Hoofdstuk 36 Een Reuzendilemma
Harry smolt. Zijn ze altijd zo klein? Was ik ook zo klein? Zoveel haar al, het lijkt zo zacht als Ukkepulkpluis, dacht hij verdwaasd, toen een paar grote blauwe ogen hem aankeken. Hij had geen idee hoe goed baby's van een maand al konden zien, maar hij leek Harry net zo aandachtig aan te staren dan omgekeerd.
'Ik …' begon hij en stopte toen, omdat hij geen idee had wat hij moest zeggen. Hij keek Andromeda vol verwondering aan. Haar ogen glansden terwijl ze naar hem glimlachte en langs hem heen naar de keuken liep. Hij realiseerde zich opeens dat ze hier waarschijnlijk eerder was geweest. Dat dit het huis van haar oom en tante was. Van haar neven.
In zijn keel zat iets dat net zo moeilijk weg te krijgen was als de krentenbollen van Hagrid. Behoedzaam schuifelde hij achter Andromeda aan, het kind in zijn armen alsof het van glas was. Ze trok een stoel voor hem onder de tafel vandaan en liep zelf naar de andere kant, waar ze Knijster begroette als een oude bekende. De huis-elf keek Harry vragend aan.
'Dit is Andromeda Tops,' stelde hij haar voor. 'Een nicht van Regulus en Sirius.' Knijsters ogen werden groot van herkenning en Harry ging snel door voor Knijster over Modderbloedjes en verraad zou beginnen. 'En dit is Teddy Tops, haar kleinzoon en mijn peetkind!' Hij keek tegelijkertijd trots en waarschuwend naar de elf toen hij dat zei. Knijster kneep zijn lippen stijf op elkaar en slofte naar de deur.
'Wil je alsjeblieft thee voor ons verzorgen, Knijster?' Harry keek vragend naar Andromeda of ze daar zin in had en ze knikte instemmend. Zwijgend keerde Knijster weer om, zijn rug stram.
Harry ging voorzichtig zitten met het kostbare bundeltje in zijn armen. Kleine armpjes maaiden door de lucht alsof ze zijn bril wilden grijpen. Hij hield Teddy met één arm vast en bracht de andere voorzichtig naar boven. Kleine vingertjes met minuscule nageltjes grepen zijn vinger beet en begonnen hem naar zich toe te trekken. Lachend keek Harry op. Andromeda dronk voorzichtig van de thee die Knijster geserveerd had en bekeek hem aandachtig. Harry voelde zich wat ongemakkelijk onder haar blik.
'Ja, Harry: 'Als Mohammed niet naar de berg komt, moet de berg maar naar Mohammed komen.'
Harry voelde zich kleuren en wilde wegkijken. Een baby was een perfecte afleidingsmanoeuvre. Hij bedwong echter de neiging en keek haar verontschuldigend aan.
'Sorry, ik voelde me gewoon zo -' Hij zweeg. Wat voor een slecht excuus waren zijn verwarde gevoelens tenslotte? Juist omdat Teddy net zijn ouders had verloren, had het zijn peetvader nodig.
'Je voelde je zo schuldig dat je niet alleen mij maar ook een kleine baby niet onder ogen durfde te komen,' stelde Andromeda vast. In haar blik las hij geen verwijten, geen boosheid, maar begrip en medeleven.
'Ik heb je gezien in de rechtszaal, Harry, en ik heb een paar keer met Molly gesproken. Het bevestigde de dingen die Remus zich af en toe liet ontvallen; dat jij je vaak verantwoordelijk voelt voor dingen waar je helemaal niets aan kan doen.'
Harry schoof onrustig heen en weer onder de compassie in haar ogen. Teddy bleef rustig liggen en sabbelde op Harry's wijsvinger.
'Maar – ' begon hij.
Andromeda viel hem echter resoluut in de rede: 'Nee, Harry, je was en bent niet verantwoordelijk voor de dood van Dora en Remus. Mijn dochter en schoonzoon waren beiden volwassen mensen die gekozen hadden om te zijn waar ze waren. De oorlog zelf was ook niet jouw verantwoordelijkheid. Je bent hem niet begonnen en je hebt gedaan wat in je vermogen lag om hem te beëindigen. Jij, Harry Potter, bent niet verantwoordelijk voor de keuzes die mensen maken, of dat nu op het slagveld is of in de rechtszaal.'
Zijn ogen gingen wijd open bij het horen van die woorden. Ze gaf hem een knikje om te laten weten dat het haar niet ontgaan was, maar toen ze verder ging, klonk ze vastberaden: 'Het is echter wel jouw verantwoordelijkheid om de belofte aan Remus en Dora na te komen toen je hen verzekerde dat je zijn peetvader wilde zijn. Je bent nog jong en hebt het zeker verdiend om onbezorgd te kunnen leven, en ik vraag je ook absoluut niet om de zorg voor Teddy op je te nemen. Maar dat betekent niet dat het niet belangrijk is om een band met hem op te bouwen. Jij zou als geen ander moeten weten hoe belangrijk het is dat er mensen zijn die om je geven.'
Harry knikte en boog zijn hoofd, niet langer in staat Andromeda's ogen te ontmoeten. Teddy kraaide toen er plotseling een dikke druppel op zijn wangetje uiteen spatte.
'Harry?' vroeg Andromeda zacht. Haar stem klonk begripvol. 'Maak jezelf geen verwijten. Je had tijd nodig om op adem te komen de afgelopen weken. Ik was alleen bang dat de drempel om ons op te zoeken steeds hoger zou worden. Daarom besloot ik je te overvallen. Eén van mijn Zwadderichtrekjes, ben ik bang.' Ze lachte zachtjes. Toen Harry opkeek, waren zijn ogen vochtig. Een warme blik ontmoette de zijne.
'Ze zouden trots op je zijn, Harry. Remus en Dora, en ook James, Lily en Sirius.'
Harry vertrouwde zijn stem niet genoeg om te antwoorden.
'Geniet van hem. Maak je geen zorgen, maar geniet van de tijd die je samen hebt.'
Harry keek neer op het kind in zijn armen. De vingertjes ontspanden langzaam en de oogleden knipperden steeds trager tot de wimpertjes als kleine halve maantjes op de wangetjes bleven liggen. Voorzichtig trok hij zijn vinger los en streek er mee over de zachte haren.
Vastberaden keek hij op. 'Ik zal er voor hem zijn.'
Ze knikte goedkeurend en begon toen te vertellen over Teddy's eerste weken. Hoe vaak hij sliep, wanneer hij huilde, wat zijn favoriete knuffel was. Harry, die dat soort verhalen nooit over zichzelf had horen vertellen, luisterde aandachtig. Andromeda bood aan de slapende baby even in de reiswieg te leggen, maar Harry zei dat het niet nodig was. Hij wilde niet toegeven dat hij genoot van dat warme lijfje in zijn armen, de geur van babyshampoo en de rustige ademhaling.
Het gesprek ging over op andere onderwerpen en Harry hoorde hoe het Remus en Tops de afgelopen maanden was vergaan. Ze stipte ook de begrafenis even aan en dat bracht Harry op een onderwerp waar hij al een poosje nieuwsgierig naar was; het boeketje van Narcissa Malfidus. Hij hoorde dat dat het eerste teken van leven in zesentwintig jaar was geweest dat ze van haar zus ontvangen had. Toen Harry vroeg hoe ze kon vergeven en vergeten, vertelde Andromeda hem eigenlijk hetzelfde als Hermelien had gedaan.
'Als je bijna iedereen om je heen kwijtraakt, ga je anders tegen bepaalde dingen aankijken, Harry.' Ze keek weemoedig. 'Dat geldt vast ook voor Cissa, al lijkt zij oppervlakkig gezien misschien minder te hebben verloren.'
Harry knikte bedachtzaam; hij wist niet of hijzelf zo vergevingsgezind zou kunnen zijn. 'Heb je haar al een keer ontmoet of gesproken?' vroeg hij aarzelend, niet wetend of ze daar wel over wilde praten.
Ze schudde haar hoofd. 'Nog niet, maar ze heeft gisteren een brief gestuurd en ik heb haar uitgenodigd om vrijdag langs te komen.'
Harry keek naar het slapende kind in zijn armen. 'Wil je ... uh ... dat ik dan op Teddy pas?' vroeg hij aarzelend, bang dat Andromeda aanstoot zou nemen aan de implicatie dat het misschien niet veilig voor de baby zou zijn als haar zus langskwam.
Andromeda glimlachte fijntjes en antwoordde: 'Dat lijkt me niet nodig. Cissa verheugt zich erop mijn kleinzoon te ontmoeten. Ze kan niet wachten tot ze zelf grootmoeder wordt.'
Harry's wenkbrauwen vlogen omhoog. Zou Malfidus -?
'Ik wist niet dat haar zoon – ' begon hij.
Lachend viel Andromeda hem in de rede. 'O nee, na alles wat er gebeurd is, zal het gearrangeerde huwelijk met Patty Park vast van de baan zijn, maar dat weerhoudt een moeder er niet van om van kleinkinderen te dromen.'
Patty Park? Geen wonder dat ze altijd zo aan hem hing. Hij schudde zijn hoofd bij het idee dat ouders een verbintenis bedisselden om het bloed van hun familie zuiver te houden.
Toen Andromeda een half uurtje later met een hongerige Teddy vertrok, klonk Harry's belofte om snel langs te komen een stuk oprechter.
'Je zou echt meer moeten rusten.'
De stem van Poppy klonk eerder bezorgd dan vermanend, terwijl ze de een na de andere diagnostische spreuk op haar bekken en benen afvuurde, en dat vertelde Minerva dat de val in de rechtszaal afgelopen vrijdag haar heupklachten meer verergerd had dan ze gedacht had. Natuurlijk mocht ze niet heel erg klagen, want als Lubbermans haar niet omver had geduwd, was ze waarschijnlijk slechter af geweest.
Van dat argument zou de verpleegkundige echter niet onder de indruk zijn, dus ze zei ze enkel: 'Het aantal Hoorzittingen per week begint al af te nemen, dat zal wel een verschil gaan maken, en ik heb bericht gehad dat de nieuwe professor Dreuzelkunde 1 juni naar Zweinsveld verhuist, en dan de rest van de zomer hier komt helpen.'
Poppy maakte een ontstemd geluid. '1 Juni? Tegen die tijd kan ik wel een bed op de ziekenzaal voor je reserveren,' reageerde ze pessimistisch.
Minerva schudde met een glimlachje haar hoofd. 'Het wordt echt beter.'
Ze wist dat de ander haar woorden niet geloofde, maar Poppy kende haar al langer dan vandaag en veranderde nu van onderwerp.
'Hoeveel vacatures staan er nu nog open? Heb je meer sollicitanten gehad, naast degene voor Dreuzelkunde?'
Minerva schudde haar hoofd. 'Geen potentiële kandidaten tot dusver,' antwoordde ze. 'Er is in ieder geval nog een leerkracht Verweer tegen de Zwarte Kunsten nodig.'
'En een voor Gedaanteverwisseling,' vulde Poppy aan.
Minerva zuchtte. Ze wist dat het niet realistisch was om te denken dat ze les kon blijven geven naast haar andere nieuwe taken, maar ze zou het missen. 'Ja,' gaf ze toe, 'en Griffoendor heeft ook een nieuw Afdelingshoofd nodig. Hildebrand heeft toegezegd om Zwadderich weer onder zijn hoede te nemen en Filius overweegt mijn voorstel om Plaatsvervangend hoofd te worden.'
Poppy had ondertussen de gordijnen, die rond het bed hingen, weer opengetrokken. Terwijl Minerva opstond en haar gewaad gladstreek, sloeg de verpleegkundige haar gade.
'Waar maak je je nog meer zorgen om?' vroeg ze tenslotte.
Minerva aarzelde een moment voordat ze toegaf: 'Hagrid.'
Poppy knikte begrijpend. De laatste jaren hadden er bij Hagrid aardig ingehakt. De dood van die afgrijselijke, maar door hem geliefde spin, Perkamentus' dood en het verraad van Sneep, en de val met de motorfiets; het waren allemaal tegenslagen waar hij uiteindelijk wel weer bovenop kwam. Het gedwongen vertrek van Groemp was echter te veel voor hem geweest. Op last van bezorgde ouders had de schoolraad geboden te zorgen voor een reusvrije omgeving op Zweinstein, wilden ze de school sowieso nog openstellen. Het was Minerva aan het hart gegaan om de boodschap over te brengen, maar ze wist ook dat de schoolraad gelijk had op dit punt. De sleutelbewaarder en jachtopziener zat sindsdien behoorlijk in de put. Regelmatig verdween hij met Muil in het Verboden Bos en zwierf dan uren rond. Een enkele keer kwam hij gehavend weer het kasteel binnen alsof hij gevochten had met onzichtbare demonen. In de avonduren was hij vaak in De Drie Bezemstelen te vinden of, als madame Rosmerta hem vertelde dat het tijd voor hem was om terug naar Zweinstein te keren, bracht hij een bezoekje aan Desiderius.
'Denk je dat hij nog les wil geven?' vroeg Poppy met een rimpel op haar voorhoofd.
'Ik ben bang dat het binnenkort niet een kwestie van willen maar van kunnen, of beter gezegd, mogen wordt.' Minerva klonk bedroefd. Een vervanger vinden zou niet makkelijk zijn, maar ze zou het nog moeilijker vinden als ze Hagrid ook die slag moest toebrengen. Poppy knikte.
'Als Wilhelmina …' begon ze voor haar stem weigerde.
Wilhelmina Varicosus was één van de ruim vijftig slachtoffers die de Slag om Zweinstein niet had overleefd. Minerva begreep wat Poppy bedoelde; als de vervangend docente een deel of alle lessen van Hagrid tijdelijk had kunnen overnemen, dan zou dat de halfreus misschien de tijd hebben gegeven om weer enigszins de oude te worden.
Nadat ze Poppy bedankt had, liep Minerva piekerend naar de Grote Hal. Bij de ingang van de Grote Zaal stond Harry om zich heen te kijken. Ze had gisteren een uil ontvangen dat hij graag even een bezoekje zou brengen. Terwijl ze hem naderde, stelde ze vast dat de werkzaamheden aan het kasteel hun vruchten begonnen af te werpen. Er was nog enorm veel te doen, maar het begin was zichtbaar.
Ze zag Harry's gezicht versomberen toen hij een blik omhoog wierp. Aan het magische plafond hadden ze helaas nog niets kunnen doen. Bij het horen van haar wandelstok op de stenen vloer draaide hij zich om en begroette haar.
'Hallo, professor. Hoe gaat het met u? Ik hoorde van Marcel wat Kragge geprobeerd had.'
Ze stelde hem gerust, vroeg hoe het met de Wemels ging en al pratend liepen ze naar haar kamer. Zoals altijd werd haar blik onmiddellijk getrokken door het portret boven haar bureau. Haar vriend en mentor was ingedommeld met zijn kin op zijn borst zodat het halvemaanbrilletje gevaarlijk dicht op het puntje van zijn neus hing. Harry keek ondertussen nieuwsgierig rond, alsof hij op zoek was naar iets dat er hoorde te zijn.
'Meneer Potter?' vroeg ze.
'Harry richtte zijn blik op haar. Aarzelend vroeg hij: 'Is er geen portret van professor Sneep?'
Oh nee, niet ook Harry Potter!
Er klonk een zacht gegrinnik vanaf de muur en Minerva wierp een korte, nijdige blik in de richting van die irritante portretten voor ze op Harry reageerde.
'Zoals je weet, heeft professor Sneep zijn post als schoolhoofd van Zweinstein verlaten voordat hij stierf, meneer Potter.' Ze wist zelf dat het niet echt een goed argument was, maar gaf het hem desalniettemin. 'In het kantoor van het schoolhoofd hangen enkel de portretten van de tovenaars en heksen die tot hun dood hun functie hebben bekleed.'
Harry's groene ogen keken haar indringend aan toen hij tegenwierp: 'Maar zijn situatie is toch niet te vergelijken met die van de andere schoolhoofden? Hij had op dat moment niet veel meer keus dan om te vertrekken door de rol die hij speelde. Een rol die professor Perkamentus hem opgedrongen had.'
Minerva wilde protesteren dat Severus zelf zijn keuzes had bepaald, maar zweeg. Dat was niet echt het punt hier en dat wisten ze beiden. Ze zuchtte.
'Hij was een held en een goede Zwadderaar en hij verdient om opgenomen te worden in dit verheven gezelschap,' riep Firminus Zwarts vanuit zijn lijst.
Minerva kneep haar lippen op elkaar in een poging hem te negeren, maar Harry knikte instemmend, hoewel hij Firminus fronsend aankeek.
'Ik zal het er met het schoolbestuur over hebben,' zei ze tenslotte afgemeten waarna ze van onderwerp veranderde. Ze praatten over de vorderingen bij de opbouw van het kasteel, over de vrijwilligers die nog steeds toestroomden. Harry keek schuldbewust toen hij zei dat hij eigenlijk ook zou moeten komen helpen, maar Minerva verzekerde hem dat hij zijn bijdrage aan de toverwereld leverde met al zijn getuigenissen, en bovendien als geen ander tijd verdiende om zijn leven weer op de rails te krijgen. Ze glimlachte toen hij enthousiast begon te vertellen over het huis aan het Grimboudsplein en de veranderingen die hij wilde doorvoeren. Zijn verhaal over de zwijgzame mevrouw Zwarts toverde een brede lach om haar mond, vooral omdat Firminus er verontwaardigd zijn schande over uitsprak.
'Wil je nog een kopje thee?' vroeg ze toen ze uitgelachen waren.
Harry schudde zijn hoofd. 'Nee, dank u, ik wil nog even bij Hagrid langs en die schotelt meestal ook een klein formaat emmer voor.'
'Dat stelt hij vast op prijs,' reageerde Minerva, voordat ze even kort de situatie rond Groemp uitlegde.
