Psychologen zijn vervelend

Ik wist tot een week geleden niet dat Carlisle een ziekenhuiskamer met de nodige apparatuur in huis had. Dat had hij toch echt. Ik was bijna aan de veel te witte muren gehecht geraakt in de tijd dat ik hier bivakkeerde. Maar ik was nog veel meer gehecht geraakt aan dat wat in me groeide. Mijn kind.

Het was eerst moeilijk te geloven. Ik was immers onvruchtbaar als vampier. Maar het was Jacob gelukt.

Hij had gelachen toen ik dat tegen hem zei, maar ik merkte wel hoe trots hij daar stiekem op was. Hoe trots hij op mij was. Want, zoals Jacob al had gezegd, een weerwolf was niet gemakkelijk op te voeden. Alsof ik dat nog niet had gemerkt. Dit verklaarde die enorme honger waar ik aan leed. Die wolf vrat alles op, ik hield niets over voor mezelf om van te kunnen leven. Daarbij kwam nog dat hij twee keer sneller groeide dan normale kinderen. Ik had er nu al 4 weken opzitten. Nog drie en halve maand.

Zuchtend kroop ik dichterbij Jacob die naast me zat op de veranda. Drie en halve maand was kort. Vreselijk kort.

'Ik ben bang,' bekende ik zachtjes.

Niet doen, dat is niet nodig,' zei Jacob.

'Niet nodig? Jake, we zijn nou niet bepaald het stereotype persoon. Officieel ben ik niet eens een persoon.'

'Zeg dat niet.'

'Ontken dat niet. Het is de waarheid Jacob. Ik ben gewoon bang dat er iets mis is met dit kleine vreetwolfje.' Zachtjes klopte ik op mijn buik, alsof ik deze beloonde.

'Met zijn eetlust is in ieder geval niets mis,' grijnsde Jacob.

Ik gaf hem geïrriteerd een duw tegen zijn bovenarm. 'Ben jij dan niet bang?'

Jacob haalde zijn schouders op. 'Dat zal ik nooit toegeven waar jij bij bent.'

'Waarom niet? Waarom zou je tegen me liegen?'

'Om je gerust te stellen.'

Jacob gaf me niet de kans iets te zeggen.

'Luister Lauren, of je het nou wil of niet, maar ik heb het idee dat dat mijn taak is momenteel.'

'Je taak? Tegen me liegen?'

Jacob zuchtte diep. 'Ik wil gewoon het beste voor jou. En voor hem. Haar. Het.' Hij wreef over mijn buik.

Die uitspraak zorgde ervoor dat ik moest lachen en ik vergat meteen mijn boosheid.

'Het? Dat klinkt ook niet zo aardig.'

Jacob haalde zijn schouders op. 'Ik weet toch ook niet of het een meisje of een jongetje is?'

'Wat zou je liever hebben?' vroeg ik nieuwsgierig.

Het bleef stil.

'Een jongetje hé? Ik zie het aan je neus,' grapte ik.

'Als het een meisje wordt en ze wordt net zo mooi als haar moeder kan het me niks schelen. Dat kan het me sowieso niet trouwens. Zolang het maar gezond is ben ik gelukkig. En zolang jij maar gezond blijft.'

Zachtjes kneep ik in Jacobs arm. 'Gek niet, dat we ouders worden? Dat klinkt zo oud.'

'Wie had dat ooit gedacht? En jij kunt je er niet eens meer iets van herinneren. Dat is pas gek.'

Ik maakte een instemmend geluidje. 'Carlisle begrijpt er nog steeds niets van.'

'Hij is niet de enige,' mompelde Jacob, 'hoe kun je nou opeens heel veel zijn vergeten. Alsof je hersenen te vol zitten. Dat is toch onmogelijk?'

Ik knikte. 'Althans, ik denk van wel.'

'Wat is het laatste dat je je herinnert?'

'Hè nee, ga jij nu ook al voor psycholoogje spelen?'

'Is het dan zo'n moeilijke vraag?'

'Nee.' Ik hoefde maar even na te denken. 'Het laatste wat ik me herinner is dat ik ruzie had met Edward. Over jou. En er was iets op een open plek in het bos.'

'Daar was ik.'

'Echt? Ik herken het verder niet.'

'Je bent er al eens eerder geweest. Met mij.'

Ik hoorde mijn hersenen bijna kraken zo had dacht ik na, maar het was tevergeefs. 'Het spijt me Jacob, maar ik ken die open plek niet.'

'En mijn hutje?'

'Je. Hutje?' herhaalde ik schaapachtig.

'Ik merk het al. In dat hutje heb je overnacht,' legde Jacob uit.

'Jij zegt het.'

'Herinner je je nog wel iets, Lauren?'

'Ja, weet ik veel. Ik kan toch niet zeggen of ik me iets herinner als ik niet eens weet of het gebeurd is?' Ik snoof.

'Rustig maar. Zo'n probleem is het niet hoor.'

'Ik vind anders van wel. Ik kan toch niet zomaar allerlei dingen niet meer weten?'

'Er is vast een logische verklaring voor.'

'Ja, en die wil ik weten,' mopperde ik.

'We komen er heus wel achter. Wind je nou maar niet zo op.'

'Ja, ja,' sputterde ik. Ik trok mijn neus op toen de zeldzame zonnestralen achter de wolken verdwenen.

Jacob en ik verhuisden naar binnen toen het begon te regenen.

'Moge het duidelijk zijn dat we nog steeds in Forks wonen,' zuchtte Jacob.

'Jippie,' mompelde ik.

'Waar hadden jullie het over?' vroeg Edward, die op de bank zat.

'Over het,' zei ik met een wrange glimlach. Waarom moest Edward zich toch altijd overal mee bemoeien?

'Dat bedoel ik niet precies.' Het bleef even stil. 'Laat maar, ik weet al wat ik wil weten.'

Jacob gromde en ik trok mijn neus op. Ja, hij had weer eens naar onze gedachten geluisterd.

Edward reageerde niet op de gedachte, ook al deed ik alsof ik het naar hem schreeuwde. Hij zat bedenkelijk voor zich uit te staren. Doodstil, als een standbeeld.

Ik schrok dan ook toen hij opeens opstond en met een enorme vaart de trap op stormde.

'Juist ja,' mompelde ik. Ik nam Edwards plek in op de bank. Nog voor Jacob naast me zat werd ik geroepen door Carlisle.

'Oh wat nu weer,' mopperde ik zachtjes. Ik wist dat Carlisle het kon horen.

'Het is belangrijk Lauren,' hoorde ik hem zeggen.

Hij wist me daarmee niet te overtuigen.

'Ik geloof dat ik weet wat je geheugenverlies heeft veroorzaakt.'

Oké. Dat was overtuigend genoeg om me de trap op te doen rennen.