Andrea's first encounter – MFF:

Boven de Eastern Mountainchain vloog een vermoeide havik: Andrea. Ze was al twee dagen onderweg en ze had al aardige honger. Uit haar kennis van de geografie van de Eastern Mountainchain wist ze dat ze bijna bij Parker City was. Ze hoopte daar wat voedsel te vinden en vervolgens verder te gaan. Ze keek links en rechts, maar zag alleen steile bergen. Een mooi uitzicht had ze absoluut, alleen lette ze er niet op. Dorst had ze niet. De sneeuw was een prima vervanger. Nee. Het lag aan het voedsel. Wacht... daar... beneden haar. Ze zag in de diepte iets dat niet natuurlijk kon zijn.

'Parker City,' dacht Andrea.

Ze dook naar beneden in een snelle vlucht. Toen ze na enkele seconden haar gedachten kon bevestigen, keerde ze om en vloog ietwat van de stad weg. Honderd meter van de stad landde ze.

'Ik hoop... ik hoop zo dat er iets eetbaars is. Desnoods grijp ik zo'n robot.'

Ze keek rond. Lopend zou ze niet snel vooruit komen. Haar uithoudingsvermogen te voet was bijzonder slecht. Ze sloeg haar vleugels uit, liet de wind eronder komen en begon vlak boven het oppervlak te vliegen, eerder zweven. Het duurde niet lang of ze kreeg Parker City voor de tweede keer in zicht. Ze verwachtte geen leven in de stad... tenminste... geen levend wezen met vlees en bloed. Ze verborg zich achter een rots toen een SWATbot voorbij kwam lopen.

'Patrouille,' dacht ze bij zichzelf. 'Maar waarom. Als er niemand meer leeft?' Het antwoord bedacht ze zelf een paar seconden later: 'Om Monians zoals ik er niet binnen te laten. Daar doen ze anders niet echt hun best voor,' dacht ze.

Ze zag de SWATbot uit haar zicht verdwijnen. Snel tippelde ze verder op haar kleine pootjes. Ze rilde even. De kou... dat was ze bijna vergeten. Een koude wind kwam voorbij. Het teisterde haar lichaam. Alsof er een mes overal tegelijk tegen haar huid drukte, klaar om te snijden.

'Brr...'

Vijf meter voor haar liep een onverharde weg, die waarschijnlijk de stad in leidde. Ze vloog weer op en volgde de weg, terwijl ze scherp oplette of er geen SWATbots opdoken. Daar had je het eerste huis. Nou ja... huis. Het was half-verwoest. Maar het betekende wel dat ze in de bebouwde kom kwam. Hier en daar stonden auto's, maar geen een was in zulke goede staat dat je er nog in kon rijden. Ze kwam nu in een heuse wijk. Ze landde op de verhardde weg. Snel dook ze weg toen drie SWATbots door de straat patrouilleerden. Ze stapte een verlaten huis in en zocht naar de keuken. Na wat zoeken was de keuken en de koelkast gevonden. De koelkast bleek echter leeg te zijn. In de keukenkastjes was alleen wat oud brood te vinden.

'Hier is niks,' zei ze. Ze liep naar de achtertuin en klom over de heg naar de buren. Hier had ze meer geluk. Een complete rookworst lag klaar om opgepeuzeld te worden.

'Dit is beter,' zei Andrea Hawk.

Ze liep met het stuk vlees naar de woonkamer en ging op een kruk zitten. Dat de kruk erg kraakte onder haar gewicht, merkte ze niet op. En dat minstens drie poten van de kruk waren beschadigd tijdens een gevecht viel haar al helemaal niet op. Het was dan ook geen wonder dat ze na haar vierde hap plotseling de kruk onder zich voelde verdwijnen. Ze slaakte een kreet van schrik en kwam neer op de grond, waar nu juist een puzzel stond. Alle puzzelstukjes vlogen door de kamer heen. Stil bleef ze liggen om te luisteren of iemand haar had gehoord. Ze liep naar de voorkamer om dit te bevestigen. Ze zag niemand. Ze keek rond. Het was een verwaarloosd huis. Maarja... dat komt ervan als een huis al twee maanden niet wordt onderhouden. Bovendien heeft hier waarschijnlijk een gevecht in plaats gevonden. Alles lag overhoop. Ze zag iets glinsteren in een hoek van de kamer. Met kleine, voorzichtige pasjes liep ze, al etend van haar rookworst, naar het glinsterende ding toe. Ze schoof wat opzij en zag een oude revolver en een ketting liggen.

'Hé. Da 's mooi meegenomen,' zei ze, terwijl ze de revolver oppakte. Het was gesigneerd op de loop.

'Fort Grotorham,' las ze hardop.

Ze pakte nu ook de ketting op. Er hing een embleempje aan. Het had de vorm van een kasteel. Daarboven stond hetzelfde als wat er op de revolver stond. Ze draaide het embleempje om en zag nu iets anders staan. In heel kleine letters stond er: Een mooie herinnering aan een mooie plaats.

'Ben benieuwd waar dat "Fort Grotorham" staat,' zei ze zachtjes.

Ze dacht na of ze wel eens eerder van de naam had gehoord, maar ze kon zichzelf ervan verzekeren dat dat niet zo was.

'Moet ik misschien eens vragen,' zei ze.

Ze had haar rookworst bijna op en duwde het laatste stompje in haar mond. Nu pas hoorde ze vlakbij een metaal-op-steen geluid.

'SWATbots,' dacht ze en ze dook op de grond. Langzaam kroop ze naar het raam en zag ze vijf SWATbots hun patrouille doen.

'Zouden ze me gezien hebben,' dacht ze in zichzelf. Vanzelfsprekend hoopte ze van niet. Ze stonden opeens stil. Andrea's hart ging harder kloppen.

'Ik moet hier snel weg,' dacht ze. 'Misschien kan ik samen met deze revolver en het voordeel van verrassing wegkomen.'

Ze keek nog eens naar de revolver.

'Zou-ie geladen zijn?' dacht ze. 'Ik vraag me af of het ding het sowieso wel doet. Het zou me verbazen. In ieder geval moet ik hier weg.'

Een van de SWATbots wees naar het huis waar Andrea inzat. Het zweet brak haar uit. Tot haar grote opluchting begonnen ze verder te lopen. Maar die opluchting duurde niet lang. Ze hoorde de achterdeur opengaan en aan het geluid te horen was het een SWATbot. Het was alsof ter plekke bevroor. Ideeën waren er plotseling niet meer. Ze zocht naar een uitweg, maar vond niks. De deur ging open en twee SWATbots verschenen. Ze schrok zich, ook al had ze het aan zien komen, te pletter. In een reflex richtte ze de revolver op de SWATbots en trok af.

'Laat het hem doen, laat 't hem alsjeblieft doen,' dacht ze nog.