Hoofdstuk 35 De slag om Zweinstein 2

Harry stond voor iedereen en tegen over Lucius. "De grote Harry Potter" riep Lucius gluiperig. "Zelfs Voldermort heeft jou niet op je knieën gekregen maar ik doe her wel. Jouw zwakte is altijd het helpen van de zwakkere geweest" Sneerde Lucius hem toe. "En dit keer word het ook jouw dood".
Draco kwam langzaam bij en keek verschrikt om hem heen. Snel sprong hij op en riep "AVADA KADAVRA". "Ik denk niet dat je mij met een kip kunt doden Draco" lachte Harry luid. Draco zag dat hij nu een rubberen kip in zijn handen had in plaats van een toverstok. Harry's blik verstarde en hij hief Draco de lucht in. Met een grote zwaai van zijn stok gooide hij Draco richting het meer.

"Kijk Lucius zo ruimen wij het vuil op. En nu zal ik jou het volgende ook nog even vertellen. Jij heb nu de kans om je over te geven en misschien spaar ik jou leven dan. Geef jij jezelf niet over dan zou ik me maar klaar gaan maken voor een echt gevecht". De stem van Harry, werd bitter en zat vol met haat. Ginny was inmiddels naast hem gaan staan. Tussen de Dooddoeners verscheen ineens de Gruzielement van Zwadderich. Hij fluisterde iets tegen Lucius. En richten zich tot Harry.
"Grote woorden voor een ondergeschikte als je het mij vraagt". Omber bracht haar meest irritante lachje weer eens te voor schijn. Net als in zijn vijfde jaar ging dat lachje door merg en been. Van uit het niets en echt totaal onverwacht.

"AVADA KADAVRA" klonk de stem van Lucius. De groene lichtstraal kwam recht op Harry af. Hij kon zich nooit verdedigen en maakte zich klaar om geraakt te worden. De groene straal ging recht op hem af. Zijn gedachten gingen terug naar de schreeuw van zijn moeder. "Niet Harry hoorde hij haar schreeuwen". In een flits ging er een rode schim voor zijn ogen langs. "Niet Harry hoorde hij de stem van Ginny schreeuwen". Ze werd in haar rug geraakt en keek hem met grote open ogen aan. Ze viel voor over in zijn armen. Harry zakte door zijn knieën en hiel Ginny vast. Daar zat hij, zijn Ginny dood in zijn armen. Heel ver weg Hoorde hij Ron gillen. die werd door Fleur en Hermelien tegen gehouden. Lucius keek hem aan en riep. "Dat is een bloed verrader minder".

Veel dooddoeners begonnen te lachen. Professor Anderling wou voor bij Harry lopen, en op Lucius afstappen. Maar ze werd tegen gehouden door een hand van Harry. Harry stond langzaam op met een blik van haat richting Lucius. Zijn Ginny nog in een van zijn armen vast houdend. De magische kern die zich in Harry bevond vloeide naar buiten. De grond waar op hij liep begon te trillen. Er stak een wind van magie op. Professor Anderling legde een Hand op zijn schouder en voelde de kracht die Harry uitstraalde. Lucius richten zijn stok op Harry en wou een spreuk zeggen. Iets hield hem tegen. Zijn stok werd door een kracht naar beneden gedrukt.
"We zijn totaal versmolten Harry". Met langzame stappen liep hij op Lucius af. Lucius wilde achteruit stappen maar kreeg zijn voeten niet van hun plaats.
"We zijn totaal versmolten Harry". Lucius richt zijn blik op Ginny en toen weer op Harry. Harry wou zijn mond open doen toen twee handen zijn gezicht pakte en hem naar beneden trok. Met een kus op zijn lippen kwam hij uit zijn trans.
"We zijn totaal versmolten Harry" hoorde hij Ginny zeggen. Hij liet Ginny staan die net als Harry kwaad naar Lucius keek. Nu begon bij haar ook de magie naar buiten te vloeien. De blik van Lucius ging van angst naar pure paniek. Hij liet zich op zijn knieën zakken en smeekte om vergeving. "Daar is het nu te laat voor Lucius" vertelde Ginny hem.

Draco was uit het meer gekomen en kwam er aan rennen. Hij greep een stok van een dooddoener en liep recht op Harry af. "AVADA KADAVRA" riep hij uit. Zowel Ginny als Harry keken zijn kant op. Harry greep zijn stok en Ginny zijn hand. Samen hielden ze de stok van Harry vast. Ze hoefden niet eens meer een spreuk te zeggen. Er verscheen een klein zwart gat die de spreuk op slokte. Draco keek wild maar ook angstig. Er werd een koepel om iedereen heen getoverd. Niemand scheen te weten waar het vandaan kwam. En onverklaarbare kracht bracht alle dooddoeners bij elkaar. Er verschenen twee doorzichtige muren. Een hield de dooddoeners op hun plaats en de anderen hield de hulp troepen op hun plaats. In het midden bevonden zich elf mensen en een geesten vorm. Zwadderich wilden ontsnappen maar kwam de muur niet door. In het midden stonden nu Lucius, Draco en Omber. Om hun heen stonden Hermelien, Ron, Marcel en Loena. Allemaal klaar met hun stok om hoog. Tegen over het drietal stonden Harry, Ginny en professor Anderling. Bij een muur stond een gedaante in een zwarte mantel met de kap om het hoofd. Harry en Ginny waren omringt met een gele gloed. Een gloed waar de Magie te voelen was.

Harry sprak op met pure haat in zijn stem. Een haat die hij nog nooit had gehad. "We gaan het volgende doen. We duelleren een tegen een. En we laten jullie leven. Grijp je in dan is dat niet meer het geval".
Omber wilde wat zeggen. "Wij beginnen Dorothea Omber" klonk de stem van Minerva Anderling. Omber keek haar aan en wilde wat zeggen maar werd door zwijgen gebracht door Anderling. "Ik zal het woord voeren en jou overmeesteren". Omber hief haar toverstok op en richten hem op Minerva. Nog voor ze haar eerste spreuk had gezegd was ze haar stok alweer kwijt. Minerva had Expelliarmus gebruikt en stond nu met haar staf in de handen. "Ik zie dat je nog steeds niets voor stelt Omber". En ze bond Omber vast met touwen uit haar toverstok. Ginny Riep haar toe dat ze geweldig was. Anderling lachte en liep op Ginny af. Ze gaf haar de stok van Omber. Die in de hand van Ginny veranderde in een rubberen kip. "Dit had Harry mij al verteld" vertelde ze bij de kip.

Draco stond wat onwennig voor Harry die zijn toverstok niet had getrokken. Ginny stapte voor Harry en hief haar toverstaf. De zelf voldane grijns kwam weer terug op het gezicht van Draco. Harry gaf Ginny een kus en liep weg. "Denk je dat jou vriendinnetje mij wel aan kan Potter". Harry die niet reageerde en gewoon door liep leek zeer gelukkig. Harry lachte naar professor Anderling en gaf haar een goed keurend knikje. "Potter ik wil jou en niemand anders". Harry draaide zich om en keek Draco aan.
"Draco ik maak een deal met jou als je het vijf minuten uithoud. En je kunt jou toverstaf nog op tillen dan zal ik met jou duelleren". "Loop niet te ver weg Potter" sneerde Draco hem nog na. Draco lachte en keek weer neerbuigend naar Ginny. Ginny hoorde Harry nog even in haar gedachten wat zeggen. "Ginny ik zal jou niet zeggen hoe je moet winnen. Ik wil alleen maar een ding vragen. Zorg dat hij jou gevecht nooit zal vergeten. Maak er een Wemel speciaal van.

Bij het horen van die woorden kreeg Ginny een duivelse lach. Draco vuurde de eerste spreuk af. Ginny pareerde hem gemakkelijk. Draco vuurde een paar uit het niets ontstane ijs speren op haar af. Ginny pareerde ook die met een vuurspreuk en smolt de ijspegels. Draco vuurde nu een vuur bal op Ginny af. Ook deze werd door Ginny gepareerd met een windspreuk. "Kom op Draco is dit nou alles wat je hebt. Ik vind het bijna jammer dat ik met jou wou duelleren". Beet Ginny hem toe. "Jij vuil Modderbloedje. Je weet echt niet wanneer jij je mond moet houden he". Ginny lachte alleen maar bij die woorden.
Harry riep. "Draco je bent nu al drie minuten bezig. Ik denk dat het nu wel tijd word hoor Ginny". Ginny lachte nu nog breder en keek Draco doordringend aan. "Denk maar niet dat je kunt winnen vuile bloed verrader". Weer hief hij zijn toverstok op. Ginny verstijfde hem voor hij zichzelf kon verdedigen. Ze draaide hem om en liet hem recht op staan. Ze toverde zijn broek weg en liet Draco in zijn boxer staan. Ze kon het even niet helpen maar moest wel lachen. Het was een mooie witte met rode hartjes.
"Nog dertig seconde Ginny" riep Harry van de kant af. Ginny draaide Draco weer om en deed zijn benen een beetje uit elkaar. Hermelien stond aan de kant en naast Ron.

"Ze gaat toch niet, nee dat doet ze toch niet" riep Hermelien pieperig. "Oja dat gaat ze wel doen en ik ga er van genieten" riep Ron blij. Draco stond daar helemaal verstijft hij kon geen kant op. "Ginny nog tien seconde". "Das tijd genoeg Harry" lachte ze en nam een harde aanloop. Met nog vijf seconde hief ze haar voed op in volle snelheid. Aan de gil te horen zat zijn mannelijkheid nu iets hoger dan dat hij normaal zou zitten. Harry liep op Ginny af en ging naast haar staan. "En Draco wil je nog met Harry vechten. Weet wel hij schopt harder dan ik. Draco kon niets meer uitbrengen dan de tranen die over zijn wangen stroomden.

"Harry waarom heeft Lucius niet ingegrepen toen ik dat bij Draco deed". "Das goed dat je dat zegt Ginny Finite Incatatum". Lucius kon nu weer bewegen en gilde naar Draco. "Hoe kon je jezelf zo laten vernederen door een Wemel".
"Lucius ik zou Draco maar met rust laten want ik ben klaar voor jou" riep Harry naar hem. Lucius keek Harry boos aan. "Jij Vuile Half". Harry was het nu wel eens zat aan het worden. Van uit zijn toverstaf spoot hij een straal water recht in de mond van Lucius. "Als jij zulke taal blijft uit kramen, dan zal ik jou mond blijven uitspoelen".
Lucius hoesten en proesten het uit. "Avada" begon Lucius weer. Deze keer tilde Harry hem op met een Wingardium Leviosa spreuk en gooide hem een meter of vijf verderop weer neer. "Lucius het doet me nu niets meer, ik zal jou deze keer ook niet meer beschermen. Jou zoon heeft mij gered in jou land huis. Het zelfde heb ik voor hem gedaan in de kamer van hoge noot. Draco en ik zijn daar gelijk in geweest. Bij jou vrouw sta ik nog wel in het krijt. En hoop dat ooit te kunnen aflossen. Maar voor jou, nee dat maakt mij niets uit". Lucius sprong op en wilde Harry weer te lijf gaan. Maar ook deze keer was Harry te snel voor hem. Harry toverde een mini draai kolk en zetten die op Lucius. Deze draaide en draaide in het rond. Twee minuten later hield de draaikolk op. Lucius zat op zijn knieën en moest overgeven. "Expelliarmus" was het laatste wat Harry zei tegen Lucius. Nu bleef alleen nog maar de Gruzielement van Zwadderich over.

Zwadderich kwam terug lopen en ging naast Omber. Draco en Lucius staan. Even keek hij op hen neer en zuchten. "Potter ik zie dat mijn mensen geen partij voor jou zijn. Maar ik vraag jou ken jij een kasteel aan". Harry wist dat Zwadderich zicht met het kasteel had verbonden. En met de duizend jaar magie wat zich in de muren bevond zou dat best wel eens tegen kunnen vallen. Van uit het niets kwam er een wind vlaag over de grond heen. Alles en iedereen werden omvergeblazen. Zo ook de persoon in de mantel. Het was een vrouw die Harry zag. Snel deed ze heer kap weer op en liep terug naar haar plekje waar ze al had gestaan. Harry dacht even na en vertelde aan Ginny dat ze moest gaan kijken bij haar. Echter zo ver kwam het niet. Zwadderich rees zich weer op en hief iedereen van de grond.

"Ja Potter nu ik de krachten in het kasteel aan roep kan ik ook toveren. Allemaal werden ze tegen de binnen kant van de koepel gegooid. Met moeite krabbelde Harry weer overeind. Nu stonden er zes toverstokken tegen over Zwadderich.
De vrouw in de Mantel kwam naar hem Harry toe gelopen. Voor Harry draaide ze zich om en hief haar stok op Zwadderich. Langzaam verwijderde ze haar kap. Daar stond tot ieders verbazing. Narcissa Malfidus Zwarts.
"Narcissa Malfidus" was alles wat Ginny kon uitbrengen. "Nee Ginny, Narcissa Zwarts is de naam". "Jij bent mijn vrouw Narcissa en ik verbied je om ook maar met die Potter te praten". Narcissa keek naar Harry. "Ik Heer zwarts van het aloude en nobele huis Zwart. Vernietig hierbij het huwelijks contract van Lucius Malfidus en Narcissa Zwarts. Welkom terug in de Familie Narcissa". Harry kon zijn lach nog maar net in houden toen hij het hoofd van Lucius zag.

Zwadderich ging weer over tot een aanval en weer werden ze tegen de binnen kant van de koepel aan gegooid. "Wat moeten we doen Harry" was de vraag van Ginny. "We hebben hulp nodig van onze ouders denk ik". Zwadderich maakte een draai kolk binnen in de koepel. Harry lip naar het midden samen met professor Anderling en Ginny. "Ik heb de Relieken van de Dood nodig om hem tegen te kunnen houden". "Hoe wil je dat doen Harry" vroeg Ginny hem. "Wij tweeën maken het symbool en kijken wat er gebeurd". Harry pakte de Zegevlier van professor Anderling aan en gaf haar de onzichtbaarheids mantel en de Steen van Wederkeer.

Samen met Ginny pakte hij de Zegevlier vast en hield deze met de punt omhoog. Professor Anderling begreep wat Harry wilden doen. Met een trillende hand plaatste ze de ring met en de Steen van Wederkeer om de staf. Ginny keek verschrikt op. Daar was Sirius en Remus, Tops, Lilly en James. Aan de andere kant van haar was Perkamentus, madam Hoog en Slakhoorn Ze zag twee oudere mannen met rood haar. Dat zijn mijn ooms zei ze tegen Harry. Daar was Cederic en Casper. De tranen sprongen in de ogen van allebei toen ze Fred zagen staan. In zijn armen had hij een klein mannetje. Dag meester en meesteres Potter. Riep Dobby hen blij toe. Professor Anderling gooide de onzichtbaarheid mantel over de Zegevlier heen, die daarop alles liet verdwijnen ook de handen van de beide tovenaars. Achter hen klonk een rauwe stem van een figuur in een donkere mantel.

Professor Anderling legde een hand op de schouder van Harry en zag meteen haar man en dochtertje staan. We zijn trots op jouw Minerva was zijn Antwoord bij haar blik. Ze keek naar het figuur in zijn donkere mantel. Dat is de dood zelf riep ze uit. Harry keek naar de dood en vertelde. Daar is er een die jij al lang had moeten hebben. De dood keek naar Harry toen naar Ginny. "Jullie zijn een ziel in twee lichamen, net als ik ooit was. Alleen zijn jullie puur licht. Ik was dat helaas niet met mijn wederhelft". Harry en Ginny keken elkaar glimlachend aan. "Jij doet me aan iemand denken zei de dood. Er verschenen drie broers. Een van hen liep op Harry af en je kon duidelijk zijn gelijkenis met Harry zien. Ook hij had van dat warrige haar net als Harry. "Jij hebt mijn onzichtbaarheids mantel of niet". Was alles wat hij hem vroeg. Harry knikte allen maar en wist niet goed wat hij moest doen.
Harry keek de dood nog eens aan net als Ginny. "Zou u hem mee kunnen nemen naar waar hij thuis hoort" vroeg Ginny aan de dood. Helaas kan ik dat niet doen. Iedereen leek meteen somber te worden. Harry had hier zijn hoop op gevestigd. "Ik ken er wel drie die het kunnen". Met een beweging trok de dood Hermelien, Ron, Marcel en Loena naar het midden toe. "Houd elkaar allemaal vast, en wat er ook gebeurt breek de ketting niet". Ook trok hij Narcissa er bij. Daar stonden ze met zijn achten. Harry en Ginny nog steeds met de Zegevlier in hun handen. De rest hand in hand en professor Anderling met de hand op de schouder van Harry. Er vormde een warm gevoel bij iedereen in hun onderbuik. Langzaam steeg dat gevoel op. Het was gek maar er kwam iets zilverigs uit hun monden. Voor Harry en Ginny vormde zich een geest. Het was een oude man. Deze leek heel veel op Haast onthoofde Henk.

"Een goede dag mijn naam is Goderic Griffoendor. Harry keek naar Anderling. Die leek het erg moeilijk te hebben. Bij haar vormde ook een geest. "Goeden middag mijn naam is Helga Huffelpuf". Bij Ron, Hermelien en Marcel, Loena vormde een halve geest en deze bracht zich zelf bij elkaar. En ik ben Rowena Ravenklauw. Harry keek verder de rij af. Bij Narcissa vormde zich geen geest. "Zeg dood waarom is er geen geest bij Narcissa". "Die is er wel Harry maar die staat nu daar". De dood wees op Zwadderich. Ginny keek van de ene geest naar de anderen. "Kunnen jullie ons helpen op Zwadderich te bestrijden". Was haar vraag aan de geesten. Het was als of ze nu pas de geest van Zwadderich zagen staan. Ze konden met eigen ogen zien hoe Zwadderich in een keer meer dan de helft van zijn kracht verloor. Harry en Ginny keken elkaar alleen maar aan. In gedachten vroeg Ginny aan Harry wat het inhield. Tot haar verbazing gaf de dood haar en Harry het antwoord.

Jullie hebben het erfrecht tot het kasteel. Jullie erfrecht verteld dat jullie allemaal familie zijn van een van de stichters. Alleen hun geesten kunnen de geest van Zwadderich aan. Wat ze zagen was geen plezierig gezicht. De drie stichters van de school pakte Zwadderich hard aan. Voor hun ogen werd Zwadderich uit elkaar gescheurd. Wat er over bleef was een misvormde gedaante van Zwadderich en een geest van hem. De geesten namen afscheid van hun erfgenamen. Het was vreemd maar ook geruststellend.

Zwadderich liep op Draco af en wilde afscheid nemen. Het was als of hij tegen een muur was aan gelopen en keek om naar Narcissa. "Wie is mijn erfgenaam ondergeschikte familie van mij" vroeg hij. Met een vaste hand wees ze naar Ginny. Ginny keek met grote ogen naar Narcissa maar kon geen geluid over haar lippen krijgen. De geest van Zwadderich stond voor haar en keek haar neerbuigend aan. "Jij bent nu mijn erfgenaam, jij smerig vuile bloed verader". Ginny keek hem aan en begon te lachen. "Zeg wat je wild zeggen Zalazar maar weet een ding". "En wat mag dat dan wel zijn jij vuil". Hij kreeg niet de kans om zijn zin af te maken.
"Ik ben jou erfgenaam en getrouwd met de erfgenaam van Goderic. Dus onze kinderen zijn jullie erfgenamen. En die kinderen gaan er komen. Dus wat jij wilde is gebeurt. jij en Goderic zijn verbonden". Zalazar werd wit bij het horen van die woorden. En ook hij verdween weer langzaam. De dood gaf een zwaai met zijn hand en de misvormde Zwadderich verdween. "Meester en meesteres ben ik vrij om te gaan". De dood werd bedankt en ging weer weg.

Langzaam liet iedereen elkaar los. Alleen Anderling hield nog vast aan Harry. Ze keek in de ogen van haar man en vertelde dat Harry hun erfgenaam was geworden. Met trouwe ogen keek de man en de dochter van Anderling naar Harry. Zijn enige antwoord was "ik zou het niet anders willen". Hij nam afscheid van zijn Minerva en ging er vandoor. De geesten rond Harry en Ginny gingen er ook vandoor. Alleen Fred en Dobby bleven over. "Meester Harry meneer. Dobby wil u bedanken voor het helpen van mama Dobby". Harry had die trouwe ogen zo gemist. Hij kon alleen maar knikken. Ginny keek alleen maar naar Fred. "Ginny je was geweldig en het beste was de schop tegen de Jeweetwel van Draco". Ginny lachte flauwtjes maar keek zeer verdrietig. "Ginny ik ben gelukkig. Je zou het misschien niet zeggen maar als geest ben ik bij jullie en mijn broer. Dus je zult mij nooit echt kwijt zijn". En Fred gaf haar een enkele geesten kus en verdween. Harry verwijderde zijn onzichtbaarheid mantel en de ring. Legde een arm om Ginny en een om de schouder van Minerva. Met zijn eigen toverstok toverde hij de koepel weg en toverde een kleinere om de dooddoeners heen. Bij binnen komst zagen ze dat er nog een aantal mensen waren overleden bij deze veldslag. Gelukkig was de Familie Wemel ongedeerd en ook de oma van Marcel. Achter het groepje liep Narcissa alleen. Maar werd bij de groep gebracht door Ginny. Ze was zachtjes aan het huilen. Ginny bracht haar naar een tafel en liet haar daar rustig zitten. Zelf ging ze stil tegen over haar zitten en wachten af.