Hoofdstuk 37 Jeweetwel

POV Sjors

Emma zat onder de blauwe plekken, opgedroogt bloed en krassen.

Er klonk een zwiepend geluid en een andere stem, die de woorden door de nacht krijste: "Avada Kedavra!"

Emma gilde en er verscheen een groene lichtflist. Harry trok Sjors achter een rotsblok. Hij raakte hard met zijn hoofd het rotsblok en het werd zwart voor zijn ogen.

POV Emma

Emma gilde. Ze zag hoe Sjors door Harry achter een steen werd getrokken. Harry had zijn ogen dicht en zag zo te zien niet wat hij deed. Sjors' hoofd raakte keihard de steen en ze zag hoe hij op de grond neer viel. Emma dacht dat ze een straalte bloed zag, maar ze wist het niet zeker. Ze zag hoe Wormstaart op Harry afliep en hem overeind sleurde.

Hij sleepte Harry mee naar dezelfde steen waar zij aan vast zat.

Hij duwde Harry ruw tegen de steen werd gegooit. Wormstaart toverde touwen tevoorschijn, die Harry van zijn enkels tot zijn hals strak aan de grafsteen vastbonden.

Harry probeerde zich te verzetten en kreeg een klap.

"Jij!" bracht Harry moeizaam uit.

Wormstaart antwoordde niet en hij controleerde Harry's touwen. Zodra hij er zeker van was dat Harry geen vin meer kon verroeren, haalde Wormstaart twee, zwarte stukjes stof uit de binnenzak van zijn gewaad en propte dat ruw in Harry's mond en daarna in die van Emma. zonder een woord te zeggen draaide hij zich om en liep haastig weg.

Emma kon niet zien waar Wormstaart heen ging, want ze kon niet achter de grafsteen kijken, dus keek ze naar het bundeltje gewaden wat op de grond aan de rand van het graf, naast Harry's toverstok lag. Het was alsof het bundeltje kribbig bewoog. Emma wist niet wat het was al had ze wel een vermoede. Ze wist bijna zeker dat ze onder de Impiruis vloek had verkeerd en daarom had ze zich dat nog niet eerder afgevraagd. Plotseling zag ze een dikke, grote slang door het gras glibberen en om de grafsteen cirkelen waaraan zij en Harry waren vastgebonden. De snelle, piepende ademhaling van Wormstaart kwam weer dichterbij en aan het geluid te horen duwde hij moeizaam iets zwaars voort. Hij verscheen weer in hun gezichtsveld en ze zagen dat hij een grote stenen ketel naar de voet van het graf schoof. Blijkbaar was hij gevuld met water, want ze hoorde het klotsen, en hij was groter dan welke ketel ook die Emma ooit gebruikt had; er zou makkelijk een volwassen man in passen.

Het ding in de bundel gewaden bewoog zich nu heftiger, alsof het zich probeerde te bevrijden. Wormstaart deed met zijn toverstok iets onder de ketel. Opeens laaiden er vlammen op onder de bodem. De grote slang gleed snel weg door het duister.

De vloeistof in de ketel scheen heel vlug warm te worden en begon niet alleen te borrelen, maar ook vonken te spatten, alsof het water in brand stond. Er rezen dikke stoomwolken op, zodat de gedaante van Wormstaart, die het vuur verzorgde, mistig en wazig werd.

Het bundeltje bewoog steeds onrustiger en Emma hoorde weer die hoge, kille stem.

"Haast je!"

Het hele oppervlak van de vloeistof glinsterde nu van de vonken, alsof er een dikke laag diamanten op dreef.

"Het is gereed, meester."

"Kom..." zei de kille stem.

Wormstaart sloeg de bundel gewaden open en onthulde de inhoud. Emma, en zelfs Harry, slaakten een gil, die gesmoord werd door de prop in haar mond.

In het gwaden bundeltje had iets vreselijks gezeten. Het,had de vorm van een mismaakt kind, alleen had Emma nog nooit iets gezien wat minder op een kind leek. Het was haarloos en schubachtig, met een donkere, rauwe, roodachtige kleur. De armpjes en beentjes waren dun en zwak en het gezicht, geen kind had ooit zo'n gezicht gehad. Het was plat en slangachtig, met vurige rode ogen.

Het leek vrijwel hulpeloos; het stak zijn dunne armpjes uit en sloeg die om Wormstaarts nek. Die tilde het wezen op, maar zijn kap gleed af en Emma zag de walging op Wormstaarts bleke, zwakke gelaat terwijl hij het schepsel naar de ketel droeg. Even werd het boosaardige, afgeplatte gezicht verlicht door de vonken die over de oppervlakte van het toverbrouwsel dansten en toen liet Wormstaart het wezen in de ketel zakken. Sissend zonk het in de vloeistof en Emma hoorde het broze lichaam met een zachte plof op de bodem komen.

Wormstaart begon te spreken. Zijn stem trilde en hij leek bijna flauw te vallen van angst, maar hij hief zijn toverstaf op, sloot zijn ogen en riep door het duister: "Bot van de vader, onwetend geschonden, hernieuw uw zoon!"

De aarde van het graf aan Harry's en haar voeten spleet open. Vol afschuw zag Emma hoe er op het commando van Wormstaart een dun stroompje stof oprees uit het graf, dat zachtjes ruisend in de ketel viel. Het flonkerende wateroppervlak bruiste en siste. vonken schoten alle kanten op en de vloeistof werd fel blauw.

Wormstaarts stem begon onbedwingbaar te trillen. Hij haalde een lange, dunne, glanzende zilveren dolk uit zijn gewaad en zei hortend, met doodsbange snikken: "Vlees - van de dienaar - b-bereidwillig gegeven - laat - uw meester herleven!"

Hij strekte zijn rechterhand uit - de hand met de ontbrekende vinger. Met zijn linkerhand greep hij de dolk stevig vast en zwaaide hem omhoog. Emma kneep haar ogen stijf dicht. Ze hoorde een gil. Wormstaart kreunde en jammerde van de pijn.

Ze hoorde hoe hij dichterbij kwam en hij stopte vlakbij haar en Harry. "B-bloed van de gehate... met geweld geroofd... laat uw vijand... herrijzen."

Harry kreunde even van de pijn en Emma hoorde hoe Wormstaart wegliep. Ze durfde haar ogen nier open te doen, maar het felle, witte licht maakte haar nieuwsgierig.

Emma opende haar ogen en zag hoe wormstaart bij de ketel neerzakte, hijgend en snikkend.

De ketel borrelde en knetterende vonken schoten alle kanten op, zo oogverblindend fel dat alles eromheen in een fluweelachtige zwarte duisternis veranderde. Plotseling doofden de opspattende vonken uit. Er kolkte een dichte witte damp uit de ketel, waar alles achter schuilging, zodat Emma niets en niemand meer gezien, uitgezonderd een dikke nevel.

Maar toen zag Emma, met een ijzige golf van angst, hoe achter de stoomwolk het silhouet van een lange, broodmagere man oprees uit de ketel. "Kleed me aan." zei de hoge, kille stem en Wormstaart, die zijn gewonde arm snikkend en kreunend tegen zijn borst drukte, kroop haastig naar het zwarte gewaad dat op de grond lag, krabbelde overeind en trok het met een hand over het hoofd van zijn meester.

De magere man stapte uit de ketel en keek Harry aan. Emma zag dat de man witter was dan een schedel, met grote, felrode ogen en een neus die zo plat was als die van een slang, met dunne spleten in plaats van neusgaten...

Jeweetwel was teruggekeerd.