Speciaal of gewoon gestoord?

Mijn adem stokte. Tranen welden op in mijn ogen.

'Nooit meer?' Mijn stem was niet meer dan een schel gepiep.

'Dat was sowieso al de bedoeling.'

'Sowieso?' wist ik moeizaam te herhalen.

'Ja. Lauren, wat dacht je dan? Dat wanneer ons kind geboren was je weer als vampier door het bos kon vliegen?'

Ik wist niets uit te brengen. Of dat door Jacobs uitspraak kwam of door de toon van zijn uitspraak wist ik niet zeker. Het was waarschijnlijk de combinatie.

Volgens mij merkte Jacob de gepijnigde blik in mijn ogen op. Hij legde zijn handen op mijn schouders maar ik schudde deze van me af.

'Luister nou, het spijt me Lauren. Oké? Ik dacht niet echt na bij wat ik zei en… en ik bedoelde het niet zo. Ik wilde je niet kwetsen.'

'Kwetsen?' Mijn gepijnigde blik veranderde in een vuurspuwende. 'Jacob Black, je doorboorde mijn hart. Dat is niet positief. Dat doet pijn. Veel pijn.'

'Het spijt me.' Jacob aaide mijn wang.

'Auw,' mauwde ik een beetje dramatisch.

Jacobs hand viel op mijn schouder terwijl hij me vreemd aankeek.

'Auhauw. Je hebt me pijn gedaan. En nu heb ik tijd nodig om te herstellen.' Ik duwde zijn hand van mijn schouder en vluchtte naar mijn slaapkamer nadat ik, 'Laat me met rust!' over mijn schouder had geroepen.

Ik huilde mezelf in slaap. Tenminste, dat voelde zo toen ik wakker werd van Alice die mijn wang streelde. Mijn ogen voelden gezwollen en mijn linkerslaap klopte heftig, alsof het me duidelijk wilde maken dat hij bestond. Met wat moeite hees ik mezelf overeind, de bezorgde blik van Alice ontwijkend.

'Hier.' Ze gaf me een kop warme chocola. 'Voorzichtig, hij is nogal heet.'

Dankbaar glimlachte ik naar Alice, hopend dat mijn opgezette ogen erger voelden dan dat ze eruit zagen.

'Ik dacht dat je dit wel kon gebruiken. Ik hoorde je steeds jammeren en kon maar niet geloven dat je sliep. Het was best eng.'

Ik had mezelf dus niet alleen in slaap gehuild, maar had doorgehuild terwijl ik sliep. Mijn hoop vervloog, mijn ogen zagen er vast net zo erg uit als ze voelden. Misschien nog wel erger, als dat mogelijk was.

'Het geeft niet,' stelde Alice me gerust. 'Jacob had dat nooit mogen zeggen. Zeker niet op die manier.'

'Het is al goed. Ik had me nooit zo mogen aanstellen. Het is niet Jacobs schuld, hij denkt gewoon niet altijd na voor hij iets zegt.'

'Dat is geen excuus Lauren. Het punt is dat hij dat gewoon nooit had mogen zeggen. Erover nagedacht of niet.' Ze wierp een blik op mijn ongerepte chocolademelk. 'Drink maar op, je zal je snel beter voelen.'

Ik besloot mijn mond te houden zodat er geen oneindige discussie zou ontstaan. Voorzichtig nam ik een slok van mijn chocola. De warmte gleed door mijn keel, langzaam naar beneden, achter mijn ribben langs, tot ze zich settelde in mijn maag. Ik glimlachte toen ik besefte hoe erg ik dat gevoel had gemist. Ook al had ik extra warmte net iets lager als mijn maag, onder mijn opgezette buik.

Alice merkte de – onbewuste – glimlach op die mijn gezicht sierde. 'Ik wist dat het zou werken.'

Het bleef even stil terwijl ik voorzichtige slokjes nam van mijn chocolademelk, die gelukkig afkoelde en steeds beter te drinken was zonder dat er verbrandingsgevaar was.

'Hoe gaat het met de kleine?'

Mijn glimlach vervaagde en ik zei niets.

'Alice,' begon ik aarzelend na een lange stilte, 'ik kan dit niet.'

Dit keer bleef Alice even stil.

'Het is allemaal mijn schuld,' mompelde ik zachtjes tegen mezelf. Het was niet eens mijn bedoeling geweest het hardop uit te spreken.

Alice pakte hierop mijn schouders beet en schudde me door elkaar. Ze had er alleen niet aan gedacht dat ik nog een mok chocolademelk beet had. Dit kwam deels terecht op mijn kleren, en op het dekbed. Gelukkig was het niet zo heet meer dat ik me eraan verbrandde.

'Alice!' Ik schoot overeind. He, jakkes. Chagrijnig staarde ik naar de bruine vlek onderaan mijn shirt, die doorliep tot het kruis van mijn broek.

'Zonde van de chocola,' zuchtte ik.

'Sorry, ik dacht even niet na.'

Ik glimlachte waterig. 'Wel, je bent niet de enige vandaag.'

Alice glimlachte.

'Hoe ga ik dit overleven?' zuchtte ik. Ik klopte op mijn buik. 'Ik houd van je, maar je zorgt voor enorm veel problemen.'

'Het komt echt wel goed hoor Lauren,' zei Alice bemoedigend. 'Bekijk het zo: Je blijft mens voor de rest van je leven. Je hebt geen last van die nooit gestilde honger, hoeft niet op je hoede te zijn bij mensen. Is dat niet ideaal?'

'Ik wil jullie niet missen,' zei ik en begroef mijn gezicht in Alice' nek terwijl ik vocht tegen mijn tranen. 'En Edward.' Oh Edward. Wat had ik gedaan? Dit moest echt afgelopen zijn. 'Alice, het is niet eens echt. Wie houd ik nu voor de gek? Ik ben er klaar mee.'

Ik maakte aanstalten om dit alles voorgoed achter me te laten.

'Nee!' Alice schudde me opnieuw door elkaar. 'Lauren! Is dit het waard? Zou je dit willen vergeten?' Ze legde haar hand op mijn buik, daar waar een chocolademelkvlek zat die bijna droog was.

Mijn tranen waren niet meer te stoppen en ze stroomden met bakken tegelijk over mijn wangen.

Alice zei niets terwijl ze me heen en weer wiegde.

Die stilte was fijn. Geen loze woorden als, 'het komt wel goed,' of, 'niets om je druk over te maken.'

Wat hadden die voor zin als ze niet waar waren? Inderdaad. Niets. Loze woorden zorgden voor hoop. Hoop die niet bestond.

Het kwam niet goed en ik… ik ging dood.

'Je gaat niet dood Lauren.'

Met betraande ogen keek ik naar de engel die in de deuropening stond. Hij maakte geen geluid toen hij dichterbij kwam. Schuifelend, zwevend, zo elegant dat hij wel een engel moest zijn.

Zijn gouden ogen stonden bezorgd.

Omdat ik dood ging natuurlijk.

'Je gaat niet dood,' zei de engel opnieuw.

'Hoe weet je dat?' vroeg ik, niet overtuigd door zijn woorden. 'Heeft God je dat verteld?'

De engel glimlachte naar Alice. 'Zo zou je het kunnen noemen, ja.' De bezorgde blik was verdwenen en daarmee ook een deel van mijn zorgen.

'Het komt goed,' beloofde de engel me.

'Ook met Edward?' wilde ik weten.

De engel zuchtte en leek opeens een stuk droeviger maar zei toch met een glimlach; 'Ja, met Edward ook.'

Langzaam droogde ik mijn tranen, met wat hulp van Alice, die toen mijn wangen droog waren troostend mijn voorhoofd kuste.

'Edward…Edward is blij voor je,' zei de engel aarzelend.

'Echt?' wist ik uit te brengen voor ik gaapte. Emoties waren zo vermoeiend.

'Echt. Hij is blij voor je. En voor Jacob.'

Met die geruststellende woorden slofte ik naar mijn bed. Met een beetje hulp van Alice en de engel hees ik mezelf uit mijn chocolade kleren en kroop ik onder de dekens – waar overigens ook nog chocola op zat. Ik trok mijn benen op voor zover dat kon en sloeg mijn armen om mijn dikke buik.

'Welterusten klein vreetwolfje,' fluisterde ik. Niet lang daarna viel ik in slaap.