Hoofdstuk 33.

Hermelien vroeg zich af of ze misschien te ver was gegaan. Malfidus had natuurlijk ook te lijden gehad onder Voldemort, en zeker de jaren die volgden na zijn vaders fiasco op het ministerie. Ze had het aan zijn gezicht gezien. Ze had het laatste over Perkamentus' dood waarschijnlijk niet moeten zeggen, maar het was gewoon uit haar mond gekomen zonder er verder bij na te denken.

Maar toch, dat is wat er was gebeurd, dat kunnen we toch niet negeren omdat net hij daar een grote rol in had? sprak ze zichzelf tegen. Toch voelde ze een schuldgevoel opkomen. Ze besloot om zich bij de volgende gelegenheid te verontschuldigen voor het feit dat ze het er zo had uitgeflapt.

Ze bleef weer een hele lange tijd alleen op haar kamer zonder iets omhanden te hebben. Ze begon er spijt van te krijgen dat ze Malfidus had boos gemaakt, want hij had haar misschien boeken kunnen brengen vanuit de bibliotheek.

Ten slotte besloot ze om er zelf maar heen te gaan. Ze wist dat ze eigenlijk in bed moest blijven liggen, maar ze verveelde zich zo erg dat ze het advies van de Heler heel even in de wind sloeg. Als ze stiekem was, zou niemand haar zien. En dan nog, Malfidus was, toen hij bed moest houden, toch ook ontsnapt? Dus eigenlijk kon niemand er iets van zeggen als zij nu ook eventjes niet op haar kamer bleef.

Langzaam zwaaide ze haar benen over de rand van het bed en zette ze haar voeten neer. De zalf van mevrouw Jansen werkte nu echt goed, ze had helemaal geen pijn meer aan haar buik. Ze sloop op haar tenen door de kamer, en toen ze bij de deur aankwam, drukte ze heel langzaam de klink naar beneden. Zonder een geluid te maken, opende ze de deur en keek ze even door de gang. Er was niemand te zien. Ze stapte de gang op en liep stilletjes naar de bibliotheek, waarbij ze zoveel mogelijk de krakende vloerplanken probeerde te vermijden. Ze had geluk, ze bereikte de bibliotheek zonder ook maar een geluid te maken. Nu moest alleen de bibliotheek leeg zijn, en dan kon ze ongemerkt met een boek terug in haar bed kruipen. De kans daarop was redelijk groot, want de enige die ze in de bibliotheek kon tegenkomen, zou Malfidus zijn, maar daar was ze niet bang voor. Dan kon ze zich bovendien meteen verontschuldigen en dan was ze van dat schuldgevoel verlost.

Toch voelde ze een zekere opluchting toen ze in de bibliotheek niemand aantrof. Ze deed de deur achter zicht dicht, liep naar de dichtstbijzijnde boekenkast en snuffelde er door een aantal boeken. Ze verloor de tijd compleet uit het oog terwijl ze de boeken doorbladerde, ze vergat zelfs dat ze daar eigenlijk niet mocht zijn. Ze dacht er pas terug aan toen ze de deur hoorde opengaan. Alsof ze een klein kind was dat op iets was betrapt dat het niet had mogen doen, sloeg ze het boek dicht en zette ze het haastig terug in de kast.

"Ah, hier zit je," zei Malfidus afgemeten, terwijl hij de bibliotheek binnenkwam. Hij had een stuk perkament in zijn handen.

Hermelien zag direct dat hij nog altijd boos was. Ze zei niks, maar wachtte af hoe hij zou reageren op het feit dat ze niet op haar kamer was gebleven.

"Je weet toch dat je in bed moet blijven liggen, of luister je zo slecht?" zei hij smalend.

"Ik ben al weg," zei ze alleen maar. Als hij zich zo gedraagt, kan hij ook geen excuses verwachten, redeneerde ze. Ze wilde langs hem doorlopen om terug naar haar kamer te gaan. Hij hield haar echter tegen door met zijn arm de deuropening te blokkeren.

"Wacht, je hebt een brief gekregen. Van Potter geloof ik," zei hij, nog steeds met een afgemeten stem. Hij gaf haar het perkament en haalde zijn arm weg, zodat ze kon doorlopen.

Hermelien nam de brief gretig aan en brak het zegel. Ze doorlas het perkament snel. Er stonden maar een paar zinnen op.

"Hij wilt morgen komen," zei ze, terwijl ze van de brief naar Malfidus keek. Hij keek haar onverschillig aan.

"Naar hier, hij wilt morgen naar hier komen," herhaalde ze nog eens, alsof ze dacht dat hij haar niet had verstaan.

Malfidus zweeg nog steeds halsstarrig. Ze kon hem niet geloven. Ging hij haar nu echt negeren? Wilde hij soms niet dat Harry naar daar kwam? Wel, als dat zo was, dan ging ze hem persoonlijk opwachten aan de poort zodat ze ergens anders heen konden gaan.

"Hij schrijft dat ook als hij geen toestemming krijgt," ze snoof even, want ze had het idee dat Malfidus dat echt van plan was, "hij toch naar hier komt."

Eindelijk reageerde Malfidus. "En hoe gaat hij dat dan doen? Mensen die hier niet uitgenodigd zijn, komen hier ook niet binnen!"

"Dan ga ik hem opwachten aan de poort. Of op straat, als het moet," zei Hermelien verbeten.

"Wat? En dan nog eens worden aangevallen, zeker?" zei Malfidus boos. "Nee nee, dan had ik je net zo goed de eerste keer kunnen laten liggen. Jij blijft hier, op het domein."

"Jij kan niet zeggen wat ik moet doen!" protesteerde Hermelien. Wat dacht hij wel niet?

"Als ik naar buiten wil, dan mag ik toch wel naar buiten zeker, wat is me dat nu!"

"Griffel, echt waar! Wil je soms dood? Want ik ken de Dooddoeners hoor, zoals je mij er daarstraks zeer subtiel op wees," reageerde Malfidus furieus. "De vorige keer heb je gewoon zoveel geluk gehad dat ik er was, want anders hadden we je in de grond moeten stoppen!"

Hermelien schrok van zijn reactie. Dat hij ineens zo kwaad werd, had ze helemaal niet verwacht.

"Denk je soms dat ze je zomaar zouden laten gaan, wanneer ze je nog eens te pakken kunnen krijgen? Zo naïef ben je toch niet, of wel? Ze zouden allerlei verschrikkelijke dingen met je doen, totdat je gewoon wenste dat je dood was! En dan nog zouden ze doorgaan! Dat wil ik echt niet ook nog op mijn geweten hebben," Malfidus haalde diep adem. "Nee, laat Potter maar naar hier komen."

Hij wierp haar nog een laatste, minachtende blik toe, draaide zich toen om en liep weg, zonder zich nog iets van haar aan te trekken. Pas toen hij uit zicht was, liet Hermelien zich op de grond zakken, haar hele lichaam beefde door de aanvaring met Malfidus en het besef wat er toen op de dag van de aanval had kunnen gebeuren.

Compleet van de kaart slaagde ze er toch nog in haar kamer te bereiken. Ze plofte op haar bed neer, ze was zelfs vergeten boeken mee te brengen, zo aangedaan was ze door de beelden die door haar hoofd maalden. Haar gedachten gingen naar de twee zwarte schaduwen uit haar droom, die haar martelden tot ze iets zou zeggen wat hen tevreden zou stellen, om dan daarna alleen maar afgemaakt te worden als een of ander ziek beest. Haar handen trilden toen ze een kort briefje naar Harry schreef met de mededeling dat hij daar welkom was. Ze wist nog niet zeker wat ze hem moest zeggen, en ook niet of ze iets moest zeggen over de aanvaring met Malfidus.

Ze schrok op door een klop op de deur. Het was mevrouw Jansen die een plateau met eten voor zich uit liet zweven en in haar andere hand het potje met de zalf vast had.

"Zo, ik denk dat je wel honger zult hebben, niet? Maar misschien kunnen we eerst die verbanden vervangen. Doet het nog pijn?" vroeg ze, terwijl ze naar een tafeltje liep om daar de plateau op te zetten.

Hermelien probeerde niet al te veel te laten merken dat ze van slag was, maar ze was niet zeker of dat wel lukte. Mevrouw Jansen keek haar bezorgd aan.

"Hermelien, is alles wel in orde? Je ziet er zo verslagen uit."

Hermelien probeerde de tranen in haar ogen terug te dringen. "Nee, ik –, " Ze zuchtte, ze wist niet hoe ze dit moest uitleggen.

"Hebben jij en meneer Malfidus soms ruzie gehad?" vroeg mevrouw Jansen. "Ik dacht dat ik hem daarnet hoorde roepen."

Hermelien knikte zwakjes. Hoe sterk ze er ook tegen vocht, ze kon de tranen niet meer tegen houden. Ze hield haar hoofd in haar handen.

"Maar Hermelien toch," zei mevrouw Jansen medelijdend terwijl ze op het bed ging zitten en haar omhelsde. "Wat is er dan gebeurd?"

"H- het komt niet echt door de ruzie," zei Hermelien, terwijl ze haar tranen zo goed als het ging weg veegde. "M-maar hij zei mij vlakaf wat er zou gebeuren als ik nog eens aangevallen werd."

Mevrouw Jansen liet haar los, keek haar ernstig aan en zuchtte. "Hij kan toch ook soms zo ongevoelig zijn. Ik wil anders wel eens met hem gaan praten."

"Nee, nee dat hoeft niet. Het is ook mijn eigen schuld dat hij boos op mij is, maar ik was gewoon geschrokken van de manier waarop hij reageerde." Hermelien haalde diep adem. Om het er gewoon al met iemand over te hebben, kalmeerde ze een beetje. "En ik blijf nu maar denken aan die mannen die mij hebben aangevallen. Waren het echt die Dooddoeners die hier waren gesignaleerd? Maar waarom hebben ze mij dan aangevallen? Kan ik nu dan echt nergens meer heen zonder bang te zijn? Ik kan toch niet de hele tijd hier blijven?"

"Daar hoef je je nu echt geen zorgen om te maken. Je moet weten dat meneer Malfidus er alles aan zal doen om de daders te vinden. Hij gaat je hier echt niet tegen je wil opsluiten," troostte mevrouw Jansen haar.

"Zo leek dat anders wel."

"De eerste dagen is dat voor je eigen bestwil. Het kan zijn dat die mensen hier nog in de buurt zijn en op je zitten te wachten tot je weer buiten komt. Meneer Malfidus gaat zelf elke dag nog naar buiten om de buurt te controleren. Daarom heeft hij ook Scorpius weggestuurd, want hij is doodsbang dat hem ook iets zou overkomen."

"Dat-dat wist ik niet," antwoordde Hermelien. Ze nam haar zakdoek en snoot haar neus.

"Ik weet niet wat er in jullie verleden is gebeurd, want het is me wel duidelijk dat jullie elkaar al langer kennen. Maar ik werk nu al elf jaar voor hem en hij is de beste werkgever die ik me zou kunnen wensen! Ik kende hem vroeger niet, ik weet niet wat hij precies heeft gedaan in de tijd van Jeweetwel, hoewel ik natuurlijk ook de geruchten hoorde. Maar als al die geruchten ook maar waar zijn, dan moet je weten dat hij niet meer dezelfde persoon is van vroeger. Ik geloof werkelijk dat hij een goede man is en zijn dierbaren wilt beschermen."

"Ik-ik denk niet dat hij mij hier graag heeft," zei Hermelien stil.

"Maar natuurlijk wel!" zei mevrouw Jansen. "Dacht je nu echt dat je een volledig jaar hier zou kunnen werken wanneer meneer Malfidus je hier niet graag had?"

Hermelien wist niet wat ze moest zeggen. Mevrouw Jansen wist natuurlijk niet dat Malfidus nog geen half jaar geleden zelf tegen haar had gezegd dat hij haar wilde ontslaan omdat hij er niet tegen kon dat zij in zijn huis rondliep, maar dat uiteindelijk niet had gedaan. Misschien had mevrouw Jansen wel gelijk. Malfidus had anders vast wel een andere reden gevonden om haar weg te sturen. Ze geloofde haar alleszins wel toen ze zei dat hij zorgde voor zijn personeel. Of hij dat bij haar even graag deed als bij de anderen, daar was ze nu niet zo zeker van.

"Gaat het al wat beter?"

"Ja," zei Hermelien zacht en snoot daarna nogmaals haar neus. "Ja, het gaat al beter, bedankt."

"Goed," glimlachte mevrouw Jansen. Ze stond op om het kommetje zalf te pakken. "Dan ga ik nu de verbanden verversen als dat goed is. Anders wordt de zalf te warm."

Hermelien ging recht zitten, en trok haar trui naar boven. Mevrouw Jansen haalde met een toverspreuk de verbanden weg en controleerde haar buik even.

"Hmm, dat ziet er toch al beter uit dan eerst, maar ik denk toch dat we de zalf nog een paar dagen moeten opsmeren. Ik zal morgen nog wat nieuwe gaan maken, want zo'n potje is toch direct leeg."

Nadat mevrouw Jansen klaar was, nam ze het dienblad met eten en zette ze het neer boven Hermeliens benen. Ze stond op het punt de kamer te verlaten, toen Hermelien aan de brief van Harry dacht.

"Oh! Helena! Kan je deze brief nog opsturen? Hij is voor Harry," zei ze, terwijl ze haar antwoordbriefje omhoog hield.

"Natuurlijk zal ik dat doen," glimlachte mevrouw Jansen terwijl ze het briefje aannam.

"En – bedankt nog. Je weet wel, om mij op te peppen," zei Hermelien. Mevrouw Jansen knikte alleen maar en ging toen de kamer uit.

Hermelien zag die avond niemand meer, buiten Ieme die een klein flesje met de toverdrank tegen nachtmerries bracht. Waarschijnlijk had Malfidus niet zelf willen komen, en had hij daarom maar een huiself gestuurd.

Ondanks dat ze die dag pas laat was opgestaan, voelde ze zich erg moe. Ze liet zes druppels van de toverdrank in haar water druppelen, roerde even en dronk het toen op. Het water had nu een vreemde bloemensmaak gekregen, ze wist niet zeker of ze het wel lekker vond. Ze poetste haar tanden en ging naar het toilet en kroop toen haar bed weer in. Ze hoopte maar dat het toverdrankje zou gaan werken, want ze vermoedde dat ze anders sowieso weer over de zwarte schaduwen en de aanval zou gaan dromen. Zeker omdat Malfidus haar er nog extra aan had herinnerd wat er had kunnen gebeuren. Met een zucht sloot ze haar ogen en viel ze al snel in slaap.

Het drankje had zijn werk gedaan. Meer nog, het leek zelfs haar dromen extra vrolijk te hebben gemaakt. Hermelien herinnerde zich nog een explosie van felle kleuren en caleidoscoopachtige figuren toen ze wakker werd. Ze vroeg zich af of ze misschien geen drugs had ingenomen in plaats van de toverdrank. Ze was blij dat ze geen nachtmerrie had gehad, maar ze besloot toch om de volgende keer de dosering wat te verminderen.

Wietske kwam de kamer binnen met weer een grote plateau vol met warm ontbijt. Hermelien genoot van het heerlijke eten, maar ook nu moest ze toch bijna de helft laten liggen omdat haar buik vol zat. Rond tien uur kwam mevrouw Jansen om de verbanden nogmaals te vervangen en nieuwe zalf op te smeren. Ze zei niks meer over hun gesprek van de vorige dag en Hermelien begon er ook zelf niet meer over.

"Die toverdrank tegen nachtmerries werkt echt wel goed," zei Hermelien. "Misschien wel een beetje te goed. Ik heb zo'n gevoel dat ik eigenlijk LSD heb genomen, zoveel heldere kleuren dat ik zag."

"L-S-D?" vroeg mevrouw Jansen onbegrijpelijk, terwijl ze nieuwe verbanden opnieuw aanbracht.

"Een soort drugs dat in de jaren zestig vaak door bands en hippies werd gebruikt om in betere sferen te geraken."

"Oh," antwoordde mevrouw Jansen alleen maar. Ze leek het idee om drugs te nemen om je beter te voelen weerzinwekkend te vinden.

"Ik denk dat ik de dosering toch maar een beetje ga aanpassen," vervolgde Hermelien.

"Hoeveel druppels had je gisteren genomen?"

"Zes, zo stond het ook op het flesje."

Mevrouw Jansen knikte begrijpend. "Ja, dan geloof ik wel dat je kleurrijke dromen hebt gehad. Meneer Malfidus neemt zelf altijd maar twee druppels per keer. Heeft hij dat niet gezegd dan?"

"Nee, ik heb hem niet meer gezien," antwoordde Hermelien stil. Mevrouw Jansen leek de hint te hebben begrepen, want ze knikte alleen maar.

"Ik zou ook beginnen met twee druppels, en als je dan wel nog nachtmerries zou krijgen, dan zou ik de dosering verhogen," zei ze. "Meneer Malfidus heeft me een keer gezegd dat hij soms wel wat meer nodig heeft dan die twee druppels. Of dat hij midden in de nacht wakker wordt door een nachtmerrie, en dan nog extra druppels inneemt. Het is een beetje proberen…"

"Heeft hij dan zo vaak nachtmerries?" vroeg Hermelien verbaasd.

"Oh ja, wist je dat niet? Minstens een keer per maand. Nu neemt hij ook niet meer elke dag die druppels, omdat de nachtmerries minder worden, maar vroeger had hij ze bijna elke nacht."

Hermelien keek mevrouw Jansen ongelovig aan.

"In mijn eerste jaar hier werd hij zowat elke nacht schreeuwend wakker," zei mevrouw Jansen. "Toen bestond die toverdrank nog niet en mevrouw Astoria en ik konden er niks tegen doen."

Hermelien herinnerde zich nog wat Malfidus had gezegd over slecht dromen en nachtmerries. Ze had gedacht dat hij toen een grapje maakte, ze had geen idee gehad dat hij eigenlijk de waarheid vertelde.

Behalve dan dat over die leeuw in de roze tutu natuurlijk, bedacht ze met een frons.

"Heb je hem dan dezenacht niet gehoord? Maar goed dat Scorpius niet hier was, want meerdere nachten na elkaar wakker worden, is voor zo'n kleine jongen niet goed, dat heeft hij in het verleden al te vaak meegemaakt."

"Nee, ik heb niks gehoord," zei Hermelien terwijl ze haar hoofd schudde. Nu begreep ze ook ineens wat Scorpius de vorige dag bedoelde met "Ik ben er wel aan gewend".

"Ja, dat zal dan wel door die druppels komen. Die brengen je waarschijnlijk in zo'n diepe slaaptoestand dat je niks meer hoort van buitenaf. Ik weet niet of die wel eigenlijk zo goed zijn om te gebruiken, maar kom."

"Had hij dan zo hard geroepen?"

"Lieve hemel, ja. Het was allang geleden dat ik daarvan nog eens was wakker geworden. Ik slaap een verdieping hoger en ik hoorde hem nog. Ik was snel naar onderen gegaan om het andere flesje druppels te gaan halen, want ik bedacht mij dat hij ze niet had ingenomen. De laatste weken en maanden ging het net zo goed. Ik vraag me af waarom hij nu ineens wel weer droomt over Jeweetwel."

"Hij heeft nachtmerries over Jeweetwel?" zei Hermelien geschokt. Ze wist meteen waarom hij nu weer slechte dromen kreeg. Dat kwam door hun gesprek van de vorige dag.

"Jeweetwel, slangen die mensen opeten, martelingen, duivelsvuur, … Zowat alles is al eens de revue gepasseerd."

"Maar dat is vreselijk!"

"Ik weet het. Hij moet als jongeman echt zoveel hebben meegemaakt…Ik denk dat hij het nooit helemaal heeft verwerkt van wat er toen is gebeurd," mevrouw Jansen zuchtte en stond toen op.

Hermelien keek haar aan, ze wilde niet dat mevrouw Jansen al wegging, ze wilde dat ze haar meer vertelde over de dromen van Malfidus.

"Ik moet maar weer eens gaan. Wietske was net bezig met het maken van het middageten, en dat heeft ze nog nooit gedaan, dus ik zal er maar eens naar gaan kijken."

Hermelien knikte en keek hoe mevrouw Jansen de kamer verliet. Schuldgevoelens overspoelden haar. Het was haar schuld dat Malfidus weer die vreselijke dingen moest meemaken in zijn dromen, zij had immers de vorige dag meer gezegd dan er was gevraagd. Ze vroeg zich af hoe het moest zijn om elke nacht weer zijn verleden te herbeleven. Toen zij de droom had gehad waarin ze werd gemarteld door Bellatrix, voelde ze zich de hele dag daarna slecht. Zou Malfidus zich dan elke dag zo voelen? Hermelien vroeg zich af wat er allemaal was gebeurd tijdens Voldemorts regeerperiode waardoor Malfidus zo'n trauma had opgedaan. Ze herinnerde zich nog dat Voldemort toen bij hem thuis woonde. Hermelien kreeg rillingen. Dat moet vreselijk zijn geweest. Wie weet hoe vaak hij en zijn familie werden bedreigd. En net zij had ervoor gezorgd dat de nachtmerries weer terug waren gekomen.

Ze had spijt dat ze de vorige dag het verhaal van wat er was gebeurd op het ministerie had verteld, want daardoor waren blijkbaar onbewust de gedachten aan de gebeurtenissen van de jaren erna weer vrijgekomen. Ze kreeg zelfs een brok in haar keel die ze maar met moeite kon wegslikken. Ze kon zich echter niet gaan verontschuldigen, want dan zou ze moeten toegeven dat zij wist wat hij elke nacht opnieuw moest meemaken. Ze vermoedde dat hij niet wilde dat zij dat wist. Dat hij zich op die manier misschien een zwakkeling voelde.

Ze zuchtte en leunde achterover in haar bed. Ze wenste dat Harry er al was, zodat ze met hem over andere dingen kon praten.

Ze moest echter niet al te lang wachten voor haar wensen uitkwamen. Rond half twaalf hoorde ze een vreemd geklingel, dat blijkbaar het geluid was dat aantoonde dat er iemand aan het hek stond te wachten. Snel ging ze in de badkamer kijken of ze er wel presentabel uitzag. Enkel haar haren zaten enorm door de war, maar daar kon ze niets meer aan doen. Ze gooide nog wat water in haar gezicht en ging toen terug op haar bed zitten. Al snel hoorde ze de stem van mevrouw Jansen op de gang. Ze was iets tegen Harry aan het zeggen, maar Hermelien kon niet goed verstaan wat. Pas toen ze voor de deur stonden, kon ze haar horen zeggen: "Hier ligt ze, klop maar op de deur, ik denk dat ze wel wakker is." En daarna hoorde Hermelien haar weer weglopen, blijkbaar wilde mevrouw Jansen hun niet storen tijdens het bezoek.

Harry klopte op de deur en deed deze daarna op een kiertje open.

"Hermelien?"

Het deed zo goed om zijn stem te horen. Ze glimlachte even blij en antwoordde toen: "Ja, Harry, kom maar binnen."

Harry kwam nu helemaal de kamer ingelopen en sloot de deur achter zich. Hij liep op het bed af en omhelsde haar met een opgeluchte lach.

"Oh, Hermelien! Ik ben zo blij dat je helemaal in orde bent!" Harry liet haar los, verschoof een beetje en keek haar onderzoekend aan.

"Wat had ik mij verschrokken toen ik gisterenmorgen die brief kreeg! Ik had al direct willen komen, maar er was iets belangrijks op het werk en ik kon geen vrij krijgen!"

"Dat is niet erg hoor, Harry. Alles gaat goed met mij. Voor zover de omstandigheden het toch toelaten. Ik verveel me wel heel erg."

"Moet je hier nog lang blijven liggen?"

"Nog een paar dagen denk ik… Ik weet eigenlijk niet wat de Heler precies heeft gezegd."

Hermelien keek naar Harry met een glimlach om haar lippen. Ze was blij dat ze nu wat afleiding had.

"Hoe is het met Ginny en de kinderen?"

"Alles goed, alles goed. Ze waren ook wel geschrokken van de brief. Wie had hem eigenlijk gestuurd, en ben je echt vier dagen bewusteloos geweest?"

Hermelien had het niet anders verwacht, maar toch had ze gehoopt dat ze niet zo snel zou moeten beginnen over de aanval.

"Ja, blijkbaar. Eergisteren ben ik ontwaakt. Toen heeft Helena ook die brief gestuurd," antwoordde Hermelien.

"Ik had al zo'n voorgevoel dat die vloek iets met jou te maken had," zei Harry met een frons op zijn voorhoofd.

"Wat, welke vloek?" vroeg Hermelien verbaasd.

"Zondag kregen ze op het ministerie een melding binnen dat er hier in de buurt de cruciatusvloek was uitgesproken, maar ze konden niet zeggen door wie of waarom. Het was weekenddienst, dus maandagochtend konden ze het pas onderzoeken. Ikzelf hoorde er pas die middag van, maar ik dacht meteen aan jou. De mensen die de melding nagingen, konden mij echter niks zeggen of er in de eerste plaats iemand was aangevallen en zo ja, wie dan. Ze zeiden dat ze hier langs waren geweest maar dat Malfidus alleen maar had gezegd dat hij niks had gemerkt. De daders waren blijkbaar ontkomen."

"Wat? Waren er mensen van het ministerie langs geweest? En Malfidus had niks gezegd over dat ik was aangevallen? Daar wist ik echt niks van!" zei Hermelien verbaasd.

"Ik had je ook nog een brief gestuurd, maar die is ofwel niet aangekomen, ofwel niet aan jou doorgegeven," zei Harry met een frons op zijn voorhoofd. "Hoe meer dagen er voorbij gingen zonder iets van je te horen, hoe ongeruster ik werd. Ik zei tegen mezelf dat als er de volgende morgen nog geen uil was langskomen, ik zelf naar hier zou komen om uit te zoeken wat er aan de hand was. Maar toen kwam dus die brief van Helena, en heb ik meteen een bericht terug gestuurd."

"Harry, ik wist niks van een brief! Daar heeft Malfidus niks van gezegd!" zei Hermelien.

"Ja, waarom verbaast mij dat niet…" zuchtte Harry. "Ik vind het zelfs nog raar dat hij heeft toegelaten dat ik hier vandaag heen kwam."

"Daar hebben we gisteren nog ruzie over gehad," zei Hermelien stil.

"Echt, ik dacht het nog wel. Weet je toevallig of hij thuis is? Ik wil wel eens een hartig woordje met hem spreken!"

"Ik heb hem sinds gisteren niet meer gezien."

"Ja typisch. Hij zal wel weer weg zijn zeker? Voor zijn 'werk'…" zei Harry. Hij schudde zijn hoofd en mompelde dat hij niet kon geloven dat Hermelien daar kon blijven werken.

"Harry, daar hebben we het al over gehad," zei ze een beetje boos. Ze wilde hier niet nog eens over beginnen.

"Ja, maar toch voel ik mij hier niet gerust bij," antwoordde Harry verbeten. "En zeker niet nadat jij bent aangevallen door waarschijnlijk die Dooddoeners die hier waren gesignaleerd."

"Harry, ik heb gisteren al zowat een verbod van Malfidus gekregen dat ik mij niet meer buiten het domein mag begeven," Hermelien slaakte gefrustreerd een kreet. "Waarom denkt iedereen dat ze mij moeten beschermen? Ik kan heus wel voor mijzelf zorgen!"

"Ja, dat hebben we gemerkt," zei Harry sarcastisch.

Hermelien keek hem kwaad aan. "Dat was niet nodig, Harry!"

"Maar, Hermelien, het is toch waar! Ik had nog zo gezegd dat er Dooddoeners in de buurt waren, en dan nog ga je helemaal alleen een wandeling maken!"

"Ik had Isis bij me," antwoordde ze korzelig. Kreeg ze nu ook nog een preek van Harry?

"Ja, en die zal veel hebben kunnen uitsteken."

"Harry, hou nu toch eens op! Hoe moest ik nu in hemelsnaam weten dat die mensen achter mij zouden aankomen? Wat heb ik met hen te maken? En trouwens, ik had mijn toverstok toch bij me, ik kan me wel zelf verdedigen hoor, daar heb ik genoeg ervaring in."

"Misschien zat Totelaer daar wel bij," zei Harry, die haar tegenwerpingen negeerde.

Hermelien keek hem met een open mond aan.

"En waarom zou Totelaer achter mij willen aangaan? Ik zou juist hem dan hebben aangevallen, en geloof mij, dan was mij dat waarschijnlijk ook nog gelukt!"

"Dat geloof ik wel hoor, Hermelien, maar toch. Ik vond dat je wel wat rekening had kunnen houden met de situatie," suste Harry.

"Welke situatie? Het was toen en is zelfs nu nog altijd niet duidelijk of er wel echt Dooddoeners in de buurt waren! Het was gewoon een mooie dag, ik wilde gewoon genieten van het weer en een wandeling gaan maken. Maar, ik zal me in het vervolg alleen nog maar op het domein begeven, in plaats van erbuiten, goed?"

Harry knikte opgelucht. "Ik weet hoe frustrerend het is, dat gevoel om vast te zitten op één plaats, maar het is maar voor kort. En het betekent ook niet dat je echt hier moet blijven hé, alleen zou ik jou niet meer alleen laten reizen, maar altijd met iemand erbij."

Hermelien hield even haar handen voor haar gezicht en keek naar beneden. Harry zag blijkbaar dat ze het helemaal niet fijn vond, want hij voegde er nog aan toe: "We gaan zo snel mogelijk uitzoeken wie het gedaan heeft, en waarom. En dan kan je weer zo vrij als een vogeltje overal naartoe. Ik denk dat ik ook maar een brief achterlaat voor Malfidus om het hem –"

Hermelien onderbrak hem. "Dat is eigenlijk niet nodig, want hij had zowat hetzelfde idee hoor."

Harry keek een beetje verbaasd, maar toch tevreden. "Dan is Malfidus blijkbaar toch niet meer zo erg als ik eerst dacht."

"Dat zei ik toch allang!" mompelde Hermelien.

"Al vraag ik me wel nog altijd af waarom hij niks heeft gezegd tegen het ministerie," zei Harry, haar gemompel negerend.

"Ik – ik denk dat hij dacht dat ze me naar Holisto's zouden brengen, en dat wilde hij niet. Hij zei dat hij daar slechte ervaringen mee had gehad, of zoiets," antwoordde Hermelien aarzelend.

"Ja, maar dan nog! Hij had dat toch moeten zeggen! Wie weet zijn nu veel sporen verloren gegaan! Volgens mij houdt hij toch nog iets achter hoor," Harry schudde zijn hoofd.

"Harry, hou daar nu toch eens over op. Jij dacht vroeger altijd al dat Malfidus iets in zijn schild voerde."

"Ja, en ik had anders toch ook wel vaak gelijk hé," zei hij zelfingenomen.

"Ja, maar dat betekent niet dat dat nu ook nog altijd zo is. Kom, kunnen we het nu over iets anders hebben?" vroeg Hermelien vermoeid.

Maar Harry liet de zaak nog niet helemaal rusten. Hij liet haar eerst alles vertellen wat er was gebeurd, en wat ze wist over de aanval. Ze vertelde daarnaast ook over de blauwe plekken op haar buik en de nachtmerrie die ze had gehad. Het feit dat Malfidus haar buik had onderzocht, liet ze voor de goede vrede maar achterwege.

"Hmm, misschien is het wel goed als je nog nachtmerries zou krijgen. Dan kunnen we misschien zien wie die aanval heeft gedaan," zei Harry toen Hermelien klaar was met haar verhaal.

Ze keek hem ongelovig aan. "Ik ga echt niet zitten wachten op nachtmerries om zo te weten te komen wie het heeft gedaan. Bovendien zag ik toch enkel maar zwarte schaduwen."

"Nee, natuurlijk niet," zei Harry serieus. "Herhalende nachtmerries hebben is nooit fijn…"

Met een schuldgevoel dacht Hermelien weer terug aan het gesprek dat ze met mevrouw Jansen in de voormiddag had gehad. Dat Malfidus door haar nu ook weer slecht droomde.

Haar gedachten werden onderbroken door de huishoudster, die hen eten kwam brengen. Harry protesteerde dat het voor hem niet nodig was geweest om eten te maken, maar mevrouw Jansen wilde niet luisteren. Uiteindelijk haalde hij zijn schouders dan maar op en bedankte hij haar. Toen hij gedaan had met eten, zei hij tegen Hermelien dat ze wel heel goede huiselfen hadden.

"Dat zei Scorpius gisteren ook nog. Ik wil niet weten hoeveel kilo's ik al ben bijgekomen sinds ik hier werk."

"Dat zal vast nog wel meevallen hoor," zei Harry geruststellend. "Voor mij zie je er nog hetzelfde uit."

Hermelien lachte, ze was zo blij dat Harry er was om bij te praten. Hij bleef nog de hele namiddag, tot een uur of vijf. Toen stond hij op en zei dat hij maar eens moest vertrekken. Hermelien knikte. "Dat is goed, Harry. Bedankt om langs te komen."

Harry omhelsde haar zo goed als het kon. "En denk eraan wat ik heb gezegd hé."

Hermelien rolde met haar ogen. "Ja, Harry, ik blijf op het domein…"

"Goed," zei Harry grijnzend. "Eens kijken of ik Malfidus nog kan vinden, maar ik denk van niet eigenlijk."

"Als je hem vindt, stuur hem dan ook eens naar hier, want ik wil wel eens weten waarom hij die brief heeft achtergehouden."

"Zal ik doen," Harry stak zijn hand nog eens op, en verliet de kamer.

Hermelien zuchtte en ging in haar hoofd nog eens alle dingen na die ze van Harry te weten was gekomen.