De keukentafel ging zodanig schuil onder grote vellen papier en tekenmateriaal, dat Nora, Sem en Steffie maar naar de woonkamer waren uitgeweken. Daar zat Steffie nu over een schrijfblok gebogen en schreef alles op wat hen maar te binnen schoot.

"We maken later wel een meer georganiseerde lijst," had Nora gezegd. "Schrijf eerst maar gewoon alles op waar we aan denken."

De lijst begon al bedenkelijk lang te worden. Veel ervan waren dingen die ze absoluut mee wilden nemen, maar er waren ook praktische zaken, zoals bijvoorbeeld de vraag hoe ze de roofdieren ervan konden weerhouden om andere dieren op te eten, ideeën voor vrijetijdsbesteding als je weken-, misschien wel maandenlang opgesloten zit in een boot, en wat voor soort eten het meest geschikt was om lang te bewaren.

"Misschien kunnen we een paar bloembakken meenemen waar we vantevoren allerlei verschillende groenten en zo in planten," kwam Sem met een nieuw idee. Hij zat met zijn schetsboek op zijn opgetrokken knieën te tekenen, en gooide zo af en toe een opmerking in het midden die de beide vrouwen prompt op allerlei nieuwe gedachten bracht.

"Je hebt gelijk, Sem," vond zijn moeder. "Met al dat lang houdbare voedsel is het waarschijnlijk heerlijk om zo af en toe iets vers te kunnen eten."

Steffie schreef het al op. "Nou ja, we hebben in ieder geval elke dag verse eieren en verse melk," zei ze.

Nora knikte. "En wellicht kunnen we vis vangen?" opperde ze.

Hengels, schreef Steffie.

Sem grijnsde plotseling. "En als we van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje bij ons hebben, dan zijn dat natuurlijk binnen de kortste keren veel meer dan één mannetje en één vrouwtje. En daar is die boot niet op gebouwd, neem ik aan. Ik geloof dat het met dat vers eten nog wel meevalt, mam."

"En ga jij die dan slachten?" plaagde Steffie.

Sem rilde overdreven. "Van mijn leven niet. Laat pa en Cham dat maar doen."

"Daar zeg je me wat..." Nora keek haar zoon en schoondochter peinzend aan, zodat Sem vragend zijn wenkbrauwen optrok. En ze vroeg: "Hoe is het eigenlijk met jullie?"

Sem en Steffie keken elkaar niet-begrijpend aan. "Wat bedoel je?" vroegen ze als uit één mond.

Nora kleurde licht. "Nou ja, jullie zijn inmiddels twee maanden getrouwd, en je ging al zo lang met elkaar..." Sems gezicht brak open in een brede grijns terwijl zijn moeder haar vraag net niet helemaal voltooide: "Is er misschien...?"

Steffie kleurde ook. "Ik weet niet. Ik heb nog niks gemerkt, maar ik weet niet of dat wat zegt."

"Maar maak je geen zorgen, mam. We doen er alles aan om je gauw oma te maken," verzekerde Sem haar lachend.

Zijn moeder slaakte een zucht. "Dat is het 'm nou juist..."

Sems lach verstierf. "Wat bedoel je?"

Maar Steffie zag al welke kant het op ging. "Die boot..." aarzelde ze. "Joh, stel je eens voor dat die baby geboren wordt terwijl we op die boot zijn! Met al die wilde dieren – roofdieren en zo?" Sem hapte naar adem van ontzetting, terwijl Steffie vervolgde: "En zonder enige medische hulp ook nog? Stel je voor dat er wat fout gaat!"

Nu was het Nora die plotseling lijkbleek zag. "O nee...!" bracht ze uit.

"Wat?" vroeg Steffie ongerust.

Nora keek haar onthutst aan. "Op die boot of erna – we zullen het volkomen zonder medische hulp moeten redden. Allemaal. Wat er ook gebeurt: gebroken benen, bevallingen, longontstekingen, wonden, kreperen van de buikpijn..."

In zwijgende ontsteltenis staarden ze elkaar aan.

"Dat is...!" begon Sem uiteindelijk, maar hij kon nog niet uit zijn woorden komen. Pas na een volle minuut had hij het woord gevonden dat hij zocht: "Maar dat is waanzin! Helemaal zonder, voor de rest van ons leven?! Hoe...?"

"We zijn gelukkig allemaal gezond," onderbrak zijn moeder hem voor hij echt in paniek raakte. "Maar ik denk wel dat we er goed aan doen een flinke verzameling medische handboeken aan te schaffen. Die we als het even kan ook allemaal door moeten nemen. We kunnen tenslotte niet voorspellen wie er welke hulp nodig zal hebben. In elk geval..." Ze legde haar hand op Steffies arm. "Ik zal buurvrouw Ada vragen of ze me wat meer kan bijbrengen van het helpen bij een bevalling. Zij is immers vroedvrouw, dus ze weet er alles van. Want als jullie en Cham en Jafeth straks verantwoordelijk zijn voor het opnieuw bevolken van de aarde, dan vermoed ik dat de kennis van een vroedvrouw onmisbaar zal zijn."

Steffie knikte. "En weet je wat ik denk dat pa zou zeggen?"

De andere twee keken haar afwachtend aan.

"Dat als God de moeite neemt om ons van de overstroming te redden, dat Hij dan ook na die tijd wel zal zorgen dat het ons goed gaat. Hij zal ons heus niet nodeloos laten kreperen."

Nora knikte haar dankbaar toe, maar Sem keek onzeker van de één naar de ander. "Maar... hoe moet het dan nu? Met ons tweeën, bedoel ik?"

Steffie leunde berustend haar hoofd tegen zijn opgetrokken knie. "Even rustig aan doen, lijkt me – hoe jammer ik het ook vind. Maar je moeder heeft gelijk, Sem: het zou geen doen zijn met een baby op die boot. Naderhand kunnen we nog tig kinderen krijgen; we zijn tenslotte nog jong. Maar het is werkelijk verstandiger om nu even geen extra problemen te creëren."

Sems hand gleed teleurgesteld door haar blonde krullen. Hij zag er ineens zo jong, zo verloren uit, vond Nora. Ze had haar dierbare oudste het liefst in haar armen willen sluiten. Doch dat was haar privilege niet meer. Haar zoon was volwassen, en een getrouwd man. Hij hoorde nu bij Steffie, en hoeveel ze ook van haar schoondochter hield, soms deed het toch pijn.

Gelukkig voor haar zag Steffie ook dat haar echtgenoot even wat extra nodig had, en ze kroop al bij hem op de bank en sloeg haar armen om zijn nek. Er klonk wat onverstaanbaar gefluister, en Nora wendde zich wijselijk wat van de twee af. Het was al vervelend genoeg voor het jonge stel om geen plekje voor zichzelf te hebben, en hoewel ze het voor zichzelf stiekem prettig vond dat ze bij hen inwoonden, probeerde ze hen toch zoveel mogelijk privacy te gunnen.

Ze zuchtte zachtjes. Steffie was een lieve meid, en ze pasten goed bij elkaar, die twee. Steffie was nuchter en praktisch – een perfect tegenwicht voor de dromerige Sem, maar dan wel zonder de gebruikelijke laatdunkendheid die haar artistieke zoon doorgaans van meer praktisch ingestelde mensen te verduren had. In plaats daarvan genoot Steffie van Sems creatieve invallen, en ze wist dat het stel uren zoet bracht met de meest diepzinnige gesprekken.

Ze kenden elkaar ook al van kindsbeen aan. Sterker nog: in navolging van de bruiloft van de buren hadden ze elkaar reeds op vijfjarige leeftijd trouw beloofd – iets waar ze danig mee geplaagd waren toen ze dit jaar uiteindelijk officieel trouwden.

Zoals dat gaat met kinderen hadden ze elkaar vervolgens een aantal jaren nauwelijks bekeken, tot Steffie op dertienjarige leeftijd haar moeder verloor. En met een vader die troost zocht in de fles, en verder alleen een paar pummels van broers thuis, had het meisje haar toevlucht gezocht bij haar moeders beste vriendin – zijzelf. En hier in huis was natuurlijk ook Sem geweest, in wie ineens een ridderlijke drang tot bescherming ontwaakt was voor zijn jeugdvriendinnetje. En zoals de Fransen zeggen: the rest is history.

Dat ze nog zo lang gewacht hadden met trouwen was voornamelijk te wijten aan Steffies vader, die hardnekkig weigerde zijn toestemming te geven voordat de geliefden allebei officieel meerderjarig waren. Zo waren ze dus een week na Steffies 21e verjaardag getrouwd, en vanwege Sems schamele en onregelmatige inkomsten als musicus en tekenaar hadden ze voorlopig hun intrek genomen bij hen op zolder, met gebruik van keuken en badkamer. In de praktijk woonden ze echter gewoon bij hen in – dat was wel zo gezellig.

Ze gluurde eens naar het jonge stel op de bank, en glimlachte. Het zag er naar uit dat de rollen inmiddels omgedraaid waren, en dat Sem nu zijn jonge vrouw aan het oppeppen was. Het verraste haar nauwelijks – Sem was zo'n onverbeterlijke optimist, die zat nooit lang in de put.

En opeens zag ze in, dat Sem weleens de redding van het hele gezin zou kunnen worden als ze straks wekenlang, misschien wel maandenlang op elkaars lip zouden zitten in die boot. Cham was een harde werker en zou van onschatbare hulp zijn bij het verzorgen van al die beesten. Maar zonder Sems opbouwende aanwezigheid zouden ze allemaal gillend gek worden in die drijvende dierentuin annex gevangenis – dat stond voor haar wel vast...

Ze keek definitief op bij het horen van Steffies jubelroep: "Oh Sem! Wat mooi!"

Ze zag Sem grijnzen terwijl hij twee enthousiaste zoenen kreeg van zijn vrouw, en ze schoof wat dichterbij in de hoop te kunnen zien wat een dergelijke euforie kon inspireren. Sem zag het en keerde zijn schetsboek naar haar toe. En haar reactie deed nauwelijks onder voor die van haar schoondochter: "Oh Sem, wat prachtig!"

Hij had de boot getekend, in grote lijnen volgens pappa's beschrijving. Alleen: het was alsof hij de boot middendoor gezaagd had, en je zag precies de drie dekken met alle hokken, vol met tientallen levensecht getekende dieren.

En helemaal bovenin de boot was een kajuit, waar de familie gezellig aan de koffie zat.