Hoofdstuk 53

POV Emma

George richtte zijn stok op een van de Dooddoeners net als Emma. Paralitis! Dacht Emma. De Dooddoener tegenover haar riep een schildspreuk op en George raakte een bleef het proberen, en op een gegeven moment lukte het. George had er al twee tijdelijk uitgeschakeld.

Plots drong Thomas door de kring van Dooddoeners. George richtte snel zijn stok en vuurde roden vonken af, maar Thomas zwiepte nonchalant met zijn stok en de spreuk ketste tegen een lichtblauwe barrière. Thomas grijnsde gemeen en liep dreigend op hun af. Emma richtte haar stok ook en vuurde samen met George spreuken af. De overige Dooddoeners vluchtten weg en zochten naar andere slachtoffers. Thomas riep weer een schildspreuk op en zei gemeen grijnzend: "Je krijgt me toch niet."

Hij liep dreigend op Emma af. George ging beschermend voor Emma staan.

"Jij raakt haar met geen vinger of tand aan, vieze bloedzuiger!" riep George. Thomas grijnsde en rolde met zijn ogen. In een vage waas verdween Thomas. George keek afwachtend om zich heen. Emma gilde toen ze een koude hand voelde. George draaide zich vliegensvlug om. Thomas hield Emma vast. Zijn hand lag op haar mond en hij had haar arm op haar rug gedraaid.

"Ik leen je meisje even."

"Blijf met je smerige handen van haar af!" schreeuwde George.

Thomas grijnsde gemeen en trok Emma snel weg. Het ging zo snel, dat alles om haar heen een waas werd en ze een beetje wind voelde.

POV Skye

Skye en Draco liepen de trappen op naar het dak van de Astronomietoren. Straks zou Thomas komen.

Ze hoorden gerommel en een lid van de Orde kwam achter hun aan. Draco en Skye richtte precies tegelijk hun stok en riepen allebei "Paralitis."

De man viel Verstijfd naar beneden. Skye en Draco keken even toe, en keken ze elkaar aan.

"Ik haat dit." Mompelde Draco. "Ik ook. Ik voel me geen moordenaar." zei Skye eerlijk.

"Ik ook niet." gaf Draco toe.

Ze bleven staan.

"Is er geen andere weg?" vroeg Draco zacht. Skye schudde triest haar hoofd.

"Thomas." zei Skye alsof dat alles verklaarde.

Draco zuchtte diep. Ze bleven treuzelen en toen zette Skye een voet op de volgende tree. Draco wilde ook net een stap zetten, toen hij verstijfd stilstond.

"Wat?" vroeg Skye. Draco haalde zijn nepgaljoen uit zijn zak. Zijn ogen flitsten over de rand.

"P is terug. Hij heeft een bezem gebruikt om hier naartoe te vliegen."

Draco stopte zijn Galjoen terug in zijn zak en Skye en hij renden naar boven. Draco gooide de deur open.

"Expelliarmus!" riep Skye. Perkamentus werd ontwapend. Skye zag dat Thomas het Duistere Teken had opgeroepen. De groene schedel met de slagentong, die ook op haar linkerarm stond, was boven hun hoofd te zien.

Haar blik ging weer naar Perkamentus. Hij leunde met een krijtwit gezicht tegen de borstwering, maar liet geen enkel teken van paniek blijken.

"Goedenavond, Skye, Draco." zei hij knikkend.

Skye en Draco stapten het dak op en keken om zich heen. Er was verder niemand alleen nog een tweede bezem. Skye schraapte alle moed bij een. Het moest.

"Wie is er nog meer?" vroeg ze brutaal.

"Die vraag zou ik jou ook kunnen stellen. Of doen jullie dit met zijn tweeën?"

"Nee, Thomas en de Dooddoeners zijn hier ook." zei Draco.

"Wel, wel." zei Perkamentus, alsof Draco hem een ambitieus werkstuk voor school had laten zien. "Heel knap gedaan. Dus jullie hebben een manier gevonden om de Dooddoeners binnen te smokkelen?"

"Ja." zei Skye toonloos. Ze was er niet trots op.

"Vlak onder uw neus en u had er geen idee van!" riep Draco. Waarschijnlijk stoerder dan hij zich voelde.

"Ingenieus." zei Perkamentus. "Maar toch... neem me niet kwalijk dat ik het vraag... waar zijn ze dan?"

"We zijn vast vooruit gegaan. Ik - er is iets wat ik - dat wij moet doen."

"Dan zou ik het maar gauw doen als ik een van jullie was." zei Perkamentus zacht.

Er viel een stilte.

Skye en Draco keken elkaar aan. Moesten ze het nu echt doen? Nu al? Konden ze het eigenlijk wel?

Perkamentus glimlachte.

"Jullie zijn geen moordenaars."

Draco en Skye wisten dat hij gelijk had. Ze waren ook geen moordenaars.

"Hoe weet u dat?" riep Skye. Ze begreep zelf ook wel dat het stoerder klonk dat ze zich voelde. "U weet niet waar wij toe in staat zijn!" "U weet niet wat wij allemaal al uitgevoerd hebben!" riep Draco.

"Jawel." zei Perkamentus. "Jij en Thomas hebben Skye bijna vermoord en met z'n drieën Ronald Wemel bijna vermoord. En jullie proberen al een jaar lang steeds wanhopiger om mij te vermoorden. Het spijt me dat ik het zeggen moet, maar het waren zwakke pogingen... Deden jullie wel jullie best?"

Skye zweeg. De waarheid was nee. Alleen Thom leek het echt te willen. Hij dwong hun tot actie.

"Natuurlijk deden we ons best!" riep Draco. Een beetje wanhoop klonk door. "Elke week waren we-" Beneden in het kasteel hoorde Skye een gesmoorde gil. Draco verstijfde en Skye ook. Ze herkenden allebei de stem. Dat was de gil van Emma.

POV Emma

Emma gilde terwijl Thomas de Cruciatus vloek op haar gebruikte. Ze had zich hefig verzet en George en Sjors waren te hulp twee jongens hadden geprobeerd Thomas te stoppen, maar die was snel en sterk. Het leek voor hem net een spel.

"Jullie willen toch niet dat ik jullie vriendin nog meer pijn en elende ga bezorgen?" vroeg Thomas poeslief. Zijn stok was gericht op Emma, die vertrokken van pijn op de grond lag. Sjors gromde alsof hij een weerwolf was, en George staarde hem woedend aan. Beide hadden hun stokken gericht op Thomas.

"Ik heb haar maar even nodig. Ik doe haar niets, als Skye gehoorzaamd."

"Wat heeft Skye hier mee te maken?!" riep Sjors. Thomas lachte honend.

"Volgens mij weet je dat wel weerwolfje."

Thomas greep Emma hardhandig vast en trok haar overeind.

POV Skye

"Iemand schijnt zich behoorlijk te verzetten," zei Perkamentus achteloos. Skye voelde zich nog banger worden. Het gegil van Emma galmde nog na in haar oren. "Maar jullie zeiden... ja, jullie zijn erin geslaagd om Dooddoeners mijn school binnen te smokkelen. Ik moet toegeven dat ik dat niet voor mogelijk had gehouden... hoe hebben jullie dat klaargespeeld?

Draco en Skye zeiden niets. Draco luisterde nog steeds naar wat zich beneden afspeelde en scheen bijna net zo verlamd te zijn als Skye. Ze hoorden beide geen gegil van Emma meer.

"Misschien kunnen jullie beter proberen het karwei met zijn tweetjes te klaren," suggereerde Perkamentus. "Stel dat jullie helpers worden tegengehouden door mijn bewakers? Zoals jullie misschien gemerkt hebben, zijn er ook leden van de Orde van de Feniks aanwezig. En in feite hebben jullie niet echt hulp nodig... ik heb geen toverstok... ik kan mezelf niet verdedigen."

Skye staarde hem alleen maar aan.

"Ik begrijp het," zei Perkamentus vriendelijk toen Draco of Skye zich niet verroerde en ook niets zei. "Jullie zijn bang. Jullie durven niets te doen tot zij er zijn." "Ik ben niet bang!" snauwde Draco, al maakte hij nog steeds geen aanstalten om Perkamentus kwaad te doen. "U zou bang moeten zijn!"

"Maar waarom? Ik denk niet dat je me zult doden, Draco, of Skye. Mensen vermoorden is lang niet zo gemakkelijk als onschuldigen soms denken... vertel me eens, terwijl we op jullie vrienden wachten: hoe hebben jullie ze binnengesmokkeld? Ik heb het idee dat jullie er lang over gedaan hebben om een manier te bedenken."

Skye's keel was droog, en het voelde alsof ze nooit meer zou spreken.

Zo te zien moest Draco de aandrang om het uit te schreeuwen of over te geven onderdrukken. Hij slikte moeizaam en haalde enkele malen diep adem, terwijl hij Perkamentus woedend aankeek en zijn toverstok op diens hart gericht hield. Toen zei hij, alsof de woorden er onwillekeurig uit werden geperst: "We moesten eerst de kapotte Verdwijnkast repareren. De kast die in jaren niet gebruikt is en waar Van Beest vorig jaar in verdwaalde."

"Aaaah." Perkamentus maakte een geluid dat voor een deel een zucht en voor een deel gekreun was en deed zijn ogen even dicht. "Heel slim van jullie... er is er nog een, neem ik aan?"

"Ja, die was bij Odius & Oorlof." zei Draco. "We hebben die laten overplaatsten naar de kamer van mijn tante. Tussen die twee kasten is een soort verbinding. Toen Van Beest vertelde aan mij en Thomas dat hij vast had gesezeten tussen een winkel en de school, beseften we dat iedereen in Zweinstein zou kunnen komen als we de kapotte Verdwijnkast repareerde."

"Heel goed," zei Perkamentus zacht. "Dus de Dooddoeners zijn via de kast de school in gekomen? Een slim plan, heel slim... en vlak onder mijn neus, zoals je al zei..."

"Ja." zei Draco en hij schraapte zo te merken zijn moed weer bij een, al was hij nog steeds zenuwachtig vanwege de gil van Emma.

"Maar er waren ook momenten waarop jullie niet wisten of jullie de kast zouden kunnen repareren, nietwaar?" zei Perkamentus. "Dus hadden jullie de Vervloekte ketting bedacht en de Vergiftige Mede, terwijl er een kleine kans zou zijn dat die bij mij terecht zouden komen."

"Toch had u niet door wie daarachter zaten, of wel soms?" smaalde Draco. Perkamentus gleed ietsje verder omlaag langs de borstwering.

"Eerlijk gezegd wel," zei Perkamentus. "Ik was ervan overtuigd dat jij, Thomas en Skye erachter zaten."

"Waarom heeft u ons dan niet tegengehouden?" vroeg Skye.

"Dat heb ik wel geprobeerd, Skye. Professor Sneep hield jullie in mijn opdracht in de gaten - "

"Hij voerde uw opdrachten helemaal niet uit!" snauwde Draco. "Hij heeft mijn moeder beloofd - "

"Dat zou hij natuurlijk zeggen, Draco, maar - "

"Hij is een dubbelagent! Hoe stom kun je zijn? Hij werkt helemaal niet voor u! Dat denkt u alleen!" riep Draco uit.

"We moeten maar accepteren dat we daar van mening over verschillen, Draco. Ik vertrouw professor Sneep toevallig - "

"Dan bent u nog stommer dan ik dacht!" spotte draco. "Sneep heeft ons gevraagd of hij kon helpen. Hij wilde ook meedoen, wilde zelf met de eer gaan strijken. 'Wat voeren jullie in je schild? Kwam die halsketting van jullie? Dat was stom, jullie hadden de hele boel kunnen verraden!' Maar Thomas en ik hebben hem niet verteld wat we in de Kamer van Hoge Nood deden." Dus dat is gebeurd terwijl ik in het Holisto was...

"Als hij morgen wakker wordt, is het allemaal voorbij en is hij niet langer het lievelingetje van de Heer van het Duister. Dan is hij niets, vergeleken met mij, Skye en Thomas. Helemaal niets!" zei Draco triomfantelijk.

"Heel bevredigend," zei Perkamentus kalm. "Het is natuurlijk altijd prettig als noeste arbeid gewaardeerd wordt... maar toch moet je een medeplichtige hebben gehad... iemand in Zweinsveld die de fles mede - aaaah..."

Perkamentus sloot zijn ogen weer en knikte, alsof hij bijna in slaap viel. "Natuurlijk... Rosmerta. Hoe lang verkeert ze al onder de Imperiusvloek?"

"Hebt u het eindelijk door?" zei draco treiterend.

Beneden werd opnieuw geschreeuwd, maar nu harder. Alle kleur trok uit Skye's gezicht. Emma. Draco keek over zijn schouder en toen weer terug.

"Rosmerta kon hem natuurlijk gemakkelijk vergiftigen voor ze de fles aan Slakhoorn stuurde, in de overtuiging dat het een kerstcadeautje voor mij was... ja, heel slim... heel slim... die arme Vilder zou een fles van Rosmerta niet controleren... hoe stond je in contact met Rosmerta? Ik dacht dat we alle communicatiemogelijkheden tussen de school en de buitenwereld in de gaten hielden?"

"Magische munten," zei Draco. Het was alsof hij gedwongen werd om te blijven praten, ook al trilde de hand waarin hij zijn toverstok hield. "Ik had er eentje en zij ook. Zo kon ik boodschappen versturen - "

"Lijkt dat niet erg veel op de geheime methode die de leerlingen die zich de Strijders van Perkamentus noemden vorig jaar gebruikten?" vroeg Perkamentus klam en luchtig.

"Ja, daar had ik het idee vandaan." zei Draco.

"Het idee om die mede te vergiftigen hadden Thomas en ik trouwens van dat Modderbloedje Griffel. Wij hoorde haar in de bibliotheek zeggen dat Vilder geen toverdranken kon herkennen. Skye was in het Holisto."

"Gebruik alsjeblieft niet zulke aanstootgevende woorden in mijn bijzijn." zei Perkamentus.

Draco lachte schor. "Vindt u het erg dat ik 'Modderbloedje' zeg terwijl wij op het punt sta u te vermoorden?"

"Ja, inderdaad." zei Perkamentus.

"Maar wat mij vermoorden betreft: daar heb je nu de tijd voor gehad. We zijn alleen, en ik ben weerlozer dan een van jullie ooit hadden kunnen dromen en Skye of jij hebben nog niets gedaan..."

Draco en Skye keken elkaar aan. Perkamentus had gelijk en Skye wist dat Draco gewoon tijd rekte. Ze probeerden eronder uit te komen. Ze wilden niemand vermoordem.

"Om even terug te komen op vanavond. Dus jullie besloten een val voor me te zetten?"

"Een van ons besloot dat we het Duistere Teken boven de toren zouden laten verschijnen, zodat u terug zou komen om te kijken wie er vermoord was." zei Draco. "En dat werkte!"

"Nou... ja en nee..." zei Perkamentus. "Moet ik hieruit afleiden dat er niemand vermoord is?"

"Geen idee. Ik heb wel lichamen gezien, maar of ze dood waren kon ik niet zien. Jij Skye?"

Skye schudde haar hoofd.

"We hadden hier eigenlijk al klaar moeten staan als u terugkwam uit Zweinsveld, maar die lui van de Feniks bemoeiden zich er weer eens mee..."

"Ja, daar hebben ze een handje van." zei Perkamentus.

Beneden werd geschreeuwd en er klonken harde knallen; zo te horen werd er nu gevochten op de wenteltrap naar het dak van de Astronomietoren.

POV Emma

George en Sjors gaven het niet op. Ze probeerden Thomas nog steeds tegen te houden, en waren Emma en Thomas gevolgd. Thomas vuurde een spreuk af en George werd geraakt door een vuurstraal. Hij schreeuwde en Emma keek hem geschrokken aan. George legde zijn hand op zijn arm, waar het verschroeid was. Zijn gezicht was vertrokken van pijn.

"George!" riep Emma. George keek op.

"Het is oke, Emma." zei George, alleen was zijn gezicht vertrokken van pijn. Thomas grinnikte.

"Jullie zijn zo dom."

Sjors gromde en veranderde in een weerwolf. De strijd was nog niet voorbij.

POV Skye

"Laten we het even over jullie opties hebben."

Skye keek op. Hadden ze die dan?

"Mijn opties!" riep Draco. "Ik heb mijn toverstok in mijn hand - we staan op het punt om u te vermoorden - "

"Laten we dat alsjeblieft afdoen als de onzin die het is, beste jongen. Als je dat werkelijk van plan was, zou je het meteen gedaan hebben, zodra je me ontwapend had. Dan hadden we niet eerst dit prettige gesprek over je methodes en motieven gevoerd."

"Ik heb geen opties!" zei Draco en hij zag plotseling net zo bleek als Perkamentus. "Ik móét het doen! Anders vermoordt hij me! En Skye! Dan roeit hij mijn hele familie uit!"

"Dan zal hij Emma vermoorden." zei Skye zacht. "En Fred en Sjors."

"Ik begrijp dat jullie in een lastig parket zitten." zei Perkamentus. "Waarom denk je dat ik je hier niet veel eerder op heb aangesproken? Ik wist dat Heer Voldemort je zou vermoorden als hij zelfs maar vermoedde dat ik je verdacht."

Het gezicht van Draco en Skye vertrokken toen Perkamentus de naam van Voldemort zei.

"Ik durfde jullie niet te vragen naar de opdracht die jullie gekregen hadden, voor het geval hij Legilimentie zou gebruiken." vervolgde Perkamentus. "Maar nu hoeven we geen blad meer voor de mond te nemen... er is nog geen onherstelbare schade aangericht. Jullie hebben niemand echt kwaad gedaan, al hebben jullie heel veel geluk dat je onbedoelde slachtoffers het overleefd hebben... ik kan jullie helpen, Draco en Skye."

"Nee!" zei Draco en de hand waarin hij zijn toverstok hield beefde als een rietje. Net als die van Skye. Ze had een lamme arm, maar ze durfde hem niet omlaag te doen. "Niemand kan ons helpen. Hij zei dat we het moesten doen of dat hij ons anders zou vermoorden. Ik heb geen keus, en Skye ook niet."

"En Thomas Right dan?" vroeg Perkamentus. Skye's gezicht vertrok automatisch, net als die van Draco.

"Hij doet het uit vrije wil." mompelde Draco.

"Sluit jullie aan bij het goede kamp, Draco en Skye. Wij kunnen jullie beter verbergen dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Bovendien kan ik vanavond nog leden van de Orde naar je moeder sturen, zodat zij ook kan onderduiken. Je vader is op het moment veilig in Azkaban... als het zover is, kunnen we hem ook beschermen... sluit jullie aan bij het goede kamp, Draco en Skye... jullie zijn geen moordenaars..."

Draco keek naar Skye. Skye zou het dolgraag willen, maar Thom was het grootste probleem. Draco keek naar Perkamentus. "Maar we zijn al zo ver." zei hij langzaam. "Ze dachten dat het onze dood zou worden als we zelfs maar een poging deden, maar nu staan we hier... We hebben u in onze macht... Wij houden de toverstok vast... u bent aan onze genade overgeleverd..."

"Nee, Draco." zei Perkamentus kalm. "Alleen míjn genade doet er nu iets toe, niet de jouwe of die van Skye."

Draco zweeg. Zijn mond hing open en zijn hand trilde nog steeds. Skye dacht dat hij zijn toverstok een fractie zag zakken -

Plotseling daverden er voetstappen op de trap en werden Skye en Draco opzij gesmeten toen Thomas binnenstormde.

Verlamd en doodsbang keek Skye naar Thomas. Hij had Emma aan haar bovenarm vast.

Ze zag dat Emma even verbaast terug staarde naar haar en Draco.

Thomas begon te praten.

"Perkamentus in het nauw!" grijnsde hij. "Goed zo!" Hij nam een stap naar voren, en sleurde Emma met zich mee.

"Waarom hebben julie hem nog niet afgemaakt?" Skye en Draco zwegen. Ze durfden beide niets te zeggen, en staarden bang naar Emma. Wat zou Thom met haar van plan zijn?

"Jullie doen het of jullie kleine vriendinnetje gaat er aan." Hij trok Emma op, en hield zijn hoofd dicht bij haar nek.

Draco en Skye keken elkaar aan. Wat zouden ze moeten doen? Wíe zou het moeten doen?!

Ze wisten beide dat als ze niets deden Emma gebeten zou worden.

Emma hing in de ijzersterke klauwen van Thomas. Ze keek van Draco naar Skye, maar Skye kon haar emotie niet goed lezen.

Ze keek half verwijtend, half geschokt. Maar ook een beetje kwaad.

"Nou? Komt er nog wat van?" vroeg Thomas, terwijl hij het blonde haar van Emma weghaalde bij haar nek.

Draco en Skye draaiden zich naar Perkamentus. "Hallo Thomas," zei Perkamentus. "Waar zijn de andere Dooddoeners?" Thomas siste nijdig. "Die zijn nog beneden wat aan het klooien. Vooral Fenir, hij houd van kinderen." grijnsde Thomas. "Moet ik daaruit opmaken dat hij nu zelfs mensen aanvalt als het geen volle maan is? Heel ongebruikelijk..."

"Inderdaad." zei Thomas. "Schokt je dat, Perkamentus? Maakt het je bang?" "Ik zal niet ontkennen dat ik ervan walg," zei Perkamentus. "En ik ben inderdaad enigszins geschokt dat jullie uitgerekend Fenrir hebben binnengelaten in de school waar ook hun vrienden zijn..."

"Dat hebben ik of Skye niet gedaan," fluisterde Draco. Hij keek niet naar Thomas; blijkbaar wilde hij hem niet zien. "Ik wist niet dat hij ook zou komen - "

"O hou je mond toch Draco!" riep Thomas. "En ga eens wat nuttigs doen." hij gebaarde met zijn hoofd naar Perkamentus.

Draco leek besluitelozer dan ooit. Trillend van angst keek hij naar Perkamentus. Diens gezicht was nog bleker dan eerst en bevond zich ook dichter bij de grond, want hij was opnieuw verder omlaag gezakt langs de kantelen.

"Wat is er met je gebeurd Perk?" vroeg thomas hatelijk.

"O, minder weerstand, tragere reflexen," zei Perkamentus. "Met andere woorden ouderdom... misschien overkomt jou ooit hetzelfde, Thomas... als je geluk hebt..."

"Wat bedoel je daar nou weer mee? Probeer je leuk te zij Perkmentus?" schreeuwde Thomas, die agressief werd.

"Weet je niet dat ik niet ouder kán worden?!" riep Thomas. "Altijd maar praten en niets doen! Ik snap niet eens waarom de Heer van het Duister de moeite neemt om je te vermoorden! Vooruit, Draco, Skye, doe het!"

Op dat moment klonken beneden opnieuw geluiden van een vechtpartij en schreeuwde iemand: "Ze hebben de trap geblokkeerd - Reducto! REDUCTO!"

"Vooruit, schiet op! Of willen jullie dat ik Emma bijt?"

De handen van Draco en Skye trilde zo erg dat ze nauwelijks kon richten.

In haar ooghoeken zag Skye dat Thomas zich over Emma boog.

Ze deed haar mond open om iets te zeggen, toen er gesis klonk.

"AU! Godverdomme!" riep Thomas.

Skye en Draco draaiden zich om. Thomas drukte een hand op zijn gezicht. "Wat is er?" vroeg Skye. Thomas keek haar kwaad aan, en haalde zijn hand weg. Op zijn wang zat een rood kruisje. Het was een soort van afdruk.

Skye keek naar Emma. Ze had een zilveren ketting om, met een houten kruisje.

Hoe wist zij dat er vampiers in de buurt waren?

"Ik heb me gebrand aan het cadeautje van mijn broertje." siste Thomas. Verbaast keek Skye weer naar Emma, die versuft knikte.

Thomas rukte de ketting van Emma's nek af. Emma staarde hem geschokt aan.

"Doe het, of ik bijt haar." zei Thomas dreigend.

Skye keek naar de hulpeloze Emma. Een van hun tweeën zou het moeten doen. Ze keek naar Draco, en zag dat hij nog steeds naar Emma staarde. De deur ging opnieuw open en Sneep stormde binnen.

"Nu!" riep Thomas geïrriteerd, toen er geen actie kwam.

Skye trilde van top tot teen, maar ze wist dat ze niemand kon vermoorden. Of Draco, hij zou het ook niet kunnen.

Thomas blik flitste van de een naar de ander. Hij leek kwaad en geïrriteerd.

"Goed! Dan doe ik het wel lafaards!"

Hij smeet Emma met een klap op de grond, en liep naar Perkamentus. Sneep deed niets en glimlachte kil. Skye wist dat hij zo toekijken tot het einde.

Uit iedere hardvochtige lijn van zijn gezicht sprak afkeer en haat.

Thomas hief zijn toverstok op en richtte die op Perkamentus.

"Avada Kedavra!"

Uit de punt van Thomas toverstok spoot een groene lichtstraal, die Perkamentus midden in zijn borst raakte.

Skye keek toe hoe Perkamentus de lucht in werd geslingerd. Het was alsof hij een fractie van een seconde bleef zweven onder de glanzende schedel, maar toen viel hij langzaam achterover, als een grote lappenpop. Hij tuimelde over de borstwering en verdween uit het zicht…