En omdat het mijn verjaardag is, nog een hoofdstuk! Veel plezier ermee!

Hoofdstuk 42

Rond vijf uur in de namiddag begonnen de eerste gasten binnen te druppelen, het waren vooral familieleden en vriendinnen van Astoria. Ze werden naar de tent begeleid waar ze al een eerste hapje en drankje kregen van de obers die af en aan liepen. Hermelien ging zich snel klaarmaken, want normaal zou binnen een uur het eten worden geserveerd. Ze ging naar boven, probeerde zoveel mogelijk de knopen uit haar haren te kammen, en stond toen een lange tijd voor haar kleerkast. Ze had geen idee wat ze aan moest doen voor zo'n gelegenheid. Zou ze iets feestelijks aandoen, of eerder iets ingetogener? Maar dan dacht ze aan wat Daphne aanhad, die ze eerder op de trap was tegengekomen toen die naar beneden liep om een tante te gaan begroeten. Zij was gekleed in een donkerrood kleed met een redelijk hoge split. Hermelien bedacht zich dus dat wanneer ze iets simpel zou aandoen, ze uit de toon zou vallen. Ze nam het koningsblauwe kleed in haar handen dat Malfidus haar had gegeven als verjaardagscadeau.

"Zou ik dat durven aandoen?" vroeg ze zich hardop af. Ze had het niet meer gedragen sinds haar verjaardagsfeest bij Harry. Ze nam een ander, veel eenvoudiger kleed in haar andere hand en vergeleek de twee met elkaar. Ze had echt geen idee wat er werd verwacht. Ze had maar twee keer een Malfidussen-feest meegemaakt, en telkens was iedereen piekfijn gekleed, maar dat waren toen ook heel andere gelegenheden. Dit was meer een herdenking, hoewel het de opbouw en voorbereiding had van een feest. Even overwoog ze om te gaan vragen aan mevrouw Jansen wat ze het beste kon aantrekken, maar ze besefte dat dat nogal kinderachtig zou overkomen. Ze besloot om dan toch maar voor het koningsblauwe kleed te gaan. Ze sloeg wel nog een omslagdoek in een lichtere blauwe kleur rond haar schouders en trok huidkleurige panty's aan. Daarna nam ze haar ketting van George – die zou die avond vast wel van pas komen – en hing die rond haar nek. De steen had nu een donkergroen-blauwige kleur gekregen, en paste perfect bij het koningsblauw. Nadat ze haar schoenen had aangedaan, draaide ze nog een keer voor de grote spiegel. Ze verbaasde zich er weer over dat uitgerekend Malfidus erin was geslaagd om voor haar het perfecte kleed te laten maken. Hoewel ze zelf nooit zou hebben gekozen voor een kleed met een asymmetrische schouderlijn, moest ze toegeven dat ze er wel goed mee stond. De schouderlijn was afgezet met kleine, fonkelende steentjes, die terugkwamen in het gekruiste deel onder haar boezem. Onder de geplooide kruising waaierde het kleed uit tot net boven de grond, wat voor haar ideaal was, want ze was bang dat ze er anders over zou gaan struikelen. Een beetje onwennig draaide ze nog een keer voor de spiegel en zag hoe de jurk vloeiend meebewoog. Ze kreeg een grote lach op haar gezicht, totdat ze haar haren in het oog kreeg, die er – zoals gewoonlijk – enorm warrig uitzagen. Ze wenste dat ze die morgen bij het douchen speciaal haarmiddel had gebruikt, zodat haar haren er nu sluiker uit zouden zien. Ze zuchtte, haalde nog een keer een kam door haar haren, nam daarna een lok en zette dat achter haar hoofd vast. Zo, dat moet maar goed zijn.

Ze haalde nog een keer diep adem, stak haar toverstok in een mooi tasje en ging toen op weg naar het herdenkingsfeest.

Toen ze aankwam in de drukte van de tent was ze blij dat ze niet had gekozen voor haar eenvoudigere jurk. Iedereen had schitterende kleren aan, zelfs mevrouw Jansen – die wat verderop bevelen stond uit te delen aan Ilya – herkende ze bijna niet in het knielange, donkergroene kleed dat ze aanhad. Het was alsof iedereen extra zijn best had gedaan om Astoria op een zo mooi mogelijke manier te herdenken. Ze ging bij mevrouw Jansen staan, knikte naar een aantal mensen die ze herkende van de begrafenis en nam een drankje aan van een ober.

"Wauw, Helena, zo mooi aan!" zei ze lachend. Mevrouw Jansen bloosde, en stuurde Ilya weg.

"Ja, je kan op zo'n herdenking toch maar slecht in gewone kleren aankomen," zei ze terwijl ze wat verlegen haar kleed glad streek. "Zullen we ons tafeltje gaan zoeken? Volgens mij hebben ze ons daar in de hoek neergezet."

Hermelien volgde mevrouw Jansen naar het ene uiteinde van de tent, helemaal aan de andere kant van het podium, waar de piano en nog andere instrumenten naast een grote foto van Astoria opgesteld stonden. Kort vroeg ze zich af of Malfidus misschien weer iets ging spelen. Hoewel ze ver weg zaten van de hoofdtafel en het podium, hadden ze wel goede plaatsen om terug naar het huis te kunnen gaan als het nodig was. Als ze naar het toilet moest of de ketting van George toch niet naar behoren zou werken en ze nog een extra jasje zou moeten gaan halen, bijvoorbeeld.

Ze zette haar glas neer op de tafel en ging zitten. Ze bekeek de naamkaartjes van de andere tafelgenoten en zag dat Isaacs naam heel toevallig naast het naamkaartje van mevrouw Jansen stond.

"Ah, Isaac zei me daarstraks al dat hij ook was uitgenodigd," zei ze, wijzend op zijn kaartje.

"Ja?" reageerde mevrouw Jansen. "Meneer Malfidus had het me deze morgen nog gevraagd om hem ook uit te nodigen." Ze zei het op een manier waaruit Hermelien afleidde dat ze erg blij was dat Isaac ook zou komen. Hermelien onderdrukte een glimlach en keek toen op. "Oh, daar is hij al!"

Mevrouw Jansen voelde nerveus aan haar opgestoken kapsel en bekeek zichzelf vanuit de bolle kant van haar lepel. Hermelien deed alsof ze er niks van merkte, maar zei tegen Isaac: "Goedenavond Isaac!"

"Goedenavond, Hermelien," Isaac boog zijn hoofd. Daarna wendde hij zich tot mevrouw Jansen. "En ook een zeer goedenavond voor u, Helena. Mag ik zeggen dat u er werkelijk prachtig uitziet?"

"O-oh, Isaac," sputterde mevrouw Jansen met een hoge stem. Ze leek erg rood te worden. "D-dank u wel."

"Ik zie dat wij naast elkaar zitten, dat komt toch goed uit! Voor de rest ken ik hier bijna niemand, behalve dan de familie Goedleers." Isaac ging zitten op de stoel naast die van mevrouw Jansen. Hijzelf was ook piekfijn gekleed in een zwart pak, heel wat anders dan de kleren die hij als tuinman aanhad. Hij vertelde dat hij de Goedleersen via zijn ouders kenden, en dat hij zelfs door hen aan zijn baan als tuinman bij de Malfidussen aan de slag was kunnen gaan.

"Ja, ze kenden mijn passie voor tuinieren en wisten dat ik landschapsarchitect was. Tja, als Snul moet je toch iets gaan studeren, niet? Maar ik ben toch blij dat ik nog veel contact heb met de toverwereld. Want het is soms echt onbegrijpelijk van hoe weinig Dreuzels eigenlijk afweten."

"Dat vind ik toch nog wel meevallen, hoor, als je ziet wat ze allemaal uitvinden om hun leven gemakkelijker te maken," zei Hermelien, die het toch niet kon laten om haar afkomst en haar familie te verdedigen.

"Oh ja, natuurlijk. Ik bedoelde er ook niks slechts mee hoor. Ze behelpen zich inderdaad zeer goed, en ik ben blij daarvoor, want in hun wereld ben ik volledig normaal," Isaac glimlachte verontschuldigend naar haar. Hij begon te vertellen over iets dat hij had meegemaakt in de tuin van een andere familie waarvoor hij werkte. Hermelien was niet echt aan het luisteren, ze had meer aandacht voor de andere mensen die de tent kwamen binnendruppelen. Vrijwel iedereen was mooi gekleed, hoewel er soms een opzichtig hoofddeksel te bespeuren was. Ze keek net met open mond naar een oranje hoed dat een nest moest voorstellen waar regelmatig een magisch vogeltje naartoe vloog, toen ze besefte dat het hoofd eronder dat van Patty Park was. Hermelien kreunde. Moet zij hier nu ook echt bijzijn? Wat heeft ze hier te zoeken? Maar toen zag ze dat ze bij het groepje van Malfidus' vrienden hoorde, met Zabini, Noot en Kwast en hun respectievelijke partners. Ze gingen vrijwel meteen aan hun tafeltje zitten, redelijk vooraan en dicht bij de hoofdtafel.

Hermelien besefte nu pas dat ze eigenlijk nog niemand van de familie zelf had gezien.

"Waar zijn Malfidus en Scorpius eigenlijk?" vroeg ze aan mevrouw Jansen, waardoor ze eigenlijk het verhaal onderbrak dat die net aan het vertellen was.

"Oh, die zijn de gasten aan het verwelkomen. Ze staan normaal samen met de Goedleersen aan de deur," zei mevrouw Jansen op een ietwat geïrriteerde toon.

"Ja, ik ben ze net tegengekomen," zei Isaac. "Iedereen wordt hartelijk verwelkomd."

Hermelien voelde zich een beetje stom op dat moment, natuurlijk zouden ze iedereen verwelkomen. Ze had er gewoon even niet bij stilgestaan dat dat normaal was bij een herdenking. Ze speelde wat verveeld met haar naamkaartje, en keek weer naar al de andere mensen die intussen in de tent zaten. Eén tafel zat vol met knappe, jonge vrouwen, ze ging ervan uit dat het vriendinnen van Astoria waren, hoewel ze geen ervan herkende van een ander feest. Ze zag dat Noot en Kwast naar hen aan het staren waren, hun echtgenotes hadden een zure blik op hun gezicht. Hermelien moest daardoor lachen, keek toen op haar horloge en zag dat het tijdstip waarop het feestmaal normaal zou beginnen al lang voorbij was. Maar het zou niet lang meer duren, want bijna alle tafeltjes waren nu volzet.

Ook hun eigen tafeltje had geen lege plaats meer. Het ging vooral om andere werkmensen van de Malfidussen, die Hermelien eigenlijk niet echt kende. Ze meende dat ze de vleesleverancier herkende, maar op de rest kon ze geen naam plakken. Dat was meer iets voor mevrouw Jansen, die altijd zulke dingen regelde. Ze was blij dat ze tenminste nog naast haar zat, dan had ze toch nog iemand om mee te praten. Het enige wat haar tafelgenoot aan haar andere kant had gezegd was namelijk: "Krijgen we hier nog iets te eten, of wat?", waarop ze niks had geantwoord.

Om zeven uur was het dan uiteindelijk zover. Blijkbaar was iedereen aangekomen, want de families Malfidus en Goedleers kwamen de tent binnengelopen. Allemaal hadden ze een witte iris op hun kleding gespeld, de lievelingsbloem van Astoria, die ze ook op haar begrafenis hadden gebruikt. Malfidus liep met Scorpius aan de hand voorop, gevolgd door Leo en Victoria, Daphne en Stephen, de ouders en dan de schoonouders van Astoria. Lucius en Narcissa leken het helemaal niet erg te vinden dat ze als laatste de tent binnenkwamen, meer nog, ze trokken zelfs alle aandacht naar zich toe. Narcissa had een okergele jurk aan die enorm diep was uitgesneden en zelfs een tikkeltje ordinair was. Het was alleszins niet iets dat paste bij een herdenking. Ook Lucius had zijn kleding aangepast aan die van zijn vrouw: zijn das had dezelfde gele kleur. Hij had een arrogante blik op zijn gezicht, in plaats van de ingetogen uitdrukking van de groep die voor hen kwam. Het leek alsof ze verwachtten dat de mensen rondom hun elk moment in een applaus zouden uitbarsten en ze er al klaar voor stonden om dat in ontvangst te nemen.

Jezus, houden die mensen dan echt geen rekening met anderen? Wat moeten de Goedleersen wel niet hebben gedacht toen ze Narcissa in zo'n kleed zagen aankomen? dacht Hermelien in zichzelf. Ik hoop maar dat dit het enige is dat ze hebben gepland vanavond. Maar daar was ze helemaal niet zeker van, als ze terugdacht aan de nacht na het verjaardagsfeest van Malfidus en hun plannetje dat ze toen had overhoord. Ze hoopte maar dat ze vanavond niet weer zoiets zouden doen, want dat zou pas echt misplaatst zijn.

De groep was ondertussen gaan zitten aan de hoofdtafel, al was meneer Goedleers weer snel gaan staan om iedereen aan te spreken. Het rumoer viel stil, iedereen keek hem verwachtingsvol aan.

"Goedenavond allemaal en welkom op deze herdenkingsdienst aan onze lieve dochter, moeder, echtgenoot en schoondochter Astoria," begon hij met een ietwat trillende stem. "Het is alweer meer dan een jaar geleden dat we afscheid van haar hebben moeten nemen, een jaar waarin weer zoveel is gebeurd en het echt duidelijk is geworden dat de tijd niet blijft stilstaan," meneer Goedleers viel kort stil, en veegde zijn ogen af aan zijn zakdoek. "We hebben jullie hier allemaal uitgenodigd om samen onze lieve Astoria te herdenken met verhalen en herinneringen en alle dingen waarvan Astoria hield. Vandaar dat we het hebben opgevat als een feest, want ons Astoriaatje hield altijd enorm veel van feesten. Laten we daarom ook starten met een lekker avondmaal, maar voordat we echt beginnen, wil ik nog graag even een toost uitbrengen." Hij hief trillend zijn glas op en zei: "Op Astoria." Daarna barstte hij zowat in huilen uit en ging hij terug op zijn stoel zitten. Zijn vrouw omhelsde hem. Hermelien zag dat ook de andere leden van de tafel het moeilijk hadden. Malfidus had zijn handen tot vuisten gebald en keek strak voor zich uit, hij leek het moeilijk te hebben om zijn emoties onder controle te houden. Omdat iedereen ongemakkelijk stil bleef, en omdat Hermelien aanvoelde dat niemand wist wat ze moesten doen, stond ze op, hief ze haar glas en zei ook "Op Astoria!". Tot haar opluchting volgde de rest in de tent haar voorbeeld zodat ze niet helemaal in haar eentje rechtstond. Vlak voor ze terug ging zitten, zag ze dat Malfidus haar aankeek. Toen hij doorhad dat ze ook naar hem aan het kijken was, knipperde hij met zijn ogen en keek hij weg. Hij sloeg zijn arm om Scorpius heen, die aan het wenen was. Hermelien nam zich voor om de jongen te gaan opzoeken, zodra het avondmaal voorbij was. Ze vond het jammer dat ze nu zo ver van hem af zat.

Nadat iedereen zijn glas had opgeheven voor Astoria en terug was gaan zitten, werd het weer wat rumoeriger. Hermelien zag dat Narcissa een teken gaf aan een van de obers dat ze mochten beginnen met het opdienen van het eten. Daarna zag ze haar iets fluisteren in het oor van haar man, die een onaangename grijns op zijn gezicht kreeg en naar de tafel met de jonge vrouwen keek. Hermelien voelde een rilling over haar rug lopen. Ze wilde zich niet voorstellen waaraan hij nu aan het denken was.

Een romige tomatensoep werd geserveerd en Hermelien wenste haar tafelgenoten smakelijk eten, hoewel enkel mevrouw Jansen en Isaac hetzelfde terugwensten. De rest was al begonnen zodra het bord voor hen stond. Ze besloot om hen de rest van de avond te negeren. Ook mevrouw Jansen keek er nogal afkeurend naar, Hermelien dacht niet dat ze de volgende keer nog zou voorstellen om hen ook uit te nodigen.

Ze nam een hap van de tomatensoep met balletjes. Hij was heerlijk. Er was net genoeg room aan toegevoegd om het geheel een zachte smaak te geven.

"Oh, Helena! De huiselfen hebben weer goed werk geleverd!" zei ze met een gelukzalige glimlach. Mevrouw Jansen lachte trots.

"Ja, we hebben toch echt geluk met hen, hoewel we ook ander volk hebben moeten inhuren om het allemaal te kunnen bolwerken. Maar toch, ik denk dat ik ze morgen maar eens moet feliciteren met hun werk en misschien zal ik hen wel een dagje vrij geven."

"Dat is een goed idee," zei Hermelien, "Hoewel ze dan misschien wat beledigd zouden zijn. Op mijn vorige werk had ik toch gemerkt dat de meeste huiselfen al tevreden zijn met een paar uren. Wanneer ze teveel vrij kregen, wisten ze niet wat ze moesten doen en kregen ze het gevoel dat hun werkgever hen niet graag had, hoewel het tegendeel waar was."

"Vreemde wezens, die huiselfen," merkte Isaac op.

"Tja, ik heb toch zo goed mogelijk geprobeerd om de werkomstandigheden in heel het land te verbeteren, maar sommige dingen zijn nu eenmaal zo ingebakken dat het niet te veranderen gaat."

"Ja, Hermelien hier is er verantwoordelijk voor geweest dat alle huiselfen een mooi uniform moeten dragen en elk een eigen, fatsoenlijk bed moeten hebben," zei mevrouw Jansen tegen Isaac, die haar bewonderend toeknikte.

"Ja, dat klopt," glimlachte Hermelien, ze was nog altijd trots op hetgeen ze verwezenlijkt had. Toen ze pas was begonnen met haar baan op het ministerie stond ze ervan versteld in welke omstandigheden sommige huiselfen nog moesten leven. Soms mochten ze alleen maar op een vieze vod slapen, in een of andere donkere kast. Ze was blij dat ze die wetten erdoor had gekregen.

"Hier was dat eigenlijk wel al hoor, maar in sommige andere huizen waren de omstandigheden echt wel vreselijk," zei mevrouw Jansen.

"Ja, dat was soms echt schandalig," antwoordde Hermelien. "Ik ben echt blij dat ik toch een beetje verbetering heb kunnen brengen aan hun situatie."

Isaac en mevrouw Jansen knikten. "Ja, dat kan ik wel geloven."

De man die naast haar zat keek Hermelien echter boos aan, alsof hij eigenaar was van een van de huizen waarin huiselfen in een erbarmelijke staat hadden moeten leven. Hij zei er echter niks over, misschien besefte hij dat hij dan de hele tafel achter zich aankreeg.

Na de soep volgde het hoofdgerecht van lamsboutjes met gestoofde worteltjes en erwtjes, wat kroketjes en een lepel appelmoes van appels uit de boomgaard.

"Oh, mevrouw Astoria had een goede smaak, zeg!" zei Isaac, die kort aan het eten rook.

Hermelien keek hem bevreemd aan. "Hoezo?"

Mevrouw Jansen antwoordde, want Isaac had net een hap van de lamsbout genomen en was met gesloten ogen aan het genieten.

"Het menu bestaat uit haar lievelingsgerechten. Het was een idee van mevrouw Goedleers. Zij had de recepten aan mij doorgegeven."

Hermelien knikte begrijpend. Ja, eigenlijk was het wel logisch om deze gerechten op te dienen tijdens de herdenking aan Astoria.

Na het dessert – een heerlijke tiramisu met speculaas – viel de hele tent langzaam aan stil. Het was alsof niemand wist wat er nu ging gebeuren. Hermelien zag sommige mensen uitgezakt op hun stoel zitten, met hun handen op hun buik, alsof ze eigenlijk veel te veel hadden gegeten en eerst een dutje nodig hadden voor ze verder konden gaan. Uiteindelijk keek ze, net als de rest van haar tafelgenoten naar de hoofdtafel, in afwachting van hoe de rest van de avond zou verlopen.

"Normaal gaat nu de rest van de herdenking gebeuren," fluisterde mevrouw Jansen. "Ik geloof dat meneer Malfidus en mevrouw Daphne iets hebben voorbereid. En daarna volgt het vuurwerk van meneer Goedleers."

Hermelien keek doordringend naar Malfidus. Hij was iets aan het zeggen tegen Daphne, die naast hem zat. Ze leek te knikken. Uiteindelijk stond Malfidus op, liep naar het podium en ging voor de piano staan. Heel de tent was naar hem aan het kijken. De rest van de avond stond op het punt te beginnen…