Hoofdstuk 36 de twee gedaantes
POV Sjors
Sjors voelde zijn voeten keihard op de grond terechtkomen. Harry viel op de grond en ze lieten beide de Toverschool Trofee los.
"Waar zijn we?" vroeg Harry. "Geen idee." Sjors trok Harry overeind en ze keken om zich heen.
Ze stonden op een overwoekerde begraafplaats. rechts zagen ze de donkere omtrek van een klein kerkje, achter een grote taxusboom. Links rees een heuvel op en hoog op een helling kon Sjors het silhouet van een groot, oud huis onderscheiden.
"Wist jij dat de Trofee een Viavia was?" vroeg Sjors aan Harry.
"Nee." antwoordde Harry. "Zou dit ook bij de opdracht horen?"
"Ik denk het niet." zei Sjors een beetje nerveus.
"Toverstokken maar in de aanslag?" stelde hij voor. "Ja." het bleef een tijdje stil, terwijl ze om zich heen keken.
"Er komt iemand aan."zei Harry plotseling. "Niet iemand, twee personen." zei Sjors.
Ze tuurden gespannen door het duister en zagen een donkeren gedaantes. Eentje liep, en die hielt een ander vast. De tweede persoon liep langzaam en hij of zij leek nogal zwak. Ze liepen langzaam tussen de graven door, in hun richting. Sjors zag dat de eerste gedaante ook nog iets in zijn andere arm had. Beide gedaantes waren niet zo lang. De tweede persoon was iedergeval langer dan de gene die hem of haar vast hield.
Beide hadden een mantel om en een kap over hun hoofd, om hun gezichten te verbergen. En hij zag, toen de gedaantes dichterbij waren, dat het ding dat de kleine persoon in zijn armen hield, wel een baby leek of een bundeltje gewaden.
De gedaantes bleef op nog geen twee meter afstand staan, naast een enorme marmeren grafsteen. Doormiddel van een spreuk schoten er touwen uit zijn of haar toverstok en werd de langere gedaante aan de steen gebonden.
Daarna wendde hij zich tot Sjors en Harry.
Een paar tellen staarden Sjors, Harry en de kleine gedaante elkaar alleen maar aan.
Plotseling Harry's zijn toverstok viel uit zijn hand. Hij greep naar zijn gezicht en zakte door zijn knieƫn. Hij lag op de grond.
"Dood de tweede." zei een kille stem plotseling. De langere gedaante deed zijn of haar best om tegen te sputteren maar zo te zien was hij of zij te zwak. "Nee!" riep de lange gedaante.
De kap van de mantel viel af en Sjors bleef als versteend staan. Hij staarde de gedaante aan. Het was Emma.
