het lot van anderen?"
"Hun macht." Zei ik zacht. "Ze hebben onwijs sterke en krachtige vampiers in hun groep. De sterkste overwint. De sterkste heeft macht. De sterkste is koning."
"Koning of niet, Lisette hoort nu bij ons. We gaan haar halen."
Elena.
Toen ik de kans kreeg, ben ik weggerend. Ik zat nu ineengedoken tegen de muur in een oeroude, vochtige, ondergrondse tunnel. Ik snapte het niet. Het was nog nooit mis gegaan. Ik had het al zovaak gedaan. Het was mijn bedoeling geweest om haar haar hele leven te laten vergeten! Ik wilde haar gewoon haar dode vriendin laten vergeten, maar mijn timing was verkeerd. Ik een roes was ik naar haar kamer toe gerend, had ik Chelsea aan de kant geduwd, en had ik haar hoofd vastgepakt. Ik had geprobeerd me te concentreren, maar ik had het nooit moeten doen. Ik was in paniek. Nadat Kira, Riza en Lisette weg waren gerend, hadden ze mij te pakken gekregen. Ze wilden me als lokaas gebruiken, maar toen dat joch met die paardenstaart zich bij hen aansloot, wist hij wat mijn geheime kracht was en ze dwongen me met hen mee te doen. En nu was het mijn fout dat ze verdoemd was. Arme meid.
Felice.
Ik hing op en liep met de telefoon nog in mijn hand met forse passen in de richting van de hoofdzaal. Trillend op mijn hoge naaldhakken hield ik halt voor de grote, eikenhouten deuren. Ik aarzelde even, maar klopte toen zachtjes drie keer met mijn knokkels er tegenaan. Vrijwel meteen ging één van de deuren op een kiertje open. Een paar zwarte ogen keken me hongerig aan. Ik hoorde wat. Geschreeuw. Ik maakte me lang om te kunnen wat er aan de hand was, maar de deurwachter deed de deur verder open en kwam dreigend dichterbij. Ik schrok en herinnerde me weer waarom ik hier was.
"Kun je doorgeven dat Heidi gebeld heeft?" Vroeg ik met een trillende stem. "Ze is hier met een kwartiertje."
De deurwachter knikte en de deur ging langzaam weer dicht.
Meisje, 17 jaar.
"Wauw. Een exclusieve rondleiding." Mijn vader gaf me een por. "Echt wat voor jou!"
"Iets voor mij?" Ik draaide me om en wees naar de eerste ijssalon die ik zag. "Dát is wat voor mij, pap!"
Hij grinnikte. "Als je nu even leuk meedoet, daag ik je straks uit voor een ijs-eetwedstrijd!"
"Die uitdaging ga ik aan!" Ik pakte een folder uit mijn zak. "Volterror." Zuchtte ik.
"Heel grappig. Volgend jaar ga je zelf maar op vakantie."
"Naar een mooi Grieks eiland! Daar wil ik echt al jaren heen, maar nee, we gaan HIER naartoe."
"Kijk hier eens." Mijn moeder gaf me een boekje. "Ze zeggen dat er hier vroeger vampiers woonden! Totdat ze verjaagd werden door Sint Marcus."
Ik trok mijn wenkbrauwen op. "En dat zetten ze serieus in zo'n boekje? Gestoord. Van de ANWB zou je beter verwachten."
"Het is een sage. Die dingen horen hier bij de geschiede…"
"STOP!" Ik hield mijn hand op. "Ik val al in slaap als ik dat woord hoor!"
Mijn vader slaakte een zucht. "En dat doet gymnasium?"
Er kwam beweging in de groep. Tot mijn grote genoegen liepen we van het grote hete plein een koele receptie binnen. Er hingen grote schilderijen en achter een mahoniehouten balie zat een jonge vrouw met lang, zwart krullend haar ons toe te lachen.
We liepen een lange, donkere gang in.
"Boe!" Riep mijn vader in mijn oor.
"Schrik, dood." Zei ik verveeld. "Laat me niet lachen."
We stonden stil voor twee grote deuren.
"Gelieve uw mobieltjes helemaal uit te zetten, en geen foto- en filmopnamen te maken. Aan het einde van de rondleiding kunt u ansichtkaarten en boekjes met foto's kopen. Bij voorbaat bedankt!" De knappe rondleidster glimlachte.
Ik pakte mijn mobiel uit mijn zak en drukte op het uit-knopje. Een minuut lang schalde het geluid van de uit-muziekjes door de donkere gang. Ik stopte mijn mobiel weer weg en voelde me gelijk onbereikbaar.
"Hoelang gaat dit duren? Niemand kan me zo bereiken!" Zei ik zachtjes tegen mijn vader. Die haalde zijn schouders op.
De grote deuren gingen open, en wij werden door de stroom toeristen mee naar binnen gevoerd.
Ik fronste mijn wenkbrauwen. We waren in een grote, ronde zaal. De vloer en de muren waren bedekt met marmer. Aan de overkant was er een verhoging waar drie tronen op stonden. Op de muur stond een latijnse inscriptie die helemaal rond ging. Mijn vader stootte me aan. "Vertaal dat eens voor me." Ik schudde mijn hoofd. De deuren achter ons gingen dicht.
Opeens schreeuwde er iemand en ik werd ruw opzij geduwd. Naast mij lag een man. Hij zat onder het bloed.
"Holy sh-." Ik knielde bij hem neer en pakte mijn mobieltje terwijl ik de pols van het slachtoffer voelde. Ik voerde snel mijn pincode in en drukte op het alarm-knopje. Geen pols. "Oh god. Niet dood zijn!" Opeens klonk gegil overal om me heen. Ik legde mijn beide handen op de borst van de man en drukte er hard op. "Adem, adem!"
Maar mijn reanimatieactie werd verstoord doordat ik ruw werd weggesleurd naar achteren, richting de verhoging.
"Stop!" Gilde ik. "Ik probeer daar een leven te redden!"
Opeens keek ik recht in twee bange, zwarte ogen met diepe paarse wallen eronder.
"Woah." Bracht ik moeizaam uit.
Het meisje, een soort gotica met een gescheurde jurk, keek me hongerig aan.
"Toe dan, Liefje." Hoorde ik mijn belager zeggen van boven mij. "Tast toe."
Het meisje schudde haar hoofd maar kwam steeds dichterbij.
Toen kreeg ik een klap in mijn nek. Ik viel naar voren en verslapte. Het laatste wat ik meende te voelen, was het hellevuur dat mijn aderen verbrandde.
A/N: Zo, dat was me een hoofdstuk. Nou zijn jullie in elk geval (hopelijk) weer een beetje op de hoogte van hoe het met de verschillende karakters gaat.
Ik ga naast deze fic nog een Volturi-fic schrijven, maar die gaat zich meer in de mensenwereld afspelen, en het zal wel een stuk of 6 hoofdstukken duren voordat de hoofdpersoon in aanraking komt met echte vamps. Ik heb al een stukje geschreven. Als je deze leuk vind, is die dan ook zeker de moeite waard. :D
Xx,
