A/N: Harry potter is niet van mij dit is een verhaal van een fan.
Albus liep door naar Minerva en zonder echt na te denken begon hij met praten. "Minerva we moeten de oude garde weer bij elkaar roepen. Nu dat Voldemort weer terug is moeten we ons voorbereiden op wat er komen gaat. Harry moeten we terug brengen naar zijn oom en tante voor zijn veiligheid".
(BTK 4) H37 De voorbereidingen worden gestart.
Albus had de uitspraak nog niet gedaan of hij realiseerde zich wat hij had gevraagd.
Minerva kneep met twee vingers in de brug van haar neus en keek naar Albus met heel wat vuur in haar ogen. "Albus, ik weet niet waar je de durf vandaan haalt om ook maar te suggereren dat Harry weer terug moet naar die beesten".
Albus keek even bedrukt. "Maar het".
"Waag het niet om die zin af te maken Albus. Harry zal nooit meer naar die beesten gaan zeg ik je. Over het andere wil ik het later nog met je over hebben maar laat me nu alleen met mijn kleinzoon". Na die woorden draaide Minerva haar rug naar Albus toe en deed net alsof hij er niet meer was.
Albus deed nog een keer zijn mond open maar zei niets. Het moment dat hij hem weer sloot draaide hij zich om en liep richting de uitgang. Het fijt dat Minerva hem vertelde dat ze het er later over wilde hebben was genoeg voor hem om het hierbij te late. Het was ook het moment dat hij nieuwe plannen maakte om Harry weer aan zijn kant te krijgen was het niet zonder Minerva dan wel met.
Door alle commotie die Albus had gemaakt waren de andere op de ziekenzaal ook wakker geworden. Daphne en Bella waren alweer bij Harry in bed gekropen, en hadden zich extra dicht tegen hem aan gedrukt.
Victor zat wat schuldig naar de vloer van de ziekenzaal te kijken. Hij wist dat hij voor een hoop verantwoordelijk was al wist hij niet waarom. Het stemmetje in zijn hoofd bleef hem maar vertellen wat hij moest doen. Het was raar voor hem, hij wist dat het fout was maar hij deed het toch.
"Victor" klonk de zware stem van de Bulgaarse minister die net was binnen gekomen.
Victor en de andere keken op en zagen niet alleen de Bulgaarse maar ook de Franse minister naar binnen komen. Jean liep meteen naar zijn dochter en keek hoe de Bulgaarse minister bij Victor ging staan.
Bij het bed van Victor aan gekomen ging de Bulgaarse minister weer verder. "Victor, jij was onder de Imperius vloek geplaatst door een dooddoener. Het is iets waar je niets aan kunt doen. Tovenaars die sterker zijn dan jou en mij hebben die vloek ook niet kunnen breken, dus dat jij het nog niet hebt kunt is geen rede om je schuldig te voelen".
De Bulgaarse minister draaide zich om en richtte zich tot de andere. "Heer Potter, vrienden en familie van Heer Potter. Ik weet niet wat of Droebel gaat doen nu we allemaal weten dat Hij die niet genoemd mag worden terug is. Echter ben ik bang dat het niet veel zal zijn, gezien de manier hoe hij zich tegen die wetenschap verzet. Ondanks dat wil ik jullie verzekeren dat als jullie het vragen, dan zal Bulgarije klaar staan met de nodige hulp. Laat ik wel duidelijk zijn dat we jullie helpen niet Cornelius Droebel of zijn ministerie".
Het waren na die woorden dat de Bulgaarse minister afscheid nam van Harry en terug ging naar Bulgarije om daar het resultaat te vertellen.
*#*
Eerder die ochtend.
Cornelius Droebel zat achter zijn bureau. Met een luide gaap pakte hij de ochtendprofeet die hem net was bezorgd. Links van hem keek hij op de klok en zag dat hij de hele nacht was geweest. De rede daarvoor was de ontmoeting van die nacht met de Bulgaarse en France minister, een ontmoeting die totaal niet leuk was geweest volgens hem en ook een dat hij totaal niet begreep. Ze hadden hem met klem gevraagd wat of hij van plan was te gaan doen met de geruchten. Droebel wist niet wat hem overkwam en had met veel pijn en moeite het gesprek kunnen uitstellen tot later die ochtend.
Met de slaap wrijvend uit zijn ogen keek hij naar het laatste artikel dat Rita Pulpers had geschreven. Hij zat nu erg te twijfelen over hetgeen wat hij moest gaan doen. Het was het kloppen op de deur dat hem deed opkijken van het artikel en zich afvroeg wie hem zo vroeg al wilde storen. "Binnen" riep hij met een wat slaperige stem.
In de deuropening verschenen Dorothea Omber met achter haar Lucius Malfidus. Dorothea Omber had een ziekelijke glimlach op haar gezicht terwijl ze het kantoor binnen liep. Lucius daar in tegen had een gezicht die gecalculeerd was terwijl hij met de ochtendprofeet zwaaide.
"Minister" Begon Dorothea Omber meteen. "ik neem aan dat ook U het laatste Artikel van Rita heeft gelezen.
Droebel knite.
*#*
Terug in de ziekenzaal.
Jean Delacours kwam even na de namiddag, met zijn hoog zwangere Apolline opnieuw de ziekenzaal binnen gelopen. De rest van de Familie was er inmiddels ook en keek als een op toen Apolline vloekend naar binnen kwam.
Apolline die aan een stuk in het Franse aan het schelde was zwaaide met de ochtend profeet. De meeste van de familie kon geen Frans, en de gene die het wel konden verstaan hadden een geschokte blik in hun ogen. Fleur was meteen uit haar bed gekomen en had plaats genomen naast Harry terwijl ze Bella en Daphne dichter tegen hem aan had getrokken.
Bella en Daphne keken haar aan en ze schudde enkel van Nee. In een fluister toon vertelde ze snel dat haar moeder aan het schelde was over een artikel die, die slang van een Pulpers had geschreven. Maar ze vertelde ook dat het Artikel vooral over de tweede vader van haar dochter ging.
Isabella die ook Frans kon greep de ochtend profeet uit de handen van Apolline en begon het meteen voor te lezen aan de anderen.
DE JONGEN DIE BLEEF LEVEN, LICHTELIJK GETIKT OF EEN KOELBLOEDIGE MOORDENAAR.
Beste lezers:
Ik weet niet wat ik U vandaag moet vertellen. Gisteren avond werd de laatste taak van het Toverschool tornooi gehouden.
Ik was net als U en vele anderen gespannen voor het beging van de taak.
Geen van ons had ook maar een idee wie er de taak kon zou kunnen winnen.
Alle deelnemers hadden namelijk evenveel kansen.
Nou het begin van de taak was niet echt spannend.
Een voor een gingen de kampioenen het doolhof in en begonnen hun weg naar de Toverschool beker.
Ik kan U helaas niets meer vertellen over het geen wat er zich in het doolhof afspeelde want net als alle andere, kon ook ik het niet zien.
Het was na ruim een halfuur dat de eerste kampioen naar buiten werd gedragen.
Ja, beste lezers de eerste kampioene was de Frances, Fleur Delacours. Het was ook vlak daarna dat de Bulgaarse Kampioen Victor Krum naar buiten werd gedragen.
Wat er precies met hun gebeurd was werd ons niet verteld.
Hoe dan ook Beste lezers, het hield in dat Zweinstein hun Kampioen zou hebben was het alleen nog de vraag wie het zou zijn.
Net als de meeste keken we gespannen uit naar de uitkomst van de derde taak.
Uiteindelijk was het dan zover beste lezers.
Daar voor de ingang van het doolhof verscheen de kampioen. Het was Harry Potter de jongen die bleef leven.
Maar zoals iedere taak was ook deze anders gelopen dan we hadden gedacht.
De jonge die bleef leven Lag met zijn lichaam over de andere kampioen van Zweinstein heen.
Ik wist niet wat er gebeurd was maar hoorde overal dat Carlo was overleden.
Nu beste lezers wist ook ik niet wat ik moest geloven maar wachtte net als de andere af op wat er ging komen.
Maar zoals U weet zou ik alles doen om achter de waarheid te komen en dat heb ik ook gedaan. Nu wat ik heb gehoord was schokkend erg schokkend zelfs.
Harry potter de jonge die bleef leven beweerde dat Hij die niet genoemd mag worden, terug was gekomen.
Hij beweerde dat Hij die niet genoemd mag worden Carlo Kannewasser had gedood.
Verder hoorde ik ook andere mensen zeggen dat het Harry potter zelf is geweest die Carlo heeft gedood.
Nu Is de vraag duidelijk.
Heeft Harry potter Carlo gedood zo ja geef hem de Dementorskus.
Of spreekt hij de waarheid en is hij die niet genoemd mag worden terug?
Of is het Dat de druk teveel is geworden voor onze jonge held en heeft Harry het verhaal verzonnen. Heeft hij per ongeluk Carlo gedood en geeft hij, hij die niet genoemd mag worden de schuld.
Dus ik vraag U mensen, wat is de waarheid.
Is Harry Potter een koelbloedige moordenaar of is hij getikt of is hij die niet genoemd mag worden terug, terwijl we allemaal weten dat hij dood is.
Isabella vouwde de krant rustig op. Ze legde hem daarna op de een tafeltje en liep langzaam na de deur van de Ziekenzaal.
Iedereen keek haar aan en volgde haar met hun ogen en keken aandachtig naar wat of ze zou gaan doen.
Amalia was de enige die er een andere gedachte over had en ging dus ook voor de uitgang staan en keek hoe Isabella op haar af kwam gelopen.
"Amalia, als ik jou was zou ik netjes aan de kant gaan". Zei Isabella rustig maar door dringend.
"Isabella, ik weet niet wat je wild gaan doen maar ik raad je het ten strengste af" Zei Amalia pinnig terug.
"Amalia, ik laat die heks mijn zoon niet uitmaken voor een getikte moordenaar".
Amalia kneep met twee vingers in de brug van haar neus en zuchtte diep. "Ik weet wat je bedoeld Isabella en alles in mij zegt dat je gelijk hebt. Ik zou net als jij ook graag die heks hier voor mij zien, echter ik was bij het gesprek met de beide ministers en onze eigen ministers, maar dat was alles dan verhelderend".
Het was nu dat Isabella stopte met de poging om uit de ziekenzaal te geraken. Ze keek naar Amalia en wilde meteen vragen wat of er daadwerkelijk gebeurd was in het kantoor van Droebel.
Amalia verwachte die vraag en wees haar terug naar de plaats naast het bed van Harry. Deze was vrij gekomen omdat Bella en Daphne opnieuw op het bed waren gekropen en Fleur aan de andere kant van het bed was gaan zitten.
Amalia keek naar Jean Delacours en zag dat hij knikte. Ze wist nu dat zij zijn toestemming had om het de andere te vertellen. "Nou net als de meeste op het ministerie heb ook ik de hele nacht door gewerkt. Het was rond half acht toen ik verlangend naar de fles met vuurwhisky keek en voor de zoveelste maal wilde doorzakken. Niet veel later werd er op mijn deur geklopt en stonden de Bulgaarse minister en Jean voor mijn deur. Het was niet lang daarna dat ze me vertelde dat ze me mee wilde hebben terwijl ze in gesprek gingen met Droebel".
*#*
Terug in het kantoor van Droebel.
"Minister" Begon Dorothea Omber meteen. "ik neem aan dat ook U het laatste Artikel van Rita heeft gelezen.
Droebel knikte en keek doordringend naar Omber.
"Minister ik weet niet wat er waar is maar het zou me niet verbazen als dat Potterjoch de geweldige zoon van Heer Kannewasser daadwerkelijk heeft vermoord. Tuurlijk zal hij het nooit toegeven maar dat neemt niet weg dat hij het wel degelijk heeft gedaan".
"Wat stel je voor Dorothea. Moet ik hem laten ophalen en hem ondervragen met waarheidsdrank".
"Tuurlijk niet minister u hoeft hem alleen maar op te halen en hem meteen in Azkaban gooien net zoals we het met die verrader Sirius Zwarts hebben gedaan".
Droebel schudde zijn hoofd maar Lucius greep in. "Hoewel ik een voorstander zou zijn omdat Potter joch meteen in Azkaban te gooien ben ook ik bang dat we dat niet kunnen doen. Als we hem er in gooien voor de moord op Carlo Kannewasser dan zal iedereen het Proces willen zien. Nu is het natuurlijk ook zo dat Potter, Carlo misschien helemaal niet heeft gedood en als we hem dan daar voor zouden arresteren, dan zou het wel eens heel vervelend voor ons kunnen gaan uitpakken".
Dorothea Omber kookte van woede toen ze Lucius dat hoorde zeggen. "Wil je zeggen dat die Potter onschuldig is" beet ze hem toe.
"Helemaal niet. Maar ik denk dat we hem beter op iets kunnen pakken waar weldegelijk bewijs voor is zodat we hem eerlijk kunnen berechten. Het gaat hier wel over het imago van het ministerie. Tot die tijd moeten we net doen als of hij de eerlijke kampioen is, Zonder een ceremonie natuurlijk, vanwege de gebeurtenis tijdens de laatste taak".
Omber snoof luid. "En als we niets kunnen vinden" beet ze hem woedend toe.
Lucius lachte gemeen. "Dat is simpel. Hij zal bij hoog en laag beweren dat Hij die niet genoemd mag worden terug is. I geloof dat hij dat alleen maar zal doen om het ministerie in diskrediet te brengen om zijn eigen mensen zo op de juiste plaats te kunnen krijgen".
"Lucius, Ik kan niet geloven dat, dat joch zo intelligent is" zei Droebel voorzichtig.
Opnieuw lachte Lucius een klein beetje. "Dat joch is nog dommer dat Artur Wemel. Nee, tuurlijk is hij niet zo slim. Echter Minister, U vergeet dat achter die jongen, niemand minder dan Augusta Lubbermans staat met naast haar Amalia Bonkel en David Goedleers. Het zijn drie van onze beste politieke leiders, die we op dit moment hebben. U weet ook hoe graag Amalia Uw positie wild hebben en Augusta die van Perkamentus. Dus het zou mij niet verbazen dat zei de hersenen zijn achter Potter en dat, dat Joch enkel zijn beroemdheid gebruikt omdat voor elkaar te krijgen".
Zowel Droebel als Omber dachten diep na. Maar het was Omber die als eerste wat zei. "Als dat zo mocht zijn Lucius, wat zou jij dan doen in ons geval".
Lucius kreeg een glimlach van oor tot oor en wenkte hen dichterbij. "Als ik me niet vergis heb jij Dorothea nog een afspraak met Perkamentus voor het komende school jaar. Dus als we nou volgend jaar eens het volgende zouden gaan doen".
De glimlach van Omber werd alleen maar groter bij ieder woord dat Lucius vertelde. Aan het einde waren ze er dan heilig van overtuigd dat ze een goed plan hadden en dat het Harry een hoop steun zou kosten.
Net toen ze op het punt stonden om het kantoor te verlaten werd er op de deur geklopt. Terwijl Droebel binnen riep ging Lucius snel aan de zijkant staan toen hij Amalia naar binnen zag komen met de twee buitenlandse ministers achter haar aan. Droebel slikte en was duidelijk de afspraak helemaal vergeten. Hij slikte nogmaals en wees zenuwachtig naar een paar stoelen die voor zijn bureau stonden.
Dorothea die nog steeds op een stoel zat bleef gewoon zitten en maakte niet eens aanstalten om de gasten welkom te heten. Het enige wat ze deed was haar neus in de lucht gooien en doen alsof ze iets smerigs rook toen ze naar Amalia keek.
Amalia zag de blik en gniffelde inwendig. Van af het moment dat Amalia met Omber op Zweinstein had gezeten had ze een haat en nijd verhouding met haar gehad. En tot op de dag had ze het niet een keer voor elkaar gekregen om Amalia te intimideren.
De Bulgaarse minister wachtte niet tot Droebel klaar was en stak meteen van wal. "Minister, Wat bent U van plan om te gaan doen met de woorden van Heer Potter. U begrijpt wel over het geen dat hij die niet genoemd mag worden weer terug is gekomen".
Droebel slikte opnieuw en dacht meteen aan het gesprek die hij net met Lucius en Dorothea had gehad. Lucius knikte en Dorothea keek alleen maar kwaad naar de Bulgaarse minister. "Wij van het Ministerie" begon Droebel. "Zullen vooralsnog niets gaan ondernemen. Ik kan U verzekeren dat Hij die niet genoemd mag worden niet terug is en dat dit alleen maar waanbeelden zijn geweest van een jonge die gestrest is door alle gebeurtenissen".
Jean Delacours keek Droebel aan en moest alle moeite gaan doen om niet te schreeuwen toen hij zei. "Dus U schuift de woorden van Heer Potter gewoon aan de kant alsof het waanbeelden zijn".
Droebel keek bedrukt en wist even niet wat hij moest zeggen.
Lucius echter kuchte en nam het woord. "Gewaardeerde minister". Zei hij toen hij Jean aankeek. "In de eerste oorlog ben ik onder de Imperiusvloek geplaatst door Hij die niet genoemd mag worden. Het is door die vloek dat ik nu zeker weet dat Hij die niet genoemd mag worden niet terug is, hij is dood".
Jean schudden zijn hoofd van nee en richtte zich weer tot Droebel. "Minister ik zou Heer Potter voor de Wizengamot laten komen en hem daar om de herinnering vragen van het hele gebeuren. Mocht het waar zijn dan zou ik meteen de schouwers versterken. En als het niet waar is dan zou ik hulp gaan zoeken voor Heer Potter". Jean wist dat het waar was want hij had Voldermort immers met eigen ogen gezien. Het probleem echter was dat hij dat niet kon laten blijken aan Droebel. "Minister ik zeg dit omdat wij van het vaste land ook graag duidelijkheid willen hebben".
Dorothea Omber stond op en was op gelijke hoogte toen ze zat. Ze deed dit om meer indruk te maken maar dat werkte niet echt. Met een sneer op haar gezicht en haat in haar ogen riep ze. "Het kan mijn niet schelen van welk land U minster bent of hij daar minister is" en ze wees met haar vinger naar de Bulgaarse minister. "Wij hier in Engeland hebben Uw hulp niet nodig. Wij regelen onze eigen zaken en hebben de hulp van minderen die zich inlaten met beesten niet nodig. Wij weten dat, dat joch liegt en laten hem niet ons beleid bepalen. Wij weten wat we moeten doen en zullen zelf de nodige stappen ondernemen, Wij danken U hartelijk maar willen nu dat U ons verlaat".
Jean en de Bulgaarse minister wist wie Dorothea bedoelde met beesten. Ze stonden beide op met haat in hun ogen en liepen meteen richting de deur. Bij de deur draaide de Bulgaarse minister om en riep met zeer veel venijn in zijn stem. "Ik hoop voor U, dat U, gelijk hebt. Mocht dat niet zo zijn en hij die niet genoemd mag worden is werkelijk terug. Dan zal Bulgarije U niet helpen" en hij verliet vervolgens het kantoor.
Jean zei niet veel en hield zijn hand uit naar Lucius. Op het moment dat Lucius hem de hand wilde schudden deed Jean snel zijn hand naar voren en greep de onderarm van Lucius beet. Vervolgens trok hij Lucius naar zich to en fluisterde hem in het oor. "Ik hoop dat de Imperius vloek op Uw onderarm U nog veel pijn zal doen. Ik heb U namelijk ook op het Kerkhof gezien. Mooi ding he een hersenpan".
Lucius werd bleek toen hij de woorden hoorde maar hield zijn gezicht strak en zuchtte diep. Toen ook hij Jean het kantoor zag verlaten.
Op het moment dat ook Amalia het kantoor wilde verlaten riep Dorothea Omber. "Amalia er zal een hoop gaan veranderen. Ik zou als ik jou was me zelf maar eens gaan afvragen of het wel zo een goed idee is geweest om een broederschap aan te gaan met huis Potter".
*#*
Terug in de ziekenzaal.
"Ik heb niet meer op de woorden van Omber geantwoord" vertelde Amalia. "Het is duidelijk dat Droebel er niet aan wild dat Voldemort terug is. En Lucius zal er alles aan doen omdat zo te houden. Ik denk dat we volgend jaar meer te doen krijgen dan alleen maar de voorbereidingen op Voldemort. Ik ben namelijk bang dat net als in de eerste oorlog Lucius opnieuw alles uit de kast zal halen om het ministerie zo zwak mogelijk te maken".
De vrienden keken elkaar aan en begrepen er duidelijk niets van terwijl de volwassenen aan het knikken waren.
Minerva zag dat de vrienden het niet helemaal meer begrepen. Voor hen was de eerste oorlog enkel een geschiedenisles en geen ervaring. Ze wist dat er een hoop moest gebeuren voordat de jeugd zou begrijpen wat er echt aan de hand was. Tuurlijk ze begrepen dat het oorlog zou worden en ook wat de verliezen zouden kunnen zijn. Maar op haar Harry na en misschien Bella en Susanne had niemand echt een ervaring met de oorlog. "Amalia ik weet dat je het allemaal goed bedoeld maar ik denk dat we nog wel even tijd hebben. Ik geloof niet dat Voldermort meteen zal beginnen om Engeland te gaan veroveren. Mijn eerste ingeving zal zijn dat hij eerst zijn leger zal opbouwen. Dus we hebben nog tijd genoeg om de jongeren onder ons voor te bereiden op wat er komen gaat".
Amalia keek wat bedrukt maar knikte. Het liefst wilde ze meteen over gaan op de aanval maar wist dat, dat niet zou gebeuren. Nog voordat Amalia een opmerking kon maken sloegen de deuren van de Ziekenzaal open.
Op het moment dat de deuren tegen de muren klapte keek iedereen op en kwam Poppy haar kantoor uit gerend. "Wel heb ik ooit. Minister Droebel, Dit is een ziekenzaal en ik zou het zeer op prijs stellen dat U rustig zou zijn".
Droebel keek naar Poppy en sneerde zoals hij nog nooit had gedaan. "Juffrouw Plijster Ik maak zelf wel uit wat en hoe ik het doe. U hoeft mij, de minister van toverkunst echt niets te vertellen. Ik sta boven U en boven de wet en maak nog altijd zelf uit wat ik wil doen".
Droebel was nog niet uitgesproken of Poppy Plijster had haar toverstok al onder zijn kin. "Geef me een rede, een goede rede en ik zal U laten zien wat ik wel of niet kan" snauwde ze terug.
Droebel slikte maar er klonk een andere stem die voor hem antwoorden. "Hem, Hem, als ik U was zal ik u toverstok maar naar beneden doen. Er zal van af volgend jaar een hoop gaan veranderen hier op Zweinstein. Wat precies dat zult U nog wel zien maar ik verzeker U het is voor het goede van de toverwereld".
Amalia liep naar Poppy toe en bracht haar arm naar beneden. "Minister ik weet dat U niet wild geloven dat Hij die niet genoemd mag worden terug is, maar ik".
"Nee, Amalia ik geloof het niet het zijn allemaal leugens van die Potter daar. Ik geloof ook niet dat hij Carlo heeft gedood, echter ben ik er niet zeker van of hij helemaal onschuldig is. Het kan namelijk best wel zo zijn dat het een ongeluk is geweest en dat hij het allemaal verzonnen heeft om zijn eigen hachje te redden. Iets wat Lucius mij heeft verteld en dat ben ik ook met hem eens" Snauwde Droebel.
"Tuurlijk U gelooft het woord van een dooddoener over dat van mij" Zei Harry met een hoop vergif in zijn stem.
Dorothea lachte gemeen en liep op het bed van Harry af.
Harry stapte uit zijn bed en ging recht tegenover Dorothea staan. Inmiddels was hij groter dan Dorothea dus hij kon haar makkelijker intimideren dan dat zei hem kon.
"Ik verzeker U Mr. Potter".
"Dat is Heer Zweinstein voor U" Snauwde Harry terug. Hij wist niet waarom hij heer Zweinstein zei, maar iets in hem vertelde hem dat hij het moest doen.
De ogen van Dorothea werden groter. Even was ze uit het veld geslagen maar dat was niet voor lang. Ze lachte gemener dan ze ooit had gedaan en keek recht in de ogen van Harry. "Ja, U bent heer Zweinstein maar het ministerie maakt het lesprogramma voor Zweinstein. Dus U mag hier de baas zijn maar wij bepalen de inhoud van de lessen".
Harry gooide zijn ogen naar zijn oma en naar Zanita. Beide knikte en Minerva sprak hem in zijn gedachten toe. ^Harry hat is iets wat Albus meteen had geregeld toen hij voor het eerst hoofdmeester werd. Waarom dat was vertel ik je later als we weer op het potter kasteel zijn^.
Harry knikte en richtte zijn ogen weer op Dorothea Omber.
"Dus Mr. Potter ik zou maar oppassen als ik U was. Lucius heeft ons namelijk verteld hoe bepaalde mensen hier worden voorgetrokken". En Omber keek even naar de vrienden van Harry. "Nou ik kan Je wel".
"Het is nog steeds Heer Zweinstein en geen je" Snauwde Harry weer.
Dorothea snoof luid. "Hem, Hem, deze houding zal ik als eerste gaan veranderen" en ze draaide om en stormde de ziekenzaal uit.
Droebel rechte zijn rug en liep op Harry af. Uit zijn zak haalde hij een jutte zak en duwde het in de handen van Harry. "Dit zijn de duizend galjoenen die je hebt gewonnen. Ik weet zeker dat je het niet hebt verdiend maar ik kan daar niets aan doen. Er zal geen ceremonie komen omdat we dat niet doen voor leugenaars" En ook Droebel draaide zich om en was op weg naar de uitgang.
"MINISTER" riep Harry hem na.
Droebel draaide zich geïrriteerd om en Dorothea Omber keek ook weer naar binnen, die had blijkbaar net buiten de deur staan wachten.
"Ik weet dat U mijn niet wild geloven Minister maar ik verzeker U Voldemort is terug".
Droebel snoof en deed zijn mond open.
"Ik zou niets zeggen minister. Let wel als het moet doe ik een verklaring onder waarheidsdrank. Maar dat zal U niet toe laten omdat Uw puur bloed adviseur dan in een kwaad daglicht zal komen. Maar ik vertel U dit. Op de dag dat de waarheid uitkomt maak ik u persoonlijk Politiek gezien kapot en ik neem die pad naast U ook mee, dag Minister".
Nog voor dat minister Droebel iets kon zeggen werden hij en Omber door Zanita van het terrein verwijderd.
Harry schudde zijn hoofd en wreef met zijn beide handen over zijn slapen. "Het zal een zwaar jaar gaan worden volgend jaar of niet" zei hij luid.
Niemand zei er iets maar knikte instemmend.
Jean Delacour's liep op Harry af en legde zijn hand op zijn schouder. "Heer Potter".
Harry keek op. "Jean het is gewoon Harry".
Jean schudde zijn hoofd. "Nee Heer Potter. Ik de minister van Frankrijk spreek op dit moment met Heer Potter. Ik zal helaas terug moeten om mijn volk in te lichten over hetgeen wat er hier allemaal is gebeurd. Verder zal ik ook de internationale federatie van tovenaars. (I.F.T) moeten inlichten dat Voldemort terug is. Wij zullen niet veel doen in de hulp naar Engeland maar we zullen er alles aan doen om Voldemort weg te houden van het vaste land".
Harry knikte en begreep dat het belangrijk was al wist hij niet wat de I.F.T was.
Jean zag de vertwijfeling in zijn ogen. "Harry maak je even geen zorgen. Ik zal het je allemaal uitleggen als we weer terug zijn. Nu zal ik terugkomen om je te helpen met de oorlog. Mijn onder minister zal het voor mijn waarnemen dus ik zal er voor jullie zijn.
Nu de tweede reden dat we nu terug moeten is dat Apolline naar de Glamorgana's gemeenschap moet gaan. Zij zal daar moeten vertellen hoe het komt dat ze opnieuw in verwachting is van Gabrielle".
Harry keek opnieuw vragend naar Jean.
Jean lachte vriendelijk. "Harry, Felix heeft iets gedaan wat voor ons alleen maar in mythes bestond. Nu weet ik ook dat we het niet nog eens kunnen gaan doen omdat niemand zoveel ruwe magie heeft als jij. Niet ter min is het iets wat heel belangrijk zal zijn voor de Glamorgana gemeenschap. Ook dat zullen we je wel uitleggen als we weer op het Potter kasteel zijn" even lachte Jean vriendelijk. "Harry de zwangerschap van Apolline gaat deze keer sneller dan het normaal gaat. Ik denk dat het iets te maken heeft met jouw magie. Maar kortom we komen eerder terug, want volgen Poppy kan Apolline al over een kleine maand gaan bevallen".
Harry stond met zijn mond open en keek naar Apolline, hij kon duidelijk zien dat ze een groter buik had dan een week geleden en kon de lach op zijn gezicht niet tegenhouden.
Jean en Apolline namen vervolgens afscheid en gingen op weg naar Frankrijk. Het was nu ook dat de vrienden begrepen dat het jaar er weer bijna op zat. De laatste twee weken gingen langzaam. Na een week was er nog een afscheidsdiner dat werd bijgewoond door Cornelius Droebel en zijn huispad. Helaas werd die avond wel overschaduwd met de dood van Carlo Kannewasser.
De volgende ochtend vertrokken de ander leerlingen van de andere scholen weer terug naar huis. Victor schaamde zich nog steeds en wist niet hoe gauw hij het schip van Klammfels in moest vluchten.
Fleur echte deed er aanzienlijk langer over dan dat Madam maxime het wilde. Deze stond ongeduldig bij de koets te wachten en maakte ongeduldige geluiden. Fleur echter deed net alsof ze haar niet hoorde and vertelde nogmaals dat ze binnen een paar weken terug zou zijn.
De vrienden keken er naar uit and namen dan ook geduldig afscheid. Het was een week later dat ook voor hen de terugreis was begonnen.
De reis in de Zweinstein express was net zo somber als de laatste week in Zweinstein. De vrienden zaten bij elkaar en de rest van huis Zweinstein zaten in de coupe voor of achter hen. Allemaal waren ze in gedachten verzonken en dachten alleen maar aan het jaar dat nog in het verschiet lag.
De oorlog was in stilte begonnen en zou voor een jaar in stilte gaan verlopen. Voldemort was terug en wie weet wat hij zou gaan doen.
Harry sprak als eerste toen de vrienden hem aankeken. "Ik weet niet wat de volwassenen gaan doen, maar als Voldemort oorlog wild dan kan hij het krijgen, op welk gebied dan ook". Harry hield zijn hand gesterkt voor hem uit.
Daphne en Bella keken net als de andere naar de uitgestrekte hand. Bella begreep het als eerste en legde haar hand op die van Harry. "Ik doe mee, waar jij gaat ga ik" zei ze.
Daphne was de volgende. "Ik deel alles met Bella, dus ook dit zal ik met haar delen en blijf bij jou" ze lachte lief. "Harry jij bent net zoveel van mij als van Bella en wij zijn van jou".
Marcel legde zijn hand op die van Daphne. "Harry jij bent mijn bloedbroeder en zal het zijn ook in deze oorlog. Ik blijf bij jou".
Hermelien legde haar hand op die van Marcel. "Ik heb nooit vrienden gehad en nu heb ik er meer dan ooit. Ik zal ze nooit in de steek laten. Ik blijf bij jou".
Ze werd gevolgd door Suzanne. "Harry, we hebben al zoveel bereikt dat ik zeker weet dat we alles kunnen overwinnen. Ik blijf bij jou".
De volgende was Aristona. "Harry, Ik heb nooit een grote broer gehad en zonder jou had ik mijn derde jaar niet overleefd. Ik blijf bij jou".
De laatst in de coupe was Ginny. "Harry ik weet niet waar mijn leven zou zijn als ik jou niet had. Maar ik weet dat ik het nu beter had dan ik het ooit zou hebben. Was het niet jij dan had mijn moeder me wel aan een ander gedaan met heel veel geld. Misschien was ik dan wel verkocht geweest als de vriendin van Perkamentus".
De vrouwelijke vrienden gaven allemaal een rilling bij de gedachte van een naakte Perkamentus boven op hun lichaam.
Ginny gaf ook die rilling. "Nee, Harry ik heb het beter dan ik het ooit zal krijgen en ook ik blijf bij jou".
Er verscheen een nieuwe hand en iedereen keek op. Loena stond achter de cirkel vrienden en huis Zweinstein stond achter haar. "Wij blijven ook bij jou Harry. Jij hebt van Zweinstein voor ons een grote familie gemaakt. En ook huis Zweinstein blijft bij jou".
*#*
"Bellatrix ben je daar" vroeg een mannen stem van voor de tralies.
Bellatrix keek op en herkende de man meteen. "Merlijn, kijk eens wat de elf naar binnen heeft getrokken" riep ze de man snauwerig toe.
"Ik kan hier niet lang blijven maar onze meester is terug. Het zal nog even duren maar binnenkort halen we jullie eruit. Ik kom alleen maar vragen waar je man en zijn broer zijn" vroeg de stem weer.
"Door het schimmendoek gegooid. Maar schiet wel op want ik wil die Potter doden" Zei Bellatrix ton ze de man zag weglopen.
A/N: Op naar deel vijf. Ik zal voorlopig even stoppen met het schrijven van het Nederlandse gedeelte. Ik zal eerst de hoofdstukken doorlopen en een grondige makeover geven.
Wanneer ik aan deel vijf begin weet ik nog niet. Maar tot dan.
Ik hoop dat jullie genoten hebben tot nu to.
Gr. Winmau
