.

MET Z'N ALLEN IN EEN BOOT

.

Het was een gezellige boel in de zonnige keuken van de boerderij van de Van Klingerens. Aan twee aaneengeschoven tafels zaten de leden van de toneelclub 'De Rooie Draad' aan een rumoerig gezamenlijk ontbijt. Er werd volop gepraat en gelachen en geplaagd, terwijl Hanny nog eens rondging met koffie en thee, Job zijn achtste boterham smeerde, Eric, Rutger, Roy en Edward probeerden een lepel aan hun neus te laten hangen, en Karsten en Josefien stiekem plakjes worst voerden aan Kelly de hond.

En temidden van die kakofonie zat Bill, hun regisseur, en probeerde uit een tas vol boekrollen net die ene te vissen die hij wilde hebben. Maar tenslotte: "Ha, daar is 'ie. Jongens? Jongens, luisteren jullie even?"

Een lepel kletterde op de plavuizen (wat begroet werd met gelach), maar het werd opvallend snel rustig. Dit was immers waarvoor ze bij elkaar gekomen waren vanmorgen: om te bespreken wat hun volgende project zou zijn.

Bill liet ze niet lang in spanning. "In dit verhaal, Wietse, ben jij... Noach!"

Wietses gezicht lichtte op, en ook de anderen aan tafel toonden zich meteen enthousiast.

"Noach! Oh, wat leuk!"

"Doen we het met dieren en al?" wilde Josefien onmiddellijk weten.

"Natuurlijk," vond Rutger. "Hoe wou jij Noach spelen zonder dieren?"

"Inderdaad, we doen het mèt dieren," beloofde Bill.

"Yesss!" kwam het van Josefien, en ze deed een high-five met Karsten.

"Maar dat komt nog wel. Eerst de rollen verdelen." Bill keek Hanny aan over de tafel. "Hanny, jij bent de vrouw van Noach: Nora."

Wietse naast haar grinnikte. "Noach en Nora."

"En Job," ging Bill verder, "jij bent de oudste zoon: Sem."

Met een hoofse nijging van het hoofd accepteerde Job zijn rol.

"Rutger, jij bent Cham, de middelste zoon."

Rutger kleurde van plezier.

"En Karsten, jij bent de jongste zoon: Jafeth."

Karsten grijnsde van oor tot oor. Dat klonk goed – het zag ernaar uit dat hij dit keer eens niet zichzelf hoefde te spelen, maar een echte rol had!

"En dan hebben de heren natuurlijk alledrie een vrouw nodig..." Bill moest even wachten tot het gefluit en gejoel wat bedaard was. "Hedwig, jij bent de vrouw van Sem: Steffie. Sem en Steffie."

'Sem' en 'Steffie' wisselden een speels kushandje uit over de tafel.

"Dan hebben we Chaja, het meisje waar Cham verliefd op is..." Opnieuw gefluit, en Rutger bloosde tot achter zijn oren. "Cham en Chaja dus, en dat ben jij, Farah."

Ook Farah kleurde nu van plezier. Ze was nog betrekkelijk nieuw in de groep, en had nooit verwacht dat ze al een heuse rol zou krijgen.

"En Josefien: jij bent een buurmeisje, Judith, en jij bent zo dol op dieren dat je uiteindelijk mee mag in de ark. En dan is het natuurlijk de bedoeling dat je dan later met Jafeth gaat trouwen."

Josefien glom.

"Zei er iemand iets over gearrangeerde huwelijken?" grinnikte Reinier.

Er werd wat gelachen, maar Bill ging al verder. "Dan zijn er nog wat kleinere rollen van mensen die niet meegaan in de ark. Jullie zijn er dus alleen in het eerste deel van het verhaal bij. Ten eerste ben jij dat, Reinier: jij bent de vader van Steffie: Elam geheten.

"Petra is de buurvrouw, de moeder van Judith, en ze heet Ada. En zij is vroedvrouw van beroep.

"Dan is er Chaja's broer de houthandelaar: Tiras. En dat ben jij, Edward."

Edward grijnsde breed.

"Jafeth's beste vriend heet Gomer – en dat ben jij, Roy.

"En tot slot hebben we nog een schoolmeester nodig, en dat ben jij, Eric. Jij bent Meester Nimrod. En Karstens hond doet natuurlijk ook mee."

Kelly blafte blij, en onmiddellijk kwam er een opgewonden geroezemoes op – dat prompt weer verstomde toen Bill de boekrol in kwestie (met een groen lintje erom) over de tafel heen aan Hanny reikte. "En hier is het verhaal."

Iedereen liet vallen wat hij nog in z'n vingers had, en ze dromden met z'n twaalven om Hanny heen om mee te kunnen lezen. Job had met vlugge vingers het lint al losgetrokken voordat Hanny de boekrol goed en wel in handen had, en terwijl Hanny plechtig de rol ontrolde en Bill tevreden achterover leunde, viel er een verwachtingsvolle stilte in de zonet nog zo rumoerige keuken.

En Hanny las: "Dit is het verhaal van Noach, die eens, lang, lang geleden met zijn vrouw, zijn drie zonen en zijn schoondochters op een boerderij woonde. Ze hadden heel veel dieren op de boerderij: paarden, koeien, schapen, geiten, varkens, kippen, konijnen – en ze waren best gelukkig met elkaar. Alleen... de wereld om hen heen was volkomen goddeloos en slecht..."

.


Op een zonnige lentemorgen was Noach bezig de stal uit te mesten, toen hij plotseling zijn naam hoorde.

"Noach!"

"Ja, hier ben ik." Hij kwam overeind en veegde het haar van zijn bezwete voorhoofd. En keek om zich heen. "Wie is daar?"

Het bleef even stil, en Noach bukte zich alweer om een volgende schep mest in de kar te scheppen.

Maar toen klonk de stem opnieuw – duidelijk. En dichtbij. "Noach – Ik ben het. Leg je spade terzijde en luister."

Langzaam kwam Noach weer overeind. En keek behoedzaam om zich heen. Hij was echt alleen in de stal. Ten minste – zo leek het. Maar...

Hij slikte. "Heere? Bent U het?"

Hij verwachtte half en half dat een paar opgeschoten jongens tevoorschijn zouden springen om hem uit te jouwen. Maar dat gebeurde niet. Er was alleen die stem – een stem die vertrouwen inboezemde, al wist hij zeker (wist hij het echt zeker?) dat hij die stem nooit eerder gehoord had.

"Ja, Noach," sprak de stem. "Ik ben het. Luister goed."

Noach slikte moeilijk. Kon hij die stem werkelijk vertrouwen? Was het heus geen grap? "Ik... ik luister."

En de stem zei: "Noach, Ik heb besloten om de hele mensheid uit te roeien, want zij is de schuld van alle geweld en slechtheid op aarde."

Noach stotterde van ontzetting. "Ui... ui... uitroeien?!"

"Ja. Ik zal de bewoners van de aarde vernietigen. Ik heb er spijt van dat Ik ze ooit geschapen heb. Zij zijn zo slecht en verdorven geworden, dat Mijn Geest niet langer in hen kan wonen. Ik had ze nooit moeten maken."

"M... maar... maar waarom vertelt U dat aan mij?" Noach keek paniekerig om zich heen. Was het niet toch een of andere kwajongensstreek?

"Omdat Ik in jou welbehagen heb, Noach. Jij bent de enige oprechte en rechtvaardige man op aarde. En je doet echt je best om te leven naar Mijn wil. Daarom zal Ik jou en je gezin sparen."

Noach kon een zucht van opluchting niet binnenhouden. Maar toen nam zijn praktische aard de overhand. "Wat wilt U dat ik doe?"

"Bouw een grote boot van acaciahout, en bestrijk het hout met hars om het waterdicht te maken. Maak hem 135 meter lang, 22 ½ meter breed en 13 ½ meter hoog."

Noach knikte. "135 bij 22 ½ bij 13 ½ meter."

"Precies. Maak er een lichtsleuf in, die vijfenveertig centimeter onder het dak rond het hele schip loopt. In de zijkant van het schip moet je de ingang maken.

"Verdeel het schip in drie dekken: een benedendek, een middendek en een bovendek. Maak vele onderkomens op die dekken – voor elke diersoort één. En ook een onderkomen voor je gezin."

Noach knikte.

"Ik zal namelijk een enorme watervloed over de aarde laten gaan," ging de stem verder. "Een watervloed die alle levende wezens zal doden. Alles en iedereen zal verdrinken. Maar Ik beloof je dat jij veilig zult zijn in het schip – samen met je vrouw, je zonen en hun vrouwen."

Noach knikte. "Maar wat zei U nu over die dieren?"

"Voordat de vloed komt, moet je van elk dier een mannetje en een vrouwtje aan boord nemen, zodat die de vloed zullen overleven. Van elke vogelsoort, van elk soort vee, elk kruipend of ander dier moet er een paartje aan boord zijn. En zorg verder voor al het voedsel dat je familie en de dieren nodig zullen hebben."

Noach knikte nogmaals. "Ik begrijp het. Ik zal doen wat U gezegd hebt." Hij aarzelde even. "Hoeveel tijd heb ik om die boot te bouwen?"

"Je zult genoeg tijd hebben om de boot te bouwen – maak je geen zorgen. Ik zal je laten weten wanneer het tijd is om aan boord te gaan."

Noach leunde tegen het schot van de stal en liet de instructies nog eens door zijn hoofd gaan. Ze woonden ver van zee en hij had nog nooit een boot gebouwd, maar hij was een handig doe-het-zelver. Had hij niet ook die nieuwe schuur gebouwd verleden jaar? En zijn zoon Cham had gouden handen. Nee, die boot bouwen zou best lukken, maar...

Hij hapte opeens naar lucht. "Goeie genade...! Hij wil de hele mensheid gaan vernietigen?!" Zonder er erg in te hebben liet hij de schop uit zijn handen kletteren en spurtte in paniek naar het woongedeelte van de boerderij.

"Nora! Nora?!"