Hoofdstuk 34.
Hermelien had niet veel tijd om haar gesprek met Harry nog eens te overlopen, want nog geen vijf minuten nadat hij haar kamer had verlaten, kwam mevrouw Jansen binnen, met de zalf en vers verband in haar handen.
"Ik zag meneer Potter net vertrekken. Zal ik je buik opnieuw invegen, want het is alweer even geleden," vroeg ze.
"Ja, dat is goed. Ik heb er al niet meer zoveel last van, en de blauwe plekken zijn al aan het verdwijnen."
"Dat is goed om te horen. Ik zal voor de zekerheid toch nog morgen en misschien overmorgen ook nog smeren, zodat de pijn zeker weg is."
Mevrouw Jansen ging op het bed zitten terwijl ze haar toverstok bovenhaalde om het verband te verwijderen. Hermelien trok haar trui naar boven.
"Oh ja, die plekken zijn inderdaad goed aan het verdwijnen. Ik denk dat ze na morgen al helemaal weg zullen zijn. Ik had gehoord dat de zalf snel werkte, maar zo snel had ik nu ook weer niet gedacht."
"Gelukkig! Ik had geen zin om nog dagen aan een stuk pijn te hebben."
Hermelien legde zich weer op haar rug en mevrouw Jansen begon voorzichtig de zalf in te smeren. "Heb je een goed gesprek gehad met meneer Potter?"
"Oh, ja. Hij was heel opgelucht om te zien dat er niks ergers was gebeurd," zei Hermelien.
"Ja, dat kan ik wel geloven. Hij moet nogal verschrokken zijn denk ik. Ik hoop wel nog altijd dat ze de daders weten te vinden. Het ministerie laat maar niks weten."
"Dus jij wist dat ze hier waren geweest?" vroeg Hermelien verbaasd.
"Ja, ze kwamen maandagmorgen vragen of we iets meer wisten over een vloek die hier in de buurt was afgevuurd. Ik heb meneer Malfidus naar hen toegestuurd, ik weet niet wat hij tegen hen heeft gezegd," antwoordde mevrouw Jansen.
"Harry zei dat het ministerie niks had gevonden. Malfidus had zelfs niks gezegd over het feit dat ik was aangevallen."
"Nee?" vroeg mevrouw Jansen verbaasd. "Waarom zou hij dat doen?"
"Dat is iets wat ik ook graag zou willen weten," zei Hermelien, wat haar meteen aan een andere kwestie deed denken. Ze besloot de proef op de som te nemen. "Weet jij eigenlijk of er een brief was gekomen voor mij, toen ik bewusteloos in bed lag?"
"Ja! Nu je het zegt!" zei mevrouw Jansen, alsof ze zich dat nu pas herinnerde. "Er was inderdaad een brief gekomen, een paar dagen nadat meneer Malfidus je had gevonden. Heb je die dan nog niet gekregen?"
"Nee, ik hoorde net pas van Harry dat hij er een had gestuurd," zei Hermelien. Ze had al zo'n vermoeden waar de brief naartoe kon zijn.
"Ik heb hem aan meneer Malfidus gegeven. Ik wist niet goed wat ik ermee moest doen," zei mevrouw Jansen. Ze leek een beetje te aarzelen. "Het kon nog lang duren voordat je terug ontwaakte. Ik had gezegd dat hij hem misschien maar moest lezen, voor het geval er iets belangrijks in stond. Als ik had geweten dat je twee dagen later zou ontwaken, had ik dat natuurlijk niet gezegd." Mevrouw Jansen keek een beetje ongemakkelijk naar Hermelien, die fronste.
Dus Malfidus heeft de brief zelfs gelezen? Nu was ze wel echt benieuwd naar hoe hij zou reageren wanneer ze hem ermee zou confronteren. Ze zag dat mevrouw Jansen haar nog altijd schuldbewust aankeek. Hermelien glimlachte zwakjes.
"Dat is niet erg hoor, Helena. Je kon het natuurlijk niet op voorhand weten. En misschien had er inderdaad wel iets belangrijks in gestaan," zei ze om haar gerust te stellen. Als ze echter eerlijk moest zijn tegen zichzelf vond ze het niet kunnen dat iemand een brief die aan haar was gericht had geopend en had gelezen. "Ik vind het dan alleen vreemd dat hij hem nog niet heeft gegeven."
"Tja, misschien is hij het zelf vergeten? Er is ook zoveel gebeurd, en hij had ook veel –," Mevrouw Jansen hield abrupt op met praten, want beiden hoorden geschreeuw van beneden komen.
"Ojee, ik denk dat Harry en Malfidus elkaar zijn tegengekomen," zei Hermelien geschrokken.
"Ik zal even gaan kijken," zei mevrouw Jansen, die snel opstond. "Blijf jij maar liggen, ik zal dat wel regelen."
Maar Hermelien liet zich niet doen, nadat mevrouw Jansen was vertrokken, sprong ze uit haar bed, trok ze snel nog een dikke trui aan en ging toen ook naar beneden.
"WAAROM HEB JE NIKS TEGEN HET MINISTERIE GEZEGD?" hoorde ze Harry schreeuwen. Malfidus bleef blijkbaar nogal beheerst, want hij riep helemaal niet.
"Ik zei het al – er was niks te zien," zei hij met zijn kaken op elkaar geklemd. Hij liep naar de deur en wilde die opendoen. "En ga nu mijn huis uit en stop met die vragen!"
"Ik ga hier niet weg voordat ik al mijn antwoorden heb gekregen!" zei Harry hard. Mevrouw Jansen was ondertussen beneden gekomen, ze onderbrak Malfidus die wilde antwoorden.
"Heren, kan het alstublieft wat stiller? We hoorden jullie helemaal tot boven!" zei ze.
"Ja, dat komt door hem hier. Hij beschuldigt mij hier van vanalles en nog wat," antwoordde Malfidus terwijl hij naar Harry wees.
Hermelien stond nu halverwege de trap, niemand leek door te hebben dat zij ook daar was.
"Ja, hoor het hier! Nu is het ook nog mijn schuld! Jij houdt alles achter! Ik snap echt niet dat Hermelien hier nog altijd blijft werken!" riep Harry, nu wel een stuk stiller.
"Wat zou ik dan achterhouden?" knarsetandde Malfidus, de laatste opmerking negerend. Hij leek echt moeite te moeten doen om zich te beheersen.
"Wel, wat zeg je van de brief die ik haar had geschreven? Jij hebt hem gelezen, is het niet? En dan geef je hem ook nog niet eens aan Hermelien op het moment dat ze is ontwaakt!"
"Laten we anders naar de kleine zitkamer gaan, dan kunnen jullie daar alles bespreken." gooide mevrouw Jansen ertussen, in een poging om de twee mannen rustig te krijgen.
"Ik ga helemaal niks bespreken met hem hier," antwoordde Malfidus venijnig.
"En ik ga hier niet weg tot ik antwoorden heb gekregen!" zei Harry op zijn beurt.
"Het is nog altijd hier mijn huis, Potter," zei Malfidus bits. "Als je niet weggaat, dan –,"
"Dan wat? Ga je soms de cruciatusvloek op mij gebruiken, en dan tegen het ministerie zeggen dat je van niks weet?"
"Oh, hier gaan we weer," lachte Malfidus ongelovig. "Dacht je soms dat ik dat had gedaan?"
"Waarom niet? Op school heb je ook dingen uitgestoken die niet hoorden!" riep Harry. "Ik denk dat je zelfs samenwerkt met die Dooddoeners die hier in de buurt gesignaleerd zijn. Heb je heimwee naar die goeie, ouwe tijd, Malfidus? Gelukkig dat we niet weer op een hoge toren staan, dan –"
"Nu ga je te ver, Potter!" onderbrak Malfidus hem. Hermelien zag dat hij een beetje bleker was geworden en hij hief zijn toverstok. Harry ging ook direct in de aanval staan.
"Heren, alstublieft, in huis wordt niet geduelleerd," zei mevrouw Jansen paniekerig. Haar stem schoot de hoogte in, ze wist duidelijk niet wat ze moest doen.
"Ik weet niet, ik kan nog wel eens een goed duel gebruiken," zei Malfidus boosaardig, terwijl hij zijn hoofd schuin hield en Harry probeerde in te schatten.
"Bereid je al maar voor om naar Holisto's te gaan, Malfidus, ook al heb ik gehoord dat je die plek wilt mijden als de pest," sneerde Harry.
Malfidus kneep zijn ogen samen, en hij zette zich schrap om aan te vallen.
"NU IS HET GENOEG!" riep Hermelien hard uit. Alle drie keken ze verbaasd naar haar om. Ze stampte de trap af.
"Alsjeblieft, zijn jullie nu echt zo kinderachtig? Harry, van jou had ik echt wel beter verwacht," zei ze boos.
Harry keek haar ontzet aan. Malfidus leek zich als eerste te herstellen.
"Griffel, je hoort in bed te liggen," zei hij korzelig.
"Ah, eindelijk hoor ik eens iets verstandigs uit je mond komen!" zei Harry.
"Wat, nu gaan jullie samenspannen tegen mij?" vroeg Hermelien kwaad. Ze wees naar Malfidus: "Jij komt straks naar boven om wat dingen te bespreken. En Helena?" Hermelien draaide zich naar haar, mevrouw Jansen keek haar vragend aan.
"Jij neemt Harry mee, geeft hem wat te drinken en zorgt dat hij dan naar huis vertrekt."
"M- maar Hermelien!" sputterde Harry tegen.
"Harry, ik los het wel zelf op. Ik beloof je dat ik je op de hoogte zal houden. Als jij hier blijft kom je toch verder niks te weten, dat heb je nu toch wel door, of niet?"
"Maar," zei Harry nog, maar werd weer afgekapt door Hermelien die hem omhelsde.
"Wacht op mijn brief," fluisterde ze nog in zijn oor. Ze liet hem terug los en draaide zich om en wees nogmaals naar Malfidus, die nogal haar verontwaardigd aankeek. "En jij dus, straks, boven!"
Ze zag zijn reactie niet meer, want ze draaide zich om en stampte terug de trap omhoog.
"Dat had ik niet gedacht. Die meid heeft wel pit in zich," hoorde ze het portret van Cassandra nog zeggen.
Toen Hermelien boven was, wierp ze even een blik over de overloop. Mevrouw Jansen nam Harry ondertussen mee naar de bijkeuken en Malfidus was niet meer te zien. Misschien was hij wel boos naar zijn werkkamer gelopen.
Hermelien plofte in haar bed neer, de adrenaline stroomde door haar lichaam. Maar goed dat Scorpius niet hier is, wat moet hij wel niet hebben gedacht? Zijn vader die op het punt stond om met iemand te duelleren. Waarom kunnen ze nu niet eens op een normale manier met elkaar omgaan?
Ze slaakte een gefrustreerde zucht. Gelukkig was het nu stil in huis. Ze dacht wel dat mevrouw Jansen Harry rustig zou kunnen houden en hem naar huis kon sturen, maar wat ze van Malfidus moest verwachten, wist ze helemaal niet. Ze achtte hem nog in staat om toch nog achter Harry aan te gaan.
Maar opeens ging de deur open, en stond Malfidus in de kamer. Hij had nog altijd een roze blos op zijn wangen, maar hij leek al heel wat gekalmeerd.
"Griffel, het spijt me, oké?" zei hij bruusk.
"Dat moet je niet tegen mij zeggen," zei Hermelien alleen maar. Even was ze vergeten dat ze zichzelf ook nog schuldig voelde vanwege de dingen die zij de vorige dag had gezegd.
"Ik ga mij echt niet verontschuldigen bij hem," zei Malfidus met opgetrokken wenkbrauwen.
"Ga nu niet weer boos worden," zuchtte Hermelien. "Anders moet je maar terugkomen wanneer je helemaal gekalmeerd bent."
"Nee het gaat nu wel," zei hij met opeengeklemde kaken. "Alleen kan Potter mij soms zo kwaad maken. Gewoon alleen al dat arrogante –,"
"Malfidus, hoe oud ben je eigenlijk?" onderbrak Hermelien hem geërgerd. "Jullie twee zijn zo kinderachtig tegen elkaar!"
"Dat is niet mijn schuld," zei hij, maar hij zweeg al snel toen hij haar gezicht zag.
"Goed, ik laat het zijn, oké?" beloofde Malfidus. Hij plofte neer in het zeteltje. "Waarover wou je me spreken?"
"Kan je dat niet raden dan?" vroeg Hermelien. "Begin maar eens eerst waarom je het ministerie niks hebt laten weten van de aanval. En vertel dan maar over die brief."
Malfidus zuchtte. "Ja, dat zat eraan te komen." Hij woelde door zijn haren, en keek naar de grond.
Hermelien wachtte onbewogen tot hij verder zou gaan.
"De reden waarom ik niks heb laten weten aan het ministerie is dezelfde reden waarom ik niks aan Potter heb laten weten van zodra ik je had gevonden. Als het ministerie had geweten dat je was aangevallen, hadden ze je direct meegenomen en naar Holisto's gestuurd."
"Ja, en?"
"Ik heb je al gezegd dat ik niks meer van Holisto's moet hebben," antwoordde Malfidus gefrustreerd. Hij keek Hermelien met een ietwat boze blik aan, alsof het haar schuld was dat hij niks van het Hospitaal moest hebben.
"Malfidus, daar heb ik toch niks mee te maken?" Hermelien schudde met een frons op haar gezicht haar hoofd. "Wat als er nu iets ergers was gebeurd, had je mij dan ook gewoon hier gehouden? Wat is er nu mis met Holisto's?"
"Zowat alles," zei hij verbitterd, maar op een toon die duidde dat hij er niet meer verder over wilde spreken.
"Oké, goed," zei Hermelien, ze besloot dat onderwerp maar even te laten rusten, want ze dacht dat hij op een ander moment misschien wel meer zou lossen. "Je had mij dus niet naar Holisto's willen sturen. En daarom heb je ook Harry niks laten weten?"
"Ja, dat klopt ja," zei Malfidus zacht.
"En is dat de enige reden?"
"J-ja," zei hij, hoewel hij wegkeek.
"Waarom heb je die brief dan niet gewoon aan mij gegeven van zodra ik wakker was?"
"Ik heb er gewoon niet meer aan gedacht." Malfidus haalde zijn schouders op en kneep met z'n duim en wijsvinger in z'n neusbrug. "Het was zo hectisch, Scorpius die moest worden weggestuurd, Helena die die zalf moest maken. En dan hetgeen wat je gisteren had gezegd. Ja, toen stond mijn hoofd echt niet meer naar die brief. Er stond toch niks belangrijks in, gewoon dat je iets moest laten weten of alles in orde was. En dat Potter op zijn werk had gehoord dat er hier in de buurt de cruciatusvloek was gebruikt. Blijkbaar had ik het dan toch bij het rechte eind toen ik die mannen bezig zag."
Hermelien trok haar wenkbrauwen omhoog. "Maar waarom heb je dan het ministerie niet laten zien waar ze mij hebben aangevallen? Ze hadden misschien wel nog iets gevonden."
"Geloof mij, ik ben de afgelopen dagen verschillende keren gaan kijken en er was echt niks meer te zien."
"Ja, dat zeg jij, maar die mensen zullen wel materiaal hebben waarmee ze zo'n dingen kunnen onderzoeken."
Malfidus lachte ongelovig. "Amai, ik weet dat je op het ministerie hebt gewerkt, maar zo'n groot budget zullen ze daar nu ook weer niet hebben. Trouwens, waarom zouden ze gaan kijken wanneer ze niet eens wisten wie en of er iemand was aangevallen?"
"En daarbij komen we terug bij mijn eerste vraag. Is het ministerie ook niet meer goed genoeg, of wat? Net als Holisto's. Ik vind het nog altijd raar dat je mij daar niet heen wilde laten brengen."
"Oh, Griffel, als je maar eens wist wat ik allemaal aan mijn hoofd heb," zei Malfidus, die door zijn haren woelde. "Dan zou je deze vragen niet stellen."
"Vertel het mij dan!" zei Hermelien hard. "Wat is er mis met het ministerie en met Holisto's? Werken op beide plaatsen soms incompetente mensen? Of, vind jij dat toch tenminste."
"Misschien niet incompetent, maar eerder corrupte mensen. Ja, eigenlijk is dat wel de reden ja," zei Malfidus serieus.
Hermelien dacht even dat hij een grapje maakte, dit keer was het haar beurt om hem ongelovig aan te kijken. Malfidus zuchtte toen hij haar gezicht zag. "Ooit ga ik je wel alles kunnen vertellen, maar nu is nog niet het moment," zei hij.
"Maar kan je me niet –"
"Nee, Griffel," kapte Malfidus haar af. Hij zuchtte nog eens omdat hij zag dat ze het hier niet bij ging laten. Het bleef een hele lange tijd stil, voordat hij het volgende zei: "Ik ga je iets vertellen wat ik nog nooit iemand heb verteld. De reden waarom ik je niet naar Holisto's wilde sturen. Ik denk dat Helena wel een vermoeden heeft, maar ze durfde mij er nooit iets over te vragen."
Hermelien bleef stil, ze was bang dat wanneer ze iets zou zeggen, Malfidus terug zou dichtklappen. Hij sloot zijn ogen, ademde een keer diep in en begon toen met zijn verhaal.
"Met de bevalling van Scorpius had Astoria complicaties. We gingen natuurlijk zo snel mogelijk naar Holisto's, maar de Heler die ons was aangewezen bleek een broer te hebben gehad die was gemarteld en vermoord door Bellatrix," Malfidus keek Hermelien rechtstreeks aan. Zijn gezicht had een gepijnigde uitdrukking. Hij leek het erg moeilijk te vinden om het hierover te hebben. "Je kan je wel voorstellen hoe hij reageerde toen bleek dat hij een familielid van haar op de wereld moest zetten. Hij trok zich niks van onze smeekbedes aan, maar liet Astoria gewoon bijna doodbloeden. Ik had natuurlijk een andere Heler kunnen halen, maar de man die ons eerst was aangewezen was blijkbaar daar het hoofd van de afdeling, en hij zette anderen onder druk om ons niet te helpen. Uiteindelijk kon ik toch iemand overhalen, maar toen was het al bijna te laat."
Malfidus zuchtte hakkelend, hij leek tranen in zijn ogen te hebben gekregen. Hij kuchte eventjes, veegde door zijn ogen en ging verder. Hermelien zat met haar hand voor haar mond naar hem te luisteren.
"A-Astoria zag er lijkbleek uit, de weeën volgden elkaar pijlsnel op, ze bleef maar bloeden, en de baby was er nog altijd niet uit. Pas toen die tweede Heler kwam, zagen ze dat de placenta al was losgescheurd en dat de baby verdraaid zat. Het was te laat voor de gebruikelijke spreuken, dus moest de Heler zelf de baby draaien. Hij slaagde daar gelukkig in en een paar minuten later was Scorpius geboren. De Heler voerde nog spreuken uit zodat het bloeden zou stoppen. Hij was blijkbaar net op tijd geweest… Een week was er niks aan de hand, we hadden een klacht ingediend tegen die eerste Heler, en we zagen hem niet meer. Scorpius was volledig gezond, en ook Astoria herstelde langzaam. Ik sliep ondertussen terug thuis, maar de rest van de dag bracht ik bij hen door. Maar toen ik op een ochtend langskwam, zat Astoria hysterisch in bed. Heel het beddengoed was rood."
Malfidus viel stil en slikte moeizaam. Hermelien begreep nu al waarom hij dit zolang voor zich had gehouden. En ze begreep ook waarom hij niemand meer naar Holisto's wilde sturen. Hoe moeilijk moet het voor hem zijn geweest?
"Ze- ze hadden haar," Malfidus viel weer stil en sloot zijn ogen. "Nee, de Heler, met die broer. Die – die had s 'nachts Astoria's baarmoeder verwijderd."
Hermelien ademde scherp in. "W-Wat?" vroeg ze verbijsterd.
Malfidus keek op, er rolden tranen over zijn gezicht. Hermelien had hem nog nooit zo gezien, behalve dan op de dag van Astoria's begrafenis.
"H-Hij zei gewoon doodleuk tegen ons dat ons slecht bloed niet meer kon worden doorgegeven. Dat het eens tijd werd dat ons geslacht uitstierf."
"M-maar," hakkelde Hermelien.
"Die klootzak heeft er gewoon voor gezorgd dat we geen kinderen meer konden krijgen!" riep Malfidus verstikt uit. "G-gelukkig heeft hij Scorpius niks aangedaan, hem heb ik nog op tijd kunnen wegkrijgen." Hij hield zijn hoofd in zijn handen, en snikte hardop. Het was alsof de herinnering hem teveel werd. Hermelien kon niet anders dan opstaan en haar arm om hem heen slaan. Maar daardoor schrok Malfidus juist op. Hij stond direct recht en veegde zijn gezicht af. Hermelien ging geschrokken terug op bed zitten.
"Maar kon je daar dan niks van zeggen?"
"Dat hebben we gedaan. Maar ja, wie zouden ze geloven? Een waardevolle, gerespecteerde medewerker die al tientallen jaren in dienst was, of een ex-Dooddoener?" zei Malfidus verbitterd.
Hermelien zweeg, natuurlijk zouden ze de Heler geloven.
"Nu weet je dus waarom ik niemand naar daar wil sturen. Ik wil niet dat er vanwege mij iets ergs zou gebeuren."
"Ik – ik had echt geen idee," antwoordde Hermelien zachtjes.
"Slechts met de hulp van mijn ouders en schoonouders, en Helena natuurlijk, zijn we er bovenop geraakt. Alleen hebben zij nooit exact geweten wat er was gebeurd. Ze hebben alleen maar gehoord dat er iets mis was gelopen en dat we daardoor geen kinderen meer konden krijgen." Hij haalde diep adem en keek haar daarna doordringend aan. "Nu ken je dus de echte reden. Ik verwacht wel dat je dit aan niemand vertelt."
"N-nee, natuurlijk niet," zei Hermelien. Ze was nog te zeer in shock om wat hen was overkomen.
"Goed," Malfidus zuchtte nog eens.
Hermelien dacht na over wat hij allemaal had gezegd. Geen wonder dat hij niemand meer vertrouwde in Holisto's. Ze besefte dat het leven voor een ex-Dooddoener na de oorlog vreselijk hard moet zijn geweest. Ze had nooit gedacht dat mensen die aan de goede kant stonden in staat waren om zoiets te doen. En toch hadden de Malfidussen uitgerekend haar aangenomen als gouvernante. Misschien besefte Malfidus dat zij nooit iets slechts zou doen. Wie weet hoeveel mensen ze al voor haar hadden gecontacteerd met de vraag of ze voor hen wilden werken. Misschien hadden ze daarom de advertentie geplaatst onder de naam van Helena? Ze was er altijd vanuit gegaan dat Helena zelf haar had uitgekozen, maar nu besefte ze dat Astoria en Malfidus haar moeten hebben geselecteerd. Natuurlijk hadden ze al op voorhand geweten dat Hermelien bij hen aan de slag ging. Misschien hadden ze haar gekozen omdat Malfidus wist dat ze haar hun zoon konden toevertrouwen. Opeens voelde ze zich erg nederig dat zij hier mocht werken en dat ze haar voldoende vertrouwden om haar hun zoon les te geven. En dat hij zijn verhaal aan haar had gedaan. Zelfs het hele gedoe rond het ministerie kon ze nu meer begrijpen.
Hermelien zuchtte. Als Malfidus haar kon vertrouwen, dan moest zij hem ook vertrouwen. Hij wist waarschijnlijk wat het beste was, door zijn negatieve ervaringen in het leven. En dat allemaal omdat één tovenaar het ooit in zijn hoofd had gehad dat hij de machtigste kon worden… Ze dacht terug aan wat ze gisteren had gezegd.
"Malfidus," zei ze zacht, waardoor hij zich omdraaide. Hij was net naar buiten aan het staren, in een poging om zijn emoties terug onder controle te krijgen. Hij keek haar vragend aan.
"Het spijt me dat ik daar zo over door vroeg. En het spijt me ook om wat ik gisteren allemaal heb gezegd. Ik had nooit geweten dat –," ze viel stil, ze wist niet goed hoe ze haar zin moest afmaken.
"Het is niks, Griffel. Laten we dat gewoon vergeten. Het was ook mijn schuld," zei Malfidus met een ietwat schorre stem. "Nu, als je het niet erg vindt, zou ik graag alleen willen zijn."
"Ja, natuurlijk," antwoordde Hermelien zacht.
Malfidus veegde nog een keer door z'n ogen, en liep uiteindelijk de kamer uit zonder nog naar haar om te kijken.
