Hoofdstuk 35.
Hermelien zat naast Ron op een picknickdeken in het park. Ron had zijn uiterste best gedaan om haar te verrassen met een lekkere maaltijd. Samen klonken ze op het leven, Hermelien had een glas water terwijl Ron rode wijn dronk. "Kan ik u nog wat aanbieden, mevrouw?" vroeg hij gespeeld serieus, terwijl hij haar een bord met hapjes voor hield.
"Nog eentje dan!" antwoordde ze, terwijl ze een kleine komkommersandwich nam.
"Neem er nog maar een," drong Ron aan. Hij nam zelf een gerookt worstje en propte dat zowat in zijn mond.
"Ron!" zei Hermelien afkeurend.
"Wat?" vroeg hij met zijn mond vol, waardoor hij een beetje uitspuwde. "Oeps," hij veegde zijn broek af en slikte z'n mond door. "Ik steun je in deze periode!"
"Ja, en dan moet jij ook extra veel eten zeker?" lachte Hermelien. Ze legde haar hand op haar buik omdat ze de baby die daar groeide voelde schoppen.
"Ik ben nu al extra energie aan het aanleggen voor wanneer onze kleine er is, en dat zal toch niet meer te lang duren, denk ik. Zo bol dat je bent geworden!"
"Zeg, Ron, kan ik er wat aan doen!" zei Hermelien verontwaardigd.
"Maar ik vind je er erg mooi mee staan hoor," Ron kuste haar op haar wang en legde toen zijn handen rond haar buik en begon er tegen te praten.
"Jouw mama en ik houden nu al enorm veel van je, kleintje!" zei hij met een grote grijns op zijn gezicht.
"Ron, de mensen zijn naar ons aan het kijken," zei Hermelien een beetje gegeneerd. Er was net een groep meisjes langsgekomen die met hem hadden gelachen.
Ron lachte. "Daar trekken wij ons niks van aan, hé kleintje. Maar we zullen maar naar je mama luisteren. Dat kan je nu al beter maar leren."
"Ron!" Hermelien petste hem op zijn handen.
"Zie je wel," zei hij nog, voordat hij haar zwangere buik losliet en naar haar lachte.
"Ik kan niet wachten tot die baby er is," glimlachte hij gelukzalig. Hermelien nam zijn handen vast. Ze kneep er zachtjes in.
"Ik ook niet, Ron," zei ze, waarna ze poogde op te staan. Ron sprong recht en trok zijn vrouw omhoog.
"Oef," zei hij lachend, "Ja, dat wordt echt wel tijd.."
Hermelien keek hem met samengeknepen ogen aan en ging toen wat rondwandelen om het slapende gevoel in haar voeten weg te krijgen. Ron begon ondertussen de restanten van de picknick bij elkaar te rapen, maar liet alles weer vallen toen Hermelien opeens ineenkromp en kreunde. Ze hield één hand in haar zij, en haar andere had ze rond haar buik geklemd.
"Wat? Wat is er?" vroeg Ron bezorgd, hij liep direct naar haar toe en keek haar doordringend aan.
Ze kon echter niet direct antwoorden, want ze voelde weer een pijnscheut die door haar hele lichaam trok. Ze zakte zelfs bijna door haar knieën van de pijn. Ron kon haar nog net rechthouden. Vol afschuw keek hij naar haar broek, die helemaal rood was geworden. Hermelien zelf zag er lijkbleek uit.
"B-breng me naar Holisto's," hijgde ze. "E-er is iets – aaah!"
Ze wist niet hoeveel tijd er voorbij was gegaan, maar opeens zat ze in de auto naast Ron, met haar handen rond haar buik geklemd. Ron reed kriskras door het verkeer van Londen, op weg naar St. Holisto's Hospitaal voor Magische Ziekten en Zwaktes. Al snel waren ze daar en riep Ron door de inkomhal: "Help mijn vrouw, er is iets mis!"
Helers kwamen aangelopen met een draagbaar, ze hielpen Hermelien erop en reden haar weg doorheen het ziekenhuis. Ron hield al die tijd haar hand vast en mompelde "Het komt goed, alles komt goed."
Maar toen ze haar op een bed legden, was Ron nergens meer te bekennen, de enige persoon die ze zag was een Heler die haar buik bloot maakte.
"Waar – waar is Ron?" hijgde ze, ze keek wild om zich heen. Ron was nergens te zien. De Heler keek haar strak aan, haar blik gleed naar zijn naamplaatje waar Jack Meijer op stond.
"Dat is iets wat wij ons ook afvragen, juffrouwtje!" antwoordde Heler Meijer. Toen kwam het besef tot haar dat Ron al bijna drie jaar dood was. Hoe het dan kwam dat ze met een bolle buik op een opereertafel lag, kon ze niet verklaren.
Ondertussen was een andere persoon binnengekomen, maar er was iets vreemds aan hem. Hermelien kon hem niet helemaal scherpstellen. De herinnering kwam in haar op dat ze dit al eens eerder had meegemaakt, als een déjà vu. Ze begon in paniek te raken.
De onscherpe man had een scalpel in zijn handen, Hermelien zag het flitsen toen hij zijn arm ophief. Zijn stem klonk metalig. "Waar is jouw man?" vroeg hij.
De andere man, Heler Meijer, duwde haar schouders tegen het bed aan. Ze wilde zich losrukken, maar merkte dat haar handen en benen aan het bed waren vastgebonden.
"Wat, wat bedoel je? Hij is dood!" schreeuwde ze uit.
"Laat me niet lachen!" zei de stem. "Als je niet zegt waar hij is, dan snij ik je buik open. Meijer, hou haar vast! Laatste kans, dametje!"
Hermelien schudde angstig haar hoofd, haar ogen puilden uit terwijl ze naar het scalpel keek. "Ik, ik weet het niet!" schreeuwde ze uit. "Hij is dood!"
"Verkeerd antwoord," zei de stem, en hij zette het mes tegen haar buik en maakte er een diepe, overlangse snede mee. Ze schreeuwde nog een laatste keer, maar verloor al snel het bewustzijn.
Hermelien schoot wakker en gooide paniekerig haar deken van zich af. Gejaagd rolde ze haar nachtjapon naar boven en keek ze naar haar buik. Die zat onder het verband. "Nee!" riep ze angstig uit, en ze begon het verband los te scheuren. Ze vreesde voor het ergste. Ze merkte niet eens dat de deur van haar slaapkamer openvloog en dat Malfidus opgejaagd naar binnen kwam, maar abrupt bleef staan toen hij zag wat ze aan het doen was.
"Griffel, wat –"
Ze had ondertussen al het verband losgekregen en zag haar gladde buik. Er was helemaal niks te zien, niet eens een litteken. Gierend haalde ze adem, haar handen bleven aan haar buik voelen, alsof ze niet kon geloven dat daar geen grote, diepe snede in zat.
Malfidus kwam op het bed afgestapt en pakte haar handen vast. Hermelien keek geschrokken naar hem op. Pas nu besefte ze dat hij in haar kamer stond, en dat alles maar een droom was geweest. Van pure opluchting begon ze te huilen.
"Griffel, wat is er aan de hand?" vroeg Malfidus, die op het bed ging zitten. Ze zag hoe hij een deken vast nam en dat om haar heen wilde leggen, want ze was erg aan het rillen. Hermelien sloeg haar armen echter om hem heen en klampte zich aan hem vast. Ze wilde op die manier voelen of hij wel echt was, of ze dit niet ook droomde. Ze voelde hoe Malfidus verstarde in zijn beweging, dat had hij duidelijk niet verwacht, maar uiteindelijk sloeg hij zijn arm om haar heen en mompelde hij zachtjes dat ze maar een nachtmerrie had gehad.
Pas na zo'n tien minuten was Hermelien voldoende gekalmeerd om te beseffen dat ze Malfidus vasthad. Abrupt liet ze hem los en schoof ze een beetje achteruit.
"S-sorry," zei ze. Malfidus stond terug op en keek haar onderzoekend aan. Hermelien zag het verband dat ze aan stukken had gescheurd. Ze wist niet meer hoe dat kwam.
"Heb-heb ik dat gedaan?"
"Je was daarmee bezig toen ik binnenkwam. Ik had je weer horen schreeuwen," antwoordde Malfidus kalm, alsof hij elke dag dergelijke dingen meemaakte.
Blijkbaar was hij nog niet gaan slapen, want hij had nog altijd dezelfde kleren aan. Hij zag er wel verfomfaaid uit, zijn gezicht was bleek, zijn ogen rood omrand, zijn haren staken alle kanten uit en zijn hemd was erg gekreukt.
"Ik – ik heb weer vreselijk gedroomd."
"Heb je de druppels niet ingenomen?"
Hermelien moest diep nadenken voordat ze kon antwoorden. Haar gedachten waren nogal wazig en gingen steeds terug naar de droom.
"J-jawel," zei ze, terwijl ze naar het flesje keek dat naast een glas water op haar nachtkastje stond. "Ik heb twee druppels genomen."
"Dat is dan niet sterk genoeg geweest," zei Malfidus alleen maar, hij liep naar de haard om het vuur aan te steken. Door de warmte loste de verwarring in Hermeliens hoofd op en kon ze weer helder nadenken.
"Ik heb weer gedroomd over de aanval," zei ze na een tijdje. "Of eigenlijk niet over de aanval, maar ik denk wel over de mannen die mij hebben aangevallen."
Malfidus draaide zich om en keek haar vragend aan.
"Ik – ik was zwanger en toen wilden twee mannen mijn buik opensnijden," zei ze, ze zag Malfidus nog bleker worden, en bedacht zich te laat dat ze dat niet had moeten zeggen.
"Waarom?" vroeg hij met schorre stem.
"Ze vroegen waar Ron was, maar ik zei dat hij dood was. Ze bleven het maar vragen, ze dachten echt dat hij daar nog ergens moest zijn. Dat ze dachten dat hij nog leefde."
Malfidus keek haar nu niet aan, hij ging aan het raam staan en keek naar buiten. Hermelien sloeg haar deken steviger om zich heen, maar daaronder had ze nog steeds een hand om haar buik liggen.
"Maar het vreemde is, dit keer waren het geen twee schaduwen, dit keer kon ik echt iemand zien," zei ze.
Malfidus draaide zich bruusk om, hij liep naar het bed en ging er weer op zitten, hij keek haar doordringend aan.
"Kan je hem beschrijven?"
"Hij- hij had een Heler-kostuum aan, was nogal klein en robuust gebouwd en had lichte bruine haren."
"En de andere?" vroeg Malfidus dringend.
"Dat was weer hetzelfde, eerder een schaduw. Hij was wel degene die aan het woord was. Die – die zei dat hij mijn buik zou opensnijden wanneer ik niet antwoordde."
Malfidus stond gefrustreerd weer op en ijsbeerde door de kamer. "En is er niets anders dat je je kan herinneren? Denk eraan, hoe meer we weten, hoe sneller we weten wie je heeft aangevallen en waarom."
"Maar, het is toch maar een droom?" vroeg Hermelien verward. "Hoe kan je uit een droom nu afleiden wie mij heeft aangevallen?"
"Voelde het dan als een gewone droom?" zei Malfidus nogal kortaf.
"Het eerste deel wel, maar dat deel met die schaduwen was net levensecht." Ze besefte dat Malfidus gelijk moest hebben. Hij knikte.
"Het feit dat je eerst schaduwen zag en je je niks meer herinnerde van de aanval, deed mij al vermoeden dat iemand een vergetelheidsspreuk moet hebben gebruikt. Maar omdat je nu iemand kon zien in plaats van een schaduw denk ik dat die spreuk niet goed gelukt moet zijn."
Hermelien pijnigde haar hersenen om na te gaan of ze niet iets was vergeten. Opeens kwam het beeld van een naamplaatje naar boven.
"W-wacht even. Die Heler –," zei ze, terwijl ze haar ogen dichtkneep en diep nadacht.
"Ja?" vroeg Malfidus ongeduldig.
"Hij had een naamplaatje met een naam – M-Meijer – Jack Meijer," zei ze, waarna ze opkeek naar Malfidus om te zien of hij iemand kende met die naam.
Hij fronste echter zijn voorhoofd, hij dacht na en toen veranderde zijn gezichtsuitdrukking in een van herkenning.
"Wat? Ken je die man?" vroeg ze snel. Misschien kwamen ze wel heel snel te weten wie haar had aangevallen.
"Ik – ik weet het niet. Ik heb de naam ooit wel eens gehoord, maar ik weet niet meer waar," zei Malfidus verstrooid. Hij schudde zijn hoofd.
"Oh," zei Hermelien teleurgesteld.
Het bleef een lange tijd stil, Malfidus leek in diepe gedachten verzonken te zijn, en Hermelien ging in haar hoofd de gruwelijke droom na, om zo nog meer details te weten te komen. Er kwam echter niks meer naar boven.
Op een gegeven moment schrok Malfidus op vanuit zijn gedachten, maar hij zei niks. Hij zag er doodmoe uit.
"Zou je niet ook eens gaan slapen, Malfidus?" vroeg Hermelien. "Je ziet er werkelijk vreselijk uit."
"Hoor wie het zegt," mompelde Malfidus alleen maar, waarna hij grijnsde omdat Hermelien gedempt "Zeg!" zei. Hij wierp nog een blik op haar, zijn gezichtsuitdrukking verzachtte. Ineens knipperde hij met zijn ogen en schudde hij zijn hoofd, alsof hij een gedachte van zich af wilde schudden. Hermelien keek hem bevreemd aan.
"Ja, ik ga maar eens slapen," zuchtte hij en hij liep naar de deur.
"Malfidus, wacht," zei Hermelien. Hij bleef op de drempel staan en keek haar rechtstreeks aan.
Ze aarzelde en voelde haar hoofd rood worden. "Bedankt -, bedankt om mij vast te houden."
Malfidus glimlachte kort. "Graag gedaan." Hij leek zelf te aarzelen in de deuropening.
"M-Moet ik soms hier blijven slapen?" vroeg hij tot haar verbazing. Ze trok haar wenkbrauwen op, in de overtuiging dat hij met haar voeten aan het spelen was.
"Meen je dat nu, of is het maar om te lachen?" reageerde ze een beetje boos.
Maar Malfidus keek tot haar verwondering een beetje gekwetst, hij herstelde zich echter snel.
"Nee, nee, het was maar om te lachen." Zijn mond plooide in een grijns, die er niet al te overtuigend uitzag. "Goedenacht Griffel."
Hij liep de gang op en sloot de deur achter zich. Hermelien schudde verbaasd haar hoofd, nam daarna nog wat druppels in en sloot haar ogen. Ze hoopte maar dat ze niet weer een enge droom zou krijgen.
De volgende morgen werd Hermelien vroeg wakker. Gelukkig had ze geen nachtmerries meer gehad en ze leidde daaruit af dat drie druppels voor het slapengaan wel voldoende moest zijn. Ze maakte wel nog de bedenking, net zoals Harry dat de vorige dag had gedaan, dat wanneer ze wel nog nachtmerries zou krijgen, de daders sneller gevat zouden worden, maar ze had geen zin in weer een gruwelijke droom. Bovendien kon ze haar slaap goed gebruiken.
Nee, laat het ministerie maar uitzoeken wie die aanval heeft gedaan, daar hebben ze mijn dromen niet voor nodig. Trouwens, waarom zouden ze mijn dromen geloven?
Ze had die ochtend, naast Ilya die het ontbijt was komen brengen, nog helemaal niemand gezien, en aangezien het verband rond haar buik toch weg was, besloot ze om een lang en warm bad te nemen. Ze voelde zich vuil, en bovendien zou ze zich op die manier goed kunnen ontspannen, dat kon ze wel gebruiken na de afgelopen paar dagen.
Ze liep de badkamer binnen en inspecteerde het marmeren bad. De vorige keer had ze zich zo gehaast dat ze er helemaal geen aandacht aan had geschonken, maar nu zag ze dat het en wel heel luxueus bad was. Het was duidelijk dat aan de gastenkamers heel wat meer aandacht was besteed dan in de badkamer die ze normaal altijd gebruikte. In haar eigen badkamer stond alleen maar een inloopdouche, wastafel en een wc. Dat was ook het enige dat ze nodig had, maar toch vond ze het zo nu en dan wel eens fijn om een lekker warm bad te nemen.
Het bad stond op een verhoog, dicht bij het raam, waardoor je van het uitzicht kon genieten wanneer je erin zat. Voor de zekerheid keek ze door het venster, ze wilde immers niet dat iemand haar zou kunnen zien. Maar het enige wat ze zag was de wijd uitgestrekte tuin. Op dat vlak zat ze dus veilig, men zou echt recht naar boven moeten kijken om te zien dat er iemand in bad zat.
Aan de kant waar het bad de muur raakte, waren allerlei kranen te zien, die allemaal een verschillende functie hadden. De onderste twee kranen spoten via een grote boog gloeiendheet en ijskoud water uit. Hermelien besloot om beide kranen maar tegelijkertijd open te zetten, want vreemd genoeg vond ze geen kraan die een normale temperatuur gaf. Het was een groot bad om te vullen, dus ze had genoeg tijd om alle andere kranen die hoger zaten uit te proberen. Eén kraan spoot een hele hoop badzout uit. Die draaide ze maar snel dicht, want anders lag er te veel en dat vond ze nooit echt comfortabel. De volgende kraan die ze probeerde was er een waaruit schuim in alle kleuren van de regenboog stroomde. Ook de volgende kranen die ze uittestte bevatten verschillende variaties van schuim. De ene rook naar citroen, terwijl een andere weer rook naar rozen. Uiteindelijk koos ze voor een kraan waaruit een seringengeur kwam. De laatste en hoogste kraan die ze probeerde spoot in een boog hartvormige confetti uit, maar die besloot ze maar niet te gebruiken. Ze vroeg zich af wie in hemelsnaam zich in bad zou willen laten volspuiten met confetti. Erg aangenaam leek haar dat namelijk niet.
Het bad was ondertussen helemaal volgelopen, de hele kamer geurde naar seringen. Hermelien controleerde nog even de temperatuur van het water, legde daarna zijdezachte handdoeken op de grond, ontdeed zich van haar kleren en stapte daarna met een gelukzalige zucht in het bad.
Meteen voelde ze zich al een heel stuk beter; alsof de gebeurtenissen van de afgelopen dagen letterlijk van haar werden afgespoeld. Even bleef ze drijven in het water, om te wennen aan de temperatuur, maar daarna besloot ze om kopje onder te gaan. Ze genoot van de omringende stilte. Er was werkelijk niets te horen, wat in het grote huis bijna nooit het geval was. Zelfs wanneer ze alleen op haar kamer zat, hoorde ze altijd wel geluiden die van elders in het huis leken te komen, maar nu was het doodstil.
Al snel kwam ze terug boven water, waardoor haar haren nu plat tegen haar hoofd lagen. Ze keek door het raam naar buiten.
Dit huis heeft toch echt een prachtig uitzicht! dacht ze. Maar daarna zei een stemmetje in haar hoofd, dat ze het liefst van al wilde negeren, dat dit domein nu eerder een gouden kooi voor haar werd. Ze besefte wel dat het voor haar eigen veiligheid was, maar het idee dat ze niet kon gaan en staan waar ze wilde, stond haar tegen. Ondanks het feit dat het domein van Huize Malfidus zeer groot was, voelde ze zich toch opgesloten.
In de verte zag ze een zwarte vlek – misschien was het Malfidus wel die de omgeving weer eens uitkamde – maar haar deed het terugdenken aan de nachtmerries. Hoewel het haar plan was geweest om te genieten, kon ze haar gedachten niet van zich afschudden. Ze dacht terug aan haar gesprek met Malfidus.
Geen wonder dat hij niemand naar Holisto's wilt sturen. Ik had nooit gedacht dat een Heler nota bene zoiets zou kunnen doen!
Ze zuchtte en ging nog eens kopje onder in een poging de gedachten te laten verdwijnen. Toen ze weer bovenkwam, moest ze er echter nog steeds aan denken.
Ik had het altijd al vreemd gevonden dat Malfidus en Astoria maar één kind hadden, maar dat er zo'n reden achter zat, had ik nooit gedacht!
Ze dacht nu ook weer terug aan haar droom, die haar hersenen door het verhaal van Malfidus op de een of andere manier had gecreëerd. Ze herinnerde zich nog hoe gelukkig ze zich had gevoeld met de wetenschap dat ze zwanger was van Ron. Dat dat niet in het echte leven was gebeurd had meer te maken met hun werk. Beiden hadden het zo druk, dat ze hadden besloten om pas op latere leeftijd een gezinnetje te stichten. Hermelien had daar nu zo'n spijt van, maar wie had nu kunnen denken dat ze niet samen oud zouden worden?
Ze zuchtte nog eens hard en besloot om haar gedachten van zich af te zetten. Ze zocht een afleiding en vond deze onder de vorm van verschillende knoppen die aan de rand van het bad zaten. Hopend dat er geen rare dingen zouden gebeuren, drukte ze willekeurig op een ervan. Daardoor begon het bad ineens bubbeltjes te produceren, die zalig tegen haar rug drukten. Een andere knop zette een muziekinstallatie aan, klassieke muziek galmde doorheen de hele badkamer maar leek vanuit het bad zelf te komen.
Ah, dit is echt wat ik nodig had, dacht ze bij zichzelf, terwijl ze haar hoofd op de rand van het bad liet rusten. Nu pas kon ze echt genieten en waren haar gedachten ver weg.
Na bijna een uur vond ze dat ze genoeg ontspannen was en stapte ze uit bad. Toen ze zich had afgedroogd en een handdoek rond haar haren had gewikkeld, besefte ze echter dat al haar zuivere kleren en ondergoed nog in de slaapkamer lagen.
Verdorie, mompelde ze. Omdat er ook geen badjassen in de badkamer te vinden waren, zat er niks anders op dan zo maar haar kleding te gaan halen.
Met haar handdoek stevig om zich heen geknoopt liep Hermelien terug naar haar slaapkamer. Even keek ze met een frons naar de deur en besloot ze om zich snel in de slaapkamer om te kleden.
Ze had net haar beha van een stoel genomen, toen ze opeens achter haar de deur hoorde opengaan. Ze graaide naar haar handdoek en sloeg die verschrikt om zich heen, waarna ze zich omdraaide. Tot haar ontzetting was het Malfidus die met een stapel boeken in zijn handen in de deuropening stond.
"Ooit al gehoord van kloppen?" riep ze op een bijna hysterische toon.
"S-sorry, ik – ik dacht – ," sputterde Malfidus. Hij had een knalrood hoofd gekregen.
"Doe dat denken maar buiten!" riep ze met een schrille stem, terwijl ze naar de deur liep, Malfidus naar buiten werkte en de deur met een klap dichtgooide. Voor de zekerheid greep ze haar toverstok, mompelde Colloportus en ging ze zich in de badkamer verder omkleden.
Oh Merlijn, moest dat nu echt gebeuren? Hoe moet ik hem nu onder ogen komen?
De spanning was nu weer helemaal terug in haar lichaam. Gejaagd deed ze haar kleren aan, ze had geen zin dat iemand nu ook plots in haar badkamer zou verschijnen. Om zichzelf terug kalm te krijgen, ademde ze langzaam in en uit. Ze droogde haar haren, veegde nog een paar waterdruppels van de spiegel af en ging toen met een zucht terug naar haar slaapkamer. Ze liep langzaam naar de deur, opende deze en stak haar hoofd op de gang. Tot haar immense opluchting was er van Malfidus niks meer te zien. Het stapeltje boeken dat hij in zijn handen had gehad lag in een rommelige hoop naast haar deur.
Ze was net terug op haar bed gaan liggen toen er op de deur werd geklopt. In de verwachting dat het Malfidus was, stampte ze boos naar de deur, gooide deze open en zei: "Ah, je leert al snel bij!"
"Sorry?" vroeg mevrouw Jansen verbaasd.
"Oh, Helena, het spijt me," zei Hermelien beschaamd. "Ik dacht dat het –. Ach nee, laat maar."
"Is er iets gebeurd?"
"Nee, nee. Er is niks aan de hand," zei Hermelien blozend. "Ik heb net een bad genomen, en daar erg van genoten," zei ze om snel op een ander onderwerp over te stappen.
"Ah, dat kan echt wel eens deugd doen, niet?" zei mevrouw Jansen glimlachend. "Zo, ik heb de zalf weer bij, zal ik je nu invegen, of moet ik even wachten?"
"Nee, nee, doe nu maar," zei Hermelien, die weer op bed ging liggen en haar trui omhoog trok.
"Waar heb je het oude verband gedaan?"
"Oh, dat heb ik weggegooid. Het was nogal vuil, dus ik dacht dat dat wel mocht," zei Hermelien. Ze was niet van plan te zeggen dat ze dat die nacht aan stukken had gescheurd en 's morgens naast haar bed had zien liggen.
"Oh ja, dat is goed hoor," zei mevrouw Jansen, ze bestudeerde Hermeliens buik. Ze porde er even met haar vinger in en vroeg haar of dat pijn deed. Hermelien schudde haar hoofd.
"Oké, dat is goed, dan zal ik het morgen nog een laatste keer invegen om zeker te zijn, maar ik denk dat alles wel is genezen."
"Gelukkig," zei Hermelien. Ze keek hoe mevrouw Jansen haar buik inveegde en zette zich daarna recht om het verband te kunnen omwikkelen.
"Er lag trouwens een stapeltje boeken langs de deur," zei mevrouw Jansen toen ze het verband in haar handen nam. Ze keek haar vragend aan, alsof zij wist wat die daar lagen te doen. Dat wist ze inderdaad, maar ze ging niet vertellen dat Malfidus haar kamer was binnen geweest terwijl zij halfnaakt was. Ook al was het per ongeluk, Hermelien kon mevrouw Jansens afkeuring levendig voorstellen.
"Oh, hoe kan dat?" vroeg ze daarom quasi-onschuldig. Desondanks voelde ze toch haar hoofd knalrood worden.
"Misschien heeft meneer Malfidus die daar gelegd om aan je te geven, maar was je nog aan het slapen ofzo," zei mevrouw Jansen die haar voorhoofd fronste, ze had geen idee hoe dicht ze eigenlijk bij de waarheid zat. Alleen was Hermelien dan niet aan het slapen, maar zich aan het omkleden.
"Ja, dat kan wel," zei ze stil.
"Hij zei mij trouwens dat je weer een nare droom hebt gehad dezenacht. Ik dacht al dat ik iemand had horen roepen, maar ik ging ervan uit dat het meneer Malfidus zelf was."
"Nee, ik was het," antwoordde Hermelien. "Ik denk dat meneer Malfidus zelfs toen nog niet aan het slapen was, want hij had nog z'n gewone kleren aan toen hij kwam kijken."
Mevrouw Jansen leek haar verbaasde reactie te onderdrukken. Ze tuitte haar lippen toen ze het nieuwe verband rond Hermeliens buik vastmaakte en deed toen de trui weer omlaag. Hermelien had het gevoel dat ze zich op de een of andere manier moest verklaren, ook al had mevrouw Jansen daar eigenlijk niks mee te maken. "Hij – hij was komen kijken of er niks aan de hand was."
Mevrouw Jansen knikte alleen, maar Hermelien zag aan haar gezichtsuitdrukking dat ze het ongepast vond.
"Ging de droom weer over de aanval?" vroeg ze.
"Ja, maar het was dit keer een heel andere droom. Veel gruwelijker," zei Hermelien, ze ging niet dieper in op de details van de droom. Ze vond het al erg genoeg om er gewoon maar aan te denken. Gelukkig kon mevrouw Jansen niet meer verder vragen want een moment later hoorden de twee een klopje op de deur. Hermelien vreesde even dat het Malfidus weer was, ze wilde hem niet, samen met mevrouw Jansen in de kamer, weer onder ogen komen. Het was echter Ieme, die het middagmaal had meegebracht. Hij melde met een piepende stem dat de leverancier van de vleeswaren in de bijkeuken op mevrouw Jansen stond te wachten.
"Oh goed, hem had ik nog graag willen spreken," zei mevrouw Jansen, die opstond van het bed. Ze keek naar Hermelien. "Hij had de vorige keer een verkeerde bestelling afgeleverd, en ik wilde hem daar toch eens over aanspreken. Dat kan toch niet!"
Ze volgde Ieme de kamer uit en liet haar alleen achter. Hermelien glimlachte bij zichzelf. Ze was blij dat ze nu niet in de schoenen stond van de slager, want ze had het afgelopen jaar gemerkt dat mevrouw Jansen niet met zich liet sollen wanneer het aankwam op huishoudelijke zaken.
Ze hief de schotel die Ieme had gebracht op, en zag een heerlijk middagmaal. Tot haar blijdschap zag ze ook de Ochtendprofeet op de plateau liggen. Ze was opgetogen dat ze wat afleiding had, ook al stond er niets memorabel in de krant.
Ze had net de krant uitgelezen toen er weer werd geklopt op de deur. Ze hoorde de stem van Malfidus.
"Mag ik binnenkomen?" vroeg hij.
Hermelien zuchtte, het moest er toch eens van komen om hem weer te zien. Hoe eerder, hoe beter, redeneerde ze en riep daarom maar: "Ja, kom maar binnen."
Malfidus opende langzaam de deur. Zijn armen zaten vol met de boeken die hij in de gang naast haar deur had laten liggen. Hij durfde haar niet rechtstreeks aan te kijken, en ook Hermelien zelf wist niet waar ze haar blik op moest richten.
Uiteindelijk was het Malfidus die als eerste het woord nam. Hij stond nog steeds dicht bij de deur, alsof hij elk moment verwachtte om weer de kamer uitgestuurd te worden.
"Ik – ik heb wat boeken voor je meegebracht," zei hij nadat hij z'n keel had geschraapt. "Dan heb je wat te doen."
Hij liep aarzelend naar het bed om haar de boeken te laten zien.
"Dank je," mompelde ze nogal verlegen.
"En – eh, sorry nog, van daarstraks," zei hij met een felrode blos op zijn wangen. "Maar, als het iets zou uitmaken, ik heb niks gezien."
"Dat moest er ook nog bijkomen," mompelde ze. Ze wierp een blik op hem, en om de een of andere reden barstte ze in lachen uit. Malfidus keek haar verbaasd en met opgetrokken wenkbrauwen aan. Hij leek niet goed te weten wat hij ervan moest denken, maar hij had door dat hij niet meer de kamer zou worden uitgestuurd en ging in het zeteltje naast het bed zitten.
"M-Maar je leert wel al goed aankloppen," zei Hermelien nadat ze was uitgelachen.
"Ja, maar de volgende keer zou ik toch gewoon de deur sluiten," grijnsde Malfidus nu toch ook.
"Jaja, ik heb mijn lesje ook wel geleerd."
"Heb je nog iets gedroomd eigenlijk?" vroeg hij een moment later.
Meteen waren ze weer serieus. Hermelien haalde diep adem.
"Nee, of toch niet meer over de aanval," antwoordde ze. "Ik heb dit keer drie druppels genomen, ik denk dat dat nu wel de juiste dosis is. Ik heb tenminste geen nachtmerries en geen explosie van kleuren gehad, gewoon een normale droom."
Malfidus knikte. "Ja, ik neem ook altijd drie dru – ," Hij zweeg abrupt. Het was duidelijk dat zij dat niet had mogen horen.
"Ik eh- ik bedoel dat ik wel eens heb gehoord dat drie druppels een veel betere dosis is dan de zes die op het flesje staat."
Hermelien wist natuurlijk dat Malfidus die druppels ook regelmatig moest nemen, en ook de reden waarom hij die nam, maar ze zei er niks van. Hij voelde zich misschien ten opzichte van anderen een zwakkeling omdat hij de gebeurtenissen van zolang geleden nog altijd herbeleefde in zijn dromen. Om niks te laten merken, bekeek ze de boeken die hij had meegebracht. Ze fronste. "Je weet toch dat je hier boeken tussen hebt zitten die door Dreuzels geschreven zijn?" vroeg ze, terwijl ze een exemplaar van Jane Eyre omhooghield.
Malfidus keek haar aan. "Ja, dat besef ik ja."
"Oh, ja ik vond het gewoon vreemd, dat is alles."
"Astoria las die boeken graag," zei hij zachtjes. "Vond ze enorm romantisch. Geen idee waarom eigenlijk…"
"Heb jij ze ook gelezen dan?" vroeg Hermelien verbaasd.
"Oh ja, natuurlijk! Mijn favoriete tijdverdrijf is het lezen van Dreuzelboeken… Ik heb echt helemaal niks beters te doen," antwoordde Malfidus sarcastisch.
"Het was maar een vraag," zei Hermelien snibbig.
Malfidus stond op. "Goed, ik ben eens verder werken. Veel plezier met de boeken," zei hij nog en hij verliet de kamer.
Hermelien smoorde een gefrustreerde kreet. Soms kreeg ze het toch op haar heupen van die man! Ze kon niet aan hem uit. Het ene moment doet hij heel vriendelijk tegen haar, en lijkt hij zelfs bezorgd, terwijl het andere moment hij ongelooflijk denigrerend doet over van alles en nog wat. Soms leek het wel alsof hij twee verschillende persoonlijkheden had.
Ze bekeek de boeken, naast Jane Eyre lag er ook nog Trots en vooroordeel en Overtuiging. De anderen waren magische boeken, waaronder Een overzicht van recente ontwikkelingen in de toverkunst en Helen doe je zo. Tot haar verbazing zat er ook een exemplaar van Een beknopte beschrijving van Zweinstein bij. Het was alweer zo lang geleden dat ze dit boek nog eens had gelezen, maar elke keer dat ze het terugzag moest ze denken aan haar dagen op de school, toen ze zowat dagelijks in dit boek las en het overal mee naartoe sleepte. Ze vroeg zich af waarom Malfidus uitgerekend dit boek bij de stapel had gedaan. Wist hij dat ze meestal met haar neus in dit boek had gezeten?
Ze sloeg het boek open, snoof de heerlijke geur op en begon aan het eerste hoofdstuk. Na al die tijd kende ze nog steeds de eerste zinnen uit haar hoofd.
Ik vond dat ik even een luchtiger deel erbij moest zetten, haha :). Ik hoop dat jullie het leuk vonden!
