Hoofdstuk 52

POV Skye

"Rosmerta heeft Perkamentus gezien. Hij was in Zweinsveld maar ging niet naar de Drie Bezemstelen. Hij zei dat hij wat ging drinken in de Zweinskop en daarna weer zou terug komen." Zei Draco en hij stopte de nepgaljoen terug in zijn broekzak.

"En nu?" vroeg Skye aan Thomas. Hij keek haar aan. "Tijd om te communiceren met de Dooddoeners."

Thomas pakte een stuk perkament dat ergens op een tafeltje naast een pop lag en pakte inkt en een ganzenveer.

"Wat schrijf je?" vroeg Draco.

"Ik schrijf," begon Thomas geïrriteerd, "Perk heeft Zwein verlaten. Nu?"

Thomas legde het briefje in de Kast en liet het verdwijnen.

"Hoe weten we dat tante-"

"Ik heb de kast over laten plaatsen naar de geheime ruimte, waar Bellatrix verblijft, Draco." Onderbrak Thomas Draco.

"Bella heeft me geschreven dat ze een plan had."

"Waarom heb je dat niet gezegd, Thom?" vroeg Skye, voorzichtig en met een zoetige stem. Thomas grijnsde. "Had ik geen zin in, liefje."

Hij kuste haar.

Er klonk weer een plop.

Draco opende de deur en las het briefje voor. "We komen."

Op Thomas' gezicht kwam een grimmige grijns. "Het gaat gebeuren. We gaan Perkamentus vermoorden."

Draco sloot snel de deur en tien minuten later klonk er weer een plop. Thomas opende de deur en grijnsde.

"Hallo, Bellatrix."

Hij hielp haar uit de kast. Tante Bellatrix stapte de kast uit en keek Skye en Draco aan.

"Hallo, neefje, nichtje."

"Goede avond, tante." Zeiden Draco en Skye in koor. Soms waren ze nogal bang voor haar, maar Thomas leek daar geen last van te hebben. Hij glimlachte naar Bellatrix en liep naar Skye toe. Hij sloeg een arm om haar heen en vroeg: "Komen er nog meer?"

"Ja." Bellatrix gooide de deur van de Verdwijnkast dicht.

"Dus perkie heeft het fort verlaten?"

Thomas knikte. "Ja, Rosmerta zei dat hij wat ging drinken in de Zweinskop en daarna zouden terug komen."

Bellatrix pakte wat spullen, bekeek ze en legde ze weer weg. Er klonk weer een plop en Fenrir Vaalhaar kwam de kast uit. Langzaam kwamen er een vier Dooddoeners uit de kast; Alecto en Amycus Kragge (broer en zus), een vrouwelijke Dooddoener, waarvan Skye niet wist wie het was en nog een mannelijke Dooddoener. Nu waren er negen Dooddoeners in de Kamer van Hoge Nood. Thomas keek tevreden toe en grijnsde zelfverzekerd. Draco en Skye keken elkaar alleen maar aan. Vanavond zouden er doden vallen, dit wisten ze allemaal.

"Wat nu?" riep een gemaskerde Dooddoener met een zware stem. De vrouwelijke Dooddoener.

"Stilte!" krijste Bellatrix. Iedereen werd stil. "We moeten Perkie laten terugkeren, en dan staan jullie drie," ze gebaarde naar Skye, Draco en Thomas, "hem op te wachten. Jullie kunnen hem doden en dan vluchtten we."

"Maar hoe halen we die oude gek terug?" vroeg Fenrir.

"Het Duistere Teken." Zei Thomas, alsof het voor de hand lag. "We laten het boven de Astronomietoren verschijnen en dan komt hij wel."

"En wij dan?" riep de onbekende mannelijke dooddoener.

"Wij gaan wat herrie schoppen, misschien wat moorden…" zei Bellatrix en ze pakte een mes dat op een stapel met elpees lag. Ze snoof eraan en bekeek het.

"Nu?" aarzelde een Vrouwelijke Dooddoener.

"Nog even…"

Thomas kuste Skye.

"Het gaat lukken, liefje. Ik voel het."

Skye trilde van de zenuwen en angst.

"Niet bang zijn. Ik blijf bij je." Fluisterde Thomas in haar oor.

"Nu! Thomas, neem je meisje en mijn neefje mee naar de Astronomietoren en laat het Teken verschijnen. De rest; veel plezier!"

De Dooddoeners grijnsden en iedereen verliet de Kamer. In de drukte pakte Thomas de handen van Skye en Draco. Hij trok ze mee uit de kamer en terwijl ze richting de toren liepen, kwamen ze erachter dat Perkamentus een paar mensen op wacht hadden gezet. Ook een paar leerlingen, waarvan Skye dacht dat ze bij de SVP hoorden, liepen rond.

Thomas keek hun doordringend aan.

"Ik ga het Teken oproepen. Blijf hier en vecht. Skye, precies over een halfuur ontmoeten we elkaar weer. Dat is genoeg tijd om Perk te laten beseffen dat er iets aan de hand is."

Skye en Draco knikten en thomas verdween.

POV Emma

Emma liep over de gang van de zevende verdieping. Opeens kwamen er Dooddoeners de kast uit. Ginny leek geschrokken.

"Wat moeten we doen?!" riep Emma.

"Ik heb een paar leden van de Orde gezien! Zij helpen ons wel ze tegen te houden, met wat ze ook willen bereiken. Laten we naar Hermelien en Loena gaan!"

Emma knikte en ze renden naar het kantoor van Sneep, waar Loena en Hermelien de wacht hielden. Ze gingen naast hun staan en vertelde zacht wat er aan de hand was.

"En hoe is het hier?" vroeg Emma. "Niets. We-"

Professor Banning sprintte de trap af naar de kerkerd toe. Ze verstopten zich en luisterden naar de geluiden.

"DOODDOENER IS HET KASTEEL!" Riep Banning. Hij rende naar het kantoortje van Sneep en de vier meisjes wachtte af.

"Severus, je moet komen helpen. Er zij-"

Er klonk een keiharde dreun en Sneep liep naar buiten. Klaarblijkelijk zag hij de meisjes.

"Professor Banning is flauwgevallen. Haal beter hulp, dan hier zo staan te nietsen. Ik ga het opnemen tegen de dooddoeners."

Sneep liep weg en de meiden keken elkaar aan. Ze liepen het kantoortje binnen en zagen dat Banning bewusteloos op de grond lag.

"Emma, Ginny, haal hulp!" riep Hermelien. Emma en Ginny knikten en ze renden terug naar boven waar gevochten werd.

Emma botste tegen iemand op, toen Ginny en zij uitelkaar gingen.

"Emma!" riep George. Hij kuste haar vlug en zei: "Ga snel naar je slaapzaal! Ik wil niet dat je gevaar loopt!"

"Ik moet iets doen, George." Zei Emma. George keek haar aan, maar knikte toen.

"Oké, maar doe je voorzichtig?"

"Natuurlijk. Jij ook?" George grijnsde.

"Altijd."

Ze kuste hem snel en op dat moment kwamen er Dooddoeners die hun insloten. Ze kwamen dreigend op hun af. Emma en George keken elkaar aan. Vijf Dooddoeners richtte hun stok op hen.