Noach and Cham hadden aan het eind van die middag de bouwtekening voor de boot klaar, en toonden het resultaat trots aan de anderen.
"Het wordt een gigantische boot," verkondigde Cham met genoegen. "Ik heb het even uitgemeten straks: van de schuur naar de weg is 141 meter, dus we hebben zes meter speling om steigers te bouwen en zo. We zullen het hek van het weiland links weg moeten halen, want 22,5 meter is natuurlijk veel breder dan de oprit. Maar het ziet er naar uit dat het precies gaat passen." Hij wreef zich in de handen. "Jongens, ik heb er zin in!"
"Morgen gaan we naar de houthandel, informeren naar een mogelijke bestelling van zoveel acaciahout," vertelde Noach. "Maar Cham wil eerst een schaalmodel bouwen, om mogelijke problemen te ondervangen."
Nora fronste. "Verliezen we daar niet onnodig veel tijd mee?"
Cham lachte. "Juist niet! Het is aanzienlijk moeilijker om je bouwplan aan te passen als je al in het groot bezig bent. Maar met zo'n schaalmodel kan ik uitproberen of alles inderdaad werkt zoals we gedacht hadden. En als er iets niet klopt, kan ik net zo lang knutselen en experimenteren tot we de oplossing hebben. Echt, geloof me, mam – dat schaalmodel levert alleen maar tijdwinst op!"
"En zo'n schaalmodel bouwen kost echt niet zoveel tijd," voegde Noach er aan toe. "Nee, dat komt best in orde, vrouw. Maak je maar geen zorgen."
Cham verdween fluitend naar achteren om de koeien te melken, en zodra alle papieren van tafel geruimd waren, begon Nora aan de aardappels.
"Waar is Jafeth eigenlijk?" vroeg ze.
"Buiten met de hond," vertelde Noach. "Hij had op school van de boot en de komende watersnoodramp verteld, en dat werd niet zo best ontvangen, als ik het zo begrijp." Hij slaakte een zucht. "Nou ja, je kent Nimrod..."
Sem trok een grimas. "Hij maakte je natuurlijk weer uit voor een bijgelovige gek."
Nora schudde haar hoofd. "Ik zou er een lief ding voor over hebben als die jongen een andere leerkracht had."
Noach trok een sceptische wenkbrauw op. "Weet je een geschiktere?"
"Nou... nee, dat niet. Maar toch..."
"Nora, de hele samenleving is verziekt. Ze willen van God niets meer weten; ze willen alleen nog maar doen waar ze zelf zin in hebben."
"Ikke ikke ikke, en de rest kan stikken," knikte Steffie.
"Precies," zei Noach. "En zoals God en geloof belachelijk gemaakt worden... Om eerlijk te zijn: hoe meer ik erover nadenk, hoe meer begrip ik kan opbrengen voor Gods beslissing om de mensheid uit te roeien. We verdienen niet beter."
"Dat kan wel zijn, maar ik blijf het schandalig vinden dat een leerkracht de ouders van een leerling voor gek verklaart. En dat ten overstaan van de hele klas!"
Sem schokschouderde. "Het is Cham en mij ook gebeurd, mam. Meester Nimrod is gewoon faliekant tegen alles wat maar naar godsdienst zweemt. Ik heb weleens gedacht dat hij er eigenlijk bang voor was. En je kent Jafeth – die neemt geen blad voor de mond; hij zegt precies waar het op staat. Geen wonder dat Meester Nimrod daar niet gelukkig mee is."
"Maar dat geeft hem nog niet het recht om pa voor gek te verklaren!" vond een verontwaardigde Steffie.
"Dat niet, maar wie trekt zich vandaag de dag nog wat aan van rechten?"
Nora slaakte een zucht. "Nimrod in elk geval niet."
De volgende morgen stapten Noach en Cham vol ijver de grote hal van de houtzagerij binnen.
"Volluk!" riep Cham.
Uit het kantoortje tegen de zijwand kwam een jonge man, wiens kleren bestrooid waren met zaagsel. Hij grijnsde laatdunkend toen hij zag wie zijn klanten waren. "Ah, daar hebben we Noach en zoon. Ik had jullie al verwacht. Jullie komen zeker hout kopen voor die befaamde boot van jullie?"
Cham werd al rood van woede, maar zijn vaders kalmerende hand weerhield hem van beledigingen of erger.
"Inderdaad, Tiras," sprak Noach op neutrale toon. "Hoe is het met je voorraad acaciahout?"
"Mm..." Tiras wierp een blik op de betreffende stapel. "Hoeveel denk je nodig te hebben?"
Noach toonde hem het papier met hun berekeningen.
Tiras' ogen vielen bijna uit hun kassen – en toen proestte hij het uit. "Dat is geen boot; dat is genoeg voor een herenboerderij!" schaterde hij. "Wat zeg ik? Twee, drie herenboerderijen! Met schuren en koetshuis en al! Man, daar kun je minstens tien schepen mee bouwen! Of zijn jullie zulke belabberde doe-het-zelvers dat je zoveel misbaksels verwacht?"
Noach's greep om Chams pols verstevigde zich. "Dat is onze zaak, Tiras. De vraag is: kun je dit leveren?"
Tiras veegde zich de lachtranen van de wangen. "Leveren kan altijd, maar zoveel heb ik natuurlijk niet op voorraad. Dat zou ik moeten bestellen."
"Hoe lang?"
"Een dag of tien, schat ik. Misschien twee weken."
Noach knikte. "Akkoord. Dan nemen we nu het materiaal mee voor een schaalmodel, en de rest krijgen we dan uiterlijk over veertien dagen thuisbezorgd."
Tiras haalde zijn bestelboek tevoorschijn. "Prima. Op één voorwaarde: betaling vooraf."
Noach schudde zijn hoofd. "Nee, Tiras. Ik wil eerst zien dat de waar geleverd wordt. In goede staat. Betaling bij levering."
Met veel omhaal stopte Tiras het bestelboek weer in zijn ransel, en pakte Noach quasi-vriendschappelijk bij de schouder. "Mijn beste Noach, je begrijpt toch zeker zelf wel dat ik een gigantisch risico aan ga met zo'n bestelling. Wat moet ik met al dat acaciahout als blijkt dat jij niet kunt betalen?"
"Verkopen," was Chams droge advies.
"Ja, maar waar laat ik het in de tussentijd, vriend? Ik heb geen ruimte in mijn opslagloodsen voor zo'n idioot grote hoeveelheid. Het kan jaren duren voor ik dat elders kan slijten – en intussen zit ik zwaar in de rode cijfers. Dat wil jij toch niet op je geweten hebben? Of wel soms?"
"Okay – fifty-fifty," stelde Noach voor. "De helft bij bestelling, en de helft bij levering. Op die manier delen we het risico."
"Tachtig-twintig," bedong Tiras. "Omdat jullie het zijn."
"Zestig-veertig, maar hoger ga ik niet," was Noach's tegenbod.
Tiras steunde dramatisch. "Dat kun je me niet aandoen, man! Je brengt me nog op de rand van faillissement!"
Noach haalde quasi-nonchalant zijn schouders op. "Dan niet. Kom, Cham. We gaan wel naar de concurrent."
Vader en zoon draaiden zich om en beenden de hal uit, en zoals verwacht hadden ze Tiras direct achter zich aan: "Okay, okay, zestig-veertig dan. Als je maar weet dat ik daarmee een enorm risico aan ga!"
"Akkoord," zei Noach, en keerde zich weer naar de jonge houthandelaar toe. "En de prijs – inclusief alles, alsjeblieft? Ik wil niet op het laatste moment verrast worden door bijkomende belastingen of administratiekosten of wat dan ook."
Tiras trok zijn bestelboek weer tevoorschijn en begon druk te cijferen. En terwijl hij daarmee bezig was, kwam er een donkerharig meisje in verpleegstersuniform de hal binnen lopen.
"Is er nog koffie?" vroeg ze mat. Je zag zo dat ze doodop was, maar toch gleden Chams ogen bewonderend over haar fijne gelaatstrekken en haar tengere figuurtje.
"In het kantoor," antwoordde Tiras inmiddels gedachteloos. Maar ineens keek hij op. "O, en Chaja: ik had graag biefstuk met appeltaart voor de lunch. En het bier is ook op. En wanneer was je nou eindelijk mijn favoriete shirt eens? En voor ik het vergeet: de badkamer is nogal smerig geworden met dat feestje gisteravond. Dat zou ik maar eens opruimen als ik jou was."
Chaja ging zwijgend het kantoortje in, en Tiras grijnsde genoeglijk naar zijn klanten. "Da's mijn zuster. Altijd handig om een vrouw in huis te hebben, niet?" Het was alsof hij zich toen pas realiseerde hoe Cham naar haar gekeken had, want zijn ogen vernauwden zich tot spleetjes en hij gromde: "Als jij maar met je poten van haar afblijft, mannetje!"
Chams ogen schoten vuur, maar: "Dat spreekt vanzelf," vond Noach kalm. "Maar laten we even bij de zaak blijven, Tiras. Je prijs voor dat hout?"
Tiras noemde het bedrag, en voegde er schijnheilig aan toe: "Zeventig procent vooraf."
"Zestig," wees Noach hem terecht.
"Wat? O. Ja, sorry – ik was er even met mijn gedachten niet bij." Hij hield zijn hand al begerig op om die enorme som geld in ontvangst te nemen.
Maar Noach schudde zijn hoofd. "Zoveel geld heb ik doorgaans niet op zak, Tiras. Ik kom van de week terug. Nu nemen we alleen genoeg hout mee voor een schaalmodel."
